Beknopte geschiedenis van de uitvinding van het ‘Palestijnse volk’

Plaatje hierboven: De vlucht vooruit van Arabieren uit het Britse Mandaat in 1948. Na de oprichting van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) op instignatie van de Arabische Liga in Caïro (Egypte) op 2 juni 1964, zullen zij zichzelf heruitvinden en zich voortaan ‘Palestijnen’ noemen. De Egyptenaar Yasser Arafat zal pas vanaf 4 februari 1969 de PLO leiden, gevolgd door Mahmoud Abbas vanaf 29 oktober 2004 tot op heden. Dit jaar bestaat dit ‘uitgevonden volk’ exact 55 jaar [beeldbron: Wikimedia]

Millennia voordat de Palestijnen op het wereldtoneel verschenen na de Zesdaagse Oorlog, stond de ‘West Bank’ al bekend als Judea en Samaria. ‘Palestina’ dateert uit het Volkenbond Mandaat (1923) dat Engeland macht gaf over het land, inclusief Trans-Jordanië, dat eerder werd bestuurd door het verslagen Ottomaanse rijk.

Het mandaat erkende “de historische connectie van het Joodse volk met Palestina.” ‘Palestijnen’ werden niet genoemd; Arabieren in het Land van Israël misten het nationale bewustzijn als volk. Twee decennia na de geboorte van Israël, na de Zesdaagse Oorlog, hebben ze zo uitgebreid geleend van Joodse en Zionistische bronnen dat ze bijna historisch plagiaat vormen.

‘Palestina’ was ontstaan ​​als een afkorting van ‘Syrië-Palestina’, opgelegd door de Romeinse veroveraars in de 2de eeuw na Christus om de verbinding van de Joden met hun bijbelse thuisland te vernietigen. Moderne opvattingen over Palestina kwamen pas in de 19de eeuw, toen Britse kunstenaars en schrijvers het ‘Heilige Land’ begonnen te verkennen.

Joden, schreef Eerw. Alexander Keith, zijn “een volk zonder land” terwijl “hun eigen land… een land [is] zonder volk.” Meerdere jaren later beschreef Lord Ashley Cooper “een land zonder volk”  ‘dat “een volk zonder een land” nodig heeft. Dat volk, benadrukte hij, waren “de oude en rechtmatige eigenaren van de grond, de Joden!”

Tijdens de eerste jaren van het Britse mandaat hadden Arabieren in Palestina nog steeds weinig bewustzijn van een onderscheidende nationale identiteit. De Syrische leider Auni Bey Abdul-Nadi getuigde vóór de Peel Commission in 1937: “Er is geen land als Palestina. … ‘Palestina’ is ons vreemd. Het zijn de Zionisten die het hebben geïntroduceerd.”

Zelfs geschiedenisleraar Columbia Rashid Khalidi, een expert in de Palestijnse identiteit, zou erkennen dat vóór de oorlog dat ‘Palestina’ niet bestond in het Arabische bewustzijn. Zionistische landontwikkeling diende als een magneet voor Arabieren uit landen in het Midden-Oosten die naar Palestina kwamen op zoek naar een beter leven en uiteindelijk ‘Palestijnen’ werden.

Kort voor de geboorte van de staat Israël gaf de Arabische historicus Philip Hitti toe: “Er bestaat niet zoiets als Palestina in de geschiedenis.” Zelfs de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN in 1947 verwees naar het gebied ten westen van de rivier de Jordaan als Judea en Samaria.

Een kenmerkende Palestijnse identiteit ontstond pas na de vernederende Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog. Waarom was het, vroeg Walid Shoebat van Bethlehem, dat “op 4 juni 1967 ik een Jordaniër was en van de ene op de andere dag werd ik een Palestijn… We beschouwden onszelf als Jordaans totdat de Joden naar Jeruzalem terugkeerden.”

Het meest opvallende aan de verlate Palestijnse identiteit is de afleiding van Joodse bronnen. Net als andere moslims uit het Midden-Oosten, claimen de Palestijnen Ismaël, de zoon van Abraham, door zijn dienaar Hagar, als hun voorouderlijke band met ‘hun’ patriarch Abraham. De Kanaänieten zijn geadopteerd als hun eigen gefailleerde voorouderlijke mensen.

Ironisch genoeg emuleert hun aanhoudende claim van een ‘recht op terugkeer’ voor Palestijnse vluchtelingen (en hun nakomelingen) de Israëlische wet van terugkeer. Palestijnse tieners hebben zich absurd vergeleken met “Anne Frank, die leed onder een Israëlische ‘Holocaust’.”

In de Jewish News Service (van 9 februari) schrijft de Zionistische activist en auteur Lee Bender dat een kwart van de Palestijnse plaatsen in Israël, Judea en Samaria oude bijbelse namen heeft. Onder hen: Bethlehem (Beit Lechem), Hebron (Chevron), Beitin (Beit El), Jenin (Ein Ganim), Silwan (Shiloach) en Tequa (Tekoa).

Verwijten die eindeloos worden herhaald door de Verenigde Naties, Palestijnen en, ongetwijfeld, de New York Times, met name dat Israël geen legitieme claim heeft op het gebied dat nu algemeen bekend staat als de ‘Westelijke Jordaanoever’ (van Jordanië) zijn bedrieglijk, zo niet leugenachtig. Ze missen enige bekendheid met de geschiedenis van de Joden in het land Israël – en de afwezigheid van enige herkenbare ‘Palestijnse’ aanwezigheid of identiteit tot vrij recent. Maar oude leugens sterven nooit; ze vervagen misschien niet eens.

“Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt krijgt ze uiteindelijk de schijn van waarheid” [Jozef Goebbels]


Bronnen:

♦ naar een artikel van Jerold Auerbach “The Invention of ‘Palestinians’” van 14 februari 2019 op de site van The Algemeiner

2 gedachtes over “Beknopte geschiedenis van de uitvinding van het ‘Palestijnse volk’

  1. Het behoeft een bibliotheek vol feiten om één leugen te weerleggen.

    Daar het Palestinisme de moderne versie is die het Antisemitisme legitimeerd, zal een bibliotheek niet reiken.

    “De palestijnen” legitimeren hun bestaansrecht door de eeuwenoude Joodse geschiedenis als de hunne te misbruiken.

    Hordes zieke Jodenjagers willen hen hier maar al te graag bij helpen.

    Like

Reacties zijn gesloten.