Een van de oudste wieken in de wereld ontdekt uit de Byzantijnse tijd

Nieuw onderzoek door de Israel Antiquities Authority (IAA) heeft een unieke wiek ontdekt, gebruikt om lampen te verlichten, gedateerd in de Byzantijnse periode, zo’n 1500 jaar geleden. Ondanks zijn kleine formaat, is het belang ervan groot, zowel omdat het met zekerheid werd geïdentificeerd als een lont en omdat er maar heel weinig dergelijke lonten zijn overgebleven uit de oudheid.

De wiek werd voor de eerste keer onderzocht als onderdeel van een uitgebreid onderzoeksproject over Byzantijnse nederzettingen in de Negev, uitgevoerd door de Universiteit van Haifa en geleid door Prof. Guy Bar-Oz en Dr. Yotam Tepper. De gelocaliseerde vondsten van Dr. Tepper werden nog niet gepubliceerd bij de opgraving in de jaren 1930 door de Amerikaanse Colt-expeditie naar de Negev-site van Shivta. De wiek werd voor onderzoek naar de laboratoria van de IAA gestuurd.

Dr. Naama Sukenik van de IAA, die de wiek bestudeerde, zegt: “Het lijkt erop dat deze zeldzame vondst werd bewaard dankzij het droge klimaat in de Negev. Olielampen speelden een belangrijke rol in het dagelijks leven in de oudheid en verlichtten huizen en openbare gebouwen na zonsondergang. Lampen gemaakt van aardewerk of glas worden vaak gevonden in archeologische opgravingen, maar het vinden van een lont uit de oudheid is zeldzaam. Dat komt omdat ze zijn gemaakt van organische vezels, die normaal snel desintegreren en in de bodem verdwijnen, evenals omdat ze zo klein zijn en meestal worden geconsumeerd door vuur.”

De wiek werd gevonden in de houder – een kleine koperen buis waarin deze was geplaatst toen deze werd aangestoken (plaatje bovenaan). Een microscopisch onderzoek door Dr. Sukenik toonde aan dat de wiek was gemaakt van linnen, dat afkomstig is van de vlasplant en bekend staat om zijn gebruik in textiel en kleding en ook voor wieken in olielampen.

“De Mishnah, tractaat Sjabbat, bespreekt welke materialen wel en niet als wieken mogen worden gebruikt voor de sabbatlampen. Ook daar wordt linnen genoemd als een hoogwaardig materiaal voor wieken, omdat het lang en mooi brandt. De Mishnah noemt andere lonten, die waren gemaakt van materialen van mindere kwaliteit en daarom verboden waren voor gebruik in sabbatslampen. Onder deze waren vezels van een plant genaamd Sodoms appel, die tot op de dag van vandaag groeit in het gebied van de Dode Zee.”

Het lijkt erop dat de inwoners van Shivta er ook voor kozen hun openbare gebouwen te verlichten met linnen wieken. Omdat vlas niet in de Negev groeit, kwam het waarschijnlijk door de handel uit het noorden van het land,” voegde Dr. Sukenik eraan toe. Testen op de kwaliteit van de vezels deden Sukenik geloven dat de inwoners van Shivta in de Byzantijnse periode linnen van lagere kwaliteit voor hun lont kochten, waardoor ze betere vezels voor de kledingindustrie reserveerden.

De onderzochte wiek (lont) behoort toe aan een type glazen lamp die typerend is voor de Byzantijnse periode – een soort glazen beker of kom die met olie was gevuld en voldoende licht bood, zelfs na zonsondergang,” zegt Sukenik. “Ondanks het kleine formaat van de wiek van Shivta – slechts enkele centimeters lang – werpt het licht op een van de meest essentiële en gemeenschappelijke voorwerpen uit de oudheid, die bijna uit de wereld is verdwenen, maar overleefde in Shivta“, voegt Dr. Sukenik eraan toe.

De pit en andere voorwerpen van de Colt-expeditie in Shivta zullen te zien zijn op 24 januari 2019 in het Hecht Museum in Haifa.


Bronnen:

naar een artkel van David Israel “One of Oldest Wicks in the World Uncovered” van 10 december 2018 op de site van The Jewish Press