Echte ‘nakba’ ontmaskert de ‘Palestina’ mythe

Op het plaatje: Groter Syrië, 400 jaar lang bezet door de Ottomanen, aka de Turken ten tijde van het Ottomaanse Rijk, vooraleer het op 16 mei 1916 met het Sykes-Picot Akkoord werd opgedeeld door de Britten en de Fransen, aan de vooravond van de creatie van 1. het Britse Mandaat voor Palestina en 2. het Franse Mandaat voor Syrië en Libanon.

De Nakba is de Arabische term voor ‘catastrofe’ of ‘ramp’. Dankzij decennia PLO-propaganda is het in de internationale woordenschat ingevoerd als een symbool van Zionistische ‘agressie’ en Arabische ‘dakloosheid’ vanwege het herstel van de staat Israël in 1948.

Voor de miljoenen Jodenhaters over de hele wereld vandaag de dag, is de ‘Nakba’ een handig excuus om de Joodse staat te demoniseren door te verwijzen naar haar herintroductie als een ‘ramp’. Vanuit een Arabisch oogpunt was de echte ‘ramp’ in 1948 het falen om herboren Israël uit te roeien en de pijnlijke gevolgen van het verliezen van hun agressieoorlog tegen de Joden.

Het woord ‘Nakba’ heeft echter niets te maken met de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948. De prominente Arabische historicus George Antonius bedacht de term al in 1920, bijna drie decennia voordat David Ben-Gurion het bestaan afkonigde ​​van de eerste Joodse staat in 2000 jaar.

Antonius, die een gepassioneerde Arabische nationalist was, bedacht de term ‘Nakba’ als een reactie op de scheiding van het Britse Mandaat Palestina van het door de Fransen gecontroleerde Syrië. De reden dat Antonius deze territoriale verdeling tussen Groot-Brittannië en Frankrijk als een ‘ramp’ beschouwde, was dat hij zichzelf en de lokale Arabische bevolking in het Britse Palestine Mandaat definieerde als zijnde Syriërs en een onafscheidelijk deel van ‘Groter Syrië‘ (kaartje hieronder).

Groter Syrië, aka Villayet Syria of ook Villayet van Damaskus, dat bedacht werd tijdens de Ottomaanse overheersing, na 1516 en tot 1917, om het geschatte gebied aan te duiden dat is opgenomen in het huidige Libanon, Syrië, Jordanië en Palestina

Net zoals andere Arabische nationalisten van zijn tijd, was Antonius geenszins sympathiek tegenover de Joden of de Zionistische Joodse nationale bevrijdingsbeweging. Voor zover Antonius en andere lokale Arabische nationalisten betrokken waren, lagen plaatsen als Jeruzalem, Yafo en Haifa niet in ‘Palestina’, maar vormden het zuidelijke deel van Syrië. Antonius was zeker niet de enige Arabische intellectueel die het begrip ‘Palestina’ verwierp.

Al in 1919 kwam het eerste congres van moslim-christelijke verenigingen in Jeruzalem bijeen om lokale vertegenwoordigers te kiezen voor de internationale vredesconferentie in Parijs. Tijdens de vergadering werd de volgende resolutie aangenomen door lokale Arabische leiders:

“Wij beschouwen Palestina als een deel van Arabisch Syrië, omdat het nooit op elk moment van het land is gescheiden. We zijn ermee verbonden door nationale, religieuze, taalkundige, natuurlijke, economische en geografische banden.”

Snel verder naar 1937 toen de lokale Arabische leider, Auni Bey Abdul-Hadi, de Britse Peel-commissie toesprak, die een verdeling van het Britse Palestijnse mandaat suggereerde:

“Er is geen dergelijk land (zoals Palestina)! ‘Palestina is een term die de Zionist heeft uitgevonden! Er is geen Palestina in de Bijbel. Ons land was eeuwenlang een deel van Syrië.”

In 1946, getuigde de prominente Arabisch-Amerikaanse Princeton-professor Philip Hitti tegen de verdeling aan het Anglo-Amerikaanse Comité met de volgende openhartige verklaring: “Er bestaat niet zoiets als ‘Palestina’ in de geschiedenis, absoluut niet.”

De openhartige opmerkingen van Arabische leiders over ‘Palestina’ gingen door na de oprichting van Israël. In een interview met de Nederlandse krant Trouw in maart 1977 sprak de senior PLO-leider Zuheir Mohsen over de kwestie van een ‘Palestijns volk’:

“Tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen zijn er geen verschillen. We maken allemaal deel uit van ÉÉN volk, de Arabische natie. Kijk, ik heb familieleden met Palestijns, Libanees, Jordaans en Syrisch staatsburgerschap. Wij zijn ÉÉN volk. Alleen om politieke redenen ondersteunen we onze Palestijnse identiteit zorgvuldig.”

Ondanks ernstige politieke verschillen met de PLO heeft Hamas ook het kosmopolitische karakter van de lokale Arabische bevolking ten westen van de rivier de Jordaan toegegeven. Tijdens een interview met Al-Hekma TV, Hamas minister van Binnenlandse Zaken, zocht Fathi Hammad pan-Arabische steun door hun bloedbanden te benadrukken: “De helft van de Palestijnen zijn Egyptenaren en de andere helft zijn Saoedi’s.”

Ironisch genoeg was het een niet-Arabier die de weg vrijmaakte voor de huidige omkering van de Nakba-term als gelijkgesteld aan vermeend Arabisch lijden in Joodse handen. In zijn belangrijkste werk ‘A Study of History’ vergeleek de antisemitische Britse historicus Arnold J. Toynbee Israëls behandeling van de Arabieren tijdens de oorlog van 1948 met de uitroeiing van de Joden door de nazi’s. Dezelfde Toynbee, die na de Tweede Wereldoorlog de Zionistische Joden demoniseerde als ‘nazi’s’, aanvaardde gewillig een privégesprek met Adolf Hitler in Berlijn in 1936.

In onze Orwelliaanse tijd waarin de VN-Mensenrechtenraad wordt gedomineerd door de ergste antisemitische mensenrechten schenders van de wereld, is het de moeite waard om de tijdloze centrale waarheid over het Arabisch-Israëlische conflict te herhalen: de echte Nakba gaat niet over een ‘terugkeer’ naar de Neverland ‘Palestine’ maar over een terugkeer naar het huidige door oorlog verscheurde Syrië.


Een toemaatje: Arnold J. Toynbee vs. Yaacov Herzog; Montreal, 31 januari 1961

1961: Yaacov Herzog en Arnold J. Toynbee in debat

Toen een Israëlische ambassadeur in debat ging met een Britse historicus over de legitimiteit van Israël, en het debat won! Montreal, Canada, 31 januari 1961. Legendarisch debat met als thema “of de Israëlische acties in 1948 moreel equivalent waren aan wat de nazi’s met de Joden deden” en als tweede thema de boutade dat “de Joodse natie een gefossiliseerde natie” was. Het debat werd gevoerd tussen historicus Arnold J. Toynbee die deze uitspraken over Joden en Israël had gemaakt en zijn opponent Yaacov Herzog, de toenmalige Israëlische ambassadeur aan Canada, en de zoon van Israëls Tweede Ashkenazi Opperrabbijn Isaac Halevi Herzog en broer van de toekomstige president van Israël Chaim Herzog.


Bronnen:

♦ naar een artikel “Real ”Nakba” Debunks ”Palestine” Myth” van Daniel Krygier van 4 juni 2018 op de site van MIDA

Advertenties

Een gedachte over “Echte ‘nakba’ ontmaskert de ‘Palestina’ mythe

  1. Je kan nog duizenden bewijzen laten zien over de palestijnse mythe maar het gaat niet werken omdat men het niet wil laten werken want de palestijnse mythe is het enige wapen wat jaloerse jodenhaters nog hebben.

    Like

Reacties zijn gesloten.