PA-president Mahmoud Abbas zet zijn volk andermaal voor schut

Toen de leider van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, Israël beschreef als een “kolonialistisch project dat geen banden heeft met het Jodendom” – zoals hij vorige week deed, dat doordrongen was met een antisemitische ondertoon – was de natuurlijke reactie van de pro-Israëlische gemeenschap het veroordelen van de leugens en het verdedigen van de waarheid.

Plaatje hierboven: Washington, 1 september 2010: eerste dag van de directe vredesbesprekingen. “Als blikken konden doden…” [beeldbron: AP/Charles Dharapak]

De lasterlijke speech van Abbas werd in feite veroordeeld door het politieke spectrum. Zelfs J Street heeft een verklaring vrijgegeven waarin stond dat er “geen excuus was om de Joodse connectie met, of de Palestijnse erkenning van, de staat Israël in twijfel te trekken, of voor taal en voorstellen die terecht een wijdverbreide veroordeling verdienen.”

‘Meer hallucinaties. Meer illusies. Meer rejectonisme’
De gematigde commentator Ben-Dror Yemini op Ynetnews typeerde de toespraak als “Meer hallucinaties. Meer illusies. Meer rejectonisme” –  eraan toevoegend dat Abbas’ echte probleem niet is met de oprichting van Israël in 1948 of de uitbreiding van de staat na 1967, maar de Balfour-verklaring van 1917 die voor het eerst het recht van de Joden op een nationaal huis ondersteunde.

De reden waarom Abbas geobsedeerd is door de erkenning door 1917 van Joodse soevereine rechten, is dat het zijn foute-verhaal ondermijnt dat Israël een kolonialistische staat is die geworteld is in Europese schuld na de Holocaust. Zolang hij de Joodse staat kan positioneren als een kunstmatig project dat de Palestijnse Arabieren bestraft, kan hij de mantel van het slachtofferschap opeisen en zijn diplomatieke oorlog tegen de legitimiteit van Israël voortzetten.

Deze verslaving aan slachtofferschap is ook cruciaal voor zijn behoud van macht. Zet jezelf in de schoenen van Abbas. Zijn mensen leven in ellende terwijl naast de deur de gehate Joodse staat bloeit. Verdubbeling van het slachtofferschap betekent dat hij voor elke Palestijnse ontbering Israël de schuld kan geven.

Het rechtvaardigt ook het nee zeggen tegen elk vredesvoorstel, zoals de Palestijnse leiders dat al tientallen jaren doen. Immers, als Israël het resultaat is van het stelen van Arabische grond door de Joden, wat is daar dan om te onderhandelen? Er is maar één ding dat een dief moet doen, en dat is de gestolen goederen volledig teruggeven – en misschien zelfs een straf opleggen voor emotionele schade.

Als Palestijnse leiders ooit de 3000 jaar oude Joodse connectie met het Heilige Land zouden toegeven, zou het het bouwsel van leugens ontploffen die ze hun mensen hebben verteld. Het zou hen dwingen om te erkennen dat Joden ook soevereine rechten hebben, wat hen zou dwingen compromissen te accepteren. Het zou betekenen dat ze zouden moeten toegeven dat hun probleem met Israël niet is met de nederzettingen die na 1967 kwamen maar de nederzettingen die na 1917 kwamen. Het zou betekenen dat ze op zijn minst enige verantwoordelijkheid voor de ellendige toestand van hun mislukte samenleving zouden moeten accepteren.

Zelfs voor degenen die de neiging hebben om Israël de schuld te geven voor de afwezigheid van vrede, is het moeilijk om het fundamentele obstakel te ontkennen dat de ene partij de legitimiteit van de andere partij volledig verloochent.

Op het moment dat Abbas zelf de legitimiteit van de Joodse staat erkent, zou een lawine van druk op hem neerdalen. Plotseling zou hij eerder naar de gehate Zionistische staat moeten kijken als een partner dan als een dief en gaan zorgen voor het welzijn van zijn mensen. Plotseling zou hij resultaten moeten produceren.

Vergelijk dat met de status-quo. Door vast te houden aan zijn verhaal van exclusief slachtofferschap ten koste van de Joodse onderdrukking, wordt Abbas overal ter wereld gevierd. Hij blijft geld verdienen aan ‘humanitaire’ hulp die zijn schatkist en die van zijn trawanten vult; hij zet zijn diplomatieke en juridische oorlog tegen Israël voort bij de Verenigde Naties en internationale strafhoven; en, bovenal, hhoeft hij helemaal geen compromissen te sluiten voor vrede.

Voor een corrupte leugenaar die minachting heeft voor het Zionisme, is deze status-quo, nou ja, de hemel op aarde.

Er is natuurlijk een complicatie in dit hele beeld – het Palestijnse volk. De dag dat ze beseffen dat ze al zo lang beledigd zijn door hun eigen leiders is de dag dat die leiders hun villa’s in Ramallah zullen verlaten en met hun privéjets gaan hoppen naar elk land dat hen wil opnemen.

Die dag kan eerder komen dan ze denken.

Volgens een peiling uitgevoerd in de zomer van 2016 door het gerenommeerde Palestijnse Centrum voor Beleid en Onderzoek en gepubliceerd in Al Monitor, wil 65 procent van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook dat Abbas ontslag neemt.

Onder de aangehaalde redenen, vertelde journalist Ahmed Labed uit Gaza City aan Al Monitor: “President Abbas, die al elf jaar aan de macht is, bezet op onrechtmatige wijze het presidentiële kantoor. Zijn mandaat liep af in januari 2009. Bovendien heeft Abbas gedurende de periode van zijn presidentschap geen enkele opmerkelijke prestatie voor de Palestijnen bereikt.”

Zijn belangrijkste ‘prestatie’ was om de Joodse staat schade te berokken en te ondermijnen en haat in zijn volk in te platen voor hun Joodse buren, terwijl ze zich voordoen als een ‘gematigd’ in de wereld.

Zelfs voor degenen die de neiging hebben om Israël de schuld te geven voor de afwezigheid van vrede, is het moeilijk om het fundamentele obstakel van een partij die de legitimiteit van de ander volledig ontkent te ontkennen, vooral wanneer die partij er belang bij heeft die leugen te handhaven.

Israël heeft zijn deel van fouten gemaakt. De grootste is misschien dat het nooit een langetermijnstrategie heeft gehad voor het verwerken van de gebieden die in 1967 werden veroverd, vooral in Judea en Samaria. Dit heeft het Palestijnse leiders mogelijk gemaakt om alle schuld voor de afwezigheid van vrede te leggen op de groei van Joodse nederzettingen in deze gebieden.

Het maakt niet uit dat Palestijnse leiders elk vredesaanbod van Israël hebben verworpen zonder ooit een tegenbod te doen. Hoe slecht die afwijzingen ook voor Israël zijn geweest, ze zijn nog erger geweest voor de Palestijnen.

door David Suissa


Bronnen:

♦ naar een artikel “Abbas Fails His People — Again” van David Suissa van 17 januari 2018 op de site van de Jewish Journal

Advertenties