Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang? Deel 1: Definities

Op 16 juli werden de slachtoffers herdacht van de razzia in Parijs in 1942, waarbij de opgepakte Joden onder erbarmelijke omstandigheden werden opgesloten in het Vel d’Hiv (Velodrome d’Hiver) alvorens te worden gedeporteerd. Bij die gelegenheid verklaarde de Franse president Emmanuel Macron vastberaden: “Nous ne céderons rien à I’antisionisme, car il est la forme réinventée de I’antisémitisme.” Men kan zich afvragen of Macron gelijk had toen hij zei dat in Frankrijk niets wordt toegegeven aan het antizionisme – de wens lijkt hier de vader van de gedachten.

Het is trouwens een verschijnsel dat wij niet alleen in Frankrijk zien: ook in andere West-Europese landen wordt de strijd tegen het antisemitisme eerder met de mond beleden dan in daden omgezet. Interessanter is het vervolg van Macrons¬ uitspraak: volgens hem is het antizionisme de opnieuw uitgevonden vorm van het antisemitisme.

Dit is een opvatting die door sommigen wordt gedeeld – zoals bijvoorbeeld door de invloedrijke Engelse oudopperrabbijn Jonathan Sacks, die op 27 september 2016 tijdens een redevoering voor het Europese parlement in Brussel kort en bondig zei: ‘Anti-Zionism is the antisemitism of our time’ – maar die door anderen juist fel wordt bestreden.

Bij hoog en bij laag beweert men dat antizionisme niets met antisemitisme te maken zou hebben. Klopt dit? Hebben president Macron en rabbijn Sacks gelijk of halen zij zaken door elkaar? Voordat wij deze vraag proberen te beantwoorden, is het van u belang om eerst de in dit verband gebruikte termen helder te krijgen. Wat bedoelen wij met ‘antizionisme’ en wat met ‘antisemitisme’?

Antisemitisme en anti-Judaïsme
Antisemitisme is een term die veel wordt gebruikt en een brede betekenis heeft gekregen, zo niet een scheldwoord is geworden. Daardoor ziet men over het hoofd dat ‘antisemitisme’ in feite een specifieke term is, geijkt door aanhangers van deze racistische ideologie. Het ging toen in de tweede helft van de negentiende eeuw om een politieke beweging die zich richtte tegen het Joodse ras en zijn veronderstelde invloed in de maatschappij.

Volgens het antisemitisme is het Joodse ras minderwaardig: Joden teren als parasieten op de bevolking van het land waar zij leven; zij vormen een plaag en dienen daarom te worden bestreden, verdreven, zo niet uitgeroeid, zoals men ratten verdelgt. Omdat het om raseigenschappen gaat, die van generatie op generatie zouden worden overgeleverd, is het volgens het antisemitisme niet mogelijk dat Joden door assimilatie kunnen worden opgenomen in de maatschappij.

Zij zijn en blijven Joden, hoezeer sommige van hen ook hun best doen zich als niet-Joden, Ariërs, te gedragen. Juist geassimileerde Joden zouden een groot gevaar voor de maatschappij vormen. Voordat het antisemitisme in de negentiende eeuw ontstond, bestond er ook Jodenhaat, maar toen ging het niet om een (verondersteld) Joods ras, maar om het jodendom als godsdienst. Zowel in het christendom als de islam werd de Joodse religie afgewezen en werden de Joden opgeroepen om zich te bekeren tot de ware godsdienst.

De meeste Joden bleken echter ‘verstokt’ te zijn en hun traditie trouw te blijven. Omdat zij in een heilig boek, de Thora, geloofden, werden zij echter niet onder de’heidenen’gerekend die moesten worden uitgeroeid, maar mochten zij in de marge van de maatschappij blijven voortbestaan als een door God verworpen volk. Zowel in het christendom als in de islam werden juridische constructies bedacht om de Joden te discrimineren.

Wij noemen dit anti-judaïsme, omdat in deze vorm van Jodenhaat de religie de hoofdrol speelt. Hoewel het christelijke en het islamitische anti-judaïsme in theorie en praktijk niet veel van elkaar verschillen, was er bij het christelijke anti-judaïsme een verzwarende factor, die onnoemelijk veel leed heeft veroorzaakt: de bewering dat de Joden Gods Zoon zouden hebben vermoord. Deze ongefundeerde beschuldiging leidde ertoe dat de haat tegen de Joden in de christelijke wereld feller was dan in de islamitische. Nu is de situatie omgekeerd: na de Tweede Wereldoorlog hebben de meeste kerken toegegeven dat deze beschuldiging ongegrond was en streeft men naar een broederlijke verhouding tot het Joodse volk. In de islam is de vijandschap tegen de Joden juist verscherpt, onder meer als reactie op het succes van het zionisme.

Deze vormen van Jodenhaat hebben onvoorstelbaar veel ellende teweeggebracht en het is niet meer dan logisch dat de erfgenamen van de Europese anti-Joodse tradities nu proberen afstand te nemen van de zonden der vaderen door zich positief tegenover het jodendom op te stellen. Dit inzicht vinden wij echter niet in de wereld van de islam, waar slechts een enkeling vraagtekens plaatst bij de eigen anti-judaïstische traditie.

Een opvallend verschijnsel in de geschiedenis van de Jodenhaat, is dat de ene fase doorloopt in de volgende. De kerkvaders die het anti-judaisme propageerden, bouwden voort op de vooroordelen die Grieken en Romeinen tegenover Joden hadden. Aan het antisemitische racisme van de negentiende eeuw ging de leer van de Iimpieza de sangre (zuiverheid van het bloed’) uit het zestiende-eeuwse Spanje vooraf, waarbij men moest aantonen geen Joodse voorouders te hebben. Zo zien wij in het hedendaagse Arabische antizionisme elementen terug uit het negentiende-eeuwse Europese antisemitisme.

vlagverbrandenMerkwaardig tafereel te Antwerpen, donderdag 10 mei 2012, op de speelplaats van de Satmar Cheider school. Joden verbranden in het openbaar een Israëlische vlag. [bron: Joods Actueel]

Anti-Zionisme
Wat is nu antizionisme? Strikt genomen gaat het om een ideologie, waarbij de doelstelling van het zionisme om een Joodse staat te stichten, wordt afgewezen. Als zodanig behoeft het antizionisme daarom niet anti-Joods te zijn. Toen het zionisme ontstond aan het einde van de negentiende eeuw, waren zowel de orthodoxe als de Reform-Joden antizionistisch avant la lettre.

Slechts een kleine minderheid van de gelovige Joden ondersteunde het zionisme, dat voornamelijk een seculiere beweging was. En nog steeds zijn er ultraorthodoxe Joodse stromingen die tegen het bestaan van de staat Israël gekant zijn. Zo werd op 10 mei 2012 op de binnenplaats van een orthodox-Joodse school in Antwerpen de Israëlische vlag verbrand ter gelegenheid van de feestdag van Lag Baomer, een dag waarop men in Israël gewoon is om vreugdevuren te ontsteken.

Een bizar gezicht: orthodoxe Joden die de vlag van het Joodse land in brand steken – beelden die men associeert met anti-Israëldemonstraties. Niettemin zag de directie van de school niet in waarom zij verontschuldigingen voor dit incident zou moeten aanbieden. ‘Integendeel’ – schrijft het schoolcomité in een reactie aan Joods Actueel – ‘naar ons aanvoelen is het absoluut niet belangrijk om ons te distantiëren als een Israëlische vlag bij ons in de binnenkoer wordt verbrand, een vlag die symbool staat voor meer dan 60 jaar heiligschennis”.

Antizionisten in de Westerse landen claimen ook dat zij niet anti-Joods zijn. Zij zouden niets tegen Joden hebben, maar wel de’Apartheidstaat’ Israël verwerpen. De beschuldiging dat zij antisemieten zijn, zou een doorzichtige poging zijn om critici van het beleid van de Israëlische regering bij voorbaat monddood te maken. Op het eerste gezicht lijkt dit verweer niet onredelijk: linkse zionisten in Israël hebben ook kritiek op het beleid van de huidige regering. Deze zionisten kun je moeilijk antizionisten noemen.

Maar zo eenduidig ligt het niet, als wij naar de praktijk kijken. Gaat het werkelijk alleen om kritiek op het beleid van de regering? Een helder criterium om de schapen van de bokken te scheiden, is de vraag of men het recht van het Joodse volk op een eigen staat erkent of niet. Wie het bestaansrecht van Israël erkent, is geen antizionist, omdat hij of zij de basis van het zionisme onderschrijft: de Joden hebben recht op een eigen land zoals alle volkeren. Wanneer men dit recht niet erkent, is men wel een antizionist. Iemand die pleit voor een multicultureel Palestina, waar de verschillende bevolkingsgroepen in vrede naast elkaar leven, is evengoed een antizionist als iemand die de vernietiging van de Joodse staat nastreeft. Iemand die stelt dat het concept van een nationale staat verouderd is, is evengoed een antizionist als iemand die de Joden de zee in wil drijven. Maar zijn zij ook allemaal antisemieten?

In de praktijk kunnen wij onderscheid maken tussen – wat ik zou willen noemen – een salonfähig antizionisme, waarbij men zich nadrukkelijk van antisemitisme distantieert, en ‘onaangepast’ antizionisme, waarbij men zich niets aantrekt van beschuldigingen antisemiet te zijn.


Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang?

Deel 1: Definities

Deel 2: Shoah en negationisme

Deel 3: Links anti-Zionisme

Deel 4: Actie en reactie


Bronnen:

♦ naar een artikel van Klaas A.D. SmelikHet anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang?” van september 2017 gepubliceerd in Joods Actueel Magazine Nr. 119 blz. 80 t/m 87

Advertenties

Een gedachte over “Het anti-Zionisme lijkt bon ton geworden, maar voor hoelang? Deel 1: Definities

  1. Anti Zionisme is de ‘humanitaire’ legitimatie van Jodenhaat….(géén anti semitisme want Moslims zijn Semieten).

    Het is toch frappant dat al die bezorgde criticasters van de Israelische regering geen enkele behoefte voelen om regeringen, dictators & despoten van terreurstaten & regimes met hun ongevraagde kritiek de les te lezen.

    De wijze lessen van deze wereldverbeteraars over moraal & gedrag zijn alléén gereserveerd voor de Joodse regering in het Joodse land.

    M.a.w. hun ‘legitieme’ kritiek op het Zionistische regime stinkt van mijlenver naar de eeuwenoude Jodenhaat, verpakt in een nieuw ‘beschaafd’ jasje……….volgens eigen normen opgesteld.

    Hoog tijd om deze mensen te wijzen op het feit dat er in hun eigen achtertuin nog een hoop te verbeteren valt en ze zich daarom uit Israel’s binnenlandse aangelegen dienen te houden om eerst hun eigen rotzooi op te ruimen.

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.