Geoffrey Alderman: Waarom anti-Zionisten in feite racisten zijn

Twee weken geleden werd de 100ste verjaardag van de Verklaring van Balfour herdacht. Deze verklaring werd vastgelegd in briefvorm en geschreven door graaf Arthur Balfour op 2 november 1917 en was gericht aan baron Walter Rothschild. Balfour was toen minister van Buitenlandse Zaken in het oorlogskabinet van de toenmalige Britse premier, graaf Lloyd George. Rothschild was een zonderlinge maar zeer gerespecteerd zoöloog die toevallig ook nog eens de rijkste Joodse man van het land was.

Plaatje hierboven: Tel Aviv, 14 mei 1948. David Ben-Goerion leest in het Stadsmuseum van Tel Aviv de onafhankelijkheidsverklaring voor van de Joodse staat Israël. Achter hem hangt een portret van Theodor Herzl, die algemeen aanzien wordt als de grondlegger van het moderne Zionisme.

Gemachtigd door het regeringskabinet van Lloyd George, werd in de brief Rothschild verzocht om de Zionistische Federatie van Groot-Brittannië te informeren over het feit dat de Britse regering de oprichting van een “nationaal huis voor het Joodse volk” in Palestina “gunstig gezind” was en het zijn uiterste best zou doen om deze onderneming te vergemakkelijken op voorwaarde dat dit geen schade zou toebrengen aan “de burgerlijke en religieuze rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina of de rechten en politieke status die Joden genieten in om het even welk ander land.”

Men heeft beweerd dat de Verklaring bedoeld was om Amerikaanse steun te verwerven voor de Britse oorlogsinspanning tegen Duitsland. Maar de V.S. hadden verscheidene maanden eerder Duitsland de oorlog verklaard, gedeeltelijk als gevolg van de Duitse onderzeebotenoorlog tegen Amerikaanse schepen. Men heeft ook gezegd dat de Verklaring van Balfour deel was van een wanhoopspoging om Rusland in de oorlog het houden tegen Duitsland. Maar de Bolsjevistische Revolutie van een maand eerder waarborgde vrijwel zeker dat Rusland afzonderlijk, alhoewel een vernederend, vredesakkoord met Duitsland zou afsluiten.

Het idee dat ook werd geopperd was dat de Verklaring een manier was om de uit Manchester afkomstige chemicus Chaim Weizmann te bedanken voor zijn werk dat hij in oorlogstijd had verricht in het vervaardigen van explosieven. Dit is volslagen onzin.

De Verklaring van Balfour werd geboren uit een religieus sentiment. Graaf Arthur Balfour was een Christelijke mysticus die geloofde dat de Almachtige hem had uitverkoren om een instrument te zijn van de Wil van God, waarvan het doel was om hun oude geboorteland herop te richten, misschien wel als voorspel van de Tweede Komst van de Messias.

De Verklaring was aldus bedoeld om de vervulling van de Bijbelse voorspelling in te leiden. Deze deed een oproep aan Lloyd George, wiens persoonlijke immoraliteit hem niet verhinderde om te geloven in de voorspellingen van een Bijbel die hij binnenstebuiten kende.

Tegelijkertijd werd de Verklaring het onderwerp van een hevige controverse binnen de Joodse gemeenschappen van Groot-Brittannië. Rijke elites die de communale beursgang controleerden waren – op enkele opmerkelijke uitzonderingen na – compleet tegen. Zij vreesden werkelijk dat die tegen hen zou worden gebruikt om de burgerlijke en wettelijke gelijkheden ongedaan te maken die hen nauwelijks een halve eeuw eerder waren verleend. Als de Joden inderdaad een afzonderlijke “nationaliteit” waren, met een recht op een “nationaal huis” in Palestina, hoe konden zij dan nog “Brits” zijn? Bijgevolg werd het anti-Zionisme, in bepaalde Anglo-Joodse kwartieren, inderdaad erg gewaardeerd.

Hoe kan dan, toen in die tijd, opgeworpen worden – zoals ik dat beweer – dat anti-Zionisme racisme is? Het antwoord (zoals ik heb uitgelegd op een recente conferentie die gehost werd door het Pears Institute for the Study of Antisemitism) luidt omdat de context van 1917 geheel verschillend was van die van vandaag.

Op de vredesconferentie van 1919 werd het principe van nationale zelfbeschikking gedragen door de geallieerde winnaars. Onder de etnische groepen die hiervan konden genieten bevonden zich de Joden. De Verklaring werd goedgekeurd door de Volkerenbond en later opnieuw door zijn opvolger, de Verenigde Naties.

Wij kunnen natuurlijk over de grenzen van de Joodse staat debatteren die nu lid is van de Verenigde Naties. Wij kunnen zeker discuteren over het ôlitieke beleid van de verkozen overheid van de Joodse staat. Maar wij kunnen niet discuteren over het feit dat de Joden – als enige volk onder de naties – geen recht zouden mogen hebben op een eigen staat, zonder het etiket van “racist” te krijgen dat op ons van toepassing zou zijn.

Een racist is iemand die sommige etnische groepen bevoorrecht boven anderen, zuiver op basis van afkomst, of ras of etnische oorsprong. “Blanke supremacisten” zijn daarom racisten (zoals er ook “zwarte supremacisten” bestaan.) Een hotelier die “geen zwarten” of “geen Joden” afficheert is een racist. Apologeten voor een anti-Zionistisch racisme, op hun hoede om de schandvlek te vermijden die het woord “racist” oproept, debatteren dat zij het recht van Joodse zelfbeschikking steunen, maar dan niet in “Palestina”. Echter dat is nu net precies de plaats waar de internationale gemeenschap heeft geoordeeld dat de Joodse staat zal worden gevestigd, en waar die inderdaad werd gesticht. Diegenen (waaronder, en ik betreur dat te moeten zeggen, zich Britse politici, intellectuelen en academici bevinden), die ijveren om deze realiteiten terug te draaien, zijn daarom en zonder twijfel, racisten.

door Geoffrey Alderman

Professor Geoffrey Alderman (geboren op 10 februari 1944) is een Britse historicus, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Joodse gemeenschappen in Engeland gedurende de 19de en de 20ste eeuw en hij is tevens een academicus, politiek adviseur en journalist.


Bronnen:

♦ naar een artikel “Why anti-Zionists are racists” van Geoffrey Alderman van 8 november 2012 op de website van The Jewish Chronicle.

Advertenties