Joodse partizanen tijdens WOII: 100ste geboortedag van Abba Kovner

Een van de vele leugens, mythes en fabels die over Joden circuleren tijdens de nazi-vervolging voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog is onder meer het gezegde dat “Joden zich als gewillige schaapjes lieten wegvoeren naar de slachtbank“, aka de doodskampen in het Oosten alwaar ze op verschillende brutale wijzen onverbiddelijk door de nazi’s werden vermoord.

Plaatje hierboven: Vilna, Litouwen, ca. 1942. De Joodse partizanenorganisatie FOP met bovenaan in het midden: Abba Kovner en zijn latere echtgenote Vitka Kempener [beeldbron: Jewish Partisan Educational Foundation]

Onzin natuurlijk. Pure anti-Joodse propaganda. Joodse ‘schaapjes’ waren er wel degelijk, maar Joods verzet – al dan niet gewapend – was een lichtpunt in de doffe gore ellende van de Holocaust. Eén van de grote bekende voorbeelden van Joodse partizanen in het gewapend verzet tegen de nazi’s, is dat van Abba Kovner en Vitka Kempener. Naar aanleiding van de 100ste geboortedag van Abba Kovner op 14 maart 1918-2018, deze impressie en hommage.

Litouwse Joden in Vilna
Aan de vooravond van de Holocaust telde de Joodse Litouwse bevolking vóór de Tweede Wereldoorlog ongeveer 160.000 mensen, of ongeveer 7% van de totale bevolking. Met het uitbreken van WOII met de nazi’s die op 1 september 1939 Polen binnen vielen, was de Sovjet-Unie de Poolse stad Vilna binnengevallen en gaf deze stad in oktober 1939 weg aan Litouwen als deel van een Duits-Russisch akkoord omtrent de verdeling van Polen in ruil voor een niet-aanvalsverdrag aka het Molotov-Ribbentroppact van 24 augustus 1939.

In juni 1940 werd Litouwen bij de USSR ingelijfd. De Sovjetautoriteiten sloten Hebreeuwse culturele instellingen en Zionistische organisaties af. Alle Jiddische pers werd vervangen door het orgel van de communistische partij. Veel joden, actieve zionisten, bundisten en ‘bourgeois’ werden in 1941 verbannen naar het binnnenland van de Sovjet-Unie en velen werden daar opgesloten in kampen.

Een van de gevolgen van die Russische repressie was dat ongeveer 12.000 Joden wegvluchtten uit Polen en naar Litouwen kwamen wonen. Tegen 1941 was de Joodse bevolking van Litouwen aldus aangegroeid tot ongeveer 250.000 of 10% van de totale bevolking. 206.800 van deze Joden zullen worden vermoord tijdens WOII door zowel nazi’s als door Litouwse collaborateurs (plaatje hieronder).

Kaunas, Litouwen, juli 1941. Litouwse burgers collaborateurs knuppelen Joden dood terwijl Duitse nazi’s goedkeurend toekijken [beeldbron: Defending History]

Vilna, voorheen een Poolse stad en sinds 1939 van Litouwen, werd ook wel het ‘Jeruzalem van Litouwen‘ genoemd, omwille van zijn grote Joodse gemeenschap. In 1901 telde  Vilna zowat 160.000 mensen waarvan de Joodse gemeenschap met zowat 55.000 Joden ca. 28 procent telde, verspreid over de 100 synagogen van de stad.

Zoals kon worden verwacht hield Hitler zich niet aan het niet-aanvalsverdrag met Stalin en op 22 juni 1941 startte Operatie Barbarossa met de Duitse invasie van Rusland. Op 24 juni 1941 trokken de Duitsers Vilna binnen en werden er door de Litouwse bevolking verwelkomd met veel toeters en bellen, bloemen en gejuich en werd meteen ook de vervolging van de Joden aangevat, waarvan er op dat ogenblik nog zo’n 80.000 in Vilna woonden.

Joodse Partizanen
Voorafgaande aan de oprichting van het beruchte Getto van Vilna op 6 september 1941, werden reeds 35.000 Joden vermoord in de bossen van Ponary. Het was daar, in de bossen, dat de nazi’s de Joden dwongen hun eigen graf te graven. Toen het graven eenmaal voltooid was, schoten de nazi’s de Joden neer en begroeven ze in de vers gedraaide aarde. Hun lichamen liggen daar tot op de dag van vandaag.

Na de afslachting van tienduizenden Joden in de bossen van Ponary, kwam een aantal Litouwse Joden in verzet, onder hen ook Abba Kovner. Op oudejaarsavond 31 december 1941, publiceerde Abba Kovner een manifest in het Getto van Vilna waarvan de inhoud tot op vandaag weerklinkt als een luide gong doorheen de Joodse natie, in de Diaspora en vooral in Israël:

“Joodse jeugd! Vertrouw niet diegenen die u trachten te bedriegen. Hitler is van plan om alle Joden van Europa te vernietigen … We zullen niet als schapen naar de slachtbank worden geleid! Het is waar dat we zwak en weerloos zijn, maar het enige antwoord aan de moordenaar is opstand! Broeders! Het is beter om te sterven als vrije vechters dan te leven onder de genade van de moordenaars. Sta op! Sta op met je laatste ademtocht!”

Bijna in één enkele nacht vormden de partizanen van het Getto van Vilna een militie onder de naam Fareynikte Partizaner Organizatsye (de FPO – vert. als Verenigde Partizaen Organisatie), waarvan Abba Kovner een van de leiders was. Onder de partizanen bevonden zich o.m. de dichter Avraham Sutzkever (1913-2010) en studentenactiviste Vitka Kempner (1920-2012), met wie Kovner na de oorlog zal huwen.

Hun eerste commandant was Yitzhak Wittenberg. Hun enige doel was gewapend verzet – al het andere werd gezien als verspilling van tijd. Ze slopen het getto uit om sabotage-missies uit te voeren, bommen te maken, getrainde jagers, illegale drukpersen op te zetten en wapens die in het getto werden gesmokkeld in valse doodkisten of door de riolen.

Vitka Kempner was verantwoordelijk voor de eerste sabotage actie van de FPO; een zelfgemaakte bom smokkelen uit het getto en een spoorlijn van de nazi’s opblazen. De Duitsers verdenkten zelfs de Joden van Vilna niet – georganiseerde verzetsstrijders waren gewoon nog niet op hun radar.

“Wij zullen ons niet als schapen laten leiden naar de slachtbank,” luidde de strijdkeert van de Vilna Getto partizanen, die wijd en zijd werd verspreid. De groep, bijgenaamd Ha Nokmim (‘De Wrekers’), werd beschouwd als een dappere groep in het Joodse verzet tegen de nazi’s. Toen het Getto van Vilna in 1943 werd opgeheven, vluchtten de Wrekers naar het bos en zetten van daaruit hun strijd tegen de Nazi’s en hun collaborateurs voort tot het bittere einde van de Tweede Wereldoorlog.

De Wraak van Kovner
Toen de oorlog werd gewonnen en na de bevrijding van Europa en de nazi-kampen, kwam de omvang van wat de nazi’s hadden gedaan aan het licht. Kovner en zijn partijdige landgenoten uit Vilna reisden naar het Ponar-bos en nadat hij de daar vereeuwigde moord had gezien, was Kovner verbijsterd over de omvang van de verwoesting.

Hij reisde verder door het platteland dat was bevrijd van de nazi’s en zag de koude op geïndustrialiseerde wijze moorden die gepleegd werden in Auschwitz, Majdanek en Treblinka. Kovner’s verlangen naar wraak werd allesverslindend en hij begon een actieplan op te stellen. Het was toen dat Kovner een geheime organisatie oprichtte van gelijkgestemde mensen genaamd Nakam (“wraak”).

“… We hebben het op ons genomen om de wereld niet te laten vergeten door de nodige daad te verrichten: vergelding. Het zal meer zijn dan wraak; het moet de wet zijn van het vermoorde Joodse volk! De naam ervan zal daarom DIN zijn [het acroniem van Dam Israel Noter, betekent dat het bloed van Israël wraakzuchtig is – en ‘din’ zelf betekent ‘oordeel’] zodat het nageslacht weet dat in deze genadeloze, onbarmhartige wereld er zowel recht als oordeel bestaat.”

Het ultieme wraakplan? Zes miljoen Duitsers vermoorden. Het grote plan van Kovner om een ​​Duits stuwmeer te vergiftigen, kwam nooit tot stand, maar in de lente van 1946 vergiftigde de Nakam-groep brood dat bedoeld was om S.S. Eenheidsgevangenen te voeden in Stalag 13 in Neurenberg, destijds onder Amerikaans gezag. De Nakam-groep infiltreerde in de keukens van het krijgsgevangenenkamp en stopte arsenicum in 3.000 broden. De uitkomst van deze gebeurtenissen en wat er feitelijk is gebeurd als gevolg van de acties van Nakam wordt alom betwist.

Getuigenis van Abba Kovner van 4 mei 1961 op het Eichmann proces in Neurenberg – Sessie 27 – bekijk hier de videobeelden …

Kovner en Vitka
In de decennia na de Holocaust en de oprichting van Nakam werden Abba Kovner en Vitka Kempner naar Palestina gesmokkeld, waar ze in 1946 huwden. Tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog leidde Kovner de Givati-brigade en schreef ‘battle pages’, die essays bevatten die het moreel versterkten en omtrent het nieuws van het Egyptische front.

Hij ging verder met getuigen in het Eichmann-proces in 1961, speelde een belangrijke rol bij de bouw en het ontwerp van verschillende Holocaustmusea en schreef verschillende boeken en gedichten die zijn ervaringen vertellen, waarvoor hij de Israëlische literatuurprijs van 1970 won. Hij woonde op een kibboets met Vitka en andere overlevenden uit de ondergrond tot zijn dood in 1987 door kanker.

Het verlangen naar wraak verbrandde al tientallen jaren in Kovner’s hart, en hoewel hij en de Nakam-groep nooit hun ultieme wraakvoorstel op zes miljoen Duitsers hadden vervuld, speelden hij en de overige overlevende partizanen van het Getto van Vilna een cruciale rol in het vertellen van het verhaal van rebellie en heroïek tijdens de Holocaust.

Video: Interview met FPO-partizane Vitka Kovner-Kempner


Bronnen:

♦ naar een artikel van Melody Barron “Abba Kovner and the Jewish Avengers” van 11 april 2018 op de site van The Times of Israel

♦ naar een artikelResist, resist, to our last breath!” van 12 maart 2018 op de site van de Jewish Partisan Educational Foundation

Advertenties