Waarom protesteren mensen tegen Holocaust-gedenktekens in Nederland en België?

Bijna 20 jaar geleden herdacht Amersfoort de 333 slachtoffers van de Holocaust met een prachtig en ongewoon object – een Torah-achtige boekrol met alle namen samen met de datum en plaats van hun overlijden. De boekrol, een geschenk van de Raad van Kerken in Midden-Nederland aan de gemeente, werd onthuld tijdens een ceremonie, bijgewoond door toenmalig burgemeester Annie Brouwer in april 1999. Haar toespraak erkende het leed van de slachtoffers.

Maar volgens informatie die vorige week werd onthuld, weigerden Brouwer en anderen in de stad vervolgens om het item tentoon te stellen en aan te bieden om het in de stadsarchieven te plaatsen. Het blijft daar vandaag, ontoegankelijk voor het publiek. De stad ging in op de manier waarop de rol alleen de Joden vermeldt, meldde de krant De Stadbron deze maand, wat grote veronrwaardiging uitlokte.

Verre van een geïsoleerd incident, is de controverse die zich in Amersfoort afspeelt symptomatisch voor een groter probleem in Nederland en België. Daar werden de herdenkingsinitiatieven van de Holocaust de afgelopen jaren met toenemende weerstand tegemoet getreden, ondanks de grote belangstelling van de bevolking voor de genocide.

Het fenomeen komt vooral in Nederland steeds vaker voor. In tegenstelling tot zijn buurlanden heeft Nederland zich nooit officieel verontschuldigd voor de rol van zijn ambtenaren en sommige burgers bij de moord op 75% van zijn vooroorlogse Joodse bevolking van 140.000 – het hoogste dodental in het door de nazi’s bezette Westen Europa.

In 2013 vocht het Nederlands Spoorwegmuseum in Utrecht zonder succes de bouw van een standbeeld buiten de deuren ter nagedachtenis aan de 1.224 lokale Joden die naar hun dood werden gestuurd aan boord van nationale treinstellen. In Amsterdam tekenden tientallen kunstenaars deze maand een petitie tegen de oprichting van een nationaal monument in de voormalige Joodse wijk van deze hoofdstad. Veel huidige bewoners maken bezwaar tegen de prominente voetafdruk van het monument. Zelfs kleine monumenten ter grootte van ansichtkaarten roepen bezwaren op.

Vorig jaar had een Amsterdams echtpaar de stad aangeklaagd over gedenkplaten (Stolpersteine) die buiten hun huis in de stoep waren ingebed en die de Joden herdenken die daar ooit woonden. Na een tegenslag lieten ze eindelijk hun rechtszaak vallen, waarin ze zeiden dat de objecten ‘de atmosfeer in gevaar brengen’ van hun sjieke straat. En in mei zei een Amsterdamse boekhandelaar dat een politieagent hem vroeg om een ​​bord ter herdenking van slachtoffers van de Holocaust te verwijderen, met vermelding van de acties van Israël.

Intussen, in de Belgische stad Antwerpen waar het belangrijkste Holocaust-monument staat, raakte in april 2017 bekend dat het gemeentebestuur plannen heeft om het monument te verplaatsen naar een ander deel van de stad waar ‘minder verkeer is’. Helaas had het stadsbestuur de Joodse gemeenschap vooraf niet geraadpleegd wat onmiddellijk leidde tot felle protesten.

Burgemeester Bart de Wever (N-VA) besloot vervolgens om opnieuw in overleg te gaan, maar dit keer met Joodse instanties. Ook zit hij een commissie van deskundigen voor, die zich buigt over een nieuw monument met alle namen van Belgische Joden die omkwamen in de Shoah. Dit gedenkteken is te vergelijken met het aankomende Namenmonument in Amsterdam, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Voor Leon de Winter, de zoon van overlevenden van de Holocaust en een van Nederlands bekendste schrijvers, zijn bezwaren tegen Holocaust-gedenktekens het resultaat van “de noodzaak om een ​​gevoel van schuld te onderdrukken voor de massale samenwerking met de nazi’s, in combinatie met vermoeidheid van het horen over het lot van de Joden.”

Ronny Naftaniel, de uitvoerende ondervoorzitter van CEJI, een in Brussel gevestigde Joodse organisatie die tolerantie door middel van onderwijs promoot, schrijft ze toe aan “een misleide tegenzin om Joden er apart uit te lichten en hen amper en met veel tegenzin als Nederlandse burgers te beschouwen, hoewel dit hen uiteraard discrimineert omdat enkel zij en de Roma werden uitgeselecteerd voor vernietiging als zijnde Joden en zigeuners – en dus niet als Nederlanders.”

De belangstelling voor de judeocide tijdens WOII neemt nog steeds toe. Zoals in Nederland bleek dat de best bekeken lokale filmproductie van dit jaar, Bankier van het Verzet, een drama was over het levensechte verhaal van verzetsheld Walraven van Hall, wiens heldhaftigheid in de film verankerd was in de vervolging van Joden.

“Maar zelfs deze film is symptomatisch voor de ‘onopgeloste kwestie’ van de Nederlandse samenleving met de Holocaust,” zegt de Winter, de schrijver. “Ja, Holocaust-verhalen zijn populair in Nederland,” vertelde hij JTA, “maar alleen als ze gepolijst, gereinigd en gebleekt zijn van de enorme schuld die dit land nog moet verwerken.”

Plaatje hierboven: Herdenkingsmonument voor de gedeporteerde Joodse bevolking dat staat aan het begin van de Belgiëlei tegenover de spoorweg, Antwerpen. Het monument is een kunstwerk van Willem Bierwerts en werd ingehuldigd op 27 mei 1997 [beeldbron: Alfons Van Camp/Seniorennet]


Bronnen:

♦ naar een ingekort artikel van Cnaan LiphshizWhy are people protesting Holocaust memorials in Holland and Belgium?” van 23 oktober 2018 op de site van The Jewish Telegraphic Agency

♦ naar een artikel van Kemal Rijken “Trammelant in België na bezoek Knesset-voorzitter” van 7 februari 2018 op de site van Jonet.nl

Advertenties

4 gedachtes over “Waarom protesteren mensen tegen Holocaust-gedenktekens in Nederland en België?

  1. De ‘Joodse’ Holocaust herdenkingstekens zijn een beschuldigende vinger richting de medewerking van de toemalige regeringen & bevolking voor, tijdens & na de Holocaust op de Joden.

    Een bijna identiek scenario word nu herschreven waarin “Israel” het woord Jood vervangt……………….voor nu!

    Het moge duidelijk zijn dat géén Inquisitie, Pogrom of Holocaust de ziekelijke afwijking bij geboren Jodenhaters zal vernietigen….nu niet, nooit niet!

    Like

  2. Ik ben van kort na de oorlog, heb altijd actief herdacht en ben me goed bewust van hetgeen in en voor WOII met de Joden gebeurd is.
    Ik ben actief supporter van Israël (in een omgeving waar dat beslist niet op prijs gesteld wordt).
    Toch hoef ik nu na 75 jaar niet meer openbare herdenkingsplaatsen. Er zijn er m.i. genoeg. Ik ben nergens schuld aan en mijn hele familie ook niet en ik wil niet het gevoel hebben dat die schuld mij op elke straathoek wordt ingepeperd. Dat is gewoon te veel. Bovendien wordt dit herdenken tegenwoordig teveel gekoppeld aan linkse standpunten over de huidige instroom en toelating van immigranten/asielzoekers.
    Ik ben me bewust dat ik hiermee een tegendraadse mening verkondig, maar ik denk dat mijn standpunt wel vaker voorkomt maar dat weinig mensen ervoor durven uit te komen., vooral in de discussie over de plaatsing van stolpersteine.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.