Palestijnen en Israëliërs blikken terug naar het leven onder Britse bezetting (1917-1948)

Plaatje hierboven: Bevingrad, Jeruzalem. Zo zag de Princess Mary Avenue er uit in 1948, tegenwoordig de Shlomzion HaMalkastraat. De Britse Mandaatregering gebruikte prikkeldraad om het gebied te blokkeren voor zowel Joods als Arabisch verkeer. Het gebouw aan de rechterkant is de Generali Building, dat door de Britse bezetter werd gebruikt als politiehoofdkwartier [beeldbron: Israel21C]

Prins Willem’s rondreis door Israël en de Palestijnse gebieden was het eerste officiële bezoek van een lid van de koninklijke familie, maar het Heilige Land is bekend terrein voor de Britse staat. Een oudere generatie Israëli’s en Palestijnen kan zich nog herinneren dat Britse soldaten doorheen de straten van Jeruzalem, Tel Aviv en Ramallah patrouilleerden gedurende de drie decennia dat Groot-Brittannië het gebied bezette.

In 1917 veroverden Britse troepen Jeruzalem op het Ottomaanse Rijk en in 1922 kende de Volkenbond (de directe vooloper van de Verenigde Naties) Groot-Brittannië een internationaal mandaat toe om Palestina te beheren tijdens de naoorlogse deal waardoor de kaart van het Midden-Oosten werd hertekend.

De toekenning van het mandaat onderschreef ook de Balfour-verklaring van 1917, waarin Groot-Brittannië zijn steun uitsprak voor “een nationaal huis voor het Joodse volk” in Palestina. In 1948, uitgeput door de Tweede Wereldoorlog en de druk om Joodse en Arabische strijdkrachten uit elkaar te houden, trokken de Britten zich terug.

Joden
Zeventig jaar later herinneren Israëli’s en Palestijnen die het tijdperk doorleefd hebben zich dat heel anders. Onder de Britten kon de vroege Zionistische beweging de basis leggen voor wat het moderne Israël zou worden. Het parlement, de wetten en het leger dragen sporen van Britse invloed, evenals vele gebouwen en straatnamen.

Maar Israëli’s herinneren zich ook hoe Groot-Brittannië het aantal Joden beperkte dat naar Palestina vluchtte van door de nazi’s beheerst Europa. Tienduizenden die illegaal over zee probeerden te komen werden naar gevangenenkampen in Cyprus en Palestina gebracht. “We hielden van de Britten, maar hun beleid, wanneer het tegen ons was, leidde dat tot woede en verzet die volkomen te begrijpen zijn,” zei de 95-jarige Shlomo Hillel, een voormalige Israëlische diplomaat en minister.

Hillel’s overleden vrouw, Suzanna, vluchtte uit Oostenrijk toen de nazi’s het in 1938 annexeerden. Na een jaar op zee werd ze met haar familie meegenomen naar een Brits detentiekamp in Palestina, waar ze nog een jaar werden vastgehouden. “Tot op de dag van vandaag begrijp ik dat niet,” zei Hillel. Hillel ging een geheime ondergrondse munitiefabriek exploiteren onder een kibboets in de buurt van Tel Aviv, die was opgezet als dekmantel voor hun clandestiene bullet-making-operaties.

Britse soldaten kwamen af ​​en toe langs op de kibboets voor routinebezoeken. Hij ontving hen met bier en broodjes, maar om toekomstige verrassingsbezoeken te vermijden, diende hij hen op een zomerdag ondrinkbaar warm bier en vertelde hen dat als ze hem van te voren van hun komst verwittigden “Ik het bier kan klaarmaken en in de koelkast bewaren.” Daarna wist hij altijd wanneer de Britten zouden komen.

Ram Haviv, 93 jaar, een gepensioneerde Israëlische hoge ambtenaar, diende in de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger in Irak, Egypte en Iran. “De relatie was niet al te gunstig voor de Britse regering van die tijd. Maar we herinneren ons nu liever de positieve aspecten waarvoor we net zo dankbaar zijn,” zei hij. “Na de Tweede Wereldoorlog werd de staat Israël gesticht op de hoekstenen van het Britse regime in Palestina.”

Het King David Hotel, waar prins William in Jeruzalem heeft gelogeerd, werd in de jaren dertig gebouwd door Ezra Mosseri, een rijke Egyptische Joodse bankier. Door de Britten in het mandaattijdperk als hoofdkwartier gebruikt, werd het in juli 1946 door de Irgun gebombardeerd, een ondergrondse Joodse paramilitaire strijdmacht, waarbij meer dan 90 mensen werden gedood.

Arabieren
Mohammad Jadallah, 97, herinnert zich die dag (van de aanslag op het King David Hotel) nog steeds, toen hij net was komen opdagen voor zijn baan als ober. De ontploffing “sneed de kamer in tweeën”, herinnert hij zich. “Er was paniek. Mensen renden in de eetkamer en op andere plaatsen in het hotel.” Nog geen twee jaar later diende Jadallah niet langer de Britten aan tafel – hij vocht aan de Arabische kant in de oorlog die uitbrak toen het Britse tijdperk naar haar einde hinkte.

Zittend onder een appelboom in het Dar Jarir-dorp op de Westelijke Jordaanoever, onthoudt Abdel-Fattah Shijaiyah vooral de Britten als een ongewenste militaire aanwezigheid die zijn vader gevangen heeft gezet en een doodvonnis heeft uitgesproken tegen zijn broer vanwege zijn betrokkenheid bij een Arabische opstand in de jaren dertig. Shijaiyah, 96 jaar, had zich bij de politie aangesloten onder de Britten “vanwege de staat van armoede: er was geen geld en mijn vader zat in de gevangenis”.

Zijn broer werd nooit gepakt en kreeg later gratie. Shijaiyah zelf nam later de wapens op in de jaren 1940, toen de Arabische gevoelens zich verhardden tegen de Britten en de groeiende aantallen Joodse immigranten. “We zijn ervan overtuigd dat Groot-Brittannië ons land aan de Joden heeft gegeven,” zei hij. In stoffige archieven in Gaza zijn oude Britse landregisters nog steeds in gebruik. De vergeelde pagina’s zijn voorzien van de mandaatnaam ‘Palestine Government’. De beursgenoteerde eigenaar van sommige districten staat geregistreerd als “de hoge commissaris, voorlopig in vertrouwen voor de regering van Palestina”.

In het vluchtelingenkamp van Khan Younis  in de Gazastrook toonde de 75-jarige Ahmed Jarghoun een document voor een stuk grond dat volgens hem zijn vader kocht en registreerde bij de Britse autoriteiten in 1944. Het stuk grond ligt aan de andere kant van de Gazaanse grens met Israël grens in wat nu de Israëlische stad Lod is. “Ik wil mijn grond terug,” zei hij. “Wij, als Palestijnen, willen ons land terug. Balfour gaf wat hij niet bezat aan degenen die het niet verdienden.”


Bronnen:

♦ naar een artikel “Israelis, Palestinians remember life under British rule” van 23 juni 2018 op de site van Ynet News (Yediot Ahronot)

Advertenties

Een gedachte over “Palestijnen en Israëliërs blikken terug naar het leven onder Britse bezetting (1917-1948)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.