Hoe The Washington Post het opneemt voor het Martelaren Fonds van de Palestijnse Autoriteit

Wat is het Palestijnse Martelaren Fonds? Is het een beloning voor terroristen of een systeem van maatschappelijk welzijn voor mensen in echte nood?

In een analyse van de feitencontrole door Washington Post wordt gepoogd om aan te tonen dat het fonds niet in de eerste plaats een beloning voor terrorisme is, maar een verkeerd begrepen programma voor sociale zekerheid dat ten onrechte wordt verguisd door Israëlische en Amerikaanse onderzoekers:

“Een groot probleem is de definitie. Netanyahu verwijst naar ‘terroristen en hun families’. In de begroting van de Palestijnse Autoriteit kan $ 350 miljoen [*] worden gevonden in jaarlijkse betalingen aan Palestijnse gevangenen, ‘martelaren’ en gewonden, maar kan men met zekerheid zeggen dat ze allemaal terroristen zijn?”

orig.: ‘A big problem is definitional. Netanyahu refers to “terrorists and their families.” In the Palestinian Authority’s budget, one can find $350 [*] million in annual payments to Palestinian prisoners, “martyrs” and injured, but can one with certainty say they are all terrorists?’

[*] Het budget van het Palestijnse Martelaren Fonds werd recent opgetrokken tot $ 403 miljoen.

Tot nog toe herhaalt journalist Glenn Kessler de Palestijnse argumenten dat het fonds een soort sociaal welzijnsfonds is, willekeurig uitgepikte voorbeelden lijken die bewering te ondersteunen. Hij heeft ook kritiek op het strenge Israëlische en Amerikaanse onderzoek. Ten slotte vermijdt Kessler volledig het onderzoek naar het enige dat zijn dubieuze geval volledig zou omverwerpen: de Palestijnse wet zelf.

Wet van de Palestijnse Autoriteit

  • De Palestijnse wet vereist dat zeven procent van het jaarlijkse budget van de PA wordt uitbetaald aan het zogenaamde ‘Martelarenfonds’. Over dit feit bestaat geen discussie: het is de duidelijke taal van de bestaande wetgeving.
  • In het Palestijnse Budget Boek (2017) staat specifiek dat betalingen aan gedode of gevangengenomen Palestijnen en hun families uit het Martelarenfonds geen sociale welvaart zijn, maar een salaris, betaald omdat de ontvangers een bijzondere ‘gevechtssector’ vormen.
  • De salarissen waarnaar hierboven wordt verwezen, stijgen rechtstreeks in verhouding tot de ernst van de betrokken misdaad. Voor moord krijgt de dader bijvoorbeeld een hoger salaris dan voor lichamelijk letsel, dat een hoger salaris verdient dan het bezit van een wapen. Nogmaals, dit is niet alleen maar een mening of gissing, dit is de Palestijnse wet.

Zonder enige poging tot verificatie herhaalt Kessler de volgende Palestijnse bewering:

… de PLO zegt dat martelaarbetalingen niet alleen gaan naar mensen die zijn gedood of gewond door Israëlische troepen, maar ook naar slachtoffers van andere incidenten zoals een ersntig ongeluk met een autobus in 2012 waarbij zeven kinderen en een leraar om het leven kwamen.

orig.: ‘…the PLO says martyr payments go not only to people who were killed or injured by Israeli forces but also to victims of other events, such as a fiery 2012 bus accident that killed seven children and a teacher.’

Deze en andere soortgelijke middelen zijn de fragiele steigers waarop Kessler probeert zijn zaak te bewijzen dat het Martelarenfonds niet echt is ontworpen rond terreur, terwijl het negeert wat de wet zelf zegt, en hoe het feitelijk werkt.

Ik heb over dit onderwerp gedebatteerd over i24 News met Mustafa Barghouti, lid van het PLO-uitvoerend comité. (Dit is een fragment, het volledige segment is hier te vinden.)

“De ene zijn terrorist, is…”
De Washington Post trekt vervolgens een oneerlijke morele gelijkwaardigheid tussen het moderne Palestijnse terrorisme en de bomaanslag van de Irgoen op het King David Hotel in 1946, met gebruikmaking van een afgezaagd en reeds lang in diskrediet gebracht refrein:

“Zoals het cliché luidt, is de terrorist voor de ene de vrijheidsstrijder voor de ander.”

orig.: ‘As the cliche goes, one man’s terrorist is another person’s freedom fighter’.

Deze zin ontstond in de nasleep van 9/11, toen Stephen Jukes, toen het hoofd van het wereldwijde nieuws van Reuters, een officieel beleid voerde om het woord ‘terrorisme’ niet te gebruiken, en in een uitgelekt memo zei: “We proberen iedereen gelijk te behandelen op een gelijk speelveld.” Jukes kreeg veel kritiek vanwege het terrorloze beleid van de nieuwsdienst.

Jukes gaf later toe dat hij een andere, meer cynische motivatie had voor deze fel omstreden memo:

“… we willen de veiligheid van onze medewerkers niet in gevaar brengen. Onze mensen staan ​​in de frontlinie, in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Afghanistan.”

orig.: ‘…we don’t want to jeopardize the safety of our staff. Our people are on the front lines, in Gaza, the West Bank and Afghanistan.’

Het lijkt erop dat Jukes besloot om het gebruik van het woord terrorisme te verbieden … vanwege zijn angst dat hij terroristen zou beledigen. (Terroristen die dan zijn personeel als doelwit zouden kunnen nemen met … u raadt het al: terreuracties.)

Dit is niet alleen een kwestie van semantiek: het bestrijden van terrorisme begint met het definiëren ervan. Talloze wetenschappers en mediapersoonlijkheden bekritiseerden Jukes ‘zinsnede’ en legden uit dat de lange termijnimpact ervan het steeds moeilijker maakt om mondiale terreur onder ogen te zien en nog minder te bestrijden. In 2004 hadden Reuters en de Canwest-mediaketen in Canada zelfs een vergelijk omtrent terreur gevonden toen redacteuren het “T-woord”  (T van terreur) eenzijdig aan de content van Reuters toevoegden.

Bomaanslag tegen King David Hotel
Kessler’s beschrijving van de bomaasnlag op het King David Hotel is hoogst misleidend. Het hotel in Jeruzalem was een hoofdkwartier van het Britse militaire commando en de Britse Criminal Investigation Division (CID), waardoor het een militair doelwit werd. Voordat ze zich op dit militaire hoofdkwartier richtten, liep de Irgoen vooruit om vooraf te waarschuwen voor hun plan en drongen zij aan op de evacuatie van het hotel. Ik ben me er niet van bewust dat enige Palestijnse terrorist ooit zo’n waarschuwing heeft gegeven.

Zowel in 1946 als nog tot op vandaag, koesteren veel Israëli’s gemengde gevoelens over de vraag of de Irgoen gelijk had om te handelen zoals zij hebben gedaan. Maar goed of fout, er was een duidelijke reden: het Britse leger arresteerde en bereidde zich voor op deportatie van Joodse vluchtelingen die gevlucht waren voor de Holocaust. De afschuw van de wereld over juist dit soort deportaties leidde tot de vorming van de moderne internationale wet op vluchtelingen.

In tegenstelling hiermee betaalt het Martelarenfonds mensen die burgers doden in pizzeria’s en koffieshops en die complete families afslachten in hun huizen. Of je dat nu ‘terreur’ of ‘vrijheidsstrijd’ noemt, het is absoluut geen vergelijking met de aanslag van de Irgoen.

Erg vaag en troebel
Kessler concludeert dat het ‘erg wazig’ is of de Palestijnse regering echt het exacte bedrag van $ 350 miljoen heeft betaald aan terroristen en hun families. Toch is het meeste aantal woorden gewijd aan het echte punt van het artikel: dat Israëlische en Amerikaanse studies over het onderwerp in wezen een poging zijn om de onbegrepen Palestijnse regering te belasteren.

Het Martelarenfonds is volgens de Palestijnse wet die het heeft opgericht, ontworpen rond terreur. Het enige dat wazig is, is waarom dit onbetwistbare feit zo opvallend afwezig is in de feiten-controle van de Washington Post.

door Daniel Pomerantz


Bronnen:

♦ naar een artikel van Daniel Pomerantz “Washington Post Defends PA Martyrs Fund” van 14 maart 2018 op de site van Honest Reporting

♦ naar een artikelWashington Post Defends PA Martyrs Fund” van 18 maart 2018 op de site van The Jewish Pressm

Advertenties