Oprichting van Groot-Syrië in 1920; toen de ‘Palestijnen’ zich nog Syriërs noemden

Plaatje hierboven: Jeruzalem, aan de Damaskuspoort. Arabische anti-zionistische demonstratie van 8 maart 1920, de dag van de stichting van het koninkrijk Syrië (aka Groter Syrië) door Emir Faisal I [beeldbron: A Picture A Day]

Op 27 november 1874 werd Chaim Weizmann geboren in wat tegenwoordig Wit-Rusland heet. Deze belangrijke Zionistische leider legde in de beginjaren van de Yishuv tussen 1917 en 1921 de fundamenten van de Joodse staat en zal op 17 februari 1949, tijdens Israël’s Onafhankelijkheidsoorlog, de 1ste president van Israël worden.

Zionisten geloven namelijk dat antisemitisme rechtstreeks leidde tot de noodzaak van een Joods thuisland in Palestina, zoals verwoord werd door de geestelijke vader van het Zionisme Theodor Herzl in zijn essay Der Judenstaat uit 1896. Hieronder een korte terugblik op die woelige periode.

De inhoud en voorstellen van zowel de Balfour Verklaring van 1917 als de Vredesconferentie van Parijs in 1919, die later werd afgesloten met de ondertekening van het Verdrag van Versailles, waren het onderwerp van intensieve besprekingen door zowel Zionistische als Arabische delegaties, en het proces van de onderhandelingen werd wijdverspreid gerapporteerd in beide gemeenschappen.

Vooral de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk leidde tot een toezegging van de zegevierende mogendheden, voornamelijk Groot-Brittannië en Frankrijk, om een ​​”heilige missie van de beschaving” op zich te nemen in het machtsvacuüm dat was ontstaan in het Midden-Oosten. Onder de Balfour Verklaring moest in Palestina een geboorteland voor het Joodse volk worden gecreëerd.

Het principe van zelfbeschikking bevestigd door de Volkenbond mocht niet worden toegepast op Palestina, gezien de te verwachten afwijzing door de mensen van het Zionisme, die door de Britten werd gesteund. Deze regelingen na de Eerste Wereldoorlog, zowel voor Palestina als voor andere Arabische samenlevingen, hebben geleid tot een “radicalisering” van de Arabische wereld.

Op 1 maart 1920 zorgde de dood van Joseph Trumpeldor in de Slag bij Tel Hai door een sjiitische groep uit Zuid-Libanon voor grote bezorgdheid onder de Joodse leiders, die vele verzoeken aan de OETA regering deden om de veiligheid van de Yishuv aan te pakken en een pro-Syrische openbare demonstratie verboden.

Hun vrees werd echter grotendeels genegeerd door de Chief Administrative Officer Generaal Louis Bols, de Militaire Gouverneur Ronald Storrs en Generaal Edmund Allenby. Dit ondanks een waarschuwing van het hoofd van de Zionistische Commissie voor Palestina geleid door Chaim Weizmann dat er een “pogrom in de lucht hangt” die ondersteund werd door beoordelingen waarover Storrs toen beschikte. Communiqués waren uitgegeven over te verwachten problemen onder de Arabieren en tussen Arabieren en Joden.

Voor Weizmann en het Joodse leiderschap deden deze ontwikkelingen denken aan instructies die Russische generaals aan de vooravond van pogroms hadden gegeven. Ondertussen waren de lokale Arabische verwachtingen tot een hoogtepunt gedreven door de verklaring van het Syrische Congres op 7 maart over de onafhankelijkheid van Groot-Syrië in het koninkrijk Syrië, met Faisal als zijn koning, waaronder de door de Britten gecontroleerde territorium binnen het geclaimde domein.

Op 7 en 8 maart vonden demonstraties plaats in alle steden van het Mandaat voor Palestina, winkels waren gesloten en veel Joden werden aangevallen. Aanvallers scandeerden leuzen zoals ‘Dood aan Joden‘ of ‘Palestina is ons land en de Joden zijn onze honden!

Opmerkelijk feit is dat vele van deze Arabische demonstranten zich uitdrukkelijk ‘Syriërs’ noemden. De aanduiding ‘Palestijnen’ als benaming van een volk zal zich pas veel later manifesteren wanneer in Caïro op 2 juni 1964 door Ahmad Shukeiri de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) zal worden opgericht. Yasser Arafat zal pas vijf jaar later aan het hoofd komen van deze terreurorganisatie.

Joodse leiders verzochten OETA toestemming te verlenen voor het bewapenen van de Joodse verdedigers om het gebrek aan adequate Britse troepen te compenseren. Hoewel dit verzoek werd afgewezen, leidde Ze’ev Jabotinsky, samen met Pinhas Rutenberg, een poging om openlijk Joodse vrijwilligers te trainen in zelfverdediging, een inspanning waarvan de Zionistische Commissie de Britten op de hoogte hield.

Veel van de vrijwilligers waren leden van de Maccabi-sportclub en sommigen van hen waren veteranen van het Joodse Legioen. Hun trainingsmaand bestond grotendeels uit gymnastiekoefeningen en hand in hand gevechten met stokken. Tegen het einde van maart zouden ongeveer 600 militairen dagelijks in Jeruzalem oefenen. Jabotinsky en Rutenberg begonnen ook het verzamelen van wapens te organiseren. Het is daar dat de basis werd gelegd van de latere IDF (aka Tashal of het Israëlische Leger).

Plaatje hierboven: Chaim Weizmann (links) en Emir Faisal I (rechts), dragen beiden een Arabische hoofddoek als teken van hun vriendschap in 1918 in Transjordanië [beeldbron: Wiki]

Faisal-Weizmann Akkoord
De Hasjemitische Emir Faisal I bin Hussein bin Ali al-Hashemi, geboren in Mekka, Saoedi-Arabië, werd op 8 maart 1920 de koning van de Arabische Koninkrijk van Syrië of Groot-Syrië, een koninrkijk dat slechts een koortstondig bestaan zou kennen.

Na de Slag om Maysalun bezetten Franse troepen Syrië. Later van dat jaar, na de San Remo Conferentie van 25 april 1920 en met de instemming van de Volkenbond (de directe voorloper van de Verenigde Naties), werd Syrië onder een Frans mandaat gesteld dat pas in 1936 zal eindigen. Faisal I werd nadien koning van Irak van 23 augustus 1921 tot 1933.

Faisal bevorderde de eenheid tussen soennitische en sjiitische moslims om gemeenschappelijke loyaliteit te bevorderen en pan-Arabisme te bevorderen in het streven naar het creëren van een Arabische staat die Irak, Syrië en de rest van de vruchtbare halve maan zou omvatten. Terwijl hij aan de macht was, probeerde Faisal zijn administratie te diversifiëren door verschillende etnische en religieuze groepen in zijn kantoren op te nemen. De poging van Faisal om pan-Arabisch nationalisme te creëren kan echter hebben bijgedragen aan het isolement van bepaalde religieuze groeperingen.

Eerder, in mei 1918 had Chaim Weizmann een ontmoeting met Emir Faisal I – de enige erkende Arabische leider in die tijd – in Aqaba, waar zij brieven van wederzijdse steun wisselden. Met T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia) als tussenpersoon, gingen de twee door met een reeks bijeenkomsten die leidden tot een memorandum van 3 januari 1919 waarin Faisal de Balfour Verklaring onderschreef. Hij kon het memorandum vanwege de Arabische vijandigheid echter niet afleveren. Stel je voor hoe de loop van de geschiedenis zou zijn veranderd als hij dit wel had kunnen doen.

De Balfour-verklaring kreeg een juridisch gevolg en werd onderdeel van het internationale recht op de San Remo Conferentie in Italië die plaatsvond van 19 tot 26 april 1920, waar Groot-Brittannië een mandaat kreeg om Palestina te beheren en de Balfour Verklaring moest uitvoeren en waarin tevens de principes van de Balfour Verklaring van november 1917 juridisch bindend werden gemaakt, hoewel de Britten die belofte van Balfour later zullen verbreken.

De Faisal-Weizmann-overeenkomst was een overeenkomst van 3 januari 1919 tussen Emir Faisal, de derde zoon van Hussein van het kortstondige koninkrijk Hejaz, en Chaim Weizmann, een Zionistische leider die de Balfour Verklaring van 1917 met de Britse regering had onderhandeld, en deze twee weken vóór de start van de vredesconferentie van Parijs van 18 januari 1919 had ondertkend.

Samen met een brief geschreven door T. E. Lawrence in Faisal’s naam aan Felix Frankfurter in maart 1919, was het een van de twee documenten die werden gebruikt door de Zionistische delegatie op de vredesconferentie om te betogen dat de Zionistische plannen voor het Mandaat Palestina (aka de creatie van een Joods thuisland) de voorafgaande goedkeuring van de Arabieren hadden [!].

De overeenkomst werd aan Faisal aangeboden in zijn kamer in het Carlton Hotel op 3 januari 1919 waarna hij het document ondertekende maar voegde er in het Arabisch een kanttekening aan toe naast zijn handtekening, zodanig dat Faisal de overeenkomst als voorwaarde beschouwde dat (Joods) Palestina zou bestaan binnen de Arabische onafhankelijkheid. De Zionistische organisatie heeft de overeenkomst zonder diens kanttekening bij de vredesconferentie van Parijs ingediend wat beslist geen onverstandige zet was.

Plaatje hierboven: Jeruzalem, aan de Damaskuspoort. Arabische anti-zionistische demonstratie van 8 maart 1920, naar aanleiding van de oprichting die dag van het koninkrijk Syrië (aka Groter Syrië) door de Hasjemitische Emir Faisal I uit Mekka, Saoedi-Arabië. Dat gebeurde minder dan drie jaar na de Balfour Verklaring en de Britse verovering van Jeruzalem. Veel demonstranten verklaarden dat zij Syriërs waren [beeldbron: A Picture A Day]


Bronnen:

♦ naar een artikel van Meir Zamir “Israel’s Secret War for Syria’s Independence” van 15 juni 2018 op de site van Haaretz

♦ naar een artikelThe Gates of Jerusalem Then and Now, Part II, The Damascus Gate” van 26 juli 2018 op de site van A Picture A Day

♦ naar een artikelThe 1920 Nebi Musa riots or 1920 Jerusalem riots” From Wikipedia, the free encyclopedia

♦ naar een artikel10 things you may not know about Balfour” van 4 november 2016 op de site van Jewish News