Anti-Israël koppen tellen in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC)

De Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties heeft vorige week andermaal vijf anti-Israëlresoluties aangenomen. Dit was geen grote verrassing, en de Amerikaanse ambassadeur Nikki Haley noemde de Raad “grotendeels bevooroordeeld tegen Israël.” Ze voegde eraan toe dat “ons geduld niet onbeperkt is” en dreigde opnieuw de Raad te verlaten tenzij zijn obsessie voor Israël beëindigd wordt.

De Raad nam (zoals Haley opmerkte) drie resoluties aan over Iran en twee over Noord-Korea, waardoor de focus op Israël bijzonder grotesk oogt. Israël is het enige land in de wereld waarvan het gedrag, volgens de regels van de Raad (het zogenaamde punt 7), moet beoordeeld (lees: veroordeeld) worden, telkens wanneer de Raad bijeenkomt.

‘And the Winner is: Islam!’
Toch is het tellen van de stemmen interessant. In één resolutie werd Israël opgeroepen zich terug te trekken uit de Golanhoogte. Die resolutie kreeg 25 stemmen, bijna geheel van moslimlanden plus enkele dictaturen zoals Cuba, Venezuela en China. Geen enkel Europees land heeft ja gestemd. (Waarom Brazilië, Peru en Chili voor hebben gestemd, is een raadsel en eens het Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken voldoende personeel krijgt, kan het druk uitoefenen om hun stemgedrag te wijzigen.)

Stemden tegen deze resolutie waren Australië, België, Kroatië, Georgië, Duitsland, Hongarije, Panama, Slowakije, Slovenië, Spanje, Togo, Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Onthoudingen kwamen van de Democratische Republiek Congo (DRC), Japan, Mexico, de Filippijnen, de Republiek Korea, Rwanda en Zwitserland. Afwezig was Mongolië. Dat betekent dat van de leden van de Raad 25 met ja stemden, maar 22 niet – met een groot gebrek aan enthousiasme voor het voorstel.

De andere resoluties werden aangenomen met hogere marges: 27 voor of 34 of 41, met 43 stemmen voor “Het recht van het Palestijnse volk tot zelfbepaling” terwijl alleen Australië en de Verenigde Staten tegen stemden (met onthouding van Congo en Mongolië dat afwezig was).

Dat elke democratie op die leugenachtige resolutie moet stemmen, is onvergeeflijk. Degenen die dat wel deden, waren België, Chili, Duitsland, Japan, Mexico, Peru, Korea, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Het bevat uitdrukkingen en conclusies die gewoon vals zijn, zoals een verwijzing naar Israëls “gedwongen transfer van Palestijnen” – iets dat niet bestaat.

Het roept Israël op om “onmiddellijk de bezetting van het bezette Palestijnse gebied, inclusief Oost-Jeruzalem, te beëindigen”, wat absurd is. Zoals die regeringen moeten weten, is er geen manier om dat veilig te doen (veilig voor Israël, Jordanië of de Palestijnen, gezien de mogelijkheid dat Hamas, met Iraanse steun, het gebied zou overnemen). Noch zou een fatsoenlijk land moeten spreken over de “bezetting” van Oost-Jeruzalem, alsof de Israëlische controle over de Joodse wijk van Jeruzalem een ​​soort schandaal en misdaad was.

De resolutie is ook verkeerd als het gaat om “miljoenen Palestijnse vluchtelingen’ die ‘uit hun huizen zijn verdreven”. Mensen met een Palestijnse achtergrond die in Jordanië zijn geboren en die Jordaanse burgers zijn (er zijn ruim een ​​miljoen) zijn geen “vluchtelingen”. En inderdaad kan niemand met een ander staatsburgerschap nu als een vluchteling worden beschouwd.

In elke andere context zouden vluchtelingen worden gedefinieerd als degenen die hun huizen hadden verlaten en geen ander staatsburgerschap hadden bereikt en elders waren hervestigd. Maar de Raad stopt natuurlijk niet om de Arabische staten (te beginnen met Libanon) te veroordelen dat, in tegenstelling tot Jordanië, altijd heeft geweigerd om Palestijnen die daar al tientallen jaren wonen, burgerschap te verlenen.

Hoed af voor Australië, dat net is toegetreden tot de Raad voor de mensenrechten voor een periode van 3 jaar en naast de Verenigde Staten staat. De Australiërs hebben hun “principiële oppositie” uitgesproken om Israël er telkens apart uit te lichten en te veroordelen en zeiden dat ze tegen alle resoluties zouden stemmen die onder ‘Punt 7’ werden gebracht.

Australië heeft zich eveneens verzet tegen eenzijdige resoluties in de Algemene Vergadering. Het is een schande dat de Aussies niet door andere democratieën worden bijgestaan, maar ze verdienen grote eer voor het nemen van deze houding op het moment dat ze lid werden van de Mensenrechtenraad.

Waar de prioriteiten liggen van de Verenigde Naties en waarom dat zo is

door Elliott Abrams


Bronnen:

♦ naar een artikel van Elliott Abrams “Counting Votes at the UN Human Rights Council” van 30 maart 2018 op de site van The Jewish Press

Gerelateerd op deze blog:

♦ VN-mensenrechtenraad neemt andermaal 5 anti-Israëlische resoluties aan [lezen]

Advertenties

3 gedachtes over “Anti-Israël koppen tellen in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC)

  1. Het word tijd dat de UNHRC haar taken eens naar behoren gaat uitvoeren en een eind gaat maken aan het probleem van de 65 miljoen ronddolende vluchtelingen i.p.v. zich bezig te houden met luchtfietsen & resoluties ingediend door dictaturen die de basisregels van mensenrechten aan hun eigen bevolking onthouden en waarvan het merendeel zelf honger lijdt….behalve natuurlijk de indieners van de resoluties & vrienden want hen mankeert het aan niets.

    De UNHRC is het zoveelste UN voorbeeld van overbetaalde functionarissen die niets uitvoeren ….behalve Israel veroordelen.

    Like

  2. Daar uw blog in Nederland intensief gevolgd wordt, zou ik willen verzoeken om in de toekomst ook het stemgedrag van Nederland aan te willen geven

    Like

    1. Oops, geen politici voor mij. Ik kan me wel terugvinden in programma’s van bepaalde partijen maar heb geen gram vertrouwen in politici.

      Geen enkele partij is groot genoeg (noch in België noch in NL) om het alleen te klaren en daarom gaan ze compromissen aan. Als ze dan ook nog eens teveel macht krijgen, geld en aanzien, kijkt corruptie al om de hoek.

      Uitzonderingen zijn er wel en ook in de Nederlandse politiek. Dan denk ik terug aan de periode toen Uriël (Uri) Rosenthal, lid van de VVD, minister van Buitenlandse Zaken was in het kabinet-Rutte I (14 oktober 2010-23 april 2012). Rutte I was een coalitie van de Liberalen en de Christendemocraten, die de gedoogsteun hadden van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders.

      Dat was de periode dat Israël Nederland een ‘vriend van Israël’ noemde. Uri Rosenthal verzette zich tegen anti-Israëlische rapporten van de Europese Unie en de Verenigde Naties, drong er bij de EU-landen op aan om de Hezbollah te isoleren, en in zijn eigen land, Nederland, had hij gesnoeid in de financiering van de Nederlandse regering van NGO’s die Israël het bestaansrecht betwistten.

      Nadat hij werd gedropt door zijn eigen partij werd hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken vervangen door Frans Timmermans, een linkse PVDA politicus. Meteen was Nederland zijn status als ‘vriend van Israël’ meteen weer kwijt.

      Rosenthal was een lid van de VVD. Dat had ik pas door toen hij al van het toneel was verdwenen. Zo zie je maar hoe weinig politieke partijen mij interesseren. Nulkommanul.

      Nederland (en ook België) heeft nood aan sterke persoonlijkheden, die Israël in hun hart dragen. In België zie ik ze niet en ook in Nederland niet. Met een kleine uitzondering dan van Geert Wilders, die vroeger, toen hij jong was nog in Israël heeft gewoond, en zich nadien ontpopte als een fervente voorstander van Israël’s democratie.

      Maar ik heb het al dikwijls gezegd en voor jou herhaal ik het nog een keer. Bij de laatste verkiezingen in Israël waren er 22 partijen die aan de verkiezingen voor de Knesset meededen.

      Nu, als pro-Israëlactivist kan het mij geen barst schelen wie Israël leidt en wie premier wordt. Dat mag voor mij evengoed een kalkoen of een schaap zijn. Het interesseert me geen knar.

      Mijn ‘job’ als pro-Israël activist stopt aan de grenzen van Israël. Wat daarbinnen gebeurt zijn mijn zakens niet. Ik ga voor het behoud en de veiligheid van de Joodse staat ongeacht welke politieke partij er aan de macht is.

      Helaas zijn enkel conservatieve politieke partijen (rechts tot ulta-rechts genoemd) die vandaag hun nek durven uitsteken voor Israël. Dat was in de jaren 1960 wel even anders.

      Like

Reacties zijn gesloten.