De oorlog om Palestina tussen Hamas en Fatah, het werkelijke obstakel voor vrede

Plaatje hierboven: Veiligheidsagenten van Hamas en aanhangers van Al Fatah gaan elkaar met stokken te lijf tijdens schermutselingen in Gaza City op 7 september 2007 [beeldbron: AP/Haaretz]

Op 25 januari 2006 verkreeg de Islamitische Verzetsbeweging Hamas een meerderheid in het Palestijnse parlement via verkiezingen met 80 op 132 zetels, zowel in Gaza als in Judea & Samaria (aka de Westelijke jordaanoever). In juni 2007 brak in de Gazastrook een burgeroorlog uit tussen twee rivaliserende Palestijnse facties, Hamas en al Fatah.

Naar schatting 616 Palestijnen kwamen om tijdens de gevechten tussen de facties onderling. Volgens het rapport van de Palestijnse mensenrechtengroep de Independent Commission for Human Rights (ICHR) (voorheen PICCR) werden er 345 Palestijnen gedood in gevechten tussen de facties in 2006. In de eerste vijf maanden van 2007 werden nog eens 271 Palestijnen gedood.

De gevechten in Gaza veroorzaakten een exodus van Fatahleden die bescherming zochten en vonden bij het Israëlische leger en aldus met de hulp van Israël konden ontkomen naar de Westelijke Jordaanoever waar Fatah, de partij van PA-leider Mahmoud Abbas, de scepter zwaait.

Sindsdien wordt er sporadisch onderhandeld tussen beide rivalen om de violen terug gelijk gestemd te krijgen, maar die onderhandelingen lijken eerder symbolisch te zijn en worden door niemand ernstig genomen. Tijdens de recente editie van The Doha Debates van 16 maart 2010, die werd uitgezonden door BBC World News op 20 en 21 maart 2010, bleek andermaal hoe ver beide facties uit elkaar liggen en met als direct gevolg hoe weinig Arabieren nog vertrouwen hebben in de Palestijnse leiders.

De Westerse inspanningen om vrede te bereiken in de regio hebben zich altijd gericht op het combineren van twee tegengestelde fronten: Israël en Palestina. Nu, uit een zorgvuldige verkenning van de geschiedenis van het Midden-Oosten in de afgelopen twee decennia, blijkt dat de Palestijnen binnenskamers al lang verdeeld zijn.

Wat begon als een politieke rivaliteit tussen Yasser Arafat’s al-Fatah en grote rivaal Hamas van stichter sjeik Ahmed Yassin tijdens de eerste intifada van 1987, is uitgegroeid tot een exploderende strijd in de straten van de Gazastrook tussen de strijdkrachten van de opvolger van Arafat, Mahmoud Abbas, en Ismael Haniyeh, een van Yassin’s beschermelingen uit de beginperiode van Hamas. Vandaag gaat de strijd verder tussen deze twee diametraal tegengestelde krachten over de rol van de Palestijnse nationalisme en de toekomst van het radicale islamisme op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza.

Op 9 januari 2009 publiceerde de auteur Jonathan Schanzer bij uitgeverij Palgrave Macmillan zijn boek Hamas vs. Fatah. Hierin verwerpt Schanzer het beeld van het “constante verhaal dat de Palestijnen op hun eigen staat wachten,” een manier van voorstellen waarin de Palestijnen worden afgebeeld als een passieve factor in het proces van staatsvorming. In plaats daarvan Schanzer betoogt dat de zogenaamde moeilijke weg van de Palestijnen naar een soevereine staat in werkelijkheid het product is van hun eigen politieke verdeeldheid. Het beeld dat de schuld eenzijdig bij Israël zou liggen dat de Palestijnen nog altijd geen eigen staat hebben klopt dus niet.

Volgens Schanzer kwam het probleem van de interne verdeeldheid tussen Fatah en Hamas – om de controle te verwerven over de Palestijnse Autoriteit [zoals sinds 1994 de Palestijnse staat_in_wording gemeenzaam wordt aangeduid] – aan het licht tijdens het uitbreken van de eerste intifada in 1988. Op dat ogenblik was Yasser Arafat verbannen uit de Arabische zones in Israël en woonde in Tunesië, van waaruit hij en zijn Fatahpartij niet in staat waren om de eer voor de Palestijnse opstand voor hun rekening te nemen.

In plaats daarvan was het Arafat’s rivaal, Hamas, dat “snel al-Fatah overschaduwde in termen van populariteit met de islamisten en vluchtelingen.” Toen hij zag dat er slijtage kwam op zijn politieke relevantie, kondigde Arafat aan dat hij ‘in theorie’ het bestaansrecht van de staat Israël zou aanvaarden. Schanzer wees de verklaring van Arafat af, die hij slechts zag als “een truuk om zichzelf terug op het wereldtoneel te krijgen door simpelweg de staat Israël te erkennen,” zegt Schanzer, “de hele wereld haastte zich naar hem, denkende dat hij wellicht een einde aan de opstand zou maken en vrede zou brengen tussen Israël en de Palestijnen.”

De volgende zeven jaren waren de “Oslo-periode.” Hoewel anderen die akkoorden zagen als het aanbieden van hoop op een duurzame vrede, gelooft Schanzer dat Arafat stilaan zijn verregaande betrokkenheid in het vredesproces betreurde en besloot terug te komen op zijn eerder gedane beloftes. Door op zoek te gaan naar de mantel van een staatsman, zag Arafat dat hij zich bevond in een vacuüm in de arena van de “militaire strijd” waarvan Hamas in staat bleek die handig uit te buiten – zoals blijkt uit het feit dat tijdens de jaren 1990, de meeste terroristische aanslagen op Israël werden gepleegd door Hamas.

Voor Hamas dienden de aanvallen op Israël een tweeledig doel. Elke daad van terrorisme gepleegd door Hamas leek Fatah voor de buitenwereld nutteloos te maken en ondermijnde aldus de algemene strategie van Arafat. Aan de andere kant, cementeerden de terreuraanslagen tegen Israël de populariteit van Hamas bij de Palestijnen, die het steeds meer als assertief en strijdlustig beschouwde terwijl het al-Fatah aanzag als onderdanig aan het Westen mede doordaat Fatah had laten uitschijnen dat het belust was op het stichten van vrede met Israël.

Deze toestand duurde tot 2000 tot Arafat besloot om, bij het zien van de schade die hij met zijn verzoeningspogingen aan de politieke relevantie van Fatah had veroorzaakt, de tweede intifada te lanceren. Schanzer zegt dat de motivatie van Arafat achter deze actie was om Hamas op deze wijze buiten spel te zetten. Arafat promootte deze opstand op een veel meer islamistische manier dan de eerste Intifada, door bijvoorbeeld deze nieuwe opstand [= intifadah] de naam ‘Al-Aqsa Intifada’ mee te geven, genoemd naar de historische moskee van de islam die op de Tempelberg in Jeruzalem is gebouwd.

In 2004 overleed Arafat en hij werd als leider van al-Fatah opgevolgd door Mahmoud Abbas. Echter, in 2006 voor wat wordt aangeduid als “met een absolute aardverschuiving … van de meest vrije en eerlijkste verkiezingen die we waarschijnlijk ooit hebben gezien in de Arabische wereld,” hebben de Palestijnen Abbas en zijn Fatahpartij afgewezen en kozen ze met meerderheid van stemmen voor Hamas. Samen met de overwinning van Hamas begon wat Schanzer uitriep als de “Tweede Zesdaagse Oorlog”, deze keer een tussen Hamas en Fatah. Daarin vochten de Palestijnen tegen elkaar en raakten betrokken in daden van geweld, zoals “we die nooit hebben gezien in het Arabisch-Israëlische conflict.” Met de verkiezing van Hamas – een terroristische organisatie – en de onderlinge gevechten tussen Hamas en Fatah, kwam de diplomatie met Israël nagenoeg tot stilstand.

De voortdurende tussenkomst van buitenlandse mogendheden, die zowel monetaire en militaire steun verlenen aan de ene kant als aan de andere, compliceert verder de splitsing tussen al-Fatah en Hamas. Schanzer schat dat Iran ongeveer 35 miljoen dollar jaarlijks in Hamas steekt. De Amerikaanse regering steunt Fatah vooral om “te verhinderen dat Teheran eveneens de Palestijnse Autoriteit zou kunnen overnemen.” Schanzer beschrijft in zijn boek Hamas vs. Fatah erg nauwkeurig het zeer aparte karakter van de twee Palestijnse gebieden vandaag. De Westelijke Jordaanoever is “bloeiende”, mede als gevolg van de economische invloed van Jordanië en de voortdurende inspanningen van Israël om telkens opstanden en demonstraties luwen, opnieuw massaal goederen en diensten te investeren in de Westelijke Jordaanoever [lees bv.: Israëlische maatregelen om economische groei op de Westelijke Jordaanoever te bevorderen].

Ondertussen, in Gaza, waar de Egyptenaren hadden nagelaten om te investeren, is het “precies het tegenovergestelde” waar mensen in “de ellende leven” vergeleken met de welvaart van de Palestijnen op de Westoever. Dat vooral omwille van de permanente blokkade van de Gaza door Egypte en Israël die sinds juni 2007 strenger is geworden en na het Gazaconflict van januari 2009 bijna totaal is.

Maar omwille van de economische en politieke verschillen tussen de twee gebieden, stelt Schanzer de mogelijkheid voor het realiseren van een Palestijnse staat ernstig in vraag. Maar er zijn grenzen aan het conflict tussen Fatah en Hamas. Immers, in hun beider handvesten roepen ze allebei nog steeds op tot de vernietiging van de staat Israël. Hun diepe gemeenschappelijke haat jegens Joden en Israël weerhoudt Fatah en Hamas er net nog van om elkaar compleet af te maken. Maar uit het conflict tussen Fatah en Hamas concludeert Schanzer met een open vraag: “Met wie zal Israël ooit in staat zijn om vrede mee te stichten?”


Bronnen:

♦ naar een artikel van Jonathan Schanzer “The Hamas-Fatah War & Israeli Security” van 3 november 2008 op de site van The Middle East Forum

♦ naar een artikel van Barak Ravid “Fatah Asked Israel to Help Attack Hamas During Gaza Coup, WikiLeaks Cable Shows” van 20 december 2010 op de site van Haaretz

♦ naar een artikel van Grant Lumley en Neri Silber “Can Anyone End the Palestinian Civil War?” van 16 oktober 2017 op de site van Foreign Policy (FP)

♦ naar een artikelBattle of Gaza (2007)” en een artikelFatah–Hamas conflict” from Wikipedia, the free encyclopedia

Advertenties

2 gedachtes over “De oorlog om Palestina tussen Hamas en Fatah, het werkelijke obstakel voor vrede

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.