De Joods-Israëlische geschiedenis volgens de Palestijnse president Mahmoud Abbas

“Joden hebben geen enkele band met het Heilige Land” en “de Joden uit de Arabische landen werden door Ben-Gurion verplicht om naar Israël uit te wijken.” Dat en nog meer merkwaardige uitspraken deed de Palestijnse president Mahmoud Abbas vorige maand in Ramallah tijdens een meer dan twee uur durende toespraak voor de Palestijnse Centrale Raad, het beleidsorgaan van Fatah (lees hier en hier).

Het was zijn antwoord op Trumps beslissing om Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël. Natuurlijk heeft Abbas het recht om de geschiedenis te interpreteren, maar met een doctoraat in de geschiedenis – behaald in 1984 aan de Patrice Lumumba universiteit in Moskou – zou hij toch respectvol moeten hebben leren omgaan met de feiten.

“De Joden wilden niet emigreren, zelfs niet toen ze omgebracht werden tijdens de Holocaust.” (Abbas)

Het is niet voor het eerst dat Abbas de verantwoordelijkheid voor de Shoah in de schoenen van de Joden/ de zionisten probeert te schuiven. Het is namelijk het centrale punt in zijn doctoraal proefschrift, De andere kant: de geheime relaties tussen de nazi’s en de zionisten. Daarin schrijft hij: “Er werd een bondgenootschap opgericht tussen Hitiers nazi’s en de leiding van de zionistische beweging (….) [de zionisten gaven] toestemming aan elke racist in de wereld, geleid door Hitler en de nazi’s, om Joden te behandelen zoals ze maar wilden, zolang zij maar emigratie naar Palestina regelden.” Het nodige bewijsmateriaal voor deze stelling is natuurlijk niet in zijn scriptie terug te vinden.

Verder stelt Abbas in zijn proefschrift dat de zionistische leiders eigenlijk wilden dat veel Joden werden vermoord, want “meer slachtoffers betekende meer rechten en een groter belang aan de onderhandelingstafel van de overwinnaars als de oorlog eenmaal voorbij was. Omdat het zionisme niet één van de strijdende partijen was – en dus geen slachtoffers opliep in gevechten – was de enige oplossing om mensen te offeren. Er moesten slachtoffers gecreëerd worden – op welke manier dan ook – om over op te kunnen scheppen op het moment van besluitvorming na de oorloq”

De historische feiten:
Na het aan de macht komen van Hitier in 1933 en de invoering van de eerste antisemitische maatregelen neemt de Joodse immigratie in Brits Palestina snel toe. In de 5de Aliyah (1930 – 1939) immigreren 250.000 Joden, voornamelijk op vlucht voor de nazi’s. Dat is meer dan de totale zionistische immigratie van 1882 tot 1929, waarbij 200.000 voornamelijk Oost-Europese Joden zich in Palestina vestigen. In 1936 breekt tegen deze Joodse immigratie en tegen het Britse bestuur een gewapende Palestijnse opstand uit, op initiatief van het Arabische Hoog Comité onder leiding van Hadj Amin AI-Hoesseini.

Joden en Joodse nederzettingen worden het doelwit van bloedige aanslagen. Maar ook Palestijnen die niet akkoord gaan met de harde lijn van AI-Hoesseini worden zwaar aangepakt. Mede door de steun van nazi-Duitsland en Duitse wapenleveringen via Irak en Saoedi-Arabië kan de opstand drie jaar standhouden. In 1939 geven de Britten toe aan de eisen van de opstandelingen. Met de publicatie van het Me Donaid White Paper maakt Groot-Brittannië komaf met de toezegging voor de creatie van een Joodse staat en schendt het daarmee de bepalingen van het Verdrag van San Remo (1922). De Joodse immigratie in Palestina wordt beperkt en in 1949 moet een onafhankelijke Arabische eenheidsstaat worden opgericht.

Geopolitieke overwegingen liggen aan de basis van deze spectaculaire Britse koerswijziging. In de te verwachten strijd tegen nazi-Duitsland staan de Joden zonder meer aan hun kant.

Maar de toegang tot de Arabische petroleumvelden is voor Engeland van levensbelang. Arabische steun voor de Britten is echter minder evident. Heel wat landen in de moslimwereld onderhouden goede contacten met nazi-Duitsland en met het fascistische Italië. Niemand minder dan de moefti van Jeruzalem Al-Hoesseini vestigt zich in 1941 in Berlijn. Hij wordt er onder meer persoonlijk door Hitier ontvangen en blijft er tot het einde met de nazi’s collaboreren en nazi propaganda voor de Arabische wereld via de radio verspreiden. AI-Hoesseini wordt in 1942 hoofd van het Islamische Zentral-Institut in Berlijn dat actief moslims uit de Balkan ronselt voor de speciale Waffen-SS devisies Handschar en Kama. Daarnaast richt de moefti zich vanuit Berlijn met een zender die in het Midden-Oosten goed te ontvangen is, in het Arabisch tot de bevolking van Palestina om in opstand te komen tegen de Britse kolonisator en om iedere Jood die ze tegenkomen te vermoorden.

De gevolgen van de invoering van het Witboek in Palestina zijn dramatisch voor de Joodse vluchtelingen tijdens de gehele tweede wereldoorlog. Wanneer nazi-Duitsland vanaf de zomer van 1941 met de uitroeiing van de Joden start – het begin van de Holocaust – is Palestina voor hen afgesloten. De Britten blijven zich verder strikt houden aan de bepalingen van het Witboek tot zij in november 1947 hun mandaat over Palestina bij de Verenigde Naties inleveren.

“Israël is een koloniaal project om de Europese belangen te vrijwaren en heeft niets te maken met het Jodendom.” (Abbas)

In werkelijkheid is het Beloofde Land op spiritueel en cultureel vlak de levensader van het Joodse volk.

Feit is dat Israël het oudste land ter wereld is met dezelfde naam, met dezelfde taal en met hetzelfde geloof en dat na 3.000 jaar. Gedurende die hele periode is er een ononderbrokenJoodse aanwezigheid op het terrein vastgesteld. Archeologisch onderzoek heeft daar een overvloed aan materiële bewijzen voor geleverd. Daarnaast zijn er ook heel wat vermeldingen in schriftelijke bronnen. Zelfs na de vernietiging van Jeruzalem door de Romeinen in 135 en de Joodse diaspora blijven er nog Joodse gemeenschappen in Safed, Tiberias, Hebron en Jeruzalem. De moslims veroveren pas in 637 Jeruzalem, vijf jaar na de dood van Mohammed. In de twaalfde eeuw helpen Joodse inwoners bij de verdediging van Jeruzalem en Haïfa tegen de kruisvaarders. Vanaf de zestiende eeuw zoeken steeds meer door christelijke vorsten vervolgde Joden hun toevlucht in het toen door de Ottomaanse Turken veroverde gebied. In 1880 vormen de Joden zelfs de talrijkste bevolkingsgroep in Jeruzalem.

Bovendien zijn de Joodse rituelen en de Joodse kalender doordrenkt met verwijzingen naar Jeruzalem. De Thora vermeldt Jeruzalem 669 keer en Zion 154 keer. Jeruzalem komt daarentegen niet rechtstreeks voor in de Koran. Joden bidden altijd in de richting van Jeruzalem en de stad wordt genoemd in gebeden en zegeningen. Heel wat Joodse feesten hebben een rechtstreekse band met Jeruzalem. Op Chanoeka wordt de herdenking gevierd van de (wonderbaarlijke) herinwijding van de tempel in Jeruzalem tijdens de Hellenistische periode (2de eeuw vq. De jaarlijkse seder van Pesach eindigt met de wens ‘volgend jaar in Jeruzalem’ Op de 9de van de maand Av wordt gerouwd en gevast voor de vernietiging van de tempel.

En verrassend: in een enquête van januari 2016 onder Israëlische Arabieren geeft 57% van de ondervraagden aan dat de Joden minstens een even grote of zelfs grotere historische, religieuze en culturele band hebben met het land als de Palestijnen. Slechts 27% vindt dat de band van de Palestijnen groter is.

Feit is dat de zionistische inwijkelingen keihard moeten werken in moeilijke omstandigheden om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze worden niet uitgestuurd door koloniale mogendheden maar zijn op de vlucht voor discriminatie en pogroms.

Vanaf 1882 emigreren de eerste zionisten uit Rusland naar Palestina. Ze zijn geïnspireerd door Leon Pinsker (AutoemanzipationJ. Deze mensen zijn gewoon op de vlucht voor discriminatie en pogroms. Ze staan niet in dienst van expansionistische of imperialistische verzuchtingen van Europese mogendheden. Ze zijn geen militairen en ze zijn niet uit op handelsmonopolies. De Joodse immigranten zijn evenmin op zoek naar goud of andere bodemschatten. De nieuwkomers vestigen zich op gronden die gekocht worden van grootgrondbezitters (die meestal in Damascus wonen) of van speculanten. Martin Buber – een voorvechter van rechten voor de Arabische fellah’s – merkt in 1939 op: “Onze mensen gedragen zich niet als Westerse kolonisten die de inheemse bevolking voor hen laten werken. Zij zetten zelf hun schouders achter de ploeg, ze werken hard en spannen zich in om het land vruchtbaar te maken.”

Hoewel de afgevaardigden van de Internationale Zionistische beweging bij de verschillende mogendheden aankloppen voor steun, krijgen ze nauwelijks gehoor. Die komt er pas op het einde van de eerste wereldoorlog. Groot-Brittannië voelt zich in het nauw gedreven omdat het Russische front ineenstort na de revolutie in dat land. Met de Balfour Declaration hoopt het Britse oorlogskabinet op een duidelijke steun van de wereldwijde Joodse gemeenschap voor de geallieerde oorlogsinspanning en op Amerika. Bovendien is de terminologie in de brief zeer vaag: er is geen sprake van een Joodse staat maar van een Joods Nationaal Tehuis, een begrip zonder enige juridische betekenis.

Ook Faisal I, de latere koning van Irak en zoon van de Sharifvan Mekka schrijft vanop de Conferentie van Versailles (1919): “Wij zijn van mening dat de Arabieren en de Joden neven zijn die onder vergelijkbare onderdrukking hebben geleden, door mogendheden sterker dan zijzelf. Wij zijn door een gelukkig toeval in staat om de eerste stap op weg naar het bereiken van onze nationale idealen samen te nemen. De Arabieren, vooral de goed opgeleiden onder ons, kijken met zeer diep medeleven naar de zionistische beweging. Onze afvaardiging hier in Parijs is volledig vertrouwd met de gisteren door de Zionistische Organisatie ingediende voorstellen en wij beschouwen die als gematigd en gepast. We zullen ons best doen om, voor zover ons betreft, hen te helpen; we wensen de Joden zeer hartelijk welkom thuis. De Joodse beweging is nationaal en niet imperialistisch. Onze beweging is nationaal en niet imperialistisch, en er is ruimte in Syrië voor ons beiden.”

“Om de nieuwe staat te bevolken, bracht Ben-Gurion tegen zijn zin Joden uit Arabische landen met geweld naar Israël.” (Abbas)

Over de oprichting van de staat Israël zegt Abbas in zijn toespraak voor de Palestijns Centrale Raad: “Ben-Gurion wilde eigenlijk niet dat de Joden uit het Midden-Oosten naar Israël kwamen, maar toen hij de uitgestrektheid van het land zag, besefte hij dat het wel moest. Vanuit Jemen werden 50.000 Joden overgevlogen maar dat was onvoldoende. Dan gingen ze naar Irak, maar dat volstond evenmin. Dan werden alle Joden bijeengebracht, van Marokko tot Algerije en Tunis en uit Libië, Egypte, Syrië en Libanon.”

In de hele Arabische wereld leven al sinds eeuwen talrijke Joodse gemeenschappen. Sommige daarvan (zoals de Joodse gemeenschappen in Marokko) wonen er al van voor de Islamitische veroveringen (7de eeuw). Volgens islamitische wetgeving in die landen (gebaseerd op de Sha’aria) hebben de Joden er een apart statuut als dhimmi’s, met minder rechten dan de moslims. De strengheid van deze wetten varieert sterk gedurende de eeuwen en van land tot land.

Na de vestiging van Israël houden lokale overheden in de gehele Arabische wereld dreigende anti-Joodse toespraken. Er ontstaan op verschillende plaatsen bloedige anti-Joodse rellen en er zijn zelf heuse pogroms. Joodse bedrijven, synagogen en woningen worden vernield. In totaal slaan tot 900.000 Joden uit de Arabische wereld op de vlucht voor het geweld, of worden er verjaagd. Vijf- tot zeshonderdduizend van hen vestigt zich in Israël, de anderen migreren naar Frankrijk, Amerika en naar andere Westerse landen. Over de situatie in elk van die landen kan men boeken schrijven. We beperken ons tot twee concrete voorbeelden: Jemen en Marokko.

Operatie Vliegend Tapijt: het overbrengen van de Joden uit Jemen
Jemen telt een van de oudste Joodse gemeenschappen ter wereld. De Joden zijn er zoals overal elders in de Arabische wereld tweederangsburgers en (over)leven er in zeer penibele omstandigheden.

Na de aanvaarding van het Verdelingsplan (VN Resolutie 181 van 29/11/1947) is er in Aden een pogrom waarbij minstens 80 Joden gedood worden. De meeste Joodse winkels en andere ondernemingen worden vernietigd. Daarbij worden 450 joden door de politie geëvacueerd en overgebracht naar een Brits militair kamp. Hoewel de omstandigheden in dat kamp slecht waren, blijven de vluchtelingen er toestromen. Ze hopen naar het nieuwe land Israël te kunnen emigreren. Omdat Egypte het Suezkanaal blokkeert voor Israëlische schepen, kan het transport van deze vluchtelingen enkel door de lucht plaatsvinden.

De Britten vrezen voor Arabische reacties wanneer ze deze vluchten zouden toestaan. Na druk van Joodse hulporganisaties en door de verder verslechterende toestand in het kamp, stemt de Britse overheid uiteindelijk toch in met het transport van alle vluchtelingen, behalve de mannen van “militaire leeftijd” (van 17 tot 54 jaar). Op 16 december 1948 vindt uiteindelijk de eerste vlucht plaats. In september 1950 wordt de Operatie Vliegend Tapijt beëindigd: in totaal worden met 430 vluchten 48.818 Joden afkomstig uit Jemen en Aden naar Israël gebracht.

De Marokkaanse Joden
Marokko wordt sinds 1912 een Frans protectoraat. Daardoor komt er stabiliteit in het land, na een lange periode van onlusten en rellen, die elke keer opnieuw uitlopen op bloedige aanvallen van moslims in de overbevolkte Mellah’s (Joodse getto’s). De Alliance Israélite Universelle (AIU) organiseert een onderwijssysteem met een op Frankrijk gericht leerplan en zet zich in om de levenssituatie van de Joden te verbeteren. Veel Joden slagen erin om een hoog opleidingsniveau te bereiken en grijpen hun kansen in het Franse protectoraat om hun sociaaleconomische positie te verbeteren.

Maar in de ogen van de islamitische overheid blijven ze tweederangsburgers. Frankrijk wil de sultan daarvoor niet te zeer voor het hoofd stoten en alles blijft bij het oude. Nadat Frankrijk in handen van de nazi’s valt, wordt Marokko bestuurd door het collaboratieregime van de Franse maarschalk Pétain. Er worden discriminerende rassenwetten ingevoerd waardoor de Joden uit het openbare leven worden uitgesloten, ondanks de protesten van de Marokkaanse vorst Mohammed V. Ook in Marokko – na de oorlog opnieuw onder Frans bewind – leidt de stichting van Israël tot anti-Joods geweld.

In juni 1948 vindt er in Oujda en Jerada een pogrom plaats. Daarbij worden 42 Joden gedood en raken er 150 gewond. Tijdens Israëls onafhankelijkheidsoorlog laait het geweld tegen de plaatselijke Joden weer op. Veel Marokkaanse Joden willen emigreren. De armsten onder hen begeven zich te voet op weg, richting Algerijnse grens. Daar worden ze met de stilzwijgende medewerking van de Franse autoriteiten op schepen naar Israël gezet. De onlusten blijven voortduren en de onveiligheid blijft.

In juni 1953 worden opnieuw 43 Joden vermoord tijdens rellen. Na de Marokkaanse onafhankelijkheid in 1956 neemt het anti-Joods geweld nog ergere vonnen aan en het wordt voor de Joden verboden om het land te verlaten. In 1961 krijgen Ze van koning Hassan 11 de toestemming om het land te verlaten. Er vertrekken opnieuw grote groepen naar Israël, Frankrijk, de VS en Canada. Na de zesdaagse oorlog (1967) laait het antisemitisme alweer op en er ontstaat een nieuwe emigratiegolf.

Op dit ogenblik leven er nog maar 3.000 Joden in Marokko, in 1948 waren er dat 270.000.

Wat met de toekomst?
De antropoloog José R. Martinez-Cobo, speciaal rapporteur van de Subcommissie Discriminatie en Bescherming van Minderheden binnen de Verenigde Naties, heeft een checklist ontwikkeld om te oordelen of een bevolking al dan niet inheems kan genoemd worden. Punten hiervan zijn onder meer: wonen in het land, het hebben van gemeenschappelijke voorouders met de oorspronkelijke bewoners, cultuur, taal, religie en levensstijl. Israël scoort daarop hoger dan landen als Suriname of Australië. Toch pleit niemand voor de afschaffing van die landen.

Waarom eens niet gewoon de feiten onder ogen zien en naar de toekomst kijken? Bijvoorbeeld elk in een eigen staat, in vrede naast elkaar?

door Lieve Schacht


Bronnen:

♦ een artikel van Lieve Schacht “Geschiedenis volgens de Palestijnse president Mahmoud Abbas” in het maandblad Joods Actueel nr. 122 van februari 2018; blz. 40 t/m 43

Advertenties

3 gedachtes over “De Joods-Israëlische geschiedenis volgens de Palestijnse president Mahmoud Abbas

  1. Probleem is niet dat deze maffiabaas al deze leugens blijft spuien (tenslotte zal hij voor geld & macht alles doen/uitkramen wat in zijn straatje past)…..het probleem is dat zovele “beschaafde” Europeanen deze leugens blijven napraten en dat deze charlatan met groot applaus wordt ontvangen als een democratisch leider op zoek naar vrede & samenwerking in hun paleizen & parlementen.

    Like

  2. Abbas’ zijn “phd” van Moskou ging over antisemitische schotschriften die voor waar aannam. Hij heeft zo zitten draaien om zijn antisemitisch verhaal “kloppend” te maken. Hoe in de naam van feitelijke intellectuele eerlijkheid is hij serieus te nemen? Totaal niet. Als volkomen gestoord zou hij weg moeten worden gezet. Ook over de “Palestijnen” liegt hij. Knaanieten zijn afstammelingen van Noachs zoon Cham. Dus totaal geen semieten. Zijn volk bedriegt dij, offert ze op (wat klaarblijkelijk gewoon is in zijn cultuur en idd de Knaanitiesche cultuur waarin kinderen voor de vuurgod in het vuur werden gegooid), vult zijn zallen met gebedeld gewetengeld vanuit Het Westen due hij zo veracht…. welke gekken nemen hem nog serieus? Het zijn zij die terecht moeten staan.

    Like

  3. Deze wat gestoorde uitspraken van president Abbas laat zien dat de Palestijnen aan dementie lijden. Ze kennen duidelijk de geschiedenis niet.

    Like

Reacties zijn gesloten.