Wie is nu de werkelijke eigenaar van het land?

Plaatje hierboven: Israël, 1954. Roland de Vaux, meet het land op in opdracht van het Palestinian Exploration Fund, opgericht in 1865. Hij wordt hier vergezeld door twee studenten van de Ecole Biblique. De mannen staan ​​naast de waterput die die week werd blootgelegd. Achter de waterput staan enkele tenten, op een achtergrond van de Dode Zee en de bergen van Trans-Jordanië [beeldbron].

Volgens de vijanden van Israël, bezet de staat Israël een land dat niet haar eigendom is. Volgens de Palestijnen was in 1948 slechts vijf procent eigendom van Joden en het overige was Arabisch eigendom. Maar dit verhaal klopt niet omdat landbezit niet hetzelfde is als soevereiniteit. Grondeigendom is altijd ondergeschikt aan de wetten van de soevereine staat die het land bestuurt. En omdat er nooit een Palestijnse soevereine staat is geweest, is grondeigendom niet relevant in de hele discussie over soevereiniteit.

Om de situatie te verduidelijken moeten we kijken naarde Turkse wet op landregistratie, omdat Palestina vóór de Britse mandaatperiode onder de Ottomaanse wet viel. En deze wet werd van kracht in 1858. Pas vanaf dat moment konden mensen hun land laten registreren als privébezit. Tot aan die tijd had geen enkel individu de mogelijkheid om aan te tonen dat een stuk land zijn persoonlijk eigendom was.

De Ottomanen verdeelden het land Israël aan zogeheten Sanjaks, bestuurlijke eenheden over één of meerdere districten. De Sanjaks, meestal vertegenwoordigd door de Sanjak-Bey, een provinciale gouverneur, waren verantwoordelijk voor militaire en administratieve zaken in hun district. De Ottomaanse autoriteit had ging dus over het landbezit.

Het Britse Rijk, dat de macht overnam van de Ottomanen, erfde het systeem van landverdeling. De Turkse benamingen voor eigendoms- of gebruiksrechten werden zelfs door de Britten overgenomen. De Ottomaanse Sanjaks kwamen te vallen onder het nieuwe Britse mandaatgebied Palestina. Maar de Britse Balfour-verklaring gaf het land slechts een tijdelijke status. Daarom handhaafden de Britten de Ottomaanse wetten op het gebruik van overheidsgronden.

Het land was opgedeeld in verschillende categorieën, waarvan ik er enkele noem. Naast Sanjaks, was er ook nog privébezit, het zogenaamde Muik-land. Volgens schattingen was dit hooguit twee procent van heel het land. Eigenaars waren de islamitische Waqf, private bedrijven en verschillende christelijke kerken. Tot op de dag van vandaag is de Grieks-Orthodoxe Kerk de grootste niet-Joodse landeigenaar in Israël.

In de jaren veertig van de vorige eeuw veronderstelde de Britse regering dat 45 procent van het gecultiveerde land in Mandaatgebied Palestina bestond uit Arabisch land. Maar deze aanname was niet gebaseerd op officiële registratie van Miri-gronden van Arabieren. De Britse regering besloot gewoon om land dat door Arabieren werd gecultiveerd, te zien als Arabisch land. Dit paste goed bij het Britse beleid van die tijd, waarin de regering Joodse immigratie aan banden legde en meer grip wilde krijgen op landbezit.

Voordat Joden het onvruchtbaar land gingen cultiveren, werd slechts de helft van het land door de Ottomanen geclassificeerd als vruchtbaar (Miri). ln de Ottomaanse tijd lag veel van dit land braak; het werd niet bewerkt (Mawat). Als een individu dit land wilde cultiveren, werd dat wel toegestaan, maar werd de boer niet werkelijk eigenaar van het land.

Miri-gronden konden worden gehuurd om het land vruchtbaar te maken. De huurder moest tien procent van de opbrengst afdragen en was ook verplicht deel te nemen aan de militaire verdediging van het land. Dit leidde tot grootschalige fraude om de verplichtingen te ontduikeA. Veel Miri-Iand werd als ongecultiveerd Mawat-Iand geregistreerd.

In het Ottomaanse Rijk waren veel zaken buiten de wet om geregeld. De Britten erfden daardoor een chaotisch systeem, waarbij officiële documenten schaars waren, of zeer onbetrouwbaar. De meest betrouwbare documenten van landoezit betrof Joods eigendom. De chaotische situatie rond eigendomsrechten leidde tot een steeds meer antizionistisch Brits beleid. Hele gebieden werden overgedragen aan Arabische boeren.

Sinds de eerste Joodse immigratiegolf van 1882 hadden Joden voor vaak torenhoge prijzen land gekocht. Dit was zo’n belangrijk aspect van het zionisme, dat zelfs Joodse kinderen hun zakgeld doneerden voor dit doel. Ondanks de vele obstakels die Joden tegenkwamen in hun pogingen om land te kopen, waren zij toch in staat om kleine stukjes grond hier en daar, verspreid over het hele land te kopen.

Maar in 1948 was dit niet meer dan vijftien procent van het Britse mandaatgebied. En bijna al dit land was eigendom van het Joods Nationaal Fonds. Tien procent van dit land lag binnen de Groene Lijn, vier procent in Gaza en één procent op de Westelijke Jordaanoever. En ten hoogste twintig procent van het Britse mandaatgebied was privébezit van niet-Joden, voornamelijk Arabieren.

In de nasleep van de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 kreeg de staat Israël soevereiniteit over het grootste deel van mandaatgebied. Jordanië kreeg controle over de Westelijke Jordaanoever, en Egypte kreeg gezag over Gaza. Israël nationaliseerde de Miri-gronden die door Arabieren werden achtergelaten, en die door hun vertrek dus Mawat-gronden werden. Op aanraden van de Arabische landen die Israël aanvielen, vluchtten 700.000 Palestijnen.

Op enkele uitzonderingen na, bleef het land dat privébezit was van Arabieren tijdens de Britse mandaatperiode in handen van deze Arabieren, mits zij het land niet hadden verlaten. Toen Israël in 1949 de Groene Lijn erkende op het moment van de wapenstilstand, kreeg Israël uiteindelijk formeel gezag over het land dat van oudsher al eigendom was van het Joodse volk.

door Tsvi SADAN


Bronnen:

♦ naar een artikel van Tsvi SADAN “Wie is nu de werkelijke eigenaar van het land?” in een gezamelijke uitgave van Israel Today en Christenen voor Israël naar aanleiding van het 70-jarig bestaan van de moderne staat Israël; Israel Today, nr. 127 blz. 57

Advertenties

2 gedachtes over “Wie is nu de werkelijke eigenaar van het land?

  1. Het land is door Jaweh aan het volk van Israel gegeven; het is dus Zijn land. Daarom is er zoveel heisa om. En ook hier geldt: eens gegeven, blijft gegeven.

    Like

Reacties zijn gesloten.