Bedrijfsleider van firma die slavenbarakken in Auschwitz verzekerde verliest postume eer

Plaatje hierboven: Dr. Kurt Hamann (links) en daarnaast een van de gebouwen in Auschwitz die werden verzekerd door de Victoria Insurance Company, waarvan hij voorzitter was van 1935 tot 1968 [beeldbron: Victoria/ERGO; Yad Vashem]

De Universiteit van Mannheim in Zuid-Duitsland verandert de naam van een prestigieus onderzoeksinstituut nadat bekend raakte de naamgeving ervan een eerbetoon was aan de voorzitter van een verzekeringsmaatschappij die werkplaatsen verzekerde waar slavenarbeid werd verricht in Auschwitz en andere vernietigingskampen die door de Duitse SS werden gerund .

De Dr. Kurt-Hamann-Stiftung zal voortaan ‘Stiftung zur Förderung der Versicherungswissenschaft an der Universität Mannheim‘ worden genoemd. Een verklaring die op 24 december ’18 door de universiteit is vrijgegeven, zegt dat de naamswijziging definitief zal worden wanneer deze door de regionale regering wordt goedgekeurd in het nabijgelegen Karlsruhe, waar het papierwerk naartoe werd gestuurd.

Dr. Hamann, die in 1981 stierf, was van 1935 tot 1968 de voorzitter van de verzekeringsmaatschappij Victoria Versicherung AG, met het hoofdkantoor in Berlijn. Het hogere management van de Victoria omvatte oorspronkelijk Joden en had actief naar Joodse klanten gezocht. Tijdens het Derde Rijk trok het bedrijf hypotheken van Joden en Joodse bedrijven terug, onder meer in een Berlijns gebouw dat eigendom was van de familie van deze verslaggever. Het eigendom van het familiehuis Wolff werd in 1937 rechtstreeks overgedragen aan de Reichsbahn, de spoorwegen van Hitler.

De naamswijziging sluit een campagne af die deze verslaggever in 2013 heeft gelanceerd samen met het schrijven van ‘Stolen Legacy: Nazi-diefstal en de zoektocht naar gerechtigheid aan de Krausenstrasse 17/18, Berlijn.’ Het boek gaat over de vraag van mijn familie om teruggave te verkrijgen van een gebouw dat in 1909 werd gebouwd door mijn overgrootvader om zijn internationale bontactiviteiten van H. Wolff te huisvesten.

In 1996 was de eis van de nakomelingen van Heimann Wolff succesvol, maar in plaats van teruggave accepteerden zij financiële compensatie van de Duitse overheid. Het gebouw, slechts twee blokken verwijderd van Checkpoint Charlie, maakt vandaag deel uit van het federale ministerie van Binnenlandse Zaken, Bouw en Gemeenschap. In 2016 werd de Duitse regering verder overgehaald om een ​​gedenkplaat te plaatsen op het gebouw dat de geschiedenis herdenkt.

Tijdens achtergrondonderzoek voor de claim bleek dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de naam van Hamann werd vermeld in een 1944 British War Office-boekje met de titel ‘Who’s Who in Nazi-Duitsland.’ Hij was echter geen lid van de nazi-partij en was doorgegaan als voorzitter van Victoria Versicherung AG tot 1968. In 1953 kende de Duitse regering hem inderdaad de hoogste civiele eer van Duitsland toe, het Federale Kruis van Verdienste, voor zijn diensten. Niets van dit alles wordt genoemd in de verklaring van 24 december door de universiteit, hoewel daarin wordt gesteld dat “Hamann niet bewijsbaar antisemitisch was”.

Zijn staat van dienst vertelet echter iets anders: tijdens het Nazi-tijdperk zat Hamann ook in de erecommissie van het Haus der Deutschen Kunst in München, die verheerlijkte wat Adolf Hitler als juiste kunst beschouwde. Bovendien zetelde hij in een werkcommissie die de verzekeringswetgeving in nazi-termen wilde uitwerken aan de Academie voor Duits Recht. In die tijd werd de Academie geleid door Hans Frank, de chef van het Generalgouvernement in Polen, die later door de geallieerden werd geëxecuteerd wegens oorlogsmisdaden.

Een mijlpaal was het boek van wijlen professor Gerald D. Feldman van de universiteit van Californië, ‘Allianz and the German Insurance Business, 1933-1945’, vermeldde dat Allianzeen alom gekende verzekeringsmaatschappij, een consortium had gevormd met Victoria Versicherung AG dat de slavenkampen in Auschwitz verzekerde.

Het was alleen bij toeval tijdens een late zoektocht op internet naar iets dat over ‘Kurt Hamann’ ging dat deze verslaggever ontdekte dat de Universiteit van Mannheim een ​​stichting had opgericht die hem in 1979 eerde, met een schenking van 173.500 euro ($ 197.000).

Volgens de website van de universiteit financiert het inkomen academisch onderzoek op het gebied van verzekeringswetenschap aan de universiteit, evenals een Dr. Kurt-Hamann Prijs voor de meest uitstekende dissertaties en diplomascripties. “Een van de ontvangers van de prijs was Stefan Lippe, die in 2009 directeur zal worden van de reuzeverzekeraar Swiss Re. Het is deze jaarlijkse prijs die thans van naam veranderd.

Een e-mail uit 2013 waarin de Universiteit van Mannheim werd bevraagd over Hamann kreeg een snel antwoord dat de toenmalige rector, Prof. Ernst-Ludwig von Thadden, afwezig was maar na zijn terugkeer op de hoogte zou worden gesteld van het onderzoek. In de tussentijd schreef de universiteit, dat een onmiddellijk onderzoek naar deze aantijgingen zou worden gelanceerd. Maar het stuurde geen verdere feedback.

door Dina Gold

Plaatje hierboven: Ingangspoort Auschwitz I (basiskamp) met daarboven de cynische slogan ‘Arbeit Macht Frei‘ (arbeid maakt je vrij). Auschwitz bestond uit ca. 44 subkampen. Auschwitz II (Birkenau) lag 3 kilometers verderop in het Poolse Oświęcim. Auschwitz III (‘Buna Werke’ – Monowitz) was een fabriek van IG Farben waar door zowat 80.000 voornamelijk Joodse gevangenen slavenarbeid werd verricht tot de dood erop volgde.

“Nooit vergeven, nooit vergeten!”


Bronnen:

♦ naar een artikel van Dina Gold “Head of firm that insured Auschwitz workshops stripped of posthumous honor – After discovery that Victoria Insurance foreclosed on Jewish homes and covered slave labor factories, German university rededicates institute and prize named after Kurt Hamann” van 30 december 2018 op de site van The Times of Israel