Abbas: ‘De arabieren werden in 1948 niet verdreven maar vluchtten vrijwillig weg’

“De arabische bewoners van ‘Palestina’ werden met geweld uit hun eeuwenoude heimat verdreven door de Zionistische onderdrukkers en bezetters,” klinkt steevast het verhaal over de Naqba. Echter, niét volgens Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit, die in een interview poneerde: “De Arabieren die in 1948 de stad Tzfat (Safed) in Galilea verlieten deden dat niet omdat ze werden uitgedreven maar uit eigen vrije wil.”

Plaatje hierboven: Ramallah, 6 september 2003. Yasser Arafat en Mahmoud Abbas, die sinds mei 2003 premier was van de PA, aka Arafat als de 1ste president van de Palestijnse Autoriteit en zijn opvolger Abu Mazen. [beeldbron: Jewish World Review]

Veel biografieën van de president van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, impliceren dat zijn familie ‘vluchtelingen’ werd vanwege de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948. Bijvoorbeeld, een BBC profiel omtrent Abbas toen hij in 2005 Yasser Arafat opvolgde als voorzitter van de PLO, schrijft: “In het licht van zijn oorsprong in Safed in Galilea – in wat nu het noorden van Israël is – zou hij sterke opvattingen hebben over het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen.” Answers.com verklaart: “Als gevolg van de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948, werd hij een vluchteling.” Wikipedia-artikelen over het onderwerp zeggen hetzelfde: ze geven allemaal de indruk dat de Abbas-familie werd verdreven en dakloos werd.

Echter Abbas zelves, die samen met Arafat medeoprichter is van al-Fatah, en beter bekend is bij zijn nom de guerre Abu Mazen, vertelt thans een heel ander verhaal. In een interview op Al-Palestinia TV van 6 juli 2009 erkende Abbas grif dat zijn familie niet werd uitgezet of verdreven, maar eerder vertrok uit schrik dat de Joden wraak zouden willen nemen voor het afslachten van 20 Joden in zijn stad [Safed] tijdens de Arabische pogroms van 19 jaar eerder.

In de woorden van Abu Mazen aka Mahmoud Abbas:

“Ik behoor tot degenen die zijn geboren in de stad Tzfat (Safed). We waren een bemiddelde familie. Ik studeerde op de lagere school en toen kwam de Naqba (de arabische exodus uit het Brits Mandaat). ’s Nachts vertrokken we te voet van Tzfat naar de rivier de Jordaan, waar we een maand bleven. Toen gingen we naar Damascus en vervolgens naar onze familieleden in Jordanië waarna wij ons in Damaskus vestigden. Mijn vader had geld en gaf zijn geld systematisch uit, maar na een jaar raakte het geld op en begonnen we te werken.

De basismotieven die de mensen ertoe brachten om weg te rennen voor hun leven en met hun eigendom. Deze [motieven] waren erg belangrijk, want ze vreesden het geweld van de Zionistische terroristische organisaties – en vooral wij van Tzfat dachten dat er een oud verlangen was om wraak te nemen omwille van de rebellie van 1929 en dit was ter nagedachtenis aan onze families en ouders.”

De ‘rebellie’ waarnaar Abbas verwees was een reeks wrede Arabische aanvallen op Joodse steden in de zomer van 1929. Bijna 70 Joden werden in hun huizen in Hebron geslacht, 20 in Tzfat (Safed), 17 in Jeruzalem en anderen werden vermoord in Motza, Kfar Uriah en Tel Aviv.

De herinnering van de slachting, zei Abbas: [… bracht [onze families] ertoe te begrijpen dat de militaire balans veranderd was en dat [wij] niet langer militaire strijdkrachten in hun ware betekenis hadden. Er waren alleen jonge mensen die vochten en er was een eerste actie. Ze voelden dat het machtsevenwicht in elkaar was gestort en besloten daarom te vertrekken. De hele stad werd verlaten op basis van deze gedachte – de gedachte aan hun eigendom en zichzelf te redden.”

Terug naar de wortels… in Damascus
Het is opmerkelijk dat de Abbas-familie terugging naar Damascus, omdat dat waarschijnlijk de plaats was waar het minder dan 90 jaar eerder hun oorspong lag. Joan Peters schrijft in haar wetenschappelijk werk uit 1984 ‘From Time Immemorial‘ over de Arabische bevolking van Israël dat in 1860 “Algerijnse stammen massaal van Damascus naar Safed verhuisden”.

Ze merkt op dat de moslims in de stad voornamelijk afstamden van Moorse kolonisten en van de Koerden – meer bewijzen die de bewering ontkennen dat de Arabieren in het land van Israël er al “sinds mensenheugenis waren.”


Bronnen:

♦ met dank aan Tiki S. voor de hint: “Abbas, de verdreven Palestijn uit Z-Syrie van Algerijnse afstamming.”

♦ naar een artikel van Hillel Fendel “PA Chief Abbas: We Left Galilee on Our Own” van 7 juli 2009 op de site van Arutz Sheva

 

Advertenties

2 gedachtes over “Abbas: ‘De arabieren werden in 1948 niet verdreven maar vluchtten vrijwillig weg’

  1. De Arabieren (er)kennen het Bijbelse verbod op het liegen niet. Als de gelegenheid zich voordoet fantaseren zij erop los!

    Like

    1. Islam laat misleiding [taqiyya] toe wanneer moslims omgaan met Joden en andere niet-moslims. Moslims mogen met andere woorden wèl liegen en bedriegen tegen ongelovigen op voorwaarde dat de leugen de bescherming van de Islam dient en/of om de islamitische doelen en objectieven te bevorderen.

      Een erg algemene en ruim gemeten definitie die door de ene moslim wordt ontkend dat ze bestaat [ontkenning dus in de praktijk] en door miljoenen anderen al eeuwenlang dagelijks in de praktijk wordt toegepast. In deze video wordt een en ander klaar en helder toegelicht.

      Video: What is taqiyya?

      Like

Reacties zijn gesloten.