Manfred Gerstenfeld over Polen, Holocaustverdraaiing en de nieuwe wet

De onlangs aangenomen wet over de rol van Polen in de Holocaust en de daarmee verband houdende thema´s zijn complex. Polen voelden zich decennia lang terecht voor het hoofd gestoten wegens de benaming “Poolse doodskampen”. Dit begrip werd door voormalige nazi´s in de Duitse geheime dienst ongeveer 10 jaar na de oorlog ingevoerd. Een feit is dat doodskampen zoals Belzec, Treblinka, Sobibor en Auschwitz-Birkenau door de Duitse bezetters op Pools grondgebied opgericht en geëxploiteerd werden.

Tot het begin van deze eeuw luidde de gangbare historische versie over Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog dat er ongeveer drie miljoen niet-joodse Polen en drie miljoen Poolse joden door de Duitsers werden vermoord. Meerdere Polen hielpen Joden te verbergen. Het Poolse verzet leverde wapens aan de joodse opstandelingen in het getto van Warschau.

Wellicht de beroemdste Pool die Joden hielp, was de buitengewoon moedige Jan Karski. Eind 1942 werd hij in en uit het getto van Warschau gesmokkeld, evenals in en uit een transitkamp, waar hij de verschrikking zag waaronder de joden leden. Het lukte Karski naar Londen te reizen, waar hij verslag deed aan de Poolse regering in ballingschap en hoge Britse vertegenwoordigers van de autoriteiten, waaronder minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden. In juli 1943 ontmoette Karski de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt om aan hem dezelfde data en een appel tot handelen te overhandigen. Zijn missie bleef zonder resultaat.

De historicus David Bankier wees erop dat “de meeste Poolse ondergrondse organisaties dachten dat Polen na Hitler een land zonder joden zou zijn… De overgeblevenen zouden Polen na de oorlog moeten verlaten. Deze opvatting werd zelfs in de organisatie Zegota vertegenwoordigd, de door het Poolse verzet opgerichte raad voor de hulp aan Joden. Daartoe behoorden mensen die hun eigen leven riskeerden, het meest opvallend de diepgelovige katholieke, beroemde schrijfster en medeoprichtster van de Zegota, Zofia Kossak-Szczucka. Zij geloofde dat Polen geen land was waarin Joden zouden moeten leven; dat laat heel goed zien hoe de ware politieke Poolse gevoelens er destijds uitzagen.”

Bankier verder: “In een in augustus 1943 geschreven artikel met de titel ´Wie helpen we?´ vatte Kossak Szczucka haar ideeën over de Poolse naoorlogse houdingen tegenover de Joden samen: ´Nu zien de Joden zich geplaatst tegenover de uitroeiing. Ze zijn het slachtoffer van onterechte moorddadige vervolging. Ik moet ze redden. ´Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet´. Dit gebod verlangt dat ik alle mij ter beschikking staande middelen inzet om anderen te redden, exact die middelen die ik voor mijn eigen redding zou gebruiken.

De situatie na de oorlog zal zeker anders zijn. voor de Joden en voor mij zullen dezelfde wetten gelden. Op dit punt zal ik tegen de Joden zeggen: ´Ik heb jullie gered, jullie een schuilplaats gegeven toen jullie vervolgd werden. Om jullie in leven te houden, riskeerde ik mijn leven en dat van diegenen die mij lief waren. Nu worden jullie door niets meer bedreigd. Jullie hebben je eigen vrienden en op veel gebieden gaat het jullie beter dan mij. Nu eis ik dat jullie gaan en jullie ergens anders vestigen. Ik wens jullie geluk en zal jullie met liefde graag helpen. Ik zal jullie niet schaden, maar in mijn vaderland wil ik alleen leven. Daartoe heb ik het recht.”

In het begin van deze eeuw werden er meer feiten ontdekt, die leidden tot radicaal nieuwe zienswijzen over de Poolse Holocaustgeschiedenis. Jan Gross, een Amerikaans historicus van Poolse afkomst, schreef het boek “Neigbors” (Buren). Daarin wordt het verhaal verteld van de Poolse inwoners van Jedwabne, die bijna alle plaatselijke Joden, zonder welke Duitse inmenging dan ook, vermoordden. Door Agnieszka Arnold werden twee documentaires over de massamoord van Jedwabne gemaakt.

De openbaringen over de moorden in Jedwabne zorgden in Polen voor grote ontsteltenis. Er werd enorme schade toegebracht aan het zelfbeeld van het land. Er waren ook mensen, die de moorddadige feiten bleven ontkennen en wilden goedpraten.

De situatie veranderde drastisch, toen de Canadese historicus van Poolse afkomst, Jan Grabowski, in 2013 zijn boek “Hunt for the Jews: Betrayal and Murder in German-Occupied Poland” publiceerde. Grabowski en zijn onderzoekers documenteerden de juistheid van eerdere inschattingen. Hun onderzoekswerk toonde aan dat er ongeveer 200.000 joden door Polen werden vermoord. Dat maakte van Polen een van de grootste Holocaust-daderlanden.

De nieuwe wet die door het Poolse parlement werd aangenomen en door president Andrzej Duda werd ondertekend, bestaat uit twee delen. Het eerste verbiedt de formulering “Poolse doodskampen”. Het tweede maakt het tot een misdaad om te beweren dat de Poolse natie in de Holocaust of een andere door nazi-Duitsland gepleegde gruweldaad medeschuldig zou zijn. Nu werd verkondigd dat de wet niet wordt ingevoerd, voordat Polen´s grondwetstribunaal de wet heeft gecontroleerd.

De Poolse minister van Onderwijs, Anna Zalewska, suggereerde in 2016 dat de moorden van Jedwabne door Polen eerder een mening dan een feit waren. Dat is een typisch geval van belangrijke Holocaustontkenning.

De dingen werden nog erger toen de wet was aangenomen. Op de onlangs beëindigde Veiligheidsconferentie van München confronteerde de Israëlische journalist Ronen Bergman, de zoon van twee Holocaustoverlevenden, de Poolse minister-president Mateusz Morawiecki; hij zei: “Er waren Polen die Joden verraadden door de nazi´s details over hen te verschaffen.” Hij wees op persoonlijke ervaringen van zijn moeder.

De Poolse minister-president antwoordde: “Jullie worden niet als criminelen beschouwd wanneer jullie zeggen dat er Poolse daders waren, net zo goed als er joodse daders waren, Russische daders en Oekraïense daders – niet alleen maar Duitse daders.” De Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu antwoordde: “De uitlatingen van de Poolse minister-president hier in München waren schandalig. Hier is sprake van het probleem van het onvermogen om de geschiedenis te begrijpen en ontbrekende gevoeligheid voor de tragedie van ons volk.”

De vervalsende manipulaties van de Holocaust door Polen hebben tot spanningen tussen de Poolse en Israëlische regering geleid. De poging van een Poolse delegatie op bezoek in Israël om de scherpe kantjes van deze spanningen af te halen, mislukte. Ze hebben bovendien veel pijn veroorzaakt bij Poolse Joden. Drieëntwintig joodse groepen ondertekenden een brief, waarin staat dat zij zich niet veilig voelen in Polen. Israëlische en Poolse interacties hebben veel aspecten. Om de Israëlische ambassadeur terug te roepen uit Warschau, om maar helemaal te zwijgen van het afbreken van de diplomatieke betrekkingen met Polen, zouden geen goede zetten zijn.

Het Simon Wiesenthal Center heeft onlangs bekendgemaakt dat een door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken vrijgegeven bericht uit het jaar 1946 de afschuwelijke behandeling van de Poolse Joden voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog documenteerde. Het bericht plaatste de omgang van de Polen en van de nazi´s met de joodse bevolking op hetzelfde niveau en zei dat veel Joden er na de oorlog de voorkeur aan zouden hebben gegeven om te vluchten, zelfs naar Duitsland.

Een onderzoek van de Universiteit van Bielefeld stelde in 2011 vast dat 63% van de Polen het eens is met de uitspraak: “Wat Israël nu met de Palestijnen doet, onderscheidt zich in principe niets van hetgeen de nazi´s de Joden aandeden in het Derde Rijk”. Dit percentage was aanzienlijk hoger dan in de andere Europese landen, waarin dit onderzoek werd gehouden.

Met de ontkenning van de grote rol van Poolse burgers in de Holocaust heeft de Poolse kritiek zich vatbaar gemaakt voor scherpe kritiek, die gebaseerd is op historische feiten. Een effectieve manier om hiermee om te gaan, bestaat er voor joodse organisaties in om internetsites met getuigenverklaringen over de door Polen op Joden gepleegde moorden en gevallen waarbij Polen Joden aan de nazi´s verraadden, op te richten. Tweehonderdduizend door Polen vermoorde Joden is een groot aantal. Daarom kan er veel informatie binnengehaald worden om de vervalsingen van de Poolse regering te ontmaskeren.

Om daar informatie over wijdverbreid extreem vooroorlogs antisemitisme in Polen aan toe te voegen, is een extra aanzet. De historicus Laurence Weinbaum schreef: “In 1937 beschreven twee protestantse geestelijken uit Noord-Amerika, zelf nauwelijks joods gezind, hun ontsteltenis dat ze in Poolse (katholieke) kerken behalve rozenkransen, Bijbels en andere religieuze artikelen ook antisemitische literatuur in de verkoop zagen, die niet minder walgelijk was dan die door Julius Streicher werd geleverd; Streicher is de beruchte uitgever van het ophitsende nazi-blad “Der Stürmer”.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel ‘Polen, Holocaust-Verdrehung und das neue Gesetz’ op de site van Heplev van 12 maart 2018

bron-logo

Advertenties

Een gedachte over “Manfred Gerstenfeld over Polen, Holocaustverdraaiing en de nieuwe wet

  1. Mijn gedachten hierover is dat tijdens oorlogen elk land zijn collaborateurs kent, die op de hand waren van destijds de nazies. En in deze tijd lieden rondlopen die op de hand zijn van de islam.
    Ook regeringen waren en zijn nog steeds fout bezig.

    Like

Reacties zijn gesloten.