Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang? Deel 4: Actie en reactie

Wat doet de overheid?
Op zich is het niet moeilijk om veel van de pro-Palestijnse propaganda met feiten te ontkrachten, maar het effect van zulke pogingen is niet groot. Men heeft zich nu eenmaal vastgebeten in de Palestijnse kwestie: men wil horen over de verwoestingen die het Israëlische leger in Gaza aanricht, en niet over de raketten die daarvoor vanuit de Gazastrook op huizen van Israëlische burgers werden afgeschoten. Het antizionisme is bon ton geworden.

Maar voor hoe lang? De Europese landen hebben zich nadrukkelijk uitgesproken tegen het antisemitisme en hebben zelfs een speciale coördinator voor de bestrijding van antisemitisme aangesteld: Katharina von Schnurbein. Ook de overheid in België heeft het antisemitisme streng veroordeeld. Hoe vertaalt zich dit echter op juridisch vlak?

In België werd een afzonderlijk instituut voor de bestrijdinq van discriminatie en racisme opgericht. Eerst onder de naam: ‘Interfederaal Centrum voor Gelijke Kansen en Bestrijding van Discriminatie en Racisme’; sinds 2016 onder de veel kortere benaming: Unia. Men zou verwachten dat dit centrum zich met de bestrijding van Jodenhaat zou bezighouden, maar in de praktijk blijkt men minder geïnteresseerd in de opkomst van het antisemitisme dan in het probleem van de discriminatie van allochtonen.

Antizionisme valt zelfs geheel buiten het vizier. Het feit dat veel medewerkers van allochtone afkomst zijn, heeft hier zeker mee te maken. Zo behartigde de juriste Rachida Lamrabet bij Unia tot voor kort de strijd tegen het antisemitisme, terwijl zij de ene petitie gericht tegen Israël na de andere ondertekende. Toen Joodse organisaties hierbij hun bedenkingen naar voren brachten, stelde zij dat het om een privézaak ging, die niets met haar werk van doen zou hebben … Uiteindelijk deden haar controversiële uitspraken over het boerkaverbod haar de das om.

Op de desinteresse, als het om antisemitisme gaat, is het centrum geregeld aangesproken zonder dat dit tot een werkelijke koerswijziging heeft geleid. Het getij lijkt echter te keren, nu er een nieuwe staatssecretaris voor Gelijke Kansen is benoemd: de energieke Zuhal Demir, die de tekortkomingen van het zwaar gesubsidieerde Unia niet wenst te accepteren. De Belgische justitie blinkt evenmin uit door een actief beleid tegen antisemitisme. Tot feitelijke veroordelingen komt het zeIden – men beroept zich op de vrijheid van meningsuiting.

De reeds genoemde cartoons op de website van AEL leidden in Nederland tot een veroordeling, maar niet in België. Toch is de situatie niet hopeloos. Zo heeft beqin dit jaar het Luikse hof van beroep de uitspraak in de zaak van de Franse komiek Dieudonné Mbala Mbala bevestigd. Het hof volgde hiermee het vonnis van de correctionele rechtbank, die de artiest in 2015 veroordeelde tot twee maanden cel en een boete van 9000 euro voor zijn discriminerende, antisemitische, revisionistische en negationistische uitspraken tijdens een optreden in Herstal in 2012. Een beroep op het recht van vrije meningsuiting heeft de uitvinder van de quenelle niet kunnen redden.

Plaatje hierboven: Op de nationale openbare Vlaamse omroep Canvas/Eén/ VRT/NWS hoeft men alvast niet te rekenen om het tij te keren. Hierboven, in het journaal van maandag 7 januari 2013,  haalt op de Vlaamse omroep nieuwsanker Kathleen Cools scherp uit naar een vermeende Joodse Lobby in het programma Terzake/Canvas.  Op de achtergrond Ankie Rechessvanuit Israël‘. Terloops: het programma werd op de piekuren drie keer herhaald en de hele nacht lang in een lus opnieuw herhaald tot in de ochtend. Geschat aantal kijkers: bijna 2 miljoen. Tegen een dergelijke solide anti-Zionistische propagandamachine opboksen wordt wel erg problematisch. Jaarlijkse overheidstoelage VRT: €  521.400.000 (werkjaar 2017). [bron]

Kerend tij
Het is een teken aan de wand dat het antizionisme in het Westen alweer over zijn hoogtepunt heen is en dat er tegenkrachten zijn losgemaakt, die vinden dat de verguizing van Israël nu wel lang genoeg heeft geduurd. Met name de BDS-beweging lijkt haar hand te overspelen. Na een aanvankelijk succes begint deze actiegroep de laatste tijd steeds meer irritatie op te roepen. En niet zonder reden, want hun acties tegen Israëlische producten in supermarkten roepen associaties op met die van de nazi’s: ‘Kauft nicht bei luden‘. Overal ter wereld worden nu maatregelen genomen om de BOS-beweging aan banden te leggen en het ziet ernaar uit dat deze trend zich gaat doorzetten.

Zeer belangrijk in dit verband is de gewijzigde situatie in het Midden-Oosten. Nadat de zogeheten ‘Arabische Lente’ op een fiasco uitdraaide en de burgeroorlog in Syrië met in het verlengde daarvan het uitroepen van het Islamitisch Kalifaat (IS) de gehele regio in chaos stortte, werd het Palestijnse vraagstuk naar de achtergrond verschoven. Wie kon in deze nieuwe situatie nog beweren dat de oplossing van alle problemen in het Midden-Oosten zou liggen in het beëindigen van de Israelische bezetting? Zeker nu het de Palestijnse leiders niet is gelukt om de eenheid te bewaren in de gebieden die onder hun bestuur staan. Ook sommige Arabische landen vinden een sterk Israël als tegenwicht tegen hun vijanden tegenwoordig belangrijker dan de stichting van een Palestijnse staat.

Een duidelijk teken dat onder politici het bewustzijn groeit dat het opkomende antisemitisme – ook in de vorm van antizionisme – niet langer kan worden genegeerd, is de resolutie die op 1 juni jongstleden door het Europese parlement werd aangenomen. Hierin wordt een reeks van maatregelen aanbevolen, die bijdragen aan ~estrijden van antisemitisme in Europees verband. Belangrijk daarbij is dat men de werkdefinitie van antisemitisme, opgesteld door de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), overneemt en aan de lidstaten aanbeveelt om als uitgangspunt te dienen bij het vervolgingsbeleid.

De visie van de IHRA op de vraag welke elementen van het antizionisme als antisemitisch te beoordelen zijn, komt nauw overeen met wat in onderhavig artikel wordt gesteld, en biedt geen ruimte voor pogingen om het antizionisme salonfähig te maken. Het is dan ook niet te verwonderen dat in Nederland het antizionistische kamerlid Kirsten van den Hul in een vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken erover klaagt dat de werkdefinitie ‘het onderscheid tussen stellingname ten aanzien van Israël en antisemitisme vertroebelt en daarom […] de vrijheid van meningsuiting dreigt aan te tasten‘. Men ziet de bui al hangen …

Wat te doen?
Een belangrijke stap om de strijd tegen het antisemitisme en het verwante antizionisme effectiever te maken, zou zijn dat men Jodenhaat niet langer meer rubriceert onder de noemer ‘racisme: omdat zo het eigen karakter van het antisemitisme ondergesneeuwd raakt. Degenen die zich inzetten om discriminatie van allochtonen in de maatschappij te bestrijden, zijn niet bij uitstek geschikt om zich met de ingewikkelde materie van het antisemitisme bezig te houden. Zo zouden genoemde problemen bij Unia snel zijn opgelost, wanneer men daar een op dit gebied deskundige zou aanstellen om uitingen van antisemitisme aan de orde te stellen.

Ook zouden politie en justitie in België gebaat zijn met een afzonderlijke wetgeving tegen antisemitisme, los van die tegen racisme, vergelijkbaar met de wet van 23 maart 1995, waarin negationisme strafbaar wordt gesteld. Een wetgeving waarin duidelijk wordt gedefinieerd wat antisemitisme is en wat niet, uitgaande van de werkdefinitie van de IHRA (hierboven genoemd), is dringend nodig. Een dergelijke wet zou aan de politie een handvat bieden om bij antisemitische gedragingen meteen in te grijpen en aan het openbaar ministerie om in zo’n geval strafvordering in te stellen. Een gericht vervolgingsbeleid zou duidelijk maken dat onze maatschappij geen enkele vorm van antisemitisme duldt, ook wanneer die als kritiek op Israël is verpakt, en zou onze Joodse medeburgers een hart onder de riem steken dat hun zaak ieders zaak is.


Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang?

Deel 1: Definities

Deel 2: Shoah en negationisme

Deel 3: Links anti-Zionisme

Deel 4: Actie en reactie

Bronnen:

♦ naar een artikel van Klaas A.D. SmelikHet anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang?” van september 2017 gepubliceerd in Joods Actueel Magazine Nr. 119 blz. 80 t/m 87

Advertenties

Een gedachte over “Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang? Deel 4: Actie en reactie

  1. Iets mondeling veroordelen zet écht geen zoden aan de dijk.
    Het zijn praatjes voor de bühne.

    Voor de eeuwenoude genetische afwijking, genaamd Jodenhaat, is nog nooit een remedie gevonden en deze ‘coordinator Katharina von Schnurbein zal daar ook geen verandering in brengen.

    Het Palestijnse verhaal is het zoveelste excuus om de eigen haat te legitimeren.

    Van het ‘vermoorden van Jezus, het anders zijn, het wel/niet aanpassen, het rijk zijn, te véél invloed hebben, media beheersing, ünter/über ras, Joodse Lobbi, t.m. de palestijnen…..je kan het zo gek niet bedenken of de haters hebben het geprobeerd.

    De énige remedie is een sterke staat vol succesvolle Joden!

    Like

Reacties zijn gesloten.