Dr. Manfred Gerstenfeld over het wijdverbreide antisemitisme in Groot-Brittannië

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond hoe ver de antipathie tegen Israël en het anti-Israëlisme in een serie Europese landen verbreid is. De universiteit van Bielefeld publiceerde bijvoorbeeld in 2011 een in sterke mate gepubliceerd bericht over zeven EU-landen

Een van de in dit bericht gestelde vragen luidde of de geënquêteerden het eens zijn met de uitspraak dat Israël een vernietigingsoorlog tegen de Palestijnen voert. De laagste percentages instemming waren er in Italië en Nederland met 38% respectievelijk 39%. De andere landen waren Hongarije met 41%, Groot-Brittannië met 42%, Duitsland met 48% en Portugal met 49%. In Polen waren het 63%.

Af en toe worden er gedetailleerde data over bijzondere vooroordelen tegen Israël vastgelegd. Dat is in een actueel bericht van L. Daniel Staetsky uit Groot-Brittannië het geval; zijn titel luidt: „Antisemitism in Contemporary Great Britain, a Study of Attitudes toward Jews and Israel“. Het onderzoek werd door het Instutute for Jewish Policy Research (JPR) en de Community Security Trust (CST) gepubliceerd.

Aan de geënquêteerden werden twaalf uitspraken over Israël voorgelegd. De eerste vraag was of Israël het recht heeft om te bestaan. 62% was het eens met Israël´s bestaansrecht, 6 % betwistte dit. De overigen weigerden de vraag te beantwoorden of hadden geen mening. Dit resultaat lijkt op het eerste gezicht heel positief te zijn. Maar het betekent dat er in het Verenigd Koninkrijk een harde kern van drie miljoen antisemieten bestaat, die voor de vernietiging van Israël is. Die kan alleen met moorddadig geweld bereikt worden.

Een andere extreme uitkomst van het onderzoek was het antwoord op de vraag: “Pleegt Israël massamoord in Palestina?”24% was het met deze uitspraak eens, 22% niet. Bij deze instemming gaat het echter niet om een mening, maar om feiten. Israël pleegt geen “massamoord” in Palestina. Diegenen die het met deze uitspraak eens zijn – wat 12 miljoen Britse burgers vertegenwoordigt – zijn of extreem misleide mensen of leugenaars. Hun instemming met deze uitspraak is er een indicatie voor in hoeverre de demonisering van Israël in Groot-Brittannië is voortgeschreden.

De geënquêteerden moesten zich er ook over uitspreken of ze het eens waren met een gelijksoortige valse uitspraak: “Israël probeert doelbewust de Palestijnse bevolking uit te roeien.” In dit geval was 23% het hiermee eens, 26% niet.

Het reusachtige aantal mensen dat het eens is met beide laatste uitspraken kan niet alleen met het aantal moslims (4,5%), linkse extremisten (3,6%) en rechtse extremisten (1,4%) in de Britse samenleving verklaard worden. Velen van hen moeten tot de Britse mainstream behoren.

Met de uitspraak “Israël is een Apartheidsstaat” was 14% het eens, 19% niet. Met de uitspraak “Israël heeft teveel controle in globale aangelegenheden” was 17% het eens, 30% niet. Meer dan acht miljoen Britse burgers zijn het dus eens met de “zionistische variant” van de klassieke antisemitische bewering dat de Joden de wereld controleren.

Tien procent was het eens met de uitspraak “Israël is de oorzaak van alle problemen in het Midden-Oosten”; 44% deelt deze mening niet. Negen procent van de geënquêteerden was er voorstander van om Israël te boycotten. Deze mening heeft schijnbaar eveneens enige ondersteuning in de Britse mainstream.

Andere aan de geënquêteerden voorgelegde uitspraken waren: De staat Israël is het historische thuis van het joodse volk; De staat Israël draagt positief bij aan de globale samenleving; De belangen van Israël zijn tegenstrijdig aan de belangen van de rest van de wereld; en: Israël is de enige echte democratie in het Midden-Oosten. In de totale bevolking is het aandeel van diegenen die er anti-Israëlische vooringenomenheid op nahouden aanzienlijk groter dan het aandeel van diegenen die er antisemitische vooroordelen op na houden.

De analyse van de antwoorden op de 12 uitspraken in de enquête bij christenen toont aan dat hun meningen zich statistisch gezien niet onderscheiden van die van de totale bevolking. De resultaten bij de moslims verschillen daarentegen sterk. Terwijl 9% van de totale bevolking het eens is met tussen de 6 en 9 anti-Israëlische opvattingen, bedraagt dit aandeel onder de moslims 34,7%. 75% van de moslims houdt er minimaal een anti-Israëlische opvatting op na, terwijl dat bij de totale bevolking 47% is.

Het onderzoek analyseert bovendien of er een significant verschil tussen religieuze en niet-religieuze moslims bestaat. Inderdaad is er onder de moslims die vijfmaal per dag bidden sprake van een iets groter aandeel hardcore “antisemieten van de derde generatie”, die het zes tot negen maal eens zijn met de anti-Israëlische opvattingen, dan bij moslims die nooit bidden.

Voor zover het vooroordelen betreft, d.w.z. diegenen met minstens één anti-Israëlische opvatting, is het verschil tussen moslims die vijfmaal daags bidden en diegenen die nooit bidden – “erfgoedmoslims”- niet echt significant. Vaak noemen de media, wanneer een moslim ergens in Europa een misdaad tegen Joden pleegt, dat hij niet religieus is. Dit onderzoek lijkt erop te duiden dat er wat betreft vooroordelen tegen Israël geen groot verschil bestaat tussen de zeer religieuze moslims en diegenen die überhaupt niet religieus zijn.

Een buitenproportioneel deel van de anti-Israëlische en antisemitische uitlatingen van vertegenwoordigers van de Labour Party wordt door moslims gedaan. Meerdere van hen vertegenwoordigen streken met grote concentraties moslims. De resultaten hierboven verklaren waarom anti-Israëlische hetze in hun kiesdistricten een hartelijke ontvangst garandeert. Het Verenigd Koninkrijk licht de immigranten niet door op hun antisemitische of anti-Israëlische vooroordelen, ondanks het feit dat het heel goed bekend is hoe wijdverbreid de haat tegen Joden en Israël in veel van hun islamitische landen van herkomst is. Groot-Brittannië is zodoende een bereidwillige importeur van antisemieten en Israël-haters geworden.

De Britse regering zou er goed aan doen om een gedetailleerd onderzoek naar de bronnen in de Britse samenleving te laten uitvoeren, die bij zoveel burgers gezorgd hebben voor een demonische kijk op Israël. Dat is niet alleen een Israëlisch probleem, maar ook een Brits. Om een groot aantal mensen in het land te hebben dat anderen demoniseert, is een teken van partiële culturele degeneratie. Tot de terreinen van de samenleving die onderzocht moeten worden, behoren moslims, extreemlinks, extreemrechts, de media, politici, de academische wereld, vakbonden, NGO´s en enkele kerkelijke confessies.

Bij dit alles bestaat er ook een Israëlische gezichtspunt. De Palestijnen en hun vele islamitische bondgenoten hebben decennia lang extreme haat tegen Israël evenals leugens over de staat verspreid. De Israëlische regering heeft dit grotendeels genegeerd en geen agentschap voor antipropaganda opgericht. Evenmin heeft ze benadrukt dat de bevordering van antisemitische haat, inclusief geweld, in de wereld van de islam wijdverbreid is en dat de grote meerderheid van de Palestijnen, die Hamas en Fatah ondersteunt, een integraal bestanddeel van verschillende extremistische islamitische stromingen zijn. Als instelling van toezicht op de regering heeft de Knesset het evenzeer nagelaten om de elkaar opvolgende regeringen opdracht te geven deze ontwikkelingen tegen te gaan.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel Der in Großbritannien weit verbreitete Antisemitismus op de site van Heplev van 6 februari 2018

bron-logo

Advertenties