Wat is een ‘vluchteling’? De Joden uit Marokko versus de Palestijnen uit Israël

Een bezoek aan Marokko laat zien dat de aanspraak van de Palestijnen op een “recht om terug te keren” slechts een geringe historische, morele of juridische basis heeft.

Plaatje hierboven: Israël, oktober 1955. Berber Joden in een transitkamp, nadat zij ontkwamen aan de pogrom van Sidi Kacem (Petit Jean), 20 km van Meknes. Op 3 augustus 1954 werden zes Joden vermoord en vele gewond en ontheemd. Vijfentwintigduizend Marokkaanse Joden lieten zich meteen registreren bij het Joodse Agentschap voor emigratie naar Israël [beeldbron: Point of no Return]

In Marokko leefden eeuwenlang Joden, voordat de islam in Casablanca, Fez en Marrakesh zijn intrede deed. Samen met de Berbers waren de Joden de ruggengraat van de economie en de cultuur. Nu nog is hun historische aanwezigheid vooral aan de honderden joodse begraafplaatsen en verlaten synagogen te herkennen, die alomtegenwoordig zijn in de steden en dorpen in de hele Maghreb.

Ik bracht een bezoek aan het huis van Maimonides, waarin tegenwoordig een restaurant gevestigd is. De grote joodse filosoof en arts doceerde aan een universiteit in Fez. Andere joodse intellectuelen droegen er aan bij de cultuur van Noord-Afrika van Marokko via Algerije tot aan Tunesië en Egypte te bepalen. In deze landen waren de Joden weliswaar altijd een minderheid, hun aanwezigheid was desondanks op alle terreinen van het leven merkbaar.

Nu zijn er nog maar heel weinig Joden in Marokko en uit de andere landen zijn ze volledig verdwenen. Na 1948 verlieten enkelen deze landen vrijwillig om te emigreren naar Israël. Velen van hen werden echter door dreigingen, pogroms en rechtsverordeningen gedwongen te vluchten. Daarbij lieten ze niet alleen miljarden dollars aan eigendom, maar ook de graven van hun voorouders achter.

Tegenwoordig telt de joodse bevolking in Marokko minder dan 5000 mensen – in haar bloeiperiode waren het 250.000. Om de eer van koning Mohammad VI. te redden, moet gezegd worden dat hij het voor zichzelf tot taak heeft gemaakt het joodse erfgoed in Marokko te behouden, vooral de begraafplaatsen. Hij heeft een betere relatie met Israël dan andere islamitische landen, desondanks erkent hij Israël niet en onderhoudt hij geen diplomatieke betrekkingen met de nationale staat van het joodse volk. Dit is iets waaraan gewerkt wordt. Zijn betrekkingen met de kleine joodse gemeenschap, waarvan de meesten hartstochtelijke zionisten zijn, zijn uitstekend. Veel Marokkanen zien in dat ze een groot verlies hebben geleden toen de Joden van Marokko het land verlieten. Enkele Israëli´s van Marokkaanse herkomst onderhouden nog steeds een nauwe relatie tot hun Marokkaanse erfgoed.

Wat heeft dat echter allemaal te maken met de Palestijnse eis naar een recht om terug te keren naar hun huizen en woningen in het huidige Israël? Heel veel. De Arabische exodus uit Israël in het jaar 1948 was het directe gevolg van een genocidale oorlog, die door alle Arabische buren van Israël, inclusief de Arabieren van Israël, aan de nieuw opgerichte joodse staat was verklaard. Als ze het VN-vredesplan geaccepteerd zouden hebben – twee staten voor twee volkeren – dan zouden er geen Palestijnse vluchtelingen geweest zijn. In de loop van de verbitterde overlevingsstrijd van Israël – een strijd, waarin het 1% van zijn bevolking verloor, waaronder talrijke Holocaustoverlevenden en burgers – werden ongeveer 700.000 plaatselijke Arabieren verdreven. Velen verlieten de regio vrijwillig, nadat men hen een glorieuze terugkeer na de onvermijdelijke Arabische overwinning had beloofd. Anderen werden gedwongen te vertrekken. De voorouders van enkele van deze Arabieren woonden al eeuwenlang op de plek die nu Israël heet. Anderen waren hier pas relatief korte tijd geleden uit Arabische landen zoals Syrië, Egypte en Jordanië naartoe gekomen.

Ongeveer hetzelfde aantal Joden werd in deze periode uit hun Arabische thuislanden verdreven. Bijna allemaal moesten een duizenden jaren oud erfgoed verlaten, uit een tijd lang voordat de moslims en Arabieren de dominerende bevolkingsgroep werden. Net zoals de Palestijnse Arabieren gingen enkelen van hen vrijwillig, vele anderen hadden echter geen realistische keuze. De overeenkomsten zijn indrukwekkend, echter ook de verschillen.

Het meest duidelijke verschil bestaat erin hoe Israël met de verdreven Joden omging en hoe de Arabieren en de islamitische wereld met de Palestijnen omgingen, die door een oorlog werden verdreven die ze niet zelf hadden veroorzaakt.

Israël integreerde zijn broeders en zusters uit de Arabische en islamitische wereld. De Arabische wereld stopte zijn Palestijnse broeders en zusters in vluchtelingenkampen en behandelde hen als politieke schaakstukken – en etterende wonden – in hun aanhoudende oorlog tegen de joodse staat.

Er zijn 70 jaar voorbijgegaan sinds de bevolkingsuitwisseling plaatsvond. Het wordt tijd dat de dodelijke charade om de verdreven Palestijnen “vluchtelingen” te noemen ten einde komt. Bijna geen van de bijna vijf miljoen Arabieren die tegenwoordig proberen voor zichzelf aanspraak te maken op het etiket “Palestijnse vluchteling” was ooit werkelijk in Israël. Ze zijn de nakomelingen – enkele van hen zeer ver verwijderde nakomelingen – van diegenen, die in 1948 daadwerkelijk werden verdreven. Het aantal overlevende Arabieren, dat daadwerkelijk persoonlijk door de door hun broeders veroorzaakte oorlog uit Israël werd verdreven, bedraagt vermoedelijk nog maar een paar duizend, waarschijnlijk minder. Wellicht zouden zij schadeloos gesteld moeten worden, echter niet door Israël. De schadevergoeding zou uit de Arabische landen moeten komen, die het eigendom van de door hen tot vluchten gedwongen joodse inwoners illegaal in beslag namen. Deze paar duizend Palestijnen hebben geen grotere morele, historische of juridische aanspraak dan de overlevende Joden, die in diezelfde periode zeventig jaar geleden werden verdreven.

In het leven en ook in de wet bestaan verjaringsperiodes, die erkennen dat de geschiedenis de status quo verandert. Het wordt tijd – in werkelijkheid is het al heel lang nodig – dat de wereld ermee ophoudt deze Palestijnen als vluchtelingen te behandelen. Deze status was al jaren geleden beëindigd. De Joden, die net zo lang geleden vanuit Marokko naar Israël kwamen, zijn geen vluchtelingen meer. Net zomin zijn dit de familieleden van Palestijnen, die sinds bijna 75 jaar buiten Israël leven.

door Alan M. Dershowitz

Video: The Last Jews of Morocco


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel ‘Was ist ein “Flüchtling”? Die Juden aus Marokko versus die Palästinenser aus Israel’ op de site van The Gatestone Institute van 22 maart 2018

bron-logo

Advertenties

Een gedachte over “Wat is een ‘vluchteling’? De Joden uit Marokko versus de Palestijnen uit Israël

  1. De Joden hebben een bijna 2.000 jaar oud, uitstekend-gedocumenteerd historisch recht om terug te keren naar het land van hun voorouders. Op grond daarvan kende de Volkenbond hen in 1922 – en met instemming van de toenmalige Arabische leiders – het grondgebied toe dat ligt tussen Irak in het oosten en de Middellandse Zee (!) in het westen. Daarentegen gaat de claim der Arabische bedriegers die zichzelf ‘Palestijnen’ noemen slechts terug tot 1948. De term ‘Palestijnen’ met zijn opmerkelijke, niet-Joodse betekenis wordt zelfs pas vanaf 1970 gebruikt. Einde discussie.

    Like

Reacties zijn gesloten.