Hongarije: Israëlische duikers speuren in Boedapest naar resten van Joodse slachtoffers in de Donau

Israëlische duikers gaan deze week op zoek in de Donau in de Hongaarse hoofdstad Boedapest om de overblijfselen te vinden van Joden die daar tijdens de Holocaust zijn vermoord. ZAKA, een Israëlische identificatie-, extractie- en reddingsgroep voor slachtoffers, begint deze week met zoeken.

De duikers werken met een sonarapparaat dat een diepte van 500 ft kan bereiken en die binnen 400 ft scannen om objecten te detecteren en te identificeren. Minister van Binnenlandse Zaken Aryeh Deri (Shas) bereikte overeenstemming over het plan in Boedapest met de Hongaarse minister van Binnenlandse Zaken Sandor Pinter. Deri zei dat de overblijfselen naar Israël zouden worden gestuurd voor begrafenis.

Hongaarse Joden protesteren
Een en ander wekt de ergernis van Mazsishisz, de Federatie van Joodse Gemeenschappen in Hongarije. De Federatie die gelieerd is met de EJC heeft zijn bezorgdheid geuit na het nieuws dat de Israëlische niet-gouvernementele organisatie ZAKA een onderzoek heeft ingesteld naar de overblijfselen van mogelijke Joodse slachtoffers in de rivier de Donau in Boedapest.

Volgens historici werden tijdens de Holocaust duizenden mensen neergeschoten en in de Donau gegooid. Bovendien stierven veel mensen in de rivier tijdens het beleg van Boedapest. In de loop van de volgende 75 jaar hebben hun botten zich waarschijnlijk in de Donau verspreid en zijn wellicht tot aan de Zwarte Zee gedreven. Daarom is de effectiviteit van een dergelijke verkenning twijfelachtig.

Op 15 april 2016 begroef de Mazsishisz, na uitgebreid wetenschappelijk werk en de rabbijnse dialoog, de resten die te vinden waren op de renovatielocatie van de Margaret Brug op de joodse begraafplaats in de Kozma-straat in Boedapest. Deze botten werden gevonden vanwege een speciaal toeval. Een van de panelen van de brug die door de Duitsers was opgeblazen, bleef dicht bij de kust hangen en verzamelde zich daar onder het water, waardoor identificatie mogelijk werd.

Medische technologie heeft bewezen dat het onmogelijk is om deze overblijfselen te associëren met specifieke mensen. De Mazsishisz begroeven de ontdekte botten in een Neologse begraafplaats, in overeenstemming met de Joodse rituele dienst en de Hongaarse Joodse tradities. Volgens een rabbijnse uitspraak van de Mazsishisz: “Ontwrichting van de rustplaats van de doden is een ingewikkeld en een gevoelig onderwerp. Het is niet nodig om een ​​verkenning uit te voeren naar mogelijke botten; het beledigt de kalmte en waardigheid van Joodse of niet-Joodse doden die tijdens de zoektocht kunnen gevonden worden. Bovendien is het een inbreuk op de Halacha (wetten).

Het argument dat het overbrengen van de overblijfselen naar Israël ondersteunt – namelijk die begraven kunnen worden volgens alleen Joodse tradities – verwaarloost relevante halachische overwegingen en belastert de Joodse diaspora in Hongarije. Onze gemeenschap voelt zich ontzet over het onderzoek naar met name de wil om de per ongeluk gevonden overblijfselen naar Israël te transporteren. Gelet op het bovenstaande heeft Mazsishisz-president Andras Heisler de ministers van Binnenlandse Zaken van Hongarije en Israël gevraagd deze verkenningen op te schorten, die totaal onaanvaardbaar zijn.”

De zoektocht, die intussen al enkele dagen aan de gang is, heeft tot nog toe niks opgeleverd.

Bij het plaatje hierboven: Holocaust monument aan de oever van de Donau in Boedapest, Hongarije.

Het kunstwerk ‘Shoes on the Danube Bank‘ van de beeldhouwer Gyula Pauer dat op 16 april 2005 werd geplaatst, toont een zestigtal achtergelaten schoenen ter herinnering aan de ca. 800 Joden die tussen december 1944 en januari 1945 tijdens WOII door de collaborerende fascistische Pijlkruisers militie werden vermoord [beeldbron: Wikipedia]

Ze moesten hun schoenen uitdoen en werden aan de rand van het water neergekogeld, zodat hun lichamen in de rivier vielen en werden weggevoerd. Een getuigenis uit de eerste hand van deze vreselijke taferelen die zich afspeelden aan de oevers van de Donau in Boedapest werd aan Yad Vashem afgeleverd door Zsuzsanna Ozsváth, een Hongaarse overlevende die gered werd door haar kindermeisje Erzsi Fajo:

“… ik hoorde een reeks knallende geluiden. Omdat ik dacht dat de Russen waren gearriveerd, zakte ik af naar het raam. Maar wat ik zag was erger dan alles wat ik ooit eerder had gezien, erger dan de meest angstaanjagende verhalen waarvan ik hetuige was geweest. Twee Pijlkruismannen stonden op de oever van de rivier en vuurden op een groep mannen, vrouwen en kinderen aan de Donau – de een na de ander met op hun jassen de Gele Ster gespeld. Ik keek naar de Donau. Die was niet blauw of grijs maar rood gekleurd. Met een kloppend hart rende ik terug naar de kamer in het midden van het appartement en ging op de vloer zitten, happend naar lucht.”


Bronnen:

♦ naar een artikelHungarian Jews express concerns about search for bones of Jewish people in the Danube” van 17 januari 2019 op de site van The European Jewish Congress (EJC)

♦ naar een artikel van David Israel “Israeli Divers to Scour Danube in Search of Remains of Jewish Victims” van 15 januari 2019 op de site van The Jewish Press

♦ naar een artikel van Sheryl Silver Ochayon “The Shoes on the Danube Promenade – Commemoration of the Tragedy” van januari 2014 op de site van Yad Vashem