Over proto-Zionisten en andere helden van de 19de eeuw die Israël mogelijk maakten (Deel 1)

Wie over de oorsprong en de stichting van het Zionisme nadenkt, denkt automatisch aan Theodor Herzl als de stichter van het moderne Zionisme, maar lang voor het Zionisme eind 19de eeuw zich in de startblokken, zetten en werkelijk gestalte zal krijgen, waren er uiteraard vele vooraanstaande persoonlijkheden die de Joden een eigen staat toewensten in het Land van Israël. Vandaag zouden wij die idealisten van toen “utopische Zionisten” noemen, die zich met veel passie en ijver inzetten voor de verwoording en verspreiding van het Zionistische ideaal, met name een eigen Joodse staat, waar alle Joden vrij van vervolging zich kondigden vestigen, leven en sterven. Het verlangen naar Zion (de terugkeer naar Israël van de Joden) is onder Joden tenslotte meer dan 2.000 jaar oud.

Napoleon Bonaparte
Een van de eerste aanhangers van het Zionisme onder niet-Joden was Napoleon Bonaparte (1769-1821). In 1797 bezette Napoleon Ancona, een havenstadje gelegen aan de Adriatische kust en dat tot aan de invasie van Napoleon, deel uitmaakte van de Pauselijke Staten (Stato Ecclesiastico of Stati Pontificii).

Op 9 februari 1797 toen Napoleon tijdens de bezetting van Ancona doorheen de straten wandelde, werd opeens zijn aandacht getrokken toen er iets vreemds gebeurde. Verbaasd zag hij dat sommige mensen een gele hoofdkap droegen en armbanden met de Davidster. Hij vroeg een aantal van zijn officieren waarom deze mensen die hoofdkap en armbanden droegen en wat het doel daarvan was. Toen werd hem verteld dat dit Joden waren en dat ze aldus herkenbaar moesten zijn zodat ze ’s avonds terug naar hun getto zouden kunnen terugkeren. Toen hij dat hoorde gaf hij meteen het bevel dat ze hoofdkappen en armbanden moesten afnemen. Napoleon beval de sluiting van het Getto van Ancona, waar toen zo’n 1.400 Joden opeengepakt in de grootste armoede leefden. Napoleon stond de Joden voortaan toe om vrij te wonen waar ze wilden en zij mochten vanaf dan hun religie openlijk belijden.

Twee jaar later, in 1799, bevond de Franse veldheer en zelfbenoemde keizer Napoleon Bonaparte zich in  de haven van Acre (Akko) in ‘Palestina’ aan de Middellandse Zee, dat sinds 1516 deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk en door de Turken bezet zal blijven tot zij in 1917 werden verslagen en verjaagd door de Britten. Op 20 april 1799, ruim een maand na het begin van het beleg van Acre, schreef Napoleon zelfverzekerd een afkondiging uit van de oprichting van de Joodse staat. Die proclamatie zou worden voorgelezen van zodra Acre veroverd was. Vermits Napoleon faalde in zijn opzet werd de proclamatie nooit bekend gemaakt. In die proclamatie richtte hij zich voornamelijk tot de Franse Joden waarin hij hen opriep terug te keren naar het land van hun voorvaderen.

Mordecai Manuel Noah
Deze Amerikaanse Jood was ongetwijfeld een van de meest invloedrijke Joden in het begin van de 19de eeuw in de Verenigde Staten. Mordecai Manuel Noah (1785-1851) was een redacteur, journalist, toneelschrijver, politicus, advocaat, rechter aan het Hof van Beroep, een toezichter in de haven van New York, een majoor in het New Yorkse leger, maar bovenal een vurige utopische Zionist. Noah werd op 19 juli 1785 in Philadelphia geboren uit een Portugees-Joods gezin. Zijn vader, Manuel M. Noah, diende met generaal Francis Marion in de Amerikaanse Revolutionaire Oorlog (1775-1783) en droeg een aanzienlijke som geld bij aan de zaak.

Toen Noah 10 jaar oud was, stierf zijn moeder en ging hij bij zijn grootvader van moeders zijde wonen. Hij bleef bij die familie tot hij oud genoeg werd om naar Charleston, South Carolina te gaan, waar hij rechten studeerde en betrokken raakte bij de politiek. Hij was een fervent patriot en schreef op 26-jarige leeftijd krachtige redactionele artikelen in een krant uit Charleston die de oorlog (van 1812) met Engeland bepleitte. Als gevolg van zijn editorialen werd hij benoemd tot consul van de VS naar Tunis (Tunesië). In 1815 keerde hij terug en vestigde zich in New York om zich bezig te houden met journalistiek en politiek. Hij publiceerde de National Advocate en werkte voor verscheidene andere kranten.

Noach verbrak zijn relatie met de machtige politieke machine van de Tammany Society en verzette zich tegen hen door de New York Enquirer te publiceren van 1826 tot 1829. Hij was een productieve toneelschrijver, die zijn patriottische ijver weerspiegelde. Hij schreef Fortress of Sorrento (1808), She Would Be A Soldier (1819), en Siege of Tripoli (1820), die vele malen onder verschillende titels werden geproduceerd.

Noah ondersteunde onderwijs en medische zorg. Hij was een oprichter van de New York University en hij projecteerde het idee van een Joods ziekenhuis – Mont Sinai – dat pas na zijn dood werd opgericht. In 1825 heeft Noah geholpen een stuk land te kopen op Grand Island in de Niagara-rivier nabij Buffalo, waar hij een Joodse kolonie voorstelde die Ararat moest heten. Dit project wekte interesse en discussie, maar het werd een mislukking.

Na deze teleurstelling realiseerde hij zich dat Palestina het enige antwoord was voor een thuisland voor Joden. Hij gaf lezingen en schreef over de noodzaak van een dergelijk thuisland, met ideeën die voorafgingen aan die van Leo Pinsker en Theodor Herzl. Noach was zeer actief en steunde de gemeenten van Mikwe Israel in Philadelphia en Shearith Israel in New York. Hij was de bekendste Jood in Amerika toen hij in 1851 stierf aan een beroerte.

Sir Moses Montefiore
Sir Moses Haim Montefiore (1784-1885) was een Britse financier en bankier, activist, filantroop en Sheriff van Londen. Hij is vooral bekend geworden door schenkingen van grote sommen geld om aldus de industrie, het bedrijfsleven, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de gezondheid van de Joodse gemeenschappen in de Levant en in het bijzonder in ‘Palestina’ te bevorderen.

Sir Mozes Montefiore werd in 1784 geboren in een Italiaans Joods gezin en groeide op in Londen. Hij werd een van de weinige Joodse leden van de Londense Stock Exchange (beurs). Hij vertegenwoordigde de Rothschilds en trouwde zich in 1812 in de familie. Tussen 1827 en 1875, bezocht hij Palestina zeven keer, meestal samen met zijn vrouw. Ze reisden met paard en wagen, per boot, per kameel en te voet. Na zijn eerste bezoek werd hij een strikte observant. Hij bouwde ook zijn eigen synagoge op zijn landgoed buiten Londen.

Hij was een man die gedreven werd door zijn liefde voor zijn mede-Joden, met name degenen die zich in het land van Israël vestigden. Hij trad op als hun woordvoerder bij de Ottomaanse heersers. Hij verzamelde over de hele wereld Joden en bood hen zijn hulp aan als ze aliyah zouden maken. Tot zijn projecten behoorde het opstarten van de eerste Joodse drukpers in Jeruzalem. Hij bouwde een schrijn boven het graf van Rachel, richtte een landbouwbedrijf op in de buurt van Jaffa, en het symbool van zijn roem, de molen Yemin Moshe (hieronder).

Hij bewerkstelligde onder meer de oprichting van Mishkenot Sha’ananim in 1860, de eerste nederzetting die werd gebouwd buiten de Oude Stad van Jeruzalem, op een heuvel pal tegenover de Zion Berg. Anderen projecten volgden spoedig zoals Kerem Avraham, het Schneller Weeshuis, de school Bishop Gobat en de Russian Compound. Als president van de Raad van Afgevaardigden van Britse Joden, wordt zijn correspondentie met de Britse consul in Damascus Charles Henry Churchill in 1841-42 als cruciaal beschouwd voor de ontwikkeling van het Proto-Zionisme.

Op de afbeelding hierboven zie je Mishkenoth Sha’annanim, de eerste Joodse buurt die in 1860 werd gebouwd buiten de stadsmuren van Jeruzalem, de zogeheten New City of Nieuwe Stad (West-Jeruzalem), en dat op aansturen van Sir Moses Montefiori op het einde van de jaren 1850. De windmolen (rechtsboven op de foto) werd gebouwd in 1857 en maakte deel uit van dat bouwproject.

In de jaren 1880 kwam er naast de Mishkenoth Sha’annanim wijk een andere Joodse wijk – Yemin Moshe – genaamd naar Sir Moses Montefiori. De nieuwe wijk bevind zich rechts op de foto. Na de oorlog van 1948, wanneer de stad verdeeld werd tussen Israël en Jordanië, bevonden de twee wijken zich op een vijandige grens (in West-Jeruzalem). Voor enkele decennia na de oorlog raakten de wijken in verval en werden bewoond door arme gezinnen. Na het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 en na de hereniging van Oost- en West-Jeruzalem, werd de hele wijk opgekalfaterd.

Enkele jaren geleden der de Molen van Montefiore gerestuareerd door Nederland. Bekijk hieronder de film. Meer informatie hierover op: Restauratie van een prachtsymbool. Steunen kan via het Shalomfonds te Nijkerk. Meer informatie op Christenen voor Israël.

door Brabosh

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s