Joodse heiligdommen voorbij Groene Lijn permanent doelwit van Palestijnse grafschenders

Op 31 oktober 2011 verwelkomde UNESCO ‘Palestina’ als 195ste lidstaat van de culturele organisatie van de Verenigde Naties die waakt over het werelderfgoed. Net zoals de nazi’s tijdens WOII Joodse synagogen, heiligdommen en eigendommen afbrandden en verwoestte,, gaan Palestijnen zich regelmatig te buiten aan gelijkaardige antisemitische brutaliteiten.

Wie wil weten hoe de Palestijnen omspringen met het werelderfgoed van Joden en niet-moslims moet maar eens kijken hoe op maandagavond 15 januari 2018 week de Graftombe van aartsvader Jozef en op zaterdagavond 20 januari 2018 het Graf van de Zonen van Aharon opnieuw het doelwit werden van Palestijnse islamistische onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden, in het bijzonder de Joden.

Joodse gelovigen, die de graftombes bezochten in de door Palestijnen bestuurde gebieden voorbij de Groene Lijn, waren geschokt toen ze zagen dat de heilige plaatsen andermaal ernstig ontwijd werden. Bovendien werden ze door de Arabische manifestanten telkens bekogeld  met stenen, brandbommen en andere projectielen. Aan het graf van Jozef kon ternauwernood een bom onschadelijk worden gemaakt door het IDF.

Joodse pelgrims vertelden aan de Israëlische krant Ma’ariv dat de Joodse heilige boeken waren verbrand, meubels vernield, het stonk er naar urine en er was duidelijk geprobeerd het gebouw in brand te steken. “Alleen barbaren zouden zulke verschrikkelijke dingen doen bij een dergelijke heilige plaats”, vertelde de plaatselijke Joodse leider Gershon Mesika aan de krant. “Israël kan niet langer toelaten dat zijn heilige plaatsen ongehinderd worden ontheiligd”.

Tijdens de Oslo Akkoorden stemde Israël er mee dat de controle en bescherming van de Joodse heilige plaatsen voorbij de Groene Lijn werden overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit met garanties dat de heilige plaats zouden worden beschermd en de toegang van Joodse gelovigen gevrijwaard zou blijven. Al meteen nadat Israël er vertrok grepen Palestijnse bendes de kans om de graven te bestormen en te verwoesten.

Joodse groepen brengen regelmatig een bezoek aan de plaats onder bescherming van het leger, en zij hebben veel van de schade hersteld, maar de graven worden regelmatig ontwijd door lokale Palestijnen. De internationale gemeenschap zwijgt in alle talen over deze voortdurende misdaad vol haat en het ontbreken van godsdienstvrijheid voor Joden die bij dit Bijbelse gedenkteken willen bidden.

Voorbeeld van hoe Palestijnen omgaan met het werelderfgoed: Nabloes, september 2000, de Eerste Intifada breekt los en de Palestijnen verwoesten de Graftombe van de Joodse aartsvader Jozef. Hoewel de Palestijnen dezelfde Tombe claimen als hún erfgoed, wordt de Tombe toch ontheiligd en afgebrand om zich te wreken op de Joden van Israël omdat zij dit vereren als een Joods heiligdom.

 

Advertenties