Artefacten van 1500 jaar oude christen klooster en kerk blootgelegd in Beit Shemesh

Archeologen zeiden dat ze een belangrijke vroegchristelijke kerk hadden gevonden, gebaseerd op de ontdekking van buitengewone mozaïeken, crucifixen en iconische christelijke architectuur op een locatie in de centraal in Israël gelegen stad Beit Shemesh. Gebaseerd op de keramische vondsten en munten, werd de kerk waarschijnlijk gebouwd in de 4de eeuw na Christus.

Tijdens de Romeinse en Byzantijnse Periode overleefde – en breidde zelfs nog verder uit zoals blijkt uit de opgravingen – gedurende ongeveer 300 jaar naar een heel kloostercomplex, tot uiteindelijk in de 7de eeuw het doek viel over het christelijke complex na de invasie van de moslimlegers die het hele gebied begonnen te islamiseren.

Met de hulp van meer dan 1.000 jeugdige vrijwilligers, hebben archeologen in Beit Shemesh onlangs de goed bewaard gebleven overblijfselen opgegraven van een 1500 jaar oude klooster en kerk uit de Byzantijnse Periode, versierd met kleurrijke mozaïektegels en ingevoerde marmeren antiquiteiten. De opgraving, onder toezicht van de Autoriteit voor Oudheden van Israël, wordt uitgevoerd voorafgaand aan de uitbreiding van Ramat Beit Shemesh, gelegen op ongeveer 30 kilometer ten westen van Jeruzalem.

Het gebouw heeft misschien gediend als ontmoetingsplaats voor pelgrims, volgens Benyamin Storchan, directeur van de opgraving voor de Autoriteit van Oudheden. “We waren verrast door de prachtige staat van bewaring van de oude overblijfselen en de rijkdom van de vondsten die werden blootgelegd,” zei hij op woensdag. “De artefacten in het grote gebouw, dat een monastieke compound lijkt te zijn, kunnen erop wijzen dat de site belangrijk was en misschien een centrum voor oude pelgrims in de Judean Shfela [Heuvels van Judea] regio.”

Tijdens de opgraving, zei Storchan, ontdekten de tieners en archeologen muren gebouwd van groot bewerkt steenmetselwerk, evenals een aantal architecturale elementen, waaronder een marmeren pilaarvoet versierd met kruisen en marmeren raamschermen. “De marmeren artefacten werden uit de regio van Turkije gebracht, en verder landinwaarts vervoerd per wagen,” zei hij. “In een van de kamers ontdekten we een prachtige mozaïekvloer versierd met vogels, bladeren en granaatappels.”

Storchan vervolgde: “We kennen al een aantal oude kerken en kloosters in de Judean Shfela, maar deze is uitstekend bewaard.” Tot nu toe is slechts een klein deel van het klooster blootgelegd, dat in de 7de eeuw CE werd verlaten om onbekende redenen, zei hij. Sinds de opgraving afgelopen zomer begon, hebben tieners van verschillende groepen en organisaties, waaronder scholen en pre-militaire verenigingen, deelgenomen.

“We zochten naar een manier om fondsen te werven voor onze klassenreis naar Polen, en we besloten om deel te nemen aan de archeologische opgravingen,” vertelde Hadas Keich, een 16-jarige student aan de Sde Boker Field School. “Beetje bij beetje hebben we hier spannende ontdekkingen gedaan die ons hebben helpen verbinden met ons land en zijn geschiedenis. Ongelooflijk wel wat hier onder onze voeten verborgen ligt!” zei Keich. De grootsheid van de kerk was gebaseerd op oude Romeinse principes van esthetiek.

De kerk en / of het klooster zou ongeveer 300 jaar overleven. Wat er met de structuur is gebeurd, daar hebben ze naar alle waarschijnlijkheid het raden naar, maar Storchan biedt een weloverwogen postulatie. Vóór de regereeperiode van de Romeinse keizer Constantijn waren de eerste christenen op zijn best tweederangsburgers geweest en werden in het slechtste geval letterlijk voor leeuwen gegooid. Maar na hem verkregen christenen de keizerlijke status – en daardoor kreeg de kerk blijkbaar imperiale Romeinse financiering, vandaar de aankoop van kostbaar marmer uit de keizersteengroeven en unieke mozaïeken.

De problemen zouden zijn begonnen bij het begin van de vroege islamitische periode in het Heilige Land. De islamitische indringers schopten niet iedereen eruit en konden de kerk als het ware aan het leger overlaten. Maar de regio was gescheiden van de Byzantijnse economische cirkel. “Het was niet noodzakelijk verovering door het zwaard”, zegt Storchan. “We hebben geen bewijs voor drastische stopzetting. Maar de kerk stortte in en werd in de vroege islamitische periode omgezet in landbouwgrond. Ze hebben het gebouw niet opnieuw gebruikt. Ze wilden bomen laten groeien.”


Bronnen:

♦ foto’s en tekst naar een artikel in The Jerusalem Post, een artikel in The Jewish Press en een artikel in Haaretz van 20 december 2017

Advertenties