Jodenvervolging tijdens de Kruistochten 1096-1099 Deel 2: De Volkskruistocht

De eigenlijke kruistochten werden door de paus georganiseerd, dus van bovenaf, maar de troepen van de Volkskruistocht (april-oktober 1096) vormden zich min of meer spontaan. De meerderheid van het leger bestond uit boeren, mensen zonder grond en zelfs vrouwen en kinderen die vervuld waren van religieuze haat. Maar de legerleiders waren ridders, vaak van voorname families, en dankzij deze getrainde, welgestelde mannen was de Volkskruistocht een factor om rekening mee te houden.

Veel vrijwilligers waren geïnspireerd door lekenpredikers. Zij zagen het als hun plicht om de boodschap van de heilige oorlog te verspreiden, ieder op zijn manier.

Een van de meest invloedrijke predikers was de Franse Pierre l’Ermite (aka Peter de Kluizenaar), die uit bronnen naar voren komt als een vreemde vogel. Hij liep altijd blootsvoets, waste zich zelden en leefde van vis en wijn. Ondanks zijn rare trekjes lokte hij mensen van heinde en ver aan, “deels door zijn reputatie, deels door zijn preken”, en hij wist al gauw een groot leger te verzamelen, aldus de kroniekschrijver Albert van Aken.

Peter de Kluizenaar werd de geestelijke leider van de circa 15.000 man grote Volkskruistocht, die in het voorjaar van 1096 Keulen verliet om het heilige Jeruzalem te bevrijden.

Aan de Rijn en de Moezel hadden veel joodse kooplieden vermogens verdiend aan de handel met het oosten. Toen de kruisridders dit gebied naderden, was hun proviand bijna op, waarop ze de joden onder druk zetten. Met een brief op zak van een groep Franse joden, die de bewoners opriepen de kruisridders voorraden voor de reis mee te geven, begaf Peter de Kluizenaar zich naar de stadspoort van Trier. De burgers van Trier hadden echter gehoord hoe de kruisridders in Frankrijk tekeer waren gegaan en voelden weinig voor een kennismaking met Peter of zijn gevolg. In allerijl vulden ze zakken met voedsel en andere benodigdheden, die ze naar de stadspoort brachten voor de hongerige kruisridders.

Het ‘volksleger’ van Peter de Kluizenaar

Voor zover bekend stond Peter zelf niet vijandig tegenover joden. Maar helaas had de excentrieke, charismatische Fransman als legerleider niet het overwicht dat hij als prediker had. Veel kruisridders hadden zich tot aan hun nek in de schulden gestoken. voor de reis en stonden te popelen om beslag te leggen op het vermógen van de joden, en Peter had de vele groepen kruisridders die zich door zijn preken hadden laten inspireren niet in de hand.

Voorop in de-strijd tegen de joden ging de Duitse graaf Emich von Leiningen, die nogal een heethoofd scheen te zijn. Tot zijn gevolg behoorden zowel aristocraten als boeren en berooide burgers uit Frankrijk, Vlaanderen, Lotharingen en Engeland. Een joodse ooggetuige vermeldde over de samenstelling van de groep dat bekenden van hem waren “overvallen door prinsen en gewone mensen, die een teken van het kwaad op hun kleding hadden, een kruis, en een helm droegen”.

De kruisridders waren, aldus de joodse geschiedschrijver Eliezar ben Nathan, “wrede buitenlanders, Duitsers en Fransen (…) die kruisen op hun kleding naaiden en talrijker waren dan sprinkhanen op de aardbodem”.

De wreedheden van Emich er zijn gevolg begonnen in mei 1096 in het Rijnland. Eerst stortten ze zich op Emichs thuisstad, Speyer, maar ze moesten hun aanval staken nadat de bisschop de joden beschermde. Gefrustreerd voerde Emich zijn mensen naar Worms, waar hij op 18 mei aankwam.

Omdat de joden van Worms hadden hoord dat hun geloofsgenoten in Speyer hulp van de bisschop hadden gekregen, zochten ze hun toevlucht tot de kerk. En net als in Speyer opende de bisschop in Worms zijn deuren voor een groep doodsbange joden, die vanuit de veiligheid van de bisschoppelijke vertrekken onthutst zagen hoe andere joden “als vee werden afgeslacht of over pleinen en door straten werden gesleurd”, verhaalt de Kroniek van Mainz.

Het duurde echter niet lang of het paleis van de bisschop werd omsingeld door de troepen van Emich, die op de deuren begonnen te bonzen. Uiteindelijk brak een uitzinnige menigte erdoorheen en stroomde binnen. Een bloedbad was onvermijdelijk. Sommige christenen hieuwen de joden zonder pardon neer, maar de meeste deden eerst nog een poging ze tot het christelijke geloof te bekeren. Maar zachtzinnigheid was er niet bij, wat het geval van de jood Isaac van Worms illustreert.

“Ze bonden een touw om zijn nek en trokken hem door de hele stad, door de modder in de straten naar de plek waar ze tot hun afgod bidden. Zijn ziel zat nog in zijn lichaam vast. Ze spraken tot hem: ‘U kunt nog verlost worden. Wilt u zich bekeren?’ Hij gaf een teken met een vinger. – hij kon niet meer spreken, omdat hij bijkans stikte – dat betekende: ‘Hak mijn hoofd er maar af.’ Toen sneden ze zijn keel door,” staat er in de Kroniek van Mainz.

Als ze voor de keuze werden gesteld om zich te bekeren of te sterven, beroofden veel joden zichzelf van het leven – een moeilijk besluit, want zelfmoord was volgens de Joodse wet een zware zonde. Veel mensen namen hun kinderen mee in de dood om ze te behoeden voor de vernedering en de gruwelijke moord waarmee de christelijke fanatici ze bedreigden. Op 20 mei was er in Worms vrijwel geen jood meer over.


Deel 1: Eerst de Joden dan de moslims

Deel 2: De Volkskruistocht

Deel 3: Bekeren of sterven


Bronnen:

♦ naar een artikelMoord op de Joden” in het magazine Historische Hoogtepunten // Kruistochten; een special van Historia nr. 2/2018; hoofdstuk 6, blz; 54 t/m 61

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.