Meeste ‘Palestijnen’ zijn nakomelingen van Arabische moslimmigranten uit 1845-1947

Tegensteld aan de politieke correctheid, hebben de Palestijnse Arabieren sinds onheuglijke tijden nooit in het gebied ten westen van de Jordaanrivier geleefd; geen enkele Palestijnse staat heeft ooit bestaan, geen Palestijns Volk werd ooit beroofd van zijn land en er bestaat geen grond voor het Palestijnse ‘recht op terugkeer’.

Plaatje hierboven: Joodse migranten van de eerste aliyah (1882-1903) bewerken het land van ‘Palestina’, in die tijd wellicht één van de meest onvruchtbare en troosteloze gebieden van het Midden-Oosten. In hun zog volgden tienduizenden Arabische migranten, afkomstig uit de omringende Arabische naties, aangetrokken door de welvaart en voorspoed die door Joods hard labeur werd gecreëerd. Die Arabische migranten zullen zich vanaf 1964 ‘Palestijnen’ beginnen noemen…

De meeste Palestijnse Arabieren zijn nakomelingen van de 1845-1947 moslimmigranten uit de Soedan, Egypte, Libanon, Syrië, evenals uit Irak, Saoedi-Arabië, Bahrein, Jemen, Libië, Marokko, Bosnië, de Kaukasus, Turkmenistan, Koerdistan, Indië, Afghanistan en Balochistan (tegenwoordig een provincie in Pakistan).

De Arabische migrerende arbeiders werden als gastarbeiders ingevoerd door het Ottomaanse Imperium en door het Britse Mandaat Palestina (dat de Ottomanen in 1917 versloeg) om te arbeiden in infrastructuurprojecten: de aanleg van de haven van Haïfa, aan de spoorlijnen Haifa-Qantara, Haifa-Edrei, Haifa-Nabloes en Jeruzalem-Jaffa, de militaire installaties, de wegen, de steengroeven, de terugwinning van moerasland, enz. Illegale Arabische handarbeiders werden ook aangetrokken door de relatief snelgroeiende economie, die door de Joodse immigratie werd bevorderd.

Volgens een rapport uit 1937 van de Britse Peel Commissie (Palestine Betrayed van prof. Efraim Karsh; uitg. Universitaire Pers, Yale, 2010, blz. 12), “Is de toename van de Arabische bevolking het duidelijkste in de stedelijke gebieden, die door de Joodse ontwikkeling wordt beïnvloed. Een vergelijking van bevolkingstellingen in 1922 en 1931, toont aan dat zes jaar geleden, de toename in procenten in Haïfa op 86% lag, in Jaffa 62 en in Jeruzalem 37, terwijl in zuiver Arabische steden zoals Nabloes en Hebron er slechts een [Arabische] bevolkingstoename was van 7 procent en in Gaza de Arabische bevolking zelfs daalde met 2 procent.

Als resultaat van de substantiële Arabische immigratie in de periode 1880-1947- en ondanks de Arabische emigratie die door binnenlandse chaos en intern Arabisch geweld werd veroorzaakt – vermenigvuldigde de Arabische bevolking in Jaffa, Haifa en Ramla zich met resp. 17, 12 en 5 keer.

De (1831-1840) verovering door Mohammed Ali van Egypte, versterkte de toevloed van Egyptische migranten die zich vestigden in de lege ruimten tussen Gaza en Tul-Karem tot aan de Hulla Vallei. Zij traden in de voetstappen van duizenden Egyptische dienstweigeraars die in 1831 uit Egypte waren gevlucht en zich vestigden in Acre. De Britse reiziger, H.B. Tristram, herkende in zijn boek uit 1865 ‘The Land of Israel: a journal of travels in Palestine‘ (blz. 495), vele Egyptische migranten in de Vallei van Beit-Shean, Acre, Hadera, Netanya en in Jaffa.

De British Palestine Exploration Fund documenteerde dat Egyptische woonwijken ontstonden en zich uitbreidden in de gebieden rondom Jaffa: Saknet Gr-Mussariya, Abu Kebir, Abu Derwish, Sumeil, Sjeik Muwanis, Salame, Fejja, enz. In 1917, vertegenwoordigden de Arabieren van Jaffa minstens 25 nationaliteiten, met inbegrip van Perzen, Afghanen, Hindoessians en Balochianen (thans Pakistanen). Honderden Egyptische families vestigden zich  in Ara’ Arara’, Kafer Qassem, Taiyiba en Qalansawa.

Veel van de Arabieren die in 1948 waren gevlucht, herenigden zich met hun families in Egypte en andere naburige landen. “30.000 tot 36.000 Syrische migranten (Huranis) zijn naar Palestina getrokken alleen al tijdens de laatste maanden,” schreef de krant ‘La Syrië‘ op 12 augustus 1934. Izz ad-Din al-Qassam, het grote voorbeeld voor het terrorisme van Hamas, die de Joden in het Britse Mandaat Palestina terroriseerde, was een Syriër net zoals ook Said el-A’az, een leider van de anti-Joodse pogroms van 1936-38 alsmede Kaukji, de opperbevelhebber van de Arabische huurlingen die de Joden in de jaren 1930 en 1940 terroriseerden.

De Libische migranten vestigden zich in Gedera ten zuiden van Tel Aviv. De Algerijnse vluchtelingen (de Moegrabis) ontsnapten aan de Franse verovering van 1830 en vestigden zich in Safed (naast de Syriërs en Jordaanse Bedoeienen), Tiberias en andere delen van de Galilea. Vluchtelingen van Circassië (in de Kaukasus), op de vlucht voor de Russische repressie (1878) en de moslims afkomstig uit Bosnië, Turkmenistan en Jemen (1908) diversifiërden de Arabische demografie ten westen van de Jordaanrivier.

Mark Twain schreef in zijn boek Innocents Abroad (American Publishing Company, 1969): “Van al de landen met een somber landschap, moet Palestina de prins zijn…. Palestina is troosteloos en onaantrekkelijk.” Het boek van Mark Twain analyserende, schreef John Haynes Holmes, de pacifistische Unitaristische priester, mede-oprichter van de American Civil Liberties Union en de auteur van Palestine Today and Tomorrow – a Gentile’s Survey of Zionism (McMillan, 1929):

“Dit is het land waar de Joden naartoe zijn gegaan om er hun oude geboorteland herop te bouwen… Over de gehele aardoppervlakte is er geen enkel ander huis veiliger voor de Jood dan hier in de bergen waar de waterbronnen ontspringen van zijn oude koninkrijk… Overal elders leven de Joden in ballingschap… Maar, Palestina is van hem… Eender waar je krast in Palestina zult u Israël vinden… Er is geen enkele plek die niet de stempel van een voetafdruk heeft van één of ander oud [Joods] stamlid… Geen enkele weg, bron, berg of dorp, dat niet de naam van één of andere grote [Joodse] koning opwekt, of een echo weergalmt van de één of andere grote [Joodse] profeet… [De Jood] heeft een hoger en nobelere motief in Palestina dan louter een economische… Deze missie is de restauratie van Zion; en Zion is Palestina.”

De Arabische poging om een hogere morele basis te bereiken en de Joodse Staat te delegitimeren, door een immorele heruitvinding van de geschiedenis te ontwikkelen en de recreatie van een [fictieve] identiteit, werd aan het licht gebracht in het boek The Claim of Dispossession (Herzl Press, 1982) van Arieh Avneri en in het boek van Joan Peters From Time Immemorial (Harper & Row, 1986), waaruit de hier aangehaalde gegevens werden geput en waarin nog veel meer details te vinden zijn.

door Yoram Ettinger


Bronnen:

♦ naar een artikel van Yoram Ettinger “Who are the Palestinians? Most Palestinian Arabs are descendants of the 1845-1947 Muslim migrants” van 14 december 2011 op de site van Israel Hayom

Advertenties

4 gedachtes over “Meeste ‘Palestijnen’ zijn nakomelingen van Arabische moslimmigranten uit 1845-1947

  1. Dus, voor de zoveelste keer……

    Palestijnen bestaan niet, hadden géén land en waren géén volk.

    De énigen die “Palestijnen” werden genoemd waren de Joden.

    Tijd om dit artikel eens door te sturen naar onze ‘experts’ in Brussel.

    Misschien kunnen ze iets leren over het verschil tussen realiteit & wensdromen.

    Like

  2. Goed idee… vergezeld met de uiteenzettingen van prof. Eugine Kontorovitch over internationaal recht en Israel. Een cc naar prof. internationale verhoudingen aan de VU en SP-lid in de Eerste Kamer, Bastiaan Apeldoorn om hun onzin recht te trekken.

    Like

Reacties zijn gesloten.