Is ‘Oost-Jeruzalem’ Palestijns gebied?

Welk land heeft de juridische soevereiniteit over Jeruzalem? Het antwoord van Israël is duidelijk en goed gegrond in het internationale recht: de staat Israël.

Het antwoord van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) is verwarrend en minachtend tegenover het internationaal recht. In afzonderlijke deponeringen van het afgelopen jaar bij de twee grote internationale rechtbanken in Den Haag – het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en het Internationaal Strafhof (ICC) – heeft de PLO tegenstrijdige antwoorden gegeven.

In het ICJ beweert de PLO dat Jeruzalem een ​​geïnternationaliseerd gebied is, een ‘corpus-separatum’, waarover geen enkele staat de soevereiniteit kan opeisen. In het Internationaal Strafhof beweert de PLO dat iets meer dan de helft van Jeruzalem (het deel dat het ‘Oost-Jeruzalem’ noemt) soeverein gebied is van wat het de staat Palestina noemt. Geen enkele claim is verdienstelijk. En wat nog belangrijker is, het is onmogelijk dat beide beweringen tegelijkertijd waar zijn.

De claim van de PLO in het ICJ ontstond in een rechtszaak tegen de Verenigde Staten, waarin de PLO beweert dat de VS het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen hebben geschonden door zijn ambassade te vestigen in de hoofdstad van Israël, Jeruzalem. De juridische theorie van de PLO is ingewikkeld. De PLO beweert (ten onrechte) dat zij het recht heeft om in het ICJ een rechtszaak aan te spannen en ten tweede (ten onrechte) dat elke staat het rechtsgebied van het gerecht kan inroepen wanneer een ambassade op de verkeerde plaats is gevestigd.

De PLO beweert vervolgens (ten onrechte) dat het Verdrag van Wenen alleen toestaat dat ambassades zich op het grondgebied van de ‘ontvangende staat’ bevinden en (ten onrechte) dat geen van Jeruzalem het grondgebied van de ‘ontvangende staat’ is, omdat heel Jeruzalem een ​​’corpus separatum’ is – een geïnternationaliseerd gebied waarop geen enkele staat de soevereiniteit kan claimen. De grond waarop de PLO deze unieke status voor Jeruzalem claimt, is onduidelijk, maar het lijkt een misvatting te zijn dat de mislukte VN-vredesvoorstellen van 1947 en 1949 de wet van territoriale soevereiniteit hebben gewijzigd.

Het Corpus Separatum 1947 (oranje lijn)

In het ICC heeft de PLO, die zichzelf opnieuw de ‘staat Palestina’ noemt, het parket van de aanklager gevraagd om een ​​aanklacht in te dienen en uiteindelijk strafrechtelijke aanklachten in te dienen tegen leidende Israëli’s voor vermeende misdaden begaan met wat de PLO de ‘bezette Palestijnse gebieden’ noemt. -De Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en ‘Oost-Jeruzalem’ (het deel van Jeruzalem dat van 1948 tot 1967 door Jordanië werd bezet).

Het Openbaar Ministerie heeft zich gebogen over de PLO-eis door te doen alsof het een staat is en een eerste onderzoek te verrichten tegen vermeende Israëlische misdaden. De exacte beschuldigingen zijn duister omdat de Aanklager weigert haar juridische theorie te verklaren of geheime Palestijnse communicatie vrij te geven aan de rechtbank. Van zijn kant heeft de PLO niet publiekelijk een theorie geformuleerd over hoe deze ‘staat van Palestina’ territoriale soevereiniteit kreeg over ‘Oost-Jeruzalem’.

Maar het is duidelijk dat de aanklager, in samenwerking met de PLO, beschuldigingen van vermeende Israëlische misdaden oproept in de strijd tegen Palestijnse terroristische groeperingen (de openbaar aanklager weigert uiteraard het woord terrorist te gebruiken met betrekking tot een Palestijn). zoals veronderstelde Israëlische misdaden door Joden te laten wonen in landen, moeten de Palestijnen beweren dat ze vrij zijn van Joden, of, zoals de aanklager het verwoordt, de ‘vestiging van burgers op het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.’ De aanklager schijnt niet de tijd of zin hebben gehad om talloze echte, gedocumenteerde en ongestrafte Palestijnse oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid te onderzoeken.

Het is een ongelukkige commentaar op de politisering van beide rechtbanken dat verdienstelijke PLO-claims zo ver zijn gegaan als ze in het ICJ en ICC hebben gedaan. In 2011 kondigde Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en zijn alter ego Palestijnse Autoriteit, op de pagina’s van de New York Times een plan aan om de erkenning van een Palestijnse staat na te streven als onderdeel van een strategie van ‘internationalisering van het conflict als een legale kwestie‘. Sindsdien heeft de PLO, die zichzelf de’ Palestijnse staat ‘noemt, gerechtelijke procedures opgeschort in legale fora waarvan wordt vermoed dat zij haar vooroordelen tegen de Joodse staat delen. Het ICC en ICJ brengen zichzelf in diskrediet door zichzelf toe te staan ​​om door de PLO te worden gebruikt als wapens in zijn conflict tegen Israël.

Maar het is veel schadelijker dat internationale waarnemers hebben gezwegen over de onverzoenlijke tegenstrijdigheid tussen de argumenten van de PLO voor de twee rechtbanken.

De bewering van de PLO dat heel Jeruzalem een ​​’corpus-separatum’ is, staat centraal in zijn ICJ-zaak. Als de PLO de wettelijke mogelijkheid zou erkennen dat een staat als Israël soevereiniteit zou kunnen claimen over ten minste een deel van Jeruzalem, zou het niet langer de legitimiteit kunnen ontkennen van het lokaliseren van ambassades in Jeruzalem, of van landen als Australië en Rusland die ‘West-Jeruzalem’ erkennen als de hoofdstad van Israël. De PLO zou in het beste geval moeten argumenteren over de locatie van de ambassade in Jeruzalem – een concessie die de PLO niet wil doen.

Evenzo staat de bewering van de PLO om de soevereiniteit van een ‘staat van Palestina’ in ‘Oost-Jeruzalem’ centraal te stellen in haar ICC-zaak. Het ICC is geen rechtbank met volledige rechtsmacht. Het kan alleen zaken in overweging nemen die betrekking hebben op gedragingen op het grondgebied van staten die het rechtsgebied van het gerecht hebben aanvaard. Als ‘Oost-Jeruzalem’ deel uitmaakt van een corpus-separatum, is het geen territorium van een ‘staat Palestina’ en heeft het ICC geen jurisdictie om vermeende misdaden die daar worden gepleegd te onderzoeken of te vervolgen – een concessie die de PLO niet wil doen wanneer zij ernaar streeft Joodse inwoners van ‘Oost-Jeruzalem’ criminaliseren als ‘illegale kolonisten’.

Het is eenvoudigweg niet mogelijk voor heel Jeruzalem om een ​​corpus-separatum te zijn, onderworpen aan geen enkele territoriale soevereiniteit, en tegelijkertijd voor meer dan de helft van Jeruzalem om soeverein grondgebied te zijn van een staat die Palestina heet.

Logica is blijkbaar niet de valuta van een succesvolle juridische strategie in internationale gerechtshoven. Het gepolitiseerde ICJ kan buigen voor de Palestijnse eisen om Jeruzalem een ​​’corpus-separatum’ te noemen, net zoals het gepolitiseerde ICC buigt voor de Palestijnse eisen om ‘Oost-Jeruzalem’ te erkennen als ‘bezet Palestijns gebied.’ Ervaring leert dat Palestijnse claims niet hoeven te overtuigen of zelfs logisch zijn consistent om te slagen, zolang ze erop gericht zijn om Israël te benadelen. De tragedie is dat ICC en ICJ nu hand in hand helpen de PLO te maken een aanfluiting van het internationaal recht te maken.

Jeruzalem in 2018

Blauw = Joods / Geel = Arabisch


Bronnen:

♦ naar een artikel van Avi Bell “Is ‘East Jerusalem’ Palestinian territory? – Who cares if the PLO is making two contradictory claims in two international courts? Outrageously, nobody” van 16 december 2018 op de site van The Times of Israel

5 gedachtes over “Is ‘Oost-Jeruzalem’ Palestijns gebied?

  1. Sinds wanneer zijn beweringen feiten?
    Sinds wanneer worden beweringen bewijzen?

    De waarheden van de PLO zijn te vergelijken met ‘de soep v.d. dag….iedere dag iets anders.

    Dat zichzelf respecterende organisaties zoals het ICC de claims van niet bestaande landen zoals het PLO territorium serieus nemen (dit tegen de eigen regels), laat precies zien waarom zij door een groot aantal landen niet serieus worden genomen.

    Ze zijn vooringenomen, discriminerend, racistisch & Antisemitisch en dus niet relevant.

    Like

  2. De grootste fout door het Westen met name Great Brittany werd gemaakt vlak na de eerste WWI in 1923 toen zij gebieden toewezen en een verdeling maakte.
    Waarom moest het Westen toen al op de voorgrond treden in een verdeling?
    Waarom maakte het Westen tijdens de WWI een grote fout door zich terug te trekken uit het MO waardoor de Grieken werden afgeslacht door de Turken?
    Nu zie het met de terugtrekking van de NATO en worden de Koerden straks afgeslacht door weer de Turken?

    Like

Reacties zijn gesloten.