Een mythe weerlegd: de PLO heeft het bestaansrecht van Israël NOOIT erkend

Als gevolg van de Oslo akkoorden die op 20 augustus 1993 werden afgesloten en getekend tijdens een grote publieke ceremonie op 13 september 1993 in Washington D.C., in aanwezigheid van de voorzitter van de PLO Yasser Arafat, Israëlische eerste minister Yitzhak Rabin en de president van de Verenigde Staten Bill Clinton.

In dat akkoord  werd onder meer bepaald dat de PLO het geweld tegen Israël moest afzweren en die punten in haar Handvest zou aanpassen die onverenigbaar zijn met het beginsel van vreedzame coexistentie zoals die in de akkoorden werden geformuleerd. Yasser Arafat schreef op 9 september 1993 een ‘erkenningsbrief’ aan premier Yitzak Rabin waarin hij toezegde de staat Israël officieel te zullen erkennen.

Die belofte is nooit waargemaakt. Al op 24 april 1994 kwam de Palestijnse Nationale Vergadering samen en werd de aanpassing via een amendement te wijziging van artikels in het Handvest besproken èn verworpen. Vermits tot op heden nog altijd de leugen circuleert in het Westen en in het Midden-Oosten dat de Palestijnen ooit het bestaansrecht van Israël zouden erkend hebben en het geweld en terrorisme zou hebben afgezworen: hier dan het zoveelste bewijs dat het allemaal één grote leugen is geweest, de lucht in gezonden door de grootste islamistische  leugenaar en fraudeur in de Arabische wereld aller tijden: Mister Yasser Arafat.

Een hardnekkige fabel
Een hardnekkige fabel die door vele tegenstanders van Israël wordt gehanteerd in de debatten omtrent het Arabisch-Israëlisch conflict, is die fabel dat Yasser Arafat (leider van de Al Fatah organisatie) als vertegenwoordiger van de Palestijnse koepelorganisatie de PLO (Palestine Liberation Organisation) ooit de staat Israël zou hebben erkend.

Echter, het Handvest van de PLO uit 1964/1968 spreekt dat over de ganse lijn tegen. Dat Handvest werd in 1964 van kracht, drie jaar voordat tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 de Arabieren Israël aanvielen. Israël sloeg tijdens deze verdedigingsoorlog hard terug en veroverde de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Kort na de nederlaag wijzigde de PLO in 1968 haar Handvest dat op een aantal punten werd aangescherpt. De hieronder geciteerde artikelen uit dat Handvest van de PLO zijn van 1968 en werden sindsdien nooit meer gewijzigd.

De verwarring omtrent het feit of Arafat al dan niet de Israëlische staat heeft erkend, dateert ten tijde van de Oslo-akkoorden van 1993. Die akkoorden werd op 20 augustus 1993 afgesloten in Oslo (Noorwegen) en getekend tijdens een grote publieke ceremonie op 13 september 1993 in Washington D.C., in aanwezigheid van de voorzitter van de PLO Yasser Arafat, Israëlische eerste minister Yitzhak Rabin en de president van de Verenigde Staten Bill Clinton.

Mahmoud Abbas, de huidige voorzitter van de Palestijnse Autoriteit (voorheen PLO/Palestijnse Bevrijdingsorganisatie) op de Westelijke Jordaanoever tekende voor de P.A., minister voor Buitenlandse Zaken Shimon Peres tekende voor de staat Israël, Staatssecretaris Warren Christopher tekende voor de Verenigde Staten en Andrei Kozyrev tekende voor Rusland.

Arafat schrijft een brief aan Rabin, 9 september 1993
De Oslo-akkoorden bepaalden onder meer dat de PLO het geweld tegen Israël moest afzweren en die punten in haar Handvest zou aanpassen die onverenigbaar zijn met het beginsel van vreedzame coëxistentie zoals die in de akkoorden werden geformuleerd. Tussen beide hierboven genoemde data in, schreef Yasser Arafat op 9 september 1993 zijn zogenaamde ‘erkenningsbrief’ aan premier Yitzak Rabin waarin hij toezegde de staat Israël officieël te zullen erkennen.

Uit die brief van Yasser Arafat aan Rabin op 9 september 1993:

Bestrijding van terrorisme en voorkoming van geweld

– De PLO erkent het recht van de staat Israël om in vrede en veiligheid te bestaan.

– De PLO aanvaardt resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

– De PLO committeert zich aan het vredesproces in het Midden-Oosten en aan een vreedzame oplossing van het conflict tussen de beide partijen en verklaart dat alle openstaande kwesties met betrekking tot de permanente status door middel van onderhandelingen zullen worden opgelost.

– De PLO is van mening dat de ondertekening van de Beginselverklaring een historische gebeurtenis is, die een nieuw tijdperk inluidt van vreedzame coëxistentie, vrij van geweld en andere daden welke vrede en stabiliteit in gevaar brengen. Dienovereenkomstig zweert de PLO het gebruik van terrorisme en andere daden van geweld af, en zal verantwoording nemen over alle PLO-elementen en personeel, teneinde het door hen terzake [van het vorenstaande] nakomen zeker te stellen, schendingen voorkomen en overtreders straffen.

In de Oslo-akkoorden werd expliciet van de de PLO geëist dat die conform het gestelde in artikel 33 de Palestijnse Nationale Raad (zie verder Handvest artikel 33 helemaal onderaan) in een speciale vergadering zou bijeenbrengen om de onderdelen van het Handvest te annuleren die onverenigbaar zijn met een vreedzame oplossing en, in meer specifieke zin, met de zogenaamde erkenningsbrief van 9 september 1993 van PLO-voorzitter Yasser Arafat aan premier Yitzak Rabin.

Pas na veel touwtrekken en vooral onder Amerikaanse druk, kwam de Palestijnse Nationale Raad op 24 april 1996 bijeen en nam de volgende resolutie aan:

Er is besloten:

I. Het Nationale Handvest te amenderen door de artikelen te annuleren die strijdig zijn met de brieven die op 9 en 10 september 1993 werden uitgewisseld tussen de PLO en de regering van Israël.

2. Tot het instellen van een juridische commissie met de taak het Nationale Handvest te herschrijven. Het Handvest zal worden voorgelegd op de eerste zitting van de Nationale Raad.

De resolutie werd aangenomen met 504 stemmen voor, 54 tegen (waaronder die van de in het Westen als gematigd bekende Hanan Ashrawi) en 14 onthoudingen. Oslo-architect Shimon Peres noemde het “de belangrijkste ideologische verandering van de eeuw“, terwijl de resolutie in feite eg vaag geformuleerd werd en juridisch gezien niet eens bindend.

‘Een maat voor niets’, het boerenbedrog van Arafat
Uiteindelijk gebeurde er helemaal niets mee. Dat werd overigens openlijk door de PLO toegegeven, onder andere in de publicatie `Het Palestijns Nationaal Handvest – tussen Vernieuwing en Bevriezing‘, waarin is te lezen: “De tekst van het Palestijns Nationaal Handvest blijft zoals die was en er werden geen wijzigingen in aangebracht. Als gevolg hiervan is het [handvest] bevroren, maar niet nietig verklaard.“

In zijn `Note for the Record’ van 15 januari 1997 liet de Amerikaanse bemiddelaar Dennis Ross opnemen dat `de Palestijnse kant’ het herzieningsproces van het Palestijns Nationaal Handvest diende te voltooien. Maar ook die verplichting werd door de PLO/PA genegeerd.

Op 24 augustus 1997 scheef Henri Kissinger in de Washington Post:

“Het verklaarde – en nooit ingeroepen – doel van de PLO is de vernietiging van de Joodse staat. Hoewel Arafat bij meerdere gelegenheden beloofd heeft de voorbereidingen daartoe in het PLO-handvest ongedaan te maken, is hij nooit in staat of bereid geweest dit te doen. Zijn ambivalente houding is geen persoonlijke afwijking, maar een weerspiegeling van de onderliggende benadering binnen de PLO.“

Koning Abdullah van Jordanië met Salim Zanoun, voorzitter van het Palestijns parlement in ballingschap. Salim Zanoun op 3 februari 2001:

“Het Handvest van de PLO werd nooit gewijzigd en is nog steeds van kracht”

Ook van Palestijns-Arabische zijde werd in de loop der tijd steeds openlijker toegegeven dat de Israeli’s en de Amerikanen een bizar kunstje was geflikt en dat de genocidale ideologische basis van de PLO geheel en al dezelfde was gebleven. Salim Zanoun, voorzitter van de Palestijnse Nationale Raad (Palestijns parlement in ballingschap), verklaarde op 3 februari 2001 in de door de PLO gecontroleerde krant Al-Hayat al-Jadida:

“Het Handvest is ongewijzigd gebleven en is nog steeds van kracht“

En de minister van Buitenlandse Zaken van de PLO, Farouk Khadoumi, zei in een interview met de Jerusalem Post van 22 april 2004:

“Er wordt gezegd dat sommige artikelen niet meer van kracht zijn, maar zij werden niet gewijzigd. Ik was een van degenen die niet met enige verandering akkoord gingen.“

Uit het Handvest van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO (1964/68):

(Lees hier het integrale Handvest uit 1968 in de engelse taal: “The PLO Charter”)

♦ Artikel 9. Gewapende strijd is de enige manier om Palestina te bevrijden, en is derhalve een strategie, geen tactiek.

♦ >Artikel 15. De bevrijding van Palestina is een nationale verplichting voor de Arabieren. Het is hun plicht de zionistische en imperialistische invasie terug te drijven uit het grotere Arabische vaderland en de zionistische aanwezigheid in Palestina te liquideren.

♦ Artikel 19. De deling van Palestina, die plaatsvond in 1947, en de vestiging van de staat Israël, zijn fundamenteel onwettig, ongeacht de tijd die sindsdien is voorbij gegaan.

♦ Artikel 20. De Balfourverklaring, het instrument van het Mandaat en alle consequenties daarvan, worden bij deze nietig verklaard. De aanspraken op historische of religieuze banden van Joden met Palestina zijn niet verenigbaar met de historische feiten, en zijn onvoldoende om op basis ervan een staat te stichten. Jodendom, in zijn hoedanigheid van openbaringsgodsdienst, is geen onafhankelijke nationaliteit. Evenmin vormen de Joden een volk met een onafhankelijke identiteit; zij zijn burgers van de staten waarin zij thuishoren.

♦ Artikel 22. Het zionisme is een politieke beweging die organisch is verbonden met het wereldimperialisme en die vijandig is aan alle bevrijdingsbewegingen of bewegingen voor vooruitgang in de wereld. De zionistische beweging is ten diepste racistisch en fanatiek; de doelstellingen ervan behelzen agressie, expansionisme en de vestiging van koloniale nederzettingen, en de daarbij gebruikte methoden zijn die van de fascisten en de nazi’s. Israël handelt als een instrument van de zionistische beweging en is een geografische en personele basis voor wereldimperialisme – strategisch geplaatst in het hart van het Arabische vaderland, teneinde de aspiraties van de Arabische natie voor bevrijding, eenheid en vooruitgang een slag toe te brengen. Israël is een voortdurende bedreiging voor de vrede in het Midden-Oosten en de gehele wereld. Aangezien de bevrijding van Palestina de zionistische en imperialistische aanwezigheid in dat land zal liquideren en vrede zal brengen in het Midden-Oosten, ziet het Palestijnse volk uit naar de steun van alle vrijzinnige mensen in de wereld en [naar de steun van] alle krachten van het goede, vrede en vooruitgang, en smeekt hen, wat ook hun politieke opvattingen zijn, her Palestijnse volk alle hulp en steun te bieden bij deze rechtvaardige en rechtmatige strijd om haar geboorteland te bevrijden.

♦ Artikel 33. Dit Handvest kan uitsluitend worden gewijzigd door een tweederde meerderheid van alle leden van de Nationale Raad van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, bijeengeroepen in een speciale zitting voor dat doel.


Bronnen:

♦ ‘De kern van de zaak’ (Wim Kortenoeven); Wikipedia.nl, eng.wikipedia enz.

Advertenties