Giulio Meotti: De hypocrisie in het verzet tegen Israëls Nationaliteitswet

In mei 2004 werd Salim Joubran, een Arabische Israëliër, benoemd tot vaste rechter van het Hooggerechtshof. De onafhankelijkheid waarvan Joubran geniet in Israël als een Arabische rechter, werd in maart 2012 gedemonstreerd tijdens de ceremonie van de inauguratie van de president van het Hooggerechtshof, toen Joubran ervoor koos om het Israëlische volkslied, de Hatikvah, niet te zingen.

Dit is een beeld dat ondenkbaar is in een ander land, van Marokko tot Iran. Misschien zelfs in veel westerse democratieën. Israël heeft zojuist de wet op de ‘staat van de Joodse natie’ goedgekeurd. Critici in mondiale kringen en de media spraken over een “aanslag op het pluralisme en de democratie”.

Na 70 jaar ontbeert Israël een grondwet. Het is een vrij unieke anomalie onder westerse landen, omdat grondwetten de hoeksteen van democratieën zijn, ze definiëren hun identiteit en doel. Israël heeft ‘basiswetten’ over individuele rechten (in die zin is Israël net zo liberaal als New Jersey) en de scheiding der machten, maar geen fundamentele wet die de identiteit en het doel van de staat bepaalt. De nieuwe wet is goedgekeurd om die leemte op te vullen.

Zonder een nationaliteitswet kan de ‘wet van terugkeer’ (een principe van het Zionisme dat automatische immigratie rechten op Joden garandeert, bijvoorbeeld aan de Franse joden die nu door islamieten worden belaagd) op een dag ongedaan worden gemaakt als zijnde ‘discriminerend’, evenals het volkslied van Israël (die de getrouwheid uitdrukt van twee millennia van Joden tav. hun land), de vlag (een ander Joods symbool met de Davidster erop) voor de rechtbank kan worden aangevochten wegens het negeren van de rechten van de Arabische minderheid en de Menorah (het Knesset-symbool ook gegraveerd op de Boog van Titus in Rome) kan als ‘racistisch’ worden beschouwd. Deze nieuwe wet beschermt al deze.

Tegenstanders beweren dat het verklaren van het Hebreeuws tot de officiële taal van Israël, terwijl het een ‘speciale status’ voor het Arabisch garandeert, schadelijk en racistisch is tegenover de Arabische minderheid. Maar zelfs de Franse grondwet stelt dat ‘de taal van de Republiek Frans is’ (artikel 2), terwijl de ‘regionale talen’ worden erkend als onderdeel van het ‘Franse erfgoed’ (artikel 75). Heeft iemand ooit Frankrijk hiervoor aangevallen, ondanks het feit dat het een grote Arabische minderheid heeft uit zijn voormalige koloniën?

Plaatje hieronder: Elk verkeersbord en opgenomen aankondiging in Israël is zowel in het Hebreeuws als in het Arabisch (ook in het Engels, en soms hebben opnames een Russische optie).

De Arabieren in Israël hebben gelijke stemrechten. Niet alleen dat, maar Israël is een van de weinige plaatsen in het Midden-Oosten waar Arabische vrouwen altijd hebben kunnen stemmen. De Arabieren hebben talrijke zitplaatsen in de Knesset en de enige partij die ooit door Israël is verboden, is een Joodse (Kach). Israëlische Arabieren hebben ook verschillende regeringsposities ingenomen.

Ten tijde van de oprichting van Israël was er slechts één Arabische middelbare school open, tegenwoordig zijn er honderden Arabische scholen. Het enige juridische onderscheid tussen Joodse en Arabische burgers van Israël is dat ze niet verplicht zijn om in het Israëlische leger te dienen. In 1999 was Abdel Rahman Zuabi de eerste Arabische Israëliër die het Israëlische Hooggerechtshof binnenging.

Zoals ik in mijn laatste boek schreef, is Israël de ‘meest vrije Arabische natie’ in de wereld, het enige land waar een Arabische lente echt geslaagd is, en zonder bloedvergieten. De wet die werd goedgekeurd door de Knesset plaatst een blok op de donderende, satanische campagne van internationale delegitimisatie die, zelfs na 70 jaar, vraagtekens zet bij het recht van Israël om zichzelf te definiëren als de natiestaat van het Joodse volk.

De Ierse Senaat keurde zojuist een antisemitische wet goed die een verbod inhoudt op de verkoop van Israëlische goederen die voorbij de Groene Lijn van april 1949 (aka Obama’s ‘pre-1967 lijn’) zijn geproduceerd. Degenen die vandaag schreeuwen om een “aanslag op de Israëlische democratie’ – waar zijn zij wanneer op Europese pleinen ‘dood aan de Joden’ wordt geroepen, wanneer Iran roept om de vernietiging van Israël, wanneer een VN-agentschap wordt opgericht om de kleinkinderen van de vluchtelingen uit 1948 naar Israël te brengen om het op demografische wijze te vernietigen, wanneer de UNESCO de Joodse geschiedenis van Jeruzalem annuleert en wanneer de wereld het recht van Israël om zijn hoofdstad in Jeruzalem te hebben niet erkent?

Het zijn en blijven allemaal hypocrieten.

door Giulio Meotti

“Als ik niet voor mezelf opkom, wie zal het dan voor mij doen?”


Bronnen:

♦ naar een artikel van Giulio Meotti “The hypocrisy in opposing Israel’s Nationality Law” van 22 juli 2018 op de site van Arutz Sheva

Advertenties

Een gedachte over “Giulio Meotti: De hypocrisie in het verzet tegen Israëls Nationaliteitswet

  1. Het verzet tegen de Israelische Nationaliteits wet is verzet tegen Israel als Joodse Staat en is onderhuids verzet tegen het Jodendom omdat het uiteindelijk altijd draait om banale J O D E N H A A T, altijd in een andere vorm of met een andere benaming.

    Het zijn de ‘usual suspects uit het leger der hypocrieten die hier het hardst over te keer gaan.

    Gewoon negeren!

    Like

Reacties zijn gesloten.