Israëlische bezetting? Hoe kan je iets ‘bezetten’ wat al millenia lang je rechtmatige bezit is?

Het woord “bezetting” wordt al voor vele jaren gebruikt om het bestuur van Israël te omschrijven in Judea en Samaria (bekend als de Westoever of Westelijke Jordaanoever) en het Gaza district, gebieden die door Israël respectievelijk op het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië en Egypte werden heroverd tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967.

Jordaanse en Egyptische bezetting
In het gebezigde verwrongen taalgebruik door de media en van politici, zowel in Israël als in de meeste delen van de wereld, worden deze twee gebieden omschreven als “de bezette Palestijnse gebieden” net alsof Israël in 1967 ooit een land genaamd ‘Palestina’ zou bezet hebben alsmede een aantal Palestijnse gebieden heeft ingenomen.

Helaas zijn slechts zeer weinig mensen in het Westen en het Oosten die al deze mediaverhalen consumeren, zich bewust van de leugen die schuilt achter het gebruik van deze termen. Zoals veel termen die worden gebruikt in de context van het Arabisch-Israëlisch conflict en het strijdtoneel van het Midden-Oosten in het algemeen, zijn diegenen die deze termen gebruiken zelden of nooit geïnteresseerd in de verificatie van de juistheid van dat taalgebruik. In de meeste gevallen gebeurt dit niet uit onschuld of onwetendheid maar volgen zij een duidelijke politieke pro-Arabische agenda.

Indien het gebruik van onjuiste termen (zoals “democratie in de Arabische landen”, “Vrije verkiezingen”, “Vrouwenrechten” en ga zo maar door) slechts de weerspiegeling waren van de onwetendheid van de gebruiker omtrent de Arabisch-islamitische cultuur, dan zou dit aanvaardbaar maar betreurenswaardig zijn. Echter, wanneer het gebruik van dergelijke termen, die thuishoren in het lexicon van de westerse beschaving, de basis worden voor het beleid en de politieke besluitvorming, dan een dergelijk taalgebruik een dodelijk en gevaarlijk wapen.

Er zijn echter manieren om een taal te gebruiken, die een mengsel vertegenwoordigen van enerzijds onwetendheid en een vertekening van de historische feiten en anderzijds haat jegens Israël prediken en meer dan alleen maar een vleugje van antisemitisme. Het woord “bezetting” behoort tot deze categorie, en van alle bezette gebieden in de wereld wordt deze term heel en alleen aangehouden ten aanzien van Israël. (Zo bijvoorbeeld heeft Duitsland circa 44.310 vierkante mijl van haar grondgebied verloren met een bevolking van 9.621.000, voornamelijk aan Rusland en Polen. De bevolking is ofwel gevlucht voor de oprukkende Russische troepen of werd verdreven na het einde van de tweede wereldoorlog.)

Laten we eerst de simpele feiten over deze “bezetting”onder de loep nemen. Israël heeft het gebied op de ‘Westoever’ van Jordanië afgenomen en niet van een niet-bestaande ‘Palestijnse’ entiteit, en heeft de Gazastrook ingelijfd die werd vast gehouden door Egypte. Beide landen hadden deze gebieden veroverd tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 en voerden het gezag over die door hen illegaal bezette gebieden.

De Jordaniërs hebben zelfs het grondgebied ten westen van de Jordaan geannexeerd en noemden het van dan af ‘de Westelijke Jordaanoever’. Egypte installeerde haar bestuur in Gaza. Beide gebieden kwamen aldus voor 19 jaren in Arabische handen, maar niemand heeft in al deze jaren van Jordaanse en Egyptische bezetting, ook maar één keer gedacht aan de oprichting van een Palestijnse staat, alhoewel een dergelijke staat toch vrij eenvoudig kon opgericht en erkend worden, zelfs door Israël.

Bovendien werden noch de Jordaanse bezetting van de ‘Westelijke Jordaanoever’ noch de Egyptische heerschappij over Gaza ooit internationaal erkend, omwille van het eenvoudige feit dat deze twee landen gebieden bezet hielden die volgens internationale overeenkomsten, internationale besluiten en het internationale recht, behoorden tot het Joods Nationaal Tehuis. In feite behoorde de enige die beslag kon leggen op de eigendomstitel van die gebieden – en nog steeds behoort – tot de staat Israël, meer dan aan iemand anders.

San Remo – het cruciale document
De legale positie van het gehele grondgebied van Palestina werd duidelijk vastgelegd in verschillende internationale akkoorden. De belangrijkste van al deze overeenkomsten is deze die werd aangenomen tijdens de San Remo conferentie (na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog), toen op 24 april 1920 besloten werd om het mandaat voor Palestina onder de Volkenbond toe te wijzen aan Groot-Brittannië. Een overeengekomen tekst werd door de Raad van de Volkerenbond bevestigd op 24 juli 1922 en trad in werking in september 1923.

In de preambule van dit document wordt gesteld dat “… de Voornaamste Geallieerde Machten overeengekomen zijn dat het Mandaat verantwoordelijk moet zijn voor de concrete uitvoering van de verklaring die oorspronkelijk gemaakt werd op 2 november 1917, door de regering van Zijne Britsche Majesteit, en goedgekeurd door de genoemde Machten, ten gunste van de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk.” [“…the Principal Allied Powers have also agreed that the Mandatory should be responsible for putting into effect the declaration originally made on November 2nd, 1917, by the Government of His Britannic Majesty, and adopted by the said Powers, in favour of the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people.“] Die verklaring van 2 november 1917 is de beroemde ‘Balfour Verklaring’ die door dit document een internationale ratificatie verkreeg.

Bovendien, in artikel 2 van het document, verklaart de Volkerenbond dat “Het Mandaat verantwoordelijk zal zijn voor het brengen van het land onder zulke politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden, waardoor de oprichting van het Joodse Nationale Tehuis wordt verzekerd, zoals werd vastgelegd in de preambule.” In de preambule werd duidelijk gesteld dat: “erkenning werd verleend aan de historische band van het Joodse volk met Palestina en aan de gronden voor de reconstructie van hun nationale tehuis in dat land.”

Het was op deze basis dat het Britse Mandaat werd ingesteld. Het vervolg is ook bekend. Groot-Brittannië verzaakte aan haar plichten en in plaats van zich te houden aan haar verplichtingen zoals door de voorwaarden in deze documenten werden bepaald, deed het er alles aan om de oprichting van het Joods Nationaal Tehuis te dwarsbomen en besloot in 1947 uiteindelijk haar mandaat eenzijdig te beëindigen en trok weg uit Palestina op 15 mei 1948. Inmiddels hadden de Verenigde Naties (dat de Volkenbond had geërfd) besloten om West-Palestina op te delen in twee staten, een Joodse en een Arabische, maar dit besluit van 29 november 1947 werd niet enkel van de hand gewezen door de Arabieren, maar 7 Arabische legers vielen Palestina binnen om een einde te maken aan de jonge staat Israël, die was opgericht op 14 mei 1948.

De oorlog van 1948 van de jonge Israël tegen de Arabische legers eindigde met een wapenstilstand. Een lijn werd op een kaart getekend die de positie van de strijdende legers weergaf op de twee fronten in het oosten en het zuiden zoals die werden afgebakend op het moment van de wapenstilstand. Dit wordt de ‘Groene Lijn’ genoemd. Het is geen grens en noch Israël en noch de Arabieren hebben dit ooit meer beschouwd dan wat het in feite was: een lijn waarin de posities van de betrokken legers werden getoond aan het einde van een fase van vijandelijkheden, die kon worden verplaatst naar beide kanten indien de oorlog ooit zou worden hervat, zoals daadwerkelijk gebeurde in 1967. Als resultaat van de oorlog van 1948 moesten delen in Palestina die aan het Joods Nationaal Tehuis werden toegewezen, als door Jordanië en Egypte bezette gebieden worden achtergelaten, ondanks het feit dat die gebieden behoren aan het Joodse volk – met andere woorden aan Israël – en niet aan de Arabieren en zeker niet aan ‘Palestijnen’ waarvan op dat ogenblik [als entiteit] helemaal geen sprake was.

De Zesdaagse Oorlog en zijn gevolgen
De oorlog van 1967 creëerde op het terrein een nieuwe situatie: De wapenstilstandlijn van 1948 tot 1949 die op de kaarten werd getekend in het groen (niet in blauw of paars) werd als gevolg van deze oorlog verder verplaatst naar het oosten van de rivier de Jordaan, en die werd in 1994 geratificeerd als internationale grens door het vredesakkoord met Jordanië. In het zuiden was de Groene Lijn verplaatst als gevolg van de overwinning van Israël op de Egyptenaren, en werd in 1979 erkend als een internationale grens door het vredesakkoord tussen Israël en Egypte.

Er bestaat geen Groene Lijn meer! Die werd ingetrokken als gevolg van een nieuwe oorlog, die uiteindelijk door de vredesakkoorden werd omgezet in een ‘paarse lijn’. Degenen die de Groene Lijn als heilig blijven zien, aanbidden een denkbeeldig beeld en zijn vandaar niet geïnteresseerd in de feiten. Zij hebben achter deze heilige lijn een Palestijns volk en een Palestijnse staat gecreëerd, maar ze zijn veel minder geïnteresseerd in het welzijn van de Palestijnen dan in het scheppen van de omstandigheden die leiden naar de vernietiging van de Joodse Nationale Thuis.

Vijfenveertig jaar nadat de Volkenbond de Verklaring van San Remo heeft afgekondigd, heeft Israël haar rechtmatige bezit teruggevonden in de gebieden die werden toegewezen aan het Joodse volk als een nationaal tehuis. Hoe het dan mogelijk is dat het bezitten van haar eigen land als de ‘bezetting van Palestijnse gebieden’ kan worden genoemd, daar bestaat dan ook geen zinnige verklaring voor. Wat er zo tragisch is in dat hele verhaal is dat de Joden zelf hebben dit taalgebruik hebben overgenomen en er een hoeksteen van maakten voor eigen nationaal beleid. Alle feiten in dit artikel zijn bekend, maar toch hebben ze de neiging om het gemakshalve te vergeten. Het is daarom noodzakelijk om ze te blijven herhalen minstens zo vaak als de leugens over de valse ‘bezetting’ eindeloos herhaald werden en nog worden op dagelijkse basis.

Hetzelfde kan worden gezegd over de eis van Syrië dat Israël het door haar zogenaamde ‘bezette’ Golangebied moet teruggeven als ‘prijs voor de vrede’. Ook in dit geval zijn de feiten bekend, maar ze moeten onophoudelijk herhaald worden. Syrië heeft de Golan-hoogvlakte verloren als resultaat van de twee oorlogen die zij aangestoken en gevoerd heeft tegen Israël in 1967 en 1973, en na vele jaren waarin zij de Golan gebruikte als grote militaire basis voor het begaan van eindeloze daden van agressie tegen onschuldige Israëlische dorpen in de Jordaanvallei. Nadat zij dit gebied verloren heeft door middel van agressie, kan Syrië het gebied niet terugkrijgen net zomin als bijvoorbeeld Duitsland haar grondgebieden niet kan terugkrijgen die zij verloren hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bovendien, als Syrië ooit vrede wil bereiken met Israël, is het niet aan Israël dat moet ‘betalen’ voor deze vrede, maar Syrië dat het gebied wenst terug ‘te kopen’ om het zomaar uit te drukken, sinds het duidelijk is geworden dat in de politieke bazaar van het Midden-Oosten het Israël is dat een koopwaar bezit genaamd ‘vrede’, één die Syrië niet heeft. Het principe van de Syrische betaling voor vrede met Israël moet duidelijk worden gemaakt: Syrië moet, niet alleen in het reine te komen met de verliezen die het geleden heeft in de oorlogen van 1967 en 1973, maar het moet bereid zijn om meer concessies te doen als het haar werkelijke wil tot vrede wil bewijzen.

Nog een laatste woord over bezetting: Als er één bezetting is die historisch relevant is voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika dan is dat de islamitische. Door de kracht van het zwaard, veroverden de islamitische legers in de 7de eeuw de Arabische wereld, bezette uitgestrekte gebieden, onderwierpen volkeren, vernietigden culturen en talen in de naam van Allah en zijn profeet Mohammed en ze zijn nu klaar om Europa te bezetten….


Bronnen:

♦ naar een artikel van Moshe Sharon “Occupation? Whose Occupation?” van 30 december 2007 op de site van Middle East and Terrorism; Moshe Sharon is professor emeritus in Islamitische Geschiedenis en Beschaving aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem

Advertenties