Nieuwe wet die permanente verblijfsstatus van Palestijnse terroristen in Jeruzalem kan intrekken

De Knesset heeft woensdag een wetsvoorstel aangenomen waardoor de minister van Binnenlandse Zaken de permanente verblijfsstatus van Palestijnen die in oostelijk Jeruzalem wonen en die zich schuldig maken aan terreur of andere anti-Israëlische activiteiten en alle permanente bewoners die betrokken zijn bij dergelijke daden, kan herroepen. Volgens de wet kan de staat iedereen deporteren wiens verblijfsstatus wordt ingetrokken.

De door de overheid gesponsorde wet specificeert drie situaties waarin de minister van Binnenlandse Zaken permanent verblijf kan herroepen: als de status onder valse voorwendselen werd toegekend, als de bewoner de openbare veiligheid of veiligheid in gevaar bracht, of als hij de staat Israël verraadt.

De wet is van toepassing op alle permanente inwoners, ongeacht of zij recente immigranten zijn of al lange tijd ingezetenen van oostelijk Jeruzalem zijn. Volgens de wet moet de minister van Binnenlandse Zaken een alternatieve status verlenen aan een persoon wiens ingezetenschap werd ingetrokken als het individu niet permanent kan worden hervestigd in een ander land.

De wet werd opgesteld nadat het Hooggerechtshof vorig jaar de herroeping van meer dan een decennium geleden van de permanente verblijfsstatus van vier mannen uit oostelijk Jeruzalem vernietigde.

In januari 2006 werden Mohammed Abu Tier, Ahmad Attoun en Muhammad Totah gekozen tot vertegenwoordigers van de Hamas-partij in de Palestijnse Wetgevende Raad. De vierde man, Khaled Abu Arafeh, was minister voor Jeruzalem Kwesties in de kortstondige regering van Ismail Haniyeh. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Roni Bar-On, herzag hun residentie op grond van ontrouw aan Israël.

Het Hooggerechtshof oordeelde dat Bar-On zijn autoriteit had overschreden door de status van de mannen te schenden. Desondanks bevroor de rechtbank de uitspraak een half jaar om de Knesset een kans te geven wetgeving aan te nemen die het mogelijk zou maken om hun verblijfsstatus te herroepen.

De zogenaamde Abu-Tier-wet stelt de minister van Binnenlandse Zaken in staat de permanente verblijfsstatus van iemand te herroepen met de goedkeuring van de minister van Justitie en na overleg met een adviescommissie die wordt ingesteld door de minister van Binnenlandse Zaken. Tegen de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken kan beroep worden aangetekend door een verzoekschrift in te dienen bij een administratieve rechtbank.

Parlementslid Amir Ohana (Likoed), die een eigen wetsvoorstel had ingediend dat vergelijkbaar was met de wetsvoorstel van de regering, zei: “Het zou beter zijn geweest als deze wet niet was ingediend, maar deze wet ontstond na een uitspraak van het Hooggerechtshof die de beslissingen van vijf ministers van Binnenlandse Zaken van talrijke partijen had overroepen.”

Hij zei dat de uitspraak van de rechtbank het vertrouwen van het publiek in het Hooggerechtshof ondermijnde omdat de wet al zei dat de minister van Binnenlandse Zaken een verblijfsvergunning naar eigen goeddunken kon intrekken, maar de rechtbank zei dat deze definitie te ruim was. Wie denkt dat veroordeelde Hamasleden die Israëliërs willen doden en Israël willen vernietigen, door moeten gaan met het ontvangen van wat de Israëlische belastingbetaler te bieden heeft?”

Het communistische parlementslid Dov Khenin (een van de verdwaalde Joodse leden in de Arab Joint List; 13 op 120 zetels) noemde de wet een “slechte en gevaarlijke wetgeving. Het mechanisme dat door deze wet wordt gecreëerd, zal de inwoners van Oost-Jeruzalem in de ergste van alle mogelijke werelden brengen. Inwoners van Oost-Jeruzalem wonen daar niet omdat ze ervoor kozen om Israëli’s te zijn, maar omdat het hun thuis is. Je creëert in feite een loyaliteitsplicht voor mensen voor wie er geen loyaliteitsrelatie bestaat tussen hen en de staat Israël.”

Het Israëlisch Arabische parlementslid Esawi Freige (van de extreemlinkse Meretz partij; 5 op 120 zetels) zei: “Sinds 1967 is er een campagne geweest om Oost-Jeruzalem te ontdoen van zijn Palestijnse inwoners. We zien dit bij de ingang van de grenspolitie voor de buurten, bij het gedrag van overheidsinstellingen en bij wetten zoals deze, die lak hebben aan de mensenrechten en internationaal recht.”

door Jonathan Lis


Bronnen:

♦ naar een artikel van Jonathan Lis “Israel Passes Law Allowing It to Revoke Permanent Residency of East Jerusalem Palestinians” van 7 maart 2018 op de site van Ha’aretz

Advertenties