De sterke achterban van Israël onder de Joden in de Diaspora is een MYTHE

Net zoals zovele andere pro-Israëlactivisten, Joden en ook niet-Joden zoals ik, Brabosh, ergeren we ons regelmatig blauw aan de onverschilligheid en/of de kritische houding ten aanzien van Israël van vele Joden die leven in de Diaspora [= verspreid leven over de hele aardbol in alle windstreken]. Vele Diaspora-Joden kunnen niet eens Jeruzalem aanduiden op een wereldkaart en kennen het enkel uit Bijbelse en andere mythische verhalen. Leuk voor hen die dat alles  klakkeloos aannemen als “de enige waarheid” maar bijzonder frustrerend en ergerlijk voor hen die het bestaansrecht van Israël toedichten op basis van een andere religie en/of op rationele en historische gronden geheel conform de internationale wetten.

Israël is voor veel Diaspora-Joden (niét allen!) een ver-van-mijn-bed verhaal, en zij schrikken telkens verontwaardigd op wanneer [moslim]terroristen hen in het buitenland opjagen en vermoorden en leggen de schuld voor die terreur en pogroms eenvormig bij de Joodse staat en bij het Israëlisch beleid in het bijzonder. In plaats van zich en bloc eensgezind te scharen achter het bestaansrecht van de Israël en de vijanden van Israël van repliek te dienen, neigen er velen toe om zich om louter opportunistische redenen volmondig aan de kant te scharen van antisemitische nep-democraten [“If you cann’t beat them, join them”].

Daarbij dikwijls in het achterhoofd gespeend van het idee dat voldragen dhimmigedrag, opportunisme en hun bereidheid om compromissen sluiten met de boosaardige messenslijpers van de wereld die zo talrijk zijn als zandkorrels in een woestijn, hen vervolging en genocide zal besparen. Onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Blijkbaar beseffen zij nog altijd niet dat niet Israël ‘het probleem’ is, maar wel het oeroude [moslim-]antisemitisme de permanente bron is van hun ellende.

Abrams-B-Main

Intussen eisen veel Diaspora-Joden het alleenrecht op om hun [voor]oordeel uit te spreken over de Joodse staat, enkel en alleen omwille van het toevallige feit geboren te zijn uit een Joodse moeder. Al de anderen – inclusief de half-Joden of ‘geen echte’ of ‘geen goede’ Joden – moeten dan maar zwijgen en instemmen. Dit doordenkertje dat anti-Israëlische of Israëlkritische Joden van nut kan zijn, is de volgende opmerking van Prof. Dr. Andrew Markowitz van de Universiteit van Michigan:

“Kritiek geven op Israël of op het regeringsbeleid, is geen antisemitisme. Kritiek geven op Israël als Staat is ook geen antisemitisme. Maar wanneer je oude antisemitische lasterlijke sterotiepen en vooroordelen aanhaalt om Israël te bekritiseren zoals bijvoorbeeld door Israël te trachten voor te stellen als de moordenaar van G’d, het bloedsprookje als argument aanhaalt [Joden zouden het bloed aftappen van Christen- of moslimkinderen om er Paasbrood van te bakken], hen of hun leiders kapittelen als nazi‘s… dàt is antisemitisme. Dus het is niet OMDAT je kritiek uit op Israël maar HOE en op welke wijze je Israël bekritiseert, dat het tot antisemitisme maakt.”

Indien het lot van de Joodse staat enkel zou afhangen van het grootste deel van de Joden die leven in de Diaspora, is het nog maar de vraag hoe veel langer de staat Israël nog zou kunnen voortbestaan. “Gelukkig” is de afhankelijkheid van Israël van de steun van de Joden in de Diaspora een mythe. Israël ’s grote succesvolle verhaal is vooral mogelijk geworden door de morele en politieke steun die de Joodse staat wereldwijd heeft genoten (en nog geniet!) van vele dikwijls naamloze… niet-Joden!

Over de fabel van de vermeende sterke Joodse achterban in de Diaspora – en meer in het bijzonder in de Verenigde Staten – die de staat Israël overeind zou houden (dat is toch wat kwatongen beweren), daar gaat het volgende artikel van Matthew Ackerman over. Hij baseerde zijn essay op de ideeën van Daniel Gordis.


Joods Actueel bericht op donderdag 10 mei 2012 hoe op de speelplaats van de Satmar Cheider school te Antwerpen, publiek een Israëlische vlag werd verbrand en toont daar ook beelden van …


Who Needs the Jews?

De ontgoocheling van de Amerikaanse Joden in de Joodse staat, zo wordt ons toch verteld, achtervolgt de veiligheid van Israël. Opiniepeilingen werden gehouden, er werden boeken over geschreven en zoveel is wel duidelijk: de Amerikaanse Joden houden niet zoveel meer van Israël als vroeger.

Zoals Daniel Gordis, de voormalige vice-voorzitter van het Shalem Centrum in Jeruzalem onlangs schreef in The Jerusalem Post: “De gevaren voor de veiligheid van Israël als gevolg van deze gewijzigde houding [jegens Israël] liggen voor de hand.”

Maar is dat wel zo?

Gordis baseert zijn bewering op de overtuiging dat de veiligheid van Israël volledig berust op Amerikaanse steun en dat die Amerikaanse steun uiteindelijk afhankelijk is van de Amerikaanse Joden.

Maar van zodra de druk op Israël wordt verhoogd door een Amerikaanse president die bijna op volledige steun van de Amerikaanse Joden kan rekenen, is een heroverweging van dat uitgangspunt aan de orde.

Veronderstellingen en vooroordelen ten spijt, heeft de Joodse steun in de Diaspora nooit een doorslaggevende factor gespeeld in het zionistische succesverhaal. Zoals reeds het meest effectief werd opgetekend door Michael Oren ’s boek Power, Faith, and Fantasy uit 2007, is de ‘heidense’ steun voor Joodse soevereiniteit in het Land van Israël veel ouder dan het moment dat het politieke zionisme zal samenvloeien tot een levensvatbare beweging.

Om slechts naar twee zinvolle voorbeelden te verwijzen, was er bijvoorbeeld John Adams, de tweede Amerikaanse president, die in 1819 schreef: “Ik wens echt dat de Joden in Judea weer een onafhankelijke natie zullen zijn” [“I really wish the Jews again in Judea an independent nation”] en stelde zich daarbij een leger voor “van wel honderdduizend Israëlieten.” Daniel Deronda, de intense zionistische roman van George Eliott, werd gepubliceerd in 1876, 20 jaar vóóraleer De Jodenstaat van Theodor Herzl zou verschijnen.

Beiden waren uitingen van een diepgeworteld pro-zionistisch gevoel dat leefde onder veel Amerikaanse en Europese niet-Joden. En het was dit gevoel – meer dan iets anders – dat aan deze pre-staat de Jisjoev, haar twee belangrijkste overwinningen bracht: de Balfour Verklaring van 1917 (met eenparigheid van stemmen goedgekeurd door beide huizen van het Congres in de Verenigde Staten) en de snelle erkenning door Harry Truman van David Ben-Goerion ’s onafhankelijkheidsverklaring van de Joodse staat in 1948.

De Amerikaanse Joden konden tot aan 1967 niet met luidkeelse stem hun steun uitspreken voor Israël, toen de belangrijkste gevechten om het voortbestaan van de staat reeds waren gestreden. In de jaren 1920 en 1930 – enkele jaren van de grootste kwetsbaarheid van de Jisjoev’s [=Joodse nederzettingen] – waren zij veel meer bezig met hun mislukte pogingen om de Amerikaanse steun voor Joodse rechten in Oost-Europa te vergroten of meer Joodse immigratie tot Amerika toe te staan.

De meeste van hun toonaangevende organisaties, zoals de American Jewish Committee, waren expliciet anti- of niet-zionistisch, zoals Cyrus Adler, misschien wel de meest invloedrijke Amerikaanse Jood van zijn generatie. (Hij hielp met de stichting van de AJC en was later president van deze organisatie op hetzelfde ogenblik dat hij voorzitter was van de Jewish Theological Seminary, daarnaast bekleedde hij nog tal van andere belangrijke leidinggevende functies.)

Amerikaanse Joden zoals Adler, keerden zich tegen het zionisme omdat, zoals de meeste Westerse Joden van die tijd, zij het klassieke beeld van de Hervorming volgden van de Joden als een strikt religieuze groep en niet als van een volk of natie. Dit, zo meenden zij toch, was de enige weg naar de volledige acceptatie door de Amerikaanse (of Franse of Duitse) maatschappij.

Zij zagen de aspiraties van de Jisjoev als een niet te realiseren manoeuvre om de veiligheid van de Joden in Oost-Europa te waarborgen en de vicieuze golf van antisemitisme die na de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken, onder controle te brengen. (Orthodoxe Joden – de meest betrouwbare pro-Israëlische Joodse groep in Amerika de dag van vandaag – keren zich voor het overgrote deel tegen het zionisme, dat zij zien als een religieuze valse start van de Messiaanse tijd.)

Geleidelijk aan werd het zionisme aantrekkelijk voor het Amerikaanse Jodendom want het was een houding waarvoor in de Verenigde Staten gemakkelijk steun kon worden gevonden, en de Amerikaanse heidenen waren reeds lang enthousiast voor het herstel van Joodse soevereiniteit in Palestina. Walter Russell Mead van de Council on Foreign Relations zegt het zo:

“Het waren niet de Amerikaanse Joden die Amerikaanse heidenen mee naar het Midden-Oosten sleepten, het is meer correcter om te zeggen dat de Amerikaanse heidenen terughoudende Amerikaanse Joden in de zionistische beweging duwden. Moesten de Amerikaanse Joden de macht hebben gehad om het Amerikaanse beleid doorheen de 20ste eeuw vorm te geven met betrekking tot de Joden, dan zou er vandaag waarschijnlijk geen staat Israël hebben bestaan.”

Ondanks de inspanningen van opvallende uitzonderingen zoals Louis Brandeis en Abba Hillel Silver, begon de Amerikaans-Joodse steun voor het zionisme zich pas te kristalliseren tijdens de Tweede Wereldoorlog en explodeerde volgend op de dramatische militaire overwinning van Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. Openlijk hun steun uitend voor Israël werd een krachtige manier voor grote groepen zoals AIPAC en de Anti-Defamation League om fondsen te genereren. Deze fondsen op hun beurt verhoogden verder het profiel van Joodse organisaties en hun leiders. Doorheen de jaren 1990 werden pro-Israëlische Joodse groepen in Amerika gezien als een moloch en van cruciaal belang voor de sterkte van de relatie tussen Israël en de Verenigde Staten.

Maar Amerikaanse politici zijn (voor het grootste deel) net niet dom genoeg om te geloven dat de stemmen van een religieuze minderheid die vandaag amper 1,7% van de Amerikaanse bevolking uitmaakt, verkiezingen veel kan beïnvloeden. Het geld voor een pro-Israël-campagne, hoe indrukwekkend dat ook mag lijken voor een buitenstaander, is slechts een druppel op de uitgestrekte zee van de Amerikaanse dollarlobby. Of in het Congres of in de Oval Office van het Witte Huis, de meeste Amerikaanse politici Israël hebben gesteund of niet, zij doen toch maar wat zij denken dat de meerderheid van hun kiezers willen dat ze doen.

Als zij het gevoel krijgen dat hun electorale fortuin of de strategische belangen van hun land elders liggen, hebben zij een beleid ondersteund dat ten zeerste gekant was tegen de pro-Israël gezinde Amerikaanse Joden, ondanks hun bijwijlen luidruchtig oppositiewerk. Dit was het geval met Ronald Reagan in de jaren 1980, toen hij besloot om geavanceerd militair materieel te verkopen aan Saoedi-Arabië en dat is nu weer het geval met de herhaalde bezwaren van president Barack Obama tegen de bouw van Joodse woningen in Jeruzalem.

Reeds in de jaren 1990 waren er tekenen van een toenemende verzwakking in de gehechtheid van de Amerikaanse Joden naar Israël toe. Meer recentelijk, naarmate de politieke problemen in de Joodse staat meer acuut zijn geworden – en de internationale publieke opinie zich steeds krachtiger tegen haar keert – drijven meer en meer Amerikaanse Joden weg [van Israël]. Groepen als J Street komen op en breiden uit en hun leiders hebben het meest waarschijnlijk gelijk wanneer zij beweren dat ze spreken voor een bredere groep van de Amerikaans-Joodse opinie dan dat ze dat doen voor pro-Israël groepen.

Maar de Amerikaanse steun voor Israël zal blijven rusten – en zoals dat altijd al is geweest – op wat niet-Joden denken over het Zionisme. Dat is iets – laat dat gezegd worden – waar Amerikaanse Joden maar weinig controle over hebben. Zolang het Amerikaanse zionistische heidendom sterk blijft, zullen ook de meest robuuste zionistische Amerikaanse Joden hun buitenproportionele invloed kunnen behouden, juist omdat ze zich buiten de Joodse middenmoot bevinden.

Zoals Gordis en anderen hebben geschreven, is het zich afkeren van Israël door de Amerikaanse Joden verontrustend om geestelijke en culturele redenen. Het moet niet lichtvaardig worden opgenomen. Maar het is verre van een beslissende factor die van invloed is op de veiligheid van Israël.


Bronnen:

♦ Daniel Gordis publiceerde verleden jaar zijn boek Saving Israel: How the Jewish People Can Win a War That May Never End waarvoor hij de National Jewish Book Award van 2009 binnensleepte

♦ The Jerusalem Post / Isra Pundit: Who needs the Jews? door Matthew Ackerman van 25 april 2010, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh; Matthew Ackerman heeft als onderzoeksanalyst gewerkt voor de Anti-Defamation League’s Center omtrent extremisme. Hij woont tegenwoordig in New York.

Advertenties

2 gedachtes over “De sterke achterban van Israël onder de Joden in de Diaspora is een MYTHE

  1. Inderdaad niet Joden voelen zich meer verwant met Israel dan Joden bvb in Antwerpen dat is een feit, maar gaat altijd niet op. Joden zijn wat geloof betreft niet homogeen er zijn vele stromingen en overtuigingen vele willen Israel niet erkennen totdat de Messias gekomen is!!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.