Wetsvoorstel op tafel dat Joodse gemeenschappen laat terugkeren naar Noord-Samaria

Plaatje hierboven: Ontruiming van vier Israëlische ‘nederzettingen’ in Noord-Samaria in augustus 2005 door het Israëlische leger en politie

De terugtrekking uit Gaza en Noord-Samaria in 2005 heeft het gestelde doel niet bereikt om te zorgen voor betere veiligheid en een betere politieke en demografische realiteit, stelt een wetsvoorstel dat ter stemming ligt in de Israëlische Knesset, en daarom is er geen reden meer om de Israëliërs te verhinderen dat ze zouden ​​terugkeren naar hun huizen en akkers die werden verwoest tijdens de eenzijdige terugtrekking 13 jaar geleden.

Begin november 2017 had premier Benjamin Netanyahu het parlement gevraagd om de ​​stemming uit te stellen, omtrent een wetsvoorstel om de terugtrekking in 2005 uit een aantal voormalige nederzettingen in Samaria te “annuleren” omdat de Israëlische regering eerst diplomatiek overleg wil plegen met de Verenigde Staten vanwege de diplomatieke gevoeligheid.

Het wetsvoorstel, dat werd geschreven door de parlementsleden Shuli Moalem-Refaeli en Bezalel Smotrich van de Joods Huispartij (Naftali Bennett), zou een dramatische ingreep zijn op de oorspronkelijke parlementswet van 2005 die de weg vrijmaakte voor de Israëlische terugtrekking van 21 nederzettingen in de Gazastrook en vier nederzettingen Kadim, Ganim, Homesh en Sa-Nur in het noorden van Samaria (aka de Westelijke Jordaanoever).

Het is niet de eerste poging van de Bayit Yehudi-partij om de voorwaarden te creëren voor een terugkeer naar Noord-Samaria. “Ondanks de verdrijving van de Joodse inwoners uit Noord-Samaria, heeft er geen verandering plaatsgevonden met betrekking tot de status van het gebied of de militaire aanwezigheid op de grond,” stelt het wetsvoorstel. “Daarom dat het logisch is om ernaar terug te keren.”

“’Te dien einde wordt voorgesteld om het verbod op de binnenkomst van Israëlische burgers in het gebied te annuleren en de Joodse kolonisten toe te staan ​​terug te keren naar de nederzettingen waaruit ze zijn ontworteld”, staat in het wetsvoorstel. “Het doel van de terugtrekking uit 2005 was om een ​​betere veiligheid, politieke, economische en demografische realiteit te faciliteren, maar de situatie ter plaatse heeft bewezen dat het het tegenovergestelde creëerde,” zo benadrukt het.

De Flater van Sharon
Wijlen Israël’s politieke “Havik”, premier Ariel Sharon, stelde op 18 december 2003 tijdens de Vierde Conferentie in Herzliya voor het eerst zijn disengagement plan voor. Daarin werd besloten om de 21 nederzettingen in de Gazastrook en de vier nederzettingen in Samaria op te doeken en de bevolking over te brengen binnen Israël. De uitvoering van het plan gebeurde in de zomer van 2005 en de uitdrijving van de Joodse bevolking uit Gaza werd voltooid in augustus 2005.

Wat weinigen weten is dat in dit disengagement plan van Sharon ook vier nederzettingen nabij Jenin in Samaria (in het noorden van de Westelijke Jordaanoever) werden geviseerd en tot verdwijnen gedoemd: Kadim (ca. 200 inwoners); Ganim, gesticht in 1983 (105 inwoners); Homesh, gesticht in 1978 (70 families) en Sa-Nur (43 families).

Parlementslid David Bitan (Likoedpartij) legde uit dat in die tijd dat de vier bewuste nederzettingen werden geëvacueerd, dit enkel en alleen gebeurde onder zware druk van de Verenigde Staten. “In tegenstelling tot Gaza waar we iedereen evacueerden, bevonden deze vier nederzettingen zich in [door Israël gecontroleerde] Area C en het leger is daar nog steeds operationeel,” zei Bitan.” “Vandaar dat er geen enkele reden is waarom de Israëliërs niet zouden kunnen terugkeren.”

Aanvankelijk waren ook de nederzettingen Hermesh en Mevo Dotan (in hetzelfde gebied) in het oorspronkelijke plan opgenomen maar daar werd later van afgezien. Tegelijk met de Gazaanse Joden werden eind augustus 2005 dus ook deze vier nederzettingen ontruimd. Na de ontruiming werden met bulldozers van het IDF al de Joodse huizen met inbegrip van de volledige infrastructuur platgewalst en de ruïnes formeel overgedragen aan de Palestijnen.

Ondernemende Israëliërs hebben sindsdien in het verleden bij herhaling getracht om de verloren nederzettingen zoals Homesh en Sa-Nur weer op te richten, met inbegrip van de poging in november 2008 toen zowat 1.000 mensen samenkwamen in Homesh en enkele dozijnen in Sa-Nur, maar die poging was maar een kort leven beschoren.

Meer recent, naar aanleiding van de 12de verjaardag van de ontruiming, verzamelden zich op donderdag 3 augustus 2017 honderden Israëliërs op de ruïnes van Sa-Nur en riepen de Israëlische regering op om te mogen terugkeren naar hun voormalige huizen en akkers. “Het disengagement plan was een vergissing. Er was geen rechtvaardiging om de vier nederzettingen in de noordelijke Samaria te vernietigen en er is geen verrechtvaardiging voor om hen niet herop te richten,” betoogde aldus parlementslid Shuli Moalem-Refaeli op die bijeenkomst.

In de ontwerptekst die thans op tafel ligt worden de gestelde doelen van de oorspronkelijke Disengagement-wet uit 2005  behandelt die trachtte om “een betere realiteit te creëren op  het gebied van veiligheid en op diplomatiek, economisch en demografisch vlak“.

In de wet werd voorspeld dat “Gaza ontwapend zou zijn van wapens en een nieuw Palestijns leiderschap zal opstaan, dat zou kunnen aantonen dat het zijn verplichtingen overeenkomstig de routekaart [voor vredesakkoorden] kan nakomen.

Echter, precies het tegenovergestelde gebeurde. De eenzijdige terugtrekking van Israël uit Gaza – zonder dat daar concreet iets tegenover stond – genereerde de facto nog meer haat, terreur en geweld tegen Israël en ligt o.m. aan de basis van de gewapende machtsovername door Hamas in het voorjaar van 2007. Bovendien triggerde dit rechtstreeks drie opeenvolgende gewapende conflicten met Israël met vele Israëlische doden en gewonden als resultaat.

De flater van Sharon heeft onmiskenbaar diepe wonden geslagen in de Israëlische samenleving en is wellicht één van de grootste politieke blunders geweest in de geschiedenis van de Joodse staat.

Advertenties