Wapen tegen Israël: Arabische landen weigeren Palestijnen het staatsburgerschap

Arabische landen moeten de “identiteit van de Palestijnen” beschermen, besloot de Arabische Liga in 1965. Sindsdien weigeren Arabische landen om Palestijnse vluchtelingen het staatsburgerschap te verlenen en beschouwen ze hen als tweederangs mensen.

Plaatje hierboven: Jongen in Gaza zeult met hulpgoederen van de UNRWA. Al zeventig jaar lang zijn Palestijnen gedoemd om te teren op buitenlandse hulp omdat de omringende moslimlanden hen weigeren te integreren en ze zelfs in hun eigen gebieden (Gaza en West Bank) door hun eigen leiders in vluchtelingenkampen worden gegijzeld door de schuld en mét de hulp van de internationale gemeenschap.

Op 11 september 1965 besloot de Arabische Liga (AL) om de “identiteit van de Palestijnen te beschermen”. Sindsdien weigeren Arabische landen om het staatsburgerschap aan Palestijnse vluchtelingen te geven. Dat werd in het “Protocol over de behandeling van de Palestijnen in Arabische landen” – ook wel “Casablanca Protocol” genoemd – vastgelegd.

… de Arabische landen willen het Arabische vluchtelingenprobleem niet oplossen. Ze willen het bestendigen als een open zweer, als een belediging voor de Verenigde Naties en als een wapen tegen Israël. De Arabische leiders kan het geen barst schelen of deze Arabische vluchtelingen leven of sterven.” [Sir Alexander Galloway aka de voormalige directeur van de UNRWA in Jordanië]

De Palestijnen – zelfs wanneer ze in het land geboren werden waarin ze verblijven en daar opgegroeid zijn – kunnen sindsdien niet de nationaliteit van dit land aanvragen. De enige uitzondering is Jordanië. Op deze wijze werden bijna 5 miljoen Palestijnen, die in Arabische landen leven, decennialang stateloos gehouden om druk uit te oefenen op Israël. Het Palestijnse vluchtelingenprobleem zou pas opgelost worden als Israël de Palestijnen een eigen staat geeft, was en is de motivering.

Behalve de kwestie van de nationaliteit werden de Arabische landen eraan gehouden om de Palestijnen geen vrije toegang tot de arbeidsmarkt en de vestigingsvrijheid toe te staan. Het protocol was niet bindend voor de landen van de Arabische Liga.

In het begin hielden Jordanië, Egypte, Koeweit, Syrië en Irak zich aan de overeenkomst – totdat radicaalislamitische Palestijnen en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), inclusief Fatah, onder Yasser Arafat de betrekkingen van deze landen tot de Palestijnse vluchtelingen negatief wijzigden. Dat was bijvoorbeeld het geval in Jordanië, Libanon, Egypte, Koeweit en Irak.

Jordanië
Het koninkrijk Jordanië is het enige Arabische land dat Palestijnen in een groter aantal de Jordaanse nationaliteit verleende. Daarover berichtte de Britse krant “Independent” in 2009. Alle Palestijnen die van 1948 tot 1967 naar Jordanië vluchtten, konden de Jordaanse nationaliteit aanvragen. Palestijnen die na 1967 naar het land vluchtten, werd dit niet meer toegestaan. In plaats daarvan kregen ze echter een “gele kaart”, die van hen juridisch quasi Jordaniërs maakte – ze kregen alleen geen politieke inspraak.

In 1970 was twee derde deel van de Jordaanse bevolking Palestijns. Dat was het jaar, waarin de PLO onder Yasser Arafat en het radicalere “Volksfront voor de Bevrijding van Palestina” (PLFP) een burgeroorlog in Jordanië begon, die als “Zwarte September” de geschiedenis inging. De informatiesite “ThoughtCo” berichtte hier over.

Het doel van de Palestijnse communisten was de afzetting of vernietiging van de Jordaanse koning Hussein en de machtsovername in Jordanië. Daarvoor werden drie moordaanslagen op de koning gepleegd, die hij allemaal overleefde. Uiteindelijk kidnapten PLFP-terroristen tussen 6 en 9 september 1970 vijf vliegtuigen, die vanuit Europa naar de VS vlogen en bliezen op 12 september drie van hen op in Jordanië.

De Palestijnse kidnappers werden tenslotte door Jordaanse veiligheidstroepen omsingeld en doodgeschoten. Maar de invloed van de PLO en de PLFP in Jordanië was in deze tijd bijzonder groot: de Palestijnse militanten hadden een staat binnen de staat geïnstalleerd, met hun hoofdkwartier in de Jordaanse hoofdstad Amman. Daar beheersten ze de straten en bestraften iedereen die hun wet niet opvolgde.

De koning wilde de Palestijnse invloed in Jordanië breken. Er begon een bloedige oorlog. Tot 15.000 militanten en Palestijnse burgers werden gedood. Enkele Palestijnse steden en vluchtelingenkampen, waarin terroristen wapens verstopt hadden, werden met de grond gelijk gemaakt. 50.000 tot 100.000 mensen raakten hun huizen kwijt.

Op dat moment viel het Syrische leger Jordanië binnen, het kon echter met succes uit het land verdreven worden, staat er op de site “Association for Diplomatic Studies and Training”. Uiteindelijk werden Arafat en zijn aanhangers in 1970 uit Jordanië verdreven. Ze vluchtten naar Libanon, waar ze dezelfde tactiek gebruikten, die uiteindelijk leidde tot de Libanese burgeroorlog. Tegenwoordig neemt Jordanië nog steeds Palestijnse vluchtelingen op die uit de Palestijnse gebieden vluchten. Het koninkrijk weigert echter Palestijnen op te nemen die uit andere Arabische landen naar het land komen.

Libanon
Terwijl Palestijnen in Jordanië juridisch min of meer gelijkgesteld zijn aan Jordaniërs, ziet de situatie er voor hen in Libanon anders uit. Palestijnse vluchtelingen kunnen in Libanon een vluchtelingen reisdocument krijgen. Daardoor mogen ze in het land verblijven, maar ze hebben bijna geen sociale en economische rechten, zoals Abbas Shiblak in 1995 verklaarde. Hij was wetenschappelijk medewerker aan het “Refugees Studies Centre” aan de universiteit van Oxford.

Om te kunnen werken, moeten ze een arbeidsvergunning aanvragen. Deze zouden ze heel moeilijk kunnen krijgen, schreef “Human Rights Watch” in 2002. Daarom zouden ze gedwongen zijn om zwart te werken, waardoor ze vaak minder verdienen dan personen met een arbeidsvergunning. Bovendien zouden ze vaak geen arbeidsbescherming en geen ziekteverzekering hebben. Ook zou het voor hen verboden zijn te werken op 20 beroepsterreinen, waartoe beroepen behoren zoals arts, ingenieur, journalist.

“Libanezen willen niet dat [de Palestijnen] zich in hun land assimileren; Israël zal het hen niet toestaan terug te keren. Ze zijn goed bewapend, sociaal gemarginaliseerd en economisch rechteloos, en zouden door tegenstanders van een mogelijk vredesakkoord [met Israël] gemobiliseerd kunnen worden om dit te ondermijnen”, stond er in 2009 op de site van de “International Crisis Group”.

De situatie van de Palestijnen in Libanon verslechterde vooral na de Libanese burgeroorlog van 1975 -1990 en de intocht van het Israëlische leger in het jaar 1982.

Zoals boven al vermeld, vluchtten Arafat en zijn PLO in 1971 uit Jordanië naar Libanon. Daar bouwden ze opnieuw een staat binnen de staat op, verstopten wapens in vluchtelingenkampen en probeerden ze de regering te destabiliseren, schrijft “ThougtCo”. Bovendien vielen ze vanuit het zuiden van Libanon Israël aan, wat voor Israël aanleiding was om Libanon binnen te marcheren. De PLO werd uit Libanon verdreven en haar meeste leden vluchtten naar de Gazastrook of de “Westelijke Jordaanoever”.

Egypte
In Egypte ziet de situatie van de Palestijnen er ongeveer net zo uit als in Libanon. Tot 1978 werden Palestijnse vluchtelingen volgens “Human Rights Watch” zoals Egyptenaren behandeld. Na het vredesakkoord tussen Israël en Egypte in 1978 veranderde de situatie: Palestijnen werden als buitenlanders gekwalificeerd, wat het voor hen moeilijker maakte te studeren of werk te vinden.

Bovendien konden ze Egyptische reisdocumenten aanvragen, maar deze stonden het hen niet toe automatisch in Egypte te blijven of Egypte binnen te reizen. Zelfs Palestijnen die in Egypte werden geboren en daar opgegroeid waren, moesten iedere zes maanden tot drie jaar een visum aanvragen.

Dat veranderde een beetje toen de Moslimbroeder Mohammed Morsi in 2011 aan de macht kwam. Tussen 2011 en 2013 konden alle Palestijnen met een Egyptische moeder de Egyptische nationaliteit aanvragen. Na de val van Morsi werden de Palestijnen verdacht van collaboratie met de Moslimbroeders, wat hun situatie opnieuw verslechterde.

Koeweit
Voor de Golfoorlog van 1991 werden Palestijnen in Koeweit als staatsburgers behandeld. Ze hadden geen sociale en economische nadelen. Tijdens de oorlog ondersteunde Arafat met zijn PLO Saddam Hussein. Dat leidde er na de oorlog toe dat alle Palestijnen uit Koeweit gedeporteerd werden. De ongeveer 300.000 vluchtelingen werden uiteindelijk door Jordanië opgenomen.

Irak
Onder Saddam Hussein genoten Palestijnen dezelfde vrijheden als Irakezen. Ze mochten echter niet de Irakese nationaliteit aanvragen en werden volgens het “Casablanca Protocol” uitgerust met reisdocumenten voor vluchtelingen.

Voor de Irak-oorlog van 2003 werden voor Palestijnse vluchtelingen woningen gebouwd – de staat betaalde de huur. Na de val van Hussein viel de staatssubsidie weg. Bovendien werden de Palestijnen verdacht van collaboratie met Saddam en vervolgd. “Human Rights Watch” berichtte. Daar komt nog bij dat ze iedere twee maanden een visum moeten aanvragen om in het land te blijven. Omdat de Arabische landen hen niet opnemen, vluchten velen van hen naar Europa, Canada of de VS.

Syrië
Syrië is naast Jordanië het enige land waarin de Palestijnen gelijkgesteld zijn aan de Syriërs. De enige uitzondering is dat ze niet de Syrische nationaliteit kunnen aanvragen en ook niet aan de politiek mogen deelnemen, schrijft “The Independent”.

Volgens een wet uit 1956 bezitten Palestijnen “het recht op arbeid, handel, dienstverleningen door de staat, terwijl zij hun oorspronkelijke nationaliteit behouden.” Ze mogen echter geen landbouwgrond kopen en niet meer dan één huis bezitten. Vrouwelijke nakomelingen van Palestijnse vluchtelingen kunnen door een huwelijk de Syrische nationaliteit krijgen.

Mannelijke nakomelingen en hun kinderen hebben dit privilege niet, zelfs niet als ze met een Syrische vrouw trouwen. Sinds het begin van het gewapende conflict in Syrië probeerden veel Palestijnen naar de Arabische buurlanden te vluchten. Ze werden echter aan de grenzen afgewezen.

Andere Arabische landen
Wat betreft andere Arabische landen ziet de situatie er daar altijd ongeveer hetzelfde uit: in Saoedi-Arabië is het Palestijnen niet toegestaan de vluchtelingenkampen te verlaten. Ze mogen niet werken en zich ook niet onder de Saoedische bevolking mengen. De Golfstaten daarentegen lieten bijna geen Palestijn hun landen binnen. Zodoende zijn de levensomstandigheden van de Palestijnen in Arabische landen zelfs slechter dan die van de Palestijnen in Israël.

Israël
Toen Israël in 1948 werd opgericht, kregen alle Palestijnen op het Israëlisch territorium automatisch de Israëlische nationaliteit. Tegenwoordig maken de zogenaamde “Arabische Israëli´s” ongeveer 21% van de bevolking van Israël uit, zoals de site “Jewish Virtual Library” (JVL) schrijft.

Israëlische Palestijnen genieten dezelfde rechten als alle andere staatsburgers van Israël (niet te verwisselen met de Palestijnen in de Gazastrook, op de “Westelijke Jordaanoever” en in Oost-Jeruzalem, die geen Israëlische nationaliteit bezitten): ze mogen stemmen, universiteiten bezoeken en deelnemen aan het culturele, sociale en economische leven in Israël. Ze hebben op dit moment tien zetels in het Israëlische parlement. Bovendien worden ze ook tot Israëlische ambassadeurs in het buitenland benoemd.

Arabisch is naast Hebreeuws een officiële taal in Israël en de “Arabische Israëli´s” hebben hun eigen scholen – maar geen universiteiten. Het enige verschil met de andere Israëli´s is dat ze niet in dienst hoeven. Op deze wijze zouden ze volgens JVL niet gedwongen worden om tegen hun Arabische broeders te vechten.

Over het algemeen worden Palestijnse Israëli´s als loyale burgers beschouwd. “Tijdens de oorlogen van Israël heeft niemand van hen deelgenomen aan sabotageactiviteiten of was hij niet loyaal”, staat er verder op de site van de JVL. Anderzijds is de situatie in Israël vooral de laatste tijd zeer gespannen, waardoor en wantrouwen aan beide kanten heerst. De Israëlische Arabieren worden als “vijfde colonne” gezien, wat leidt tot discriminatie in het dagelijks leven, schrijft de “Vereniging voor Burgerrechten in Israël”.

door Anna Samarina


Bron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel Waffe gegen Israel: Arabische Staaten halten Palästinenser staatenlos – Staatsangehörigkeit verweigert op de site van Epoch Times van 13 december 2017

bron-logo

Advertenties