Waar de boycot-Israël beweging BDS gaat, volgt het antisemitisme

Het is de tijd van het jaar waarin de Boycott, Divestment and Sanctions-beweging zijn beruchte ‘Apartheidweek‘ houdt op universiteitscampussen overal ter wereld. De actie loopt nog tot 17 april 2018 maar de boycot van Israël gaat uiteraard het hele jaar door.

De ‘Apartheidweek’ is slechts het hoogtepunt van een activiteit van een jaar op campussen waar BDS het meest actief is in het promoten van een anti-Israëlische en anti-Zionistische agenda, die vraagt ​​om een ​​wijdverspreide boycot van Israël.

Hoewel velen BDS beschouwen als meestal ‘het probleem van Israël’, moeten haar antisemitische wortels en retoriek Joodse gemeenschappen over de hele wereld en met name de Amerikaanse Joden zorgen baren.

Het concept van boycot, desinvestering en sancties tegen Israël is niet nieuw. Zelfs vóór de oprichting van de BDS-beweging moesten Joden en Israël vechten voor hun plaats in de wereldeconomie terwijl ze geboycot werden door de Arabische naties van de wereld.

Niettemin was Israël in staat een bloeiende economie op te richten, lid te worden van vooraanstaande intergouvernementele economische organisaties zoals de OESO en een van ’s werelds innovators op het gebied van Hi-Tech, Bio-Tech en Security te worden.

Waar BDS gaat, volgt antisemitisme
Het gevaar van BDS is echter niet alleen de potentiële economische schade aan Israël, maar eerder het diepgewortelde antisemitisme dat zich via zijn activisme over campussen verspreidt. Waar BDS gaat, volgt antisemitisme. Natuurlijk is dit een reden tot bezorgdheid voor Israël, maar daar houdt het gevaar niet op.

Volgens het recente Anti-Semitic Incidents rapport van de ADL, was er alleen al in de VS in 2017 een toename van 89% van antisemitische incidenten op universiteits- en universiteitscampussen, waar BDS het meest actief is. 90 gerapporteerde incidenten vormden feitelijke intimidatie en nog eens 114 waren antisemitisch vandalisme. Het is belangrijk om te onthouden dat deze cijfers zijn samengesteld uit gerapporteerde incidenten, dus de werkelijke aantallen zijn naar alle waarschijnlijkheid veel hoger.

Nog maar een jaar geleden hebben de universiteiten van Central Lancashire en University College London in het Verenigd Koninkrijk de ‘Apartheidweek’ op hun campussen geannuleerd en erkend dat het de Britse wetten tegen antisemitisme heeft geschonden. De BDS-beweging heeft lang gedijd op college campussen in het Verenigd Koninkrijk, maar de erkenning dat BDS gelijkstaat aan antisemitisme was de meest effectieve uitdaging voor de beweging tot nu toe. In de Verenigde Staten is de toename van antisemitische incidenten op campussen voldoende om een ​​verontrustend opkomend beeld te suggereren.

Naast de antisemitische BDS-strategie om de enige Joodse staat te delegitimeren en om het andere normen op te leggen dan aan de rest van de wereld, verbergt de BDS achter zijn argument dat het niet antisemitisch maar ‘anti-Zionistisch’ is, terwijl het tracht het onderscheid tussen de twee concepten te vertroebelen. Aan de ene kant negeert het het recht van Joden op zelfbeschikking, ondanks het promoten van de verwrongen definitie van het Zionisme als een ‘kolonialistische’ macht die probeert ‘de controle over land en hulpbronnen over te nemen en met geweld Palestijnen te verwijderen’ en zich bezighoudt met ‘etnische zuivering’.

Sterker nog, het probeert elke vorm van Joodse identiteit te herschrijven die niet past in zijn propaganda. Daarbij worden alle Joden ‘blanken’ genoemd in een poging om Joden af ​​te stemmen op kolonialistische machten, het apartheidsregime van Zuid-Afrika en de blanke suprematiebeweging. De enige keer dat Sefardische Joden of Ethiopische Joden worden genoemd, is wanneer ze de leugen propageren dat de ‘Blanke Joden ‘ook’ genocide plegen tegen Sefardische Joden.

Toen ik mijn Master of Laws deed aan de Columbia Universiteit ervoer ik het BDS-antisemitisme aan den lijve. Vlak nadat ik op Columbia’s campus was aangekomen, kwam ik een brochure tegen met de titel ‘BDS 101.’ Ik besloot om zelf te gaan kijken waar al het gedoe over ging. Aan het begin van het evenement werd ons verteld dat alle audio- en video-opnames ten strengste verboden waren. Toen hoorden we een lezing over Israël en hoe het werd opgericht door ‘koloniale Joden’ die ‘de bestaande Palestijnse staat vernietigden’.

Een van de organisatoren van Students for Justice in Palestina (SJP) vertelde ons dat terroristische aanslagen tegen Israëliërs gerechtvaardigd zijn omdat ‘dit is wat je krijgt als je 69 jaar lang mensen lastigvalt’. Overal om me veerde het publiek van zwoat 50 studenten recht en klapte en juichte. De sfeer hing vol geweld. Ik was geschokt. Ik wist dat BDS leugens en verkeerde informatie over Israël en Joden verspreidt, maar dit was de eerste keer dat ik getuige was van een groep opgeleide jonge mensen die de moord op onschuldige mensen toejuichten en vierden. Helaas was dit een van de vele voorbeelden.

Na het evenement stuurden mijn mede-Joodse studenten en ik een brief naar de president van de Columbia Universiteit, waarin onze bezorgdheid werd geuit dat het hosten van dergelijke activiteiten op de campus de boodschap kon overbrengen dat activiteiten die de veiligheid van andere studenten in het gedrang brachten, door de instelling werden gesanctioneerd. Onze hoop was dat de universiteit zou handelen ter verdediging van de veiligheid van al haar studenten. We schreven dat “we het recht van echte groepen om te bestaan ​​ondersteunen en beschermen, of we het nu eens zijn met hun opvattingen of niet. Desalniettemin zijn wij van mening dat dit platform niet kan en mag worden gebruikt om gewelddadige acties jegens onschuldige mensen te rechtvaardigen”.

ls reactie hierop werd ons verteld dat de woorden van de BDS-activisten geen ‘duidelijk en actueel gevaar voor lichamelijk letsel’ vormden of een ‘duidelijk en aanwezig gevaar dat anderen ertoe aanzet om [lichamelijk letsel of materiële schade te veroorzaken]’. Dit voorbeeld, en andere soortgelijke, van clementie tussen Amerikaanse onderwijsinstellingen over de dreiging van opruiing, kan alleen als een bijdragende factor worden beschouwd in de enorme toename van antisemitische incidenten op Amerikaanse campussen.

Ongeveer 24 staten in de Verenigde Staten hebben al verschillende wetgevingen tegen BDS aangenomen na erkenning van de antisemitische wortels en impact. Op federaal niveau zijn er anti-BDS-initiatieven die de bestaande Amerikaanse anti-boycotwetten willen verbreden en die massale tweeledige ondersteuning vereisen.

Voorbeelden hiervan zijn initiatieven als de Israel Anti-Boycott Act S. 720 geïntroduceerd door senator van de Democratische Partij Ben Cardin en mede gesponsord door 54 Republikeinse en Democratische senatoren, en de Israel Anti-Boycott Act HR 1697 geïntroduceerd door de senator van de Republikeinse Partij Peter Roskam en mede-gesponsord door niet minder dan 278 vertegenwoordigers van beide zijden van het gangpad.

Desalniettemin is meer actie op het terrein nodig om de sfeer op campussen te verbeteren. Studentenorganisaties zoals Students Supporting Israel (SSI), werken hard om het evenwicht te herstellen, maar hun kansen op succes zijn beperkt zonder de steun van de universiteiten zelf en andere organisaties.

Tijdens de ‘Apartheidsweek’ van dit jaar, zal het Amerikaans-Joodse congres, onder leiding van zijn president Jack Rosen, samenwerken met Students Supporting Israel, voor een inaugurele nationale gebeurtenis die tegelijkertijd op verschillende campussen in de Verenigde Staten plaatsvindt onder de titel – ‘BDS is antisemitisme – Allen samen tegen BDS‘. Dit is een belangrijke stap in het elimineren van de toename van antisemitische incidenten op Amerikaanse campussen.

door Assaf Weiss

Poster van de Israël Apartheid Week 2018


Bronnen:

♦ naar een artikel van Assaf Weiss “Where BDS goes, antisemitism follows” van 26 maart 2018 op de site van The Jerusalem Post

Advertenties