Voorheen onbekende Kanaänitische opstand tegen Egypte onthuld in antieke Jaffa

Nieuw ontdekte lagen van felle vernietiging in het oude Jaffa getuigen van het al lang vergeten gewelddadige Kanaänitische verzet tegen de Egyptische heerschappij over de kustplaats duizenden jaren geleden, een verzetsactie die volledig ontbreekt in historische bronnen

Plaatje hierboven: Opgravingen aan het complex rondom de Ramsespoort in juli 2013 [beeldbron: Jaffa Cultural Heritage Project]

Archeologen hadden eerder de uit modder gemaakte stenen ‘Ramse Poort’ gevonden, de overblijfselen van een gigantisch fort dat de faraonische veroveraars van het Nieuwe Rijk in Jaffa bouwden toen zij de stad beheersten (van omstreeks 1460 voor Christus tot 1125 voor Christus). Nu hebben opgravingen rond de versterkte poort, het meest massieve complex van het type buiten Egypte zelf, meer overblijfselen van het fort blootgelegd die een vergeten verhaal vertellen.

Gebogen pijlpunten en een enorme vernietigingslaag van verbrande lemen bakstenen die werden aangetroffen onder de ingestorte toren aan de Ramsespoort, getuigen dat de Kanaänieten bittere tegenstand hebben geboden tegen de Egyptische overheersing in Jaffa, die zijn hoogtepunt bereikte in de 12de eeuw v.Chr.

Aldus zeggen archeologen die op de site opgravingen uitvoerden en die in de loop der jaren uitgebreid werd onderzocht door het Jaffa Cultural Heritage Project (2011-2014), de Universiteit van Tel Aviv in de late jaren ’90 en door Jacob Kaplan, de gemeentelijke archeoloog van Tel Aviv-Jaffa (1955-1974).

Meer dan 50 keramische vaten werden ontdekt onder een 2 meter dikke laag vernietigingspuin. Sommige werden gevonden onder een ingestorte doorgang van 4 meter breed. Anderen vielen blijkbaar van de torens van het poortcomplex in het vernietigingspuin.

“Het lijkt erop dat [de Kanaänieten] het plafond van het poortcomplex in brand staken en waarna deze in elkaar stortte,” zegt prof. Aaron Burke van de Universiteit van Californië, Los Angeles, een van de directeuren van de hernieuwde opgravingen in Jaffa. “We ontdekten 24 stukjes hout en planken van één tot twee meter, inclusief hun houten pinnen, begraven in elk van de torens die instortten”, vertelde hij aan Haaretz.

De uitbarsting was zo intens dat de stenen tegenover de doorgang die behoorden tot de 6 meter brede lemen torens van baksteen werden zwart geblakerd tot een diepte van maar liefst een meter. Het draagt bij tot ​​de kwalificatie dat het bewijsmateriaal de Kanaänieten verdoemd werden door de vuurzee redelijk omslachtig is.

Hoewel Egyptische documenten elders lokale Kanaänitische opstanden beschrijven, bestaat er geen verslag van enige opstand in Jaffa en in theorie zou de strijd kunnen geleverd zijn tegen bijvoorbeeld enige passerende indringers die vanuit de zee aan land kwamen.

Plaatje hierboven: Farao Ramses II van de 19de Dynastie, regeerperiode 1279–1213 v.Chr., die hierboven de dubbele kroon droeg, sloeg de gevangen genomen rebellen tegen Maat (die de onrechtvaardigen zijn, vijanden van de Goden en van Egypte) vóór Amon-Ra [beeldbron: Amnte Nofre]

De komst van de Egyptenaren
Jaffa, gelegen op een heuvel boven de Middellandse Zee, bestaat daar reeds duizenden jaren onophoudelijk hoewel niemand met zekerheid kan zeggen hoe lang precies. Zeker is dan de stad al in de bronstijd een bruisende havenstad was en de moderne stad van vandaag, die grenst aan het zuiden van Tel Aviv, is gebouwd op zijn oude grondvesten.

Het oude Jaffa, dat de Egyptenaren ‘Yapu’ noemden, was van cruciaal strategisch belang voor de heersers van de Levantijnse kust, misschien wel de mooiste haven – zoals de Kanaänitische naam suggereert – helemaal van Egypte tot de berg Karmel (vandaag Haifa). De haven was een stopplaats voor goederen en soldaten die zich landinwaarts verplaatsen en langs de kust, tussen Egypte en het huidige Libanon en Syrië.

Onder de vondsten in Jaffa bevinden zich Kanaänitische en Egyptische voorraadpotten, Cypriotische pithoi (grote opslagtanks voor klei), scarabeeën, pijlpunten, loodgewichten, ongeveer 800 kralen en kilo’s verkoold zaad van 13 verschillende soorten, waaronder kekers, linzen, tarwe, gerst, druiven en olijven. De opgravers vonden ook geweien van 36 herten onder de bovenbouw van de ingestorte poort. “Soms was de verbranding zo heet dat het materiaal smolt op het gewei en keramiek volledig verbrande tot as,” zegt prof. Aaron Burke.

“Poorten” in bijbelse tijden waren niet slechts ingangen van plaatsen of steden. De grootsten waren enorme complexen met bewakingstorens en meerdere kamers. In het geval van de Ramsespoort, de locatie van de artefacten die door de archeologen werden gevonden, suggereert dat de doorgang door het poortcomplex zo groot was dat het ook als een markt kon dienen, ‘een gewoonte die gebruikelijk was in Kanaänitische steden, zegt Burke.

Anti-datering van het Trojaanse Paard
Zowel tekstuele bronnen als archeologie geven aan dat de Egyptische heerschappij in Jaffa enige tijd na de slag bij Megiddo (rond 1456 voor Christus) begon, toen farao Thoetmosis III een coalitie uit Kanaän beëindigde en Kanaän effectief onder Egyptische heerschappij bracht.

Papyrus Harris 500 vertelt het verhaal over hoe Jaffa (ook Joppa geheten) werd veroverd door de sluwe Egyptische commandant Djehuty, die diende onder Thoetmosis III. Terwijl hij deed alsof hij zich wou overgeven, presenteerde Djehuty een geschenk van 200 manden als eerbetoon aan de Kanaänieten – waarmee hij zijn soldaten binnenin de stad smokkelde, die ’s nachts opkwamen en de Kanaänieten overwonnen.

Dit was meer dan 200 jaar voordat het verhaal van de legendarische verovering van Troje door de sluwe Grieken met het beroemde Trojaanse paard werd beschreven, waarmee de Trojaanse oorlog eindigde. Het verhaal werd mogelijk verfraaid doorheen de eeuwen, maar Djehuty heeft zeker bestaan: hij wordt genoemd in oude Egyptische verslagen als commandant van de legers van het noorden.

Plaatje hierboven: Farao Thoetmosis III, de zesde farao uit de 18de Dynastie, regeerperiode 1479-1425 v.Chr., van het Nieuwe Rijk in de Egyptische Oudheid. Na de dood van Hatsjepsoet in 1458 v.Chr. ondernam Thoetmoses III zijn eerste grote militaire campagne. Hij vertrok uit Egypte en marcheerde door de Sinaï woestijn via de Gazastrook landinwaarts in de richting van de stad Megiddo, onder christenen bekend als Armageddon. Na maandenlang durend beleg veroverde hij de Kanaänitische stad. De Slag om Megiddo is waarschijnlijk de belangrijkste veldslag die Thoetmoses III ooit ondernam. Hiermee brak hij de verzetshaarden in de Levant, aka de toenmalige pre-Israëlitische gebieden, Libanon en Zuid-Syrië [beeldbron: Amnte Nofre]

Farao Thoetmosis III verovert Jaffa
Onder Thoetmosis III vestigden de Egyptenaren een permanente aanwezigheid in Jaffa, bouwden ze een fort en vestigden ze een garnizoen om de natuurlijke haven te beschermen, hoewel de Egyptenaren, gezien de grootte van de locatie, waarschijnlijk niet meer dan 500 soldaten in de stad hadden, als dat al zoveel was.

Aan weerszijden van de stadspoort stonden massieve rechthoekige lemen torens van baksteen, meer dan 20 meter lang, 10 meter hoog en 6 meter breed. Het poorttorencomplex is de enige Egyptische poort die tot nu toe in Israël is blootgelegd. Eerdere opgravingen in Jaffa onthulden grote assemblages van Egyptische keramiek en bewijzen van brood, een hoofdbestanddeel van het Egyptische dieet. Er werden ook grote hoeveelheden Cypriotisch en Myceens ingevoerd aardewerk ontdekt die voedsel hadden vervoerd dat kenmerkend was voor het Egyptische dieet.

In feite vermelden de Amarna-brieven (diplomatieke correspondentie op kleitabletten tussen de Egyptische regering en haar vertegenwoordigers in Kanaän en Amurru gedurende het Nieuwe Koninkrijk) dat Jaffa graan dat langs de kustvlakte (misschien in Aphek) was geteeld, bewaarde om Egyptische soldaten te voeden die in de Levant gelegerd waren.

Bij de verdere opgraving van de zogenaamde Leeuwen Tempel in Jaffa (zo genoemd naar de leeuwinnenschedel die daar werd gevonden), werden meer botten van leeuwen, hyena’s en nijlpaarden, evenals andere dieren op de vloer ontdekt. Archeologen zijn verdeeld over wie precies werd aanbeden in de Leeuwentempel, sommigen associëren het met de Egyptische aanwezigheid in de stad en anderen geloven, gebaseerd op de keramische assemblage die daar werd gevonden, dat de aanhangers Kanaänieten waren.

Plaatje hierboven: Bewoners van Kanaän in traditionele Kanaänitische kledij volgens een Egyptische hiëroglief [beeldbron: Bible Blender]

De Kanaänieten komen op
Om het even wie er heeft gebeden in de Leeuwen Tempel, wat zeker is, dat de Egyptische overheersing in Jaffa duurde vanaf het midden van de 15de eeuw voor Christus tot aan het einde van de 12de eeuw voor Christus, een periode van meer dan 300 jaar. Nu vermoeden de archeologen ervan, gebaseerd op de twee belangrijkste vernietigingslagen, uit de late 15de eeuw v.Chr. en de 12de eeuw v.Chr., dat de Kanaänieten actief betrokken zijn bij het verdrijven van hun Nilotische heersers.

Het grootste deel van de verwoesting in Jaffa lijkt in overeenstemming te zijn met overgangen tussen farao’s, toen het nieuwe regime niet was getest, legt Burke uit. Sommigen vinden dat meer informatie nodig is. “Ik denk dat we niet echt weten wanneer en of er sprake was van vernietiging in de 15de eeuw v.Chr.”, kwalificeert Egyptologiedeskundige Mario Martin van de Universiteit van Tel Aviv.

Toch lijkt het erop dat sommige Kanaänieten in deze zelfde periode geleerd hebben om met de Egyptenaren om te gaan. De keramische assemblage ontdekt na de eerste vernietiging van het fort van de late 15de eeuw voor Christus, bijna uitsluitend Egyptisch is, wat erop wijst dat een overwegend Egyptische aanwezigheid binnen de vroegste vestingmuren bestond. Het lokale Kanaänitische aardewerk lijkt na verloop van tijd geleidelijk te zijn toegenomen, wat erop wijst dat de Kanaänieten in toenemende mate geïntegreerd werden in de werking van het fort.

Dat gezegd zijnde, was Jaffa niet de enige plaats van wrijving tussen de heersers van de Egyptenaren en de lokale Kanaänieten. De Amarna-brieven van de late veertiende eeuw v.Chr. bevatten verslagen van Kanaänitische opstanden in Ashkelon en Gezer. Ook ontving de Faraonische rechtbank veelvuldige verzoeken om wapens om plaatselijke opstanden de kop in te drukken. De vernietiging van de poort in 1135 v.chr. was zo gewelddadig dat het de 22 meter brede en 10 meter hoge bovenbouw volledig naar beneden bracht. De poort werd herbouwd, maar binnen nog geen tien jaar (circa 1125 voor Christus) tijdens een tweede golf van geweld opnieuw verwoest te zijn. Dit heeft uiteindelijk een einde gemaakt aan de Egyptische heerschappij in Jaffa.

“De vernietiging van de Poort van Ramses heeft zeker plaatsgevonden,” zegt Martin instemmend. “De vraag is wanneer precies – aan het einde van de negentiende dynastie of al in de regeerperiode van Ramses III? In het laatste geval waren de schuldigen misschien wel de Filistijnen.” Hoewel geen enkele Egyptische melding rechtstreeks verwijst naar aanvallen op Jaffa, is Burke er zeker van dat de vernietiging van de stad niet uit piraterij of een invasiemacht voortkwam, maar dat de Kanaänieten uiteindelijk het juk van hun meesters definitief afwierpen.

Plaatje hierboven: Jaffa, het antieke Joppa, gezien vanuit het noorden. Een ingekleurde litografie uit 1843 van David Roberts [beeldbron: Wiki]

door Philippe Bohstrom


Bronnen:

♦ naar een artikel van Philippe Bohstrom “Previously Unknown Canaanite Revolt Against Egypt Revealed in Ancient Jaffa” van 22 oktober 2016 op de site van Haaretz

Advertenties

Een gedachte over “Voorheen onbekende Kanaänitische opstand tegen Egypte onthuld in antieke Jaffa

Reacties zijn gesloten.