Gerstenfeld: Wordt Zweden door het uitspreken van de waarheid ‘gedemoniseerd’?

Enkele weken geleden zei Magnus Helgren, de Zweedse ambassadeur in Israël, in een interview dat er in Israël sprake zou zijn van een tendens om zijn land te demoniseren, sinds het Palestina erkende. Weinig mensen buiten zijn land weten veel over het huidige Zweden of zijn historie. Als bijdrage aan het debat hieronder een paar belangrijke feiten over Zweden´s houding tegenover Joden en Israël.

  • Heel weinig regeringschefs in West-Europa hebben Israël met de nazi´is op dezelfde hoogte geplaatst. Eentje, die dat wel deed, is Zweden´s bekendste naoorlogse minister-president, de sociaaldemocraat Olof Palme. Dat werd later tegenover mij ook bevestigd door de viceminister-president Per Ahlmark.
  • De voormalige Israëlische ambassadeur in Zweden, Zvi Mazel, zei dat de overleden Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, Annah Lindt, – die door een geestelijk gestoorde Zweed van Servische afkomst in 2003 werd doodgestoken – “normaal gesproken de meest kwaadaardige aanvallen op Israël aanvoerde. Haar haat op Israël kan alleen maar als bijna pathologisch omschreven worden. Onder haar leiding publiceerde Zweden het grootste aantal eenzijdige veroordelingen van Israël van alle EU-landen.”
  • Zweden heeft een geschiedenis van het niet vervolgen van nazimisdadigers. De nazi-jager Efraim Zuroff van het Simon Wiesenthal Center schreef dat in 1999 de Zweedse journalist Bosse Schön onthulde dat er minstens 260 Zweedse vrijwilligers in de Waffen-SS dienden. Onder hen bevonden zich meerdere, die Hitler tegen het einde van de oorlog in zijn bunker in Berlijn beschermden en minstens eentje, die in Treblinka diende, ene Harald Sundin, nam deel aan executies; hij leefde nog steeds en woonde in Zweden. Zweden heeft niets tegen een van deze misdadigers, noch iets tegen de import van Baltische nazimisdadigers ondernomen, die naar het land vluchtten.
  • De Nederlandse auteurs Gerard Aalders en Cees Wiebes publiceerden een boek, waarvan de titel “Zakendoen tot elke prijs: De Wallenbergs” is. Dit boek documenteert de collaboratie van de machtige vooraanstaande ondernemers Jakob en Magnus Wallenberg met de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog. De schrijvers beweren o.a. dat de Enskilda Bank, die in het bezit van de Wallenbergs was, in grote omvang waardepapieren opkocht die van Nederlandse Joden werden gestolen. Aalders en Wiebes verklaarden dat de bank wist dat het om gestolen eigendom ging.
  • Zweden richtte een commissie op voor joodse vermogens. Een van haar belangrijkste conclusies was dat na de oorlog de morele kwesties van Zweedse zakenrelaties met nazi-Duitsland nooit werden ingebracht in discussies in het parlement of de regering.
  • In 2004 schreven vier voormalige voorzitters van de Zweedse joodse gemeente – Salomo Berlinger, Stefan Meisels, Torsten Press en Willy Salomon – een lezersbrief aan het Israëlische dagblad “Ha´aretz”, waarin stond: “Het aantal verbale en lichamelijke aanvallen op Joden is toegenomen in Zweden. Jongeren op scholen vertellen dat zij het feit Jood te zijn, verbergen, omdat zij zowel verbaal als lichamelijk aangevallen worden. Leraren zeggen dat scholieren het vaak afwijzen om deel te nemen aan de lessen als het Jodendom het onderwerp is. Overlevenden vertellen over hun angstgevoelens. De politie staat er passief bij wanneer extremisten pro-Israëlische en antiracistische manifestaties aanvallen. “Nu, veertien jaar later, beweert ambassadeur Helgren dat Zweden´s regering de strijd tegen het antisemitisme serieus neemt, dat er echter lange tijd nodig zal zijn om ermee om te gaan. Misschien kan de ambassadeur uitleggen wat elkaar opvolgende Zweedse regeringen in de afgelopen veertien geprobeerd hebben te doen om het antisemitisme uit te roeien. Kan hij duidelijk maken of ze zich niet echt inspanden of dat ze incompetent waren?
  • Van het wijdverbreide antisemitisme in Zweden werd in 2012 zelfs door Hannah Rosenthal, de speciale ambassadrice van de VS ter bestrijding van antisemitisme, notitie genomen. Ze bracht toen een bezoek aan Malmö, de op twee na grootste stad in Zweden. Rosenthal liet zich openlijk uit over antisemitische uitlatingen van de toenmalige sociaaldemocratische burgemeester Ilmar Reepalu. Bovendien merkte ze op dat Malmö onder deze burgemeester een “schoolvoorbeeld” van het “nieuwe antisemitisme” zou zijn, omdat een anti-Israëlische stemming als dekmantel voor Jodenhaat diende. In de stad vonden al enkele jaren lang antisemitische voorvallen plaats. Een recordaantal aangiften van haatmisdaden in de stad in de periode van 2010-2011 – in totaal 480 – leidde tot geen enkele veroordeling.
  • In Zweden vonden tijdens de Israëlische operatie “Cast Lead” in 2009 grote anti-Israëlische demonstraties plaats. Prominente leden van de sociaaldemocraten namen deel aan haatdemonstraties tegen Israël. Mona Sahlin, destijds partijvoorzitster, nam deel aan een manifestatie in Stockholm, waarbij de vlaggen van Hezbollah en Hamas getoond en een Israëlische vlag verbrand werden. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Jan Eliasson, en Wanja Lunby Wedin, de voorzitster van de Zweedse vakbond, namen eveneens deel aan deze manifestatie.
  • In 2013 stelde de EU-organisatie “Fundamental Rights Agency (FRA) in een onderzoek vast dat Zweden onder de onderzochte landen het hoogste percentage Joden bezit dat zijn religiositeit in het openbaar verbergt.
  • De voormalige Zweedse minister-president Göran Persson initieerde in 2000 het prijzenswaardige initiatief “Stockholm International Forum on the Holocaust”. Deze bijeenkomst leidde tot de oprichting van de “International Holocaust Remembrance Alliance “ (IHRA). De tegenwoordig meest gebruikelijke arbeidsdefinitie over antisemitisme is die van de IHRA. Voor haar aanname in 2016 was de instemming van alle 31 lidstaten van de alliantie nodig. Daartoe behoort ook Zweden. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, Margot Wallström, heeft een onderzoek naar het doden van terroristen door Israël geëist. Zulke eisen heeft ze niet gesteld aan andere democratische landen, waarin terroristen gedood werden. Volgens de definitie van de IHRA beging Wallström met de uitzondering van Israël een antisemitische daad. Als de Zweedse regering, zoals de ambassadeur beweert, antisemitisme bestrijdt, dan zou ze er een keer voor moeten zorgen dat haar ministers geen antisemitische daden begaan.
  • De BDS-voorstanders in Zweden stoken op deze wijze uitsluitend tegen Israël op. Dat maakt hun daden antisemitisch. Ambassadeur Helgren ondersteunt het recht van de anti-Israëlische BDS-voorstanders om zulke antisemitische daden te begaan. Dat maakt hem tot een verdediger van antisemieten.
  • Ambassadeur Helgren zegt dat het labelen van producten uit Judea en Samaria ingevoerd zou zijn, omdat de Zweden graag zouden willen weten waar de producten vandaan komen. Dat labelen in Zweden bestaat niet voor producten uit Oost-Timor, Noord-Cyprus, de Westelijke Sahara, het bezette Tibet, West-Marokko of andere bezette gebieden. Dat maakt van de Zweedse oproep om producten uit de “Westbank” te labelen een antisemitische daad. Het is er slechts nog een voorbeeld van dat ambassadeur Helgren antisemitische daden verdedigt.

Op-ed artikelen zouden niet overmatig lang moeten zijn. Daarom kunnen veel andere gevallen van Zweedse eenzijdigheid tegen Joden en Israël hier niet opgevoerd worden.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel Wird Schweden durch Aussprechen der Wahrheit „dämonisiert“? op de site van Heplev van 30 april 2018

bron-logo

Advertenties

Een gedachte over “Gerstenfeld: Wordt Zweden door het uitspreken van de waarheid ‘gedemoniseerd’?

  1. Zweden bestaat niet meer.

    Het is vandaag de Islamitische Republiek Svenska.

    Zweedse Joden moeten naar Israel verhuizen en Zweden zijn nieuwe burgers & status gunnen.

    Like

Reacties zijn gesloten.