Opkomst en ondergang van de Atarot Luchthaven in het noorden van Jeruzalem

Naast de gekende Internationale Luchthaven Ben-Gurion tussen Jeruzalem en Tel Aviv, kende Israël voorheen nog een andere burgerluchthaven: Atarot Airport. Van 1920 tot 1930 was het vliegveld in Atarot/Kalandia de enige luchthaven in het Britse mandaat voor Palestina.

Plaatje hierboven: Jeruzalem. De Luchthaven van Atarot in 1969, een kleine luchtahven gelegen tussen Jeruzalem en Ramallah. Het was de eerste luchthaven in het Britse Mandaat voor Palestina. De luchthaven werd gesloten tijdens de Tweede Intifada [beeldbron: Wiki]

Deze kleine luchthaven werd grotendeels gebruikt door de Britse militaire autoriteiten en prominente gasten die op weg waren naar Jeruzalem. In 1931 heeft Britse Mandaat regering land onteigend van het Joodse dorp Atarot om het vliegveld uit te breiden.

Huizen werden gesloopt en fruitboomgaarden gerooid. In 1936 werd de luchthaven geopend voor reguliere vluchten. Tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 werd het Joodse dorp Atarot, gesticht in 1912 tijdens de Tweede Aliyah, veroverd en vernietigd door het Jordaanse Arabische Legioen. De laatste Joden verlieten Atarot op 17 mei 1948.

Palestine Airways
Palestine Airways was een luchtvaartmaatschappij opgericht door Zionist Pinhas Rutenberg (1879-1942) in Brits Palestina, in samenwerking met de Histadrut en het Joods Agentschap.

De naam ‘Palestine Airways’ is niet ongewoon. Tijdens het Brits Mandaat werden alle inwoners ‘Palestijnen’ genoemd, inclusief Joden, arabieren, christenen, Bedoeienen enz. Zo werd bv. The Jerusalem Post toen nog The Palestine Post genoemd.

Tot aan de onafhankelijkheid van Israël in 1948 beschouwden de arabische inwoners van het Mandaat zich niet als ‘Palestijnen’ maar als ‘Arabieren’. ‘palestijn’ genoemd worden zagen ze als een grove belediging. Dat zal veranderen in de jaren zestig. Vanaf 1964 zullen de Arabieren zich stilaan ‘Palestijnen’ noemen als een politieke identiteit (geen etnische) en als een politiek wapen tegen Israël.

Einde van Atarot
In 1937 werd de luchtvaartmaatschappij overgenomen door het Luchtvaartministerie van de Britse regering met de bedoeling dat het uiteindelijk weer in particuliere handen zou worden overgedragen. De maatschappij werkte van juli 1937 tot augustus 1940, onder auspiciën van de Britse onderneming Imperial Airways.

Nadat het Jordaanse leger het Joodse dorp Atarot hadden verwoest tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, stond de luchthaven van 1948 tot aan de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 onder Jordaanse controle, aangeduid als OJJR. Na de Zesdaagse Oorlog werd de luchthaven van Jeruzalem opgenomen in het gemeentelijke gebied van Jeruzalem en werd het LLJR genoemd.

In de jaren zeventig en vroege jaren tachtig investeerde Israël aanzienlijke middelen in het upgraden van de luchthaven en het creëren van de infrastructuur tot een volwaardige internationale luchthaven, maar de internationale luchtvaartautoriteiten, rekening houdend met het feit dat de luchthaven in 1967 door Israël werd “bezet”, stonden niet toe dat internationale vluchten daar zouden landen. Zo werd de luchthaven alleen gebruikt voor binnenlandse vluchten en chartervluchten.

Tijdens de Tweede Intifada in 2000 werd de luchthaven een doelwit voor Arabische relschoppers en stenengooiers en werden de banen bezaaid met duizenden stenen. Uiteindelijk werd het vliegveld in gesloten oktober 2000 voor burgerluchtverkeer en in juli 2001 werd het formeel overgedragen aan de Israëlische strijdkrachten.

Op kaarten die door Israël werden gepresenteerd tijdens de 2000 Camp David Summit, was Atarot opgenomen in het Israëlische bebouwde gebied van Jeruzalem. Dit werd verworpen door de Palestijnse delegatie, die opeiste als een nationale luchthaven voor de Palestijnen.

Parlementslid Yossi Beilin (Arbeidspartij en later Meretz) stelde voor de luchthaven gezamenlijk te gebruiken als onderdeel van een algehele verdeling van Jeruzalem tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, daarbij verwijzend naar het succesvolle model van de internationale luchthaven van Genève, die wordt gebruikt door zowel Zwitserland als Frankrijk. Maar dat plan werd afewezen door de Palestijnse Autoriteit.

Bouwplannen voor Atarot
In april 2017 werd door Israël’s ministerie voor Huisvesting de plannen terug opgevist om een nieuwe wijk in Jeruzalem die buiten de grenzen van 1967 en binnen de Westelijke Jordaanoever valt. De wijk werd gepland voor de site van de nu ter ziele gegane Atarot Airport, ten noorden van Jeruzalem, en moet huisvesting bieden aan ultraorthodoxe Israëli’s.

Het 10.000-Thuisplan werd jaren geleden voorgesteld door de gemeente Jeruzalem, maar was bevroren vanwege het sterke verzet van de vorige VS-regering bij de Israëlische bouw in “Oost”-Jeruzalem. Maar na de inauguratie van Donald Trump begon Israël het plan opnieuw te bekijken en is van plan om het op de dag van Jeruzalem in mei openbaar te maken.

Atarot Airport, de geplande locatie van de nieuwe wijk, werd ongeveer 15 jaar geleden aan het begin van de tweede Intifada verlaten, uit angst dat de Palestijnen zouden schieten op vliegtuigen die daar opstegen. Het vliegveld ligt naast de scheidingsmuur, niet ver van het checkpoint Qalandiyah.

Meer recent, in december 2017, werden door minister Yoav Galant (Kulanupartij), plannen voorgesteld voor de bouw van huizen en infrastructuur van ca. 5000 huizen in Atarot, ten noorden van Jeruzalem, nabij Ramallah.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.