Irakese Joden in Israël denken met heimwee terug naar hun verloren levens in Bagdad

Irakese Joden in Israêl kijken nostalgisch terug naar een tijd toen het land een ‘mozaïek’ van minderheden was. Ooit kende Irak één van de meest bruisende levendige, oude gemeenschappen in het Midden-Oosten, maar vandaag leven er een slechts een handvol Joden meer, omdat de meeste leden van de Joodse gemeenschap in Irak naar Israël kwamen.

Plaatje hierboven: De thans 90-jarige Zevulun Hareli die in 1949 de pogroms in Irak ontvluchtte en naar Israël verhuisde, haalt hier zijn herinneringen op [beeldbron: Reuters/Ynet]

De chronologie van Joden in Irak strekt zich ongeveer 4.000 jaar uit tot de Bijbelse patriarch Abraham van Ur en tot de Babylonische vorst Nebukadnezar, die meer dan 2500 jaar geleden na de verwoesting van Jeruzalem en van de Eerste Tempel (Salomon’s Tempel), de Joden voor 50 jaren in ballingschap stuurde.

In 1947, een jaar vóór de geboorte van Israël, telde de Joodse gemeenschap van Irak ongeveer 150.000 mensen. Daar zijn er thans een handvol meer van over. En ze worden gemist. Rijdt westwaarts naar de oevers van de Middellandse Zee – slechts een dagreis geografisch maar politiek gezien een wereld verder – en aan de ingang van het Babylonisch Erfgoedcentrum in Israël leest een gedenksteen: “De Joodse gemeenschap in Irak is niet meer”.

De oprichting van Israël in 1948 en de opeenvolgende nederlagen van de Arabische legers veroorzaakten verdere uitbarstingen van volkswoede en geweld tegen Joden, een episode van geschiedenis die is geschreven in graven op de begraafplaats, waar vijf Iraakse joden beschuldigd van spionage voor Israël nu naast elkaar begraven liggen.

Tussen 1950 en 1952 werden ongeveer 125.000 Iraakse Joden per luchtbrug naar Israël gebracht. Ze hadden allemaal een koffer en moesten allemaal hun Iraakse staatsburgerschap opgeven. Voor een van hen, Aharon Ben Hur, zijn de herinneringen aan Irak bitter. Nu, 84 jaar oud en de eigenaar van twee falafel-restaurants in Tel Aviv, herinnerde hij zich de Farhoed Pogrom uit 1941 waarbij meer dan 180 Joden werd vermoord tijdens het Joodse feest van Sjavoeot. Zijn vader en jongere broer waren onder hen.

“‘Ze werden van de tweede verdieping gegooid. Mijn vader stierf tien dagen later en de jongen bijna onmiddellijk. Hij hield hem in zijn handen toen ze hem honderd trappen naar beneden gooiden. Ik was gered,” vertelde Ben Hur. Hij vertrok vroeg in 1951. Sommigen bleven langer rondhangen.

farhud3Bagdad, Irak, 1 & 2 juni 1941. Met getrokken zwaarden gaat een woeste meute, geleid door de Farhoed, de Joodse bevolking van de hoofdstad te lijf. Honderden Joden worden vermoord, duizenden anderen gewond en verminkt voor het leven. Deze pogroms markeerden het begin van het einde van het Jodendom in Irak, gevolgd door de uittocht tussen 1950 en 1952 van ca. 130.000 Iraakse Joden  (75 % van het totaal) naar Israël [beeldbron: The Jewish Museum]

De 52-jarige Emad Levy, was de laatste van de Joden van Bagdad die in 2010 naar Israël emigreerde. “We behielden onze tradities, de feestdagen, de synagoge”, vertelde hij aan Reuters tijdens de opbouw voor de viering van de Israëlische Onafhankelijkheidsdag. “Maar het is niet de vreugde die je hier voelt tijdens een vakantie, terwijl je door de straat loopt waar toch de meeste mensen Joods zijn.”

Levy is een van misschien 600.000 Israëli’s, uit een bevolking van ongeveer 8,8 miljoen, die een mate van Iraakse afkomst kunnen claimen, volgens het Erfgoedcentrum in de stad Or Yehuda in de buurt van Tel Aviv. Weinigen verwachten ooit terug te gaan, te midden van de gewelddadige onrust die nog steeds bestaat tussen Irak, Syrië, Jemen en andere landen die ooit bloeiende Joodse gemeenschappen hadden.

De thans 90 jaar oude Zevulun Hareli (plaatje bovenaan), had zich destijds aangesloten bij een Joodse ondergronds zelfverdedigings-beweging in Irak en herinnert zich het lot van enkele van zijn collega-Zionisten in 1948. “Het waren kinderen, 14 of 15 jaar oud. Ze werden gemarteld. Ze werden opgehangen. Hun geslachtsorganen werden verbrand”, zei Hareli, die in 1949 naar Israël emigreerde. “Irak zei dat het Zionisme een misdaad is.”

Sommigen herbergen nog meer positieve gevoelens. Edwin Shuker, die in Irak is geboren, heeft de afgelopen jaren verschillende bezoeken gebracht aan de begraafplaats in Bagdad. Soms bracht hij mensen mee die de Kaddisj wilden opzeggen – het Joodse gebed voor de doden – over de graven. Hij zegt dat hij verwelkomd wordt door Irakezen als hij teruggaat, en denkt met heimwee terug naar een tijd waarin Irak een ‘mozaïek’ van minderheden omvatte.

“Niemand zal terugkeren,” zegt de 62-jarige Shuker, die in 1971 naar Irak moest vluchten. “Er zijn echter veel mensen die erg ontvankelijk zijn om hun heiligdommen te bezoeken en waar hun voorouders liggen begraven. De Iraakse Joodse gemeenschap is de meest enthousiaste Joodse gemeenschap, waarschijnlijk overal, die zo gehecht is aan zijn geboorteplaats, vanwege zijn geschiedenis.”

Een monument “Gebed” in Ramat Gan, Israël, ter nagedachtenis van de Joden die in Irak werden gedood tijdens de Farhoed pogrom van 1941 en nieuwe pogroms in de jaren 1960 … [beeldbron: British Jewish News]


Bronnen:

♦ naar een door Brabosh ingekort artikelWith Jews largely gone from Iraq, memories survive in Israel” van 21 april 2018 op de site van Ynet News (Yediot Ahronot)

Advertenties