Europese Unie streeft naar Apartheid in Jeruzalem als toekomstige hoofdstad van 2 staten

Exact 28 jaar nadat de Europeanen het verdeelde Berlijn hebben herenigd, willen zij het eengemaakte stad Jeruzalem opnieuw opsplitsen. Plaatje hierboven: Manifestatie in mei 2010 in de wijk Sjeik Jarrah van Jeruzalem. Wel een beetje vreemd. Voorheen woonden er Joden in de wijk die er tijdens de etnische zuivering van 1948 door de Arabieren werden verjaagd. Palestijnen willen Jeruzalem opnieuw Judenrein maken en kijken daarvoor naar Europa om met hun ‘hulp’ hun ultieme wens alsnog te vervullen. Hoezo Apartheid?

Volgens de akkoorden van Oslo van 1993 is Jeruzalem een van de onderwerpen die zullen worden besproken tijdens onderhandelingen over de toekomstige permanente status van de stad. Het Zweedse initiatief om de Europese ministers van Buitenlandse Zaken een verklaring te doen steunen om Oost-Jeruzalem als de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat te erkennen, bepaalt vooraf reeds duidelijk de uitkomst van die gesprekken.

Het Zweedse initiatief
Toen de EU-ministers van Buitenlandse Zaken vergaderden op 8 december [2009], gaven zij een verklaring uit die slechts gedeeltelijk het Zweedse ontwerp verzachtten. Het liet de verwijzing naar de Palestijnse staat die bestaat uit ‘de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Oost-Jeruzalem als hoofdstad’ vallen, maar blijft anderzijds nog steeds staan achter het voorstel dat ‘Jeruzalem als de toekomstige hoofdstad van twee staten’ voor ogen heeft.

De EU-verklaring drong er op aan dat de EU ‘geen eventuele wijzigingen in de grenzen van vóór 1967 zullen erkennen’ zonder de instemming van de betrokken partijen. Maar door de verankering van de grenzen van 1967 als een voorafgaande politieke grens, negeert de Europese Unie het feit dat dit slechts wapenstilstand grenzen waren en geen erkende internationale grenzen. In feite was het Resolutie 242 van de Verenigde Naties, die stelde dat de grenzen van voor 1967 kunnen veranderen.

Door te zwaaien met de wortel in de vorm van een verklaring ter ondersteuning van Oost-Jeruzalem als onderdeel van een Palestijnse staat, zijn de Zweden er de oorzaak van dat de adviseurs van Mahmoud Abbas geloven dat als ze bilaterale onderhandelingen met Israël kunnen voorkomen, zij van het politieke klimaat kunnen profiteren om een derde partij in hun voordeel in te schakelen.

Wat nodig is, zijn niet aflatende Israëlische diplomatieke inspanningen voor Jeruzalem, die de wettelijke rechten van Israël onderstrepen en haar rol als de beschermer van de heilige plaatsen. Helaas lijken thans de Europese staten, die ooit geijverd hebben voor de bescherming van de heilige plaatsen van het christendom in Jeruzalem, nogal vergeetachtig te zijn over wat er zou gebeuren met hun kerken in de Oude Stad van Jeruzalem wanneer die onder het beheer van een Palestijns regime onder de invloed van Hamas zouden worden geplaatst.

In december 2009, de laatste maand dat Zweden het roulerend voorzitterschap heeft van de 27 lidstaten van de Europese Unie, heeft Stockholm het initiatief genomen om de Europese ministers van Buitenlandse Zaken achter een verklaring te krijgen waarin Oost-Jeruzalem wordt erkend als de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat. Volgens de akkoorden van Oslo van 1993 is Jeruzalem een van de onderwerpen die zullen worden besproken tijdens onderhandelingen over de toekomstige permanente status van de stad. Het Zweedse initiatief bepaalt vooraf reeds de uitkomst van die gesprekken.

Er stonden twee uiterst problematische clausules in het Zweedse voorstel:

* De Europese Unie roept op tot de dringende hervatting van de onderhandelingen die zullen leiden, binnen een overeengekomen termijn, tot een twee-staten-oplossing met een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina, bestaande uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook en met Oost-Jeruzalem als hoofdstad (paragraaf 1).

* De Raad herinnert eraan dat zij nooit de annexatie van Oost-Jeruzalem heeft erkend. Als er echte vrede moet komen, dan moet een manier worden gevonden om de status van Jeruzalem als de hoofdstad van twee staten op te lossen  (paragraaf 7). [bron]

Tot overmaat van ramp, werd aan het ontwerp-document toegevoegd een Europese  ‘verbintenis om verdere inspanningen en stappen op weg naar een Palestijnse staat te ondersteunen die, op het juiste moment, moeten leiden tot de erkenning van een Palestijnse staat.” Door deze erkenning [van een Palestijnse staat] in het Europese voorstel niet afhankelijk te maken van een onderhandelingsresultaat, zal deze fraseologie de Palestijnse leiders alleen maar aanmoedigen om eenzijdig de Palestijnse staat uit te roepen. Het Zweedse voorstel werd aanvankelijk gesteund door Groot-Brittannië, België, Ierland, Luxemburg en Malta.

Toen de EU ministers van Buitenlandse Zaken vergaderden op 8 december, gaven zij een verklaring af die slechts gedeeltelijk het Zweedse voorontwerp verzachtte door de aanpassing van de eerste van de twee problematische clausules, maar lieten de tweede clausule intact. In Paragraaf 1 lieten ze de verwijzing naar de Palestijnse staat vallen met de zinsnede “de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.” Maar de EU-verklaring behoudt nog steeds het voorstel dat voorzag “Jeruzalem als de toekomstige hoofdstad van twee staten.” Ook werd er door de EU op aangedrongen “geen eventuele wijzigingen in de grenzen van vóór 1967 te zullen erkennen, met inbegrip van Jeruzalem,” zonder de instemming van de betrokken partijen.

Door de verankering van de grenzen van 1967 als een gewezen politieke grens, negeert de EU het feit dat dit slechts een wapenstilstand grens was en geen internationaal erkende grens. In feite was het Resolutie 242 van de Verenigde Naties, die stelde dat de grenzen van voor 1967 kunnen veranderen. Het feit dat de EU niet expliciet verwijst naar deze resolutie, is geen verrassing. Vanuit het Israëlische perspectief, terwijl de EU-verklaring nog steeds fundamenteel lijnrecht tegenover het Israëlische beleid m.b.t. Jeruzalem waarin wordt gepleit voor het behoud van de ééngemaakte stad, is althans de EU-verklaring volledig in overeenstemming met de politieke verklaringen die door de EU in het verleden over Jeruzalem werden afgelegd en bevatte tot nog toe geen woordgebruik dat zo ver ging als het Zweedse ontwerp.

In zowel het Zweedse ontwerp als in de definitieve verklaring van de EU, wordt gesteld dat een akkoord over de toekomst van Jeruzalem moet bereikt worden via onderhandelingen, maar dit punt wordt enigszins versterkt in de laatste versie van de EU-verklaring. Blijkbaar was de Amerikaanse regering bijzonder bezorgd met betrekking tot dit delicate punt. Op 8 december 2009 benadrukte Phillip Crowley, de woordvoerder van het Staatsdepartement van de Verenigde Staten: “Wij zijn ons bewust van de EU-verklaring, maar ons standpunt over Jeruzalem is duidelijk. En wij zijn van mening dat een definitieve status in deze kwestie het best kan gebeuren door directe formele onderhandelingen tussen de partijen onderling.” Het was meteen klaar en duidelijk dat Washington geen probleem had met de resterende onduidelijkheden in de EU-verklaring en hoe de Palestijnen dit zouden kunnen interpreteren als steun voor een optie waarbij zij eenzijdig de Palestijnse staat kunnen afkondigen met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Verloop van de recente Europese interventie over de kwestie Jeruzalem
Met het Zweedse initiatief is het niet de eerste keer dat Israël hoort dat Europa publiekelijk twijfelt aan de status van haar hoofdstad [Jeruzalem]. Tien jaar geleden werden op 4 mei 1999 de vijf jaar oude interim-akkoorden van Oslo eenzijdig beëindigd door de Palestijnse Autoriteit, toen nog geleid door Yasser Arafat, die een onafhankelijkheidsverklaring van de Palestijnse staat overwoog. Naarmate de datum naderde, werd door de Palestijnse leiders overlegd of zij eenzijdig de onafhankelijkheid van een Palestijnse staat zouden uitroepen en waar haar grenzen zouden liggen. Abu Ala, een van de Palestijnse architecten van de Oslo-Akkoorden, schreef op 21 december 1998 in de Palestijnse krant al-Hayat al-Jadida, dat de basis van een Palestijnse staat reeds was vastgesteld, namelijk de grenzen die in het Verdeelplan van 1947 werden vastgelegd, met name in Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Volgens Resolutie 181, zou de volledige stad Jeruzalem de volgende tien jaren een internationale entiteit worden en onder het toezicht worden geplaatst van de Verenigde Naties, waarna de inwoners van de stad hun stem zouden kunnen uitbrengen of zij al dan niet wensten opgenomen te worden in de Joodse staat of in de Arabische staat zoals in de resolutie werd voorgesteld. Die internationale entiteit heette in het Latijn ‘corpus separatum’ of afzonderlijke entiteit.

Op 1 maart 1999, toen Duitsland het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie waarnam, zond haar ambassadeur in Israël een wat genoemd wordt ‘verbale nota’ gericht aan het Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken waarin werd gesteld dat de EU “haar bekende standpunt herbevestigde over de specifieke status van Jeruzalem als een corpus separatum.” Abu Ala, die zich bijzonder opgetogen toonde over de EU-verklaring, verklaarde prompt dat volgens de EU-verklaring zowel West- als Oost-Jeruzalem ‘bezet’ werden [door Israël].

Historisch gezien werd Resolutie 181 ingehaald door de gebeurtenissen. Latere resoluties van de Verenigde Naties verwezen in toenemende mate naar de in 1949 gesloten Wapenstilstand overeenkomsten. Bovendien werd Jeruzalem tijdens de oorlog van 1948 aangevallen door ten minste drie Arabische legers. Het was duidelijk dat de Verenigde Naties had gefaald in het uitvoeren van haar eigen resolutie alsmede haar voorstel van een geïnternationaliseerde corpus separatum. Jeruzalem werd verdedigd door de opkomende Israel Defense Forces en niet door de Verenigde Naties. Als gevolg verklaarde premier David Ben-Goerion dat Israël de verwijzingen naar Jeruzalem in Resolutie 181 vanaf dan als ‘van nul en generlei waarde’ beschouwde en dat bleef ook het standpunt van de latere Israëlische regeringen.

Onverantwoordelijke Europese diplomaten hebben sinds 1999 de Palestijnse positie alleen maar doen radicaliseren. Arafat begonnen met een campagne om de internationale erkenning van Resolutie 181 te verkrijgen als basis voor een Palestijnse staat, ter vervanging van elke verwijzing naar resolutie 242. Arafat bracht voor dat doel in maart 1999 een bezoek aan de Verenigde Naties. Terwijl hij nog in New York was stuurde Nasser al-Kidwa, de waarnemer van de PLO bij de VN, een brief aan secretaris-generaal Kofi Annan en alle VN-leden, die verklaarde:

“Israël moet aan de internationale gemeenschap nog uitleg geven over de illegale maatregelen die zij heeft genomen aangaande de uitbreiding van haar wetten en bestuur over het grondgebied dat zij bezetten sinds de oorlog van 1948 en gelegen is buiten het grondgebied dat aan de Joodse staat werd toegewezen in Resolutie 181.”

Effectieve Israëlische diplomatie veroorzaakte in 1999 dat de PLO moest afzien van haar Resolutie 181-campagne en haar plan om eenzijdig de onafhankelijkheid van de Palestijnse staat op dat ogenblik uit te roepen. Maar wat wel werd aangetoond was dat de Europeanen er niet alleen niet in slaagden om de kloof tussen Israël en de Palestijnen te verkleinen, maar zij er integendeel in geslaagd waren ze nog aanzienlijk te verbreden.

Gevolgen voor Vredesonderhandelingen in de toekomst
De Europeanen hebben verontrustende uitspraken over Jeruzalem gedaan sinds de Verklaring van Venetië van 1980 waarin zij de eenzijdige Israëlische stappen om de stad na 1967 te herenigen heeft afgewezen. Maar sinds 2002 hebben zij een nieuwe verantwoordelijkheid als leden van het Kwartet – samen met de VS, Rusland en en het secretariaat van de Verenigde Naties – om de partijen te helpen om te trachten een onderhandelde oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict te bereiken. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt weet dat in de verklaring van het Kwartet van 9 november 2008, de leden van het Kwartet hebben ingestemd met het principe dat “derden niet mogen ingrijpen in de bilaterale onderhandelingen.”

Door te zwaaien met de wortel in de vorm van een verklaring ter ondersteuning van Oost-Jeruzalem als onderdeel van een Palestijnse staat, zijn de Zweden er de oorzaak van dat de adviseurs van Mahmoud Abbas geloven dat als ze bilaterale onderhandelingen met Israël kunnen voorkomen, zij van het politieke klimaat kunnen profiteren om een derde partij in hun voordeel in te schakelen. De Zweden hebben aldus de prikkel verminderd voor Abbas om terug te keren naar eventuele onderhandelingen met Israël. Bovendien, door het overtreden van een kwartet principe, ondermijnen de Zweden de Europese geloofwaardigheid met Israël: Wie heeft het Kwartet nog nodig als haar leden niet voldoen aan hun verplichtingen?

Het impact van het Zweedse initiatief over de toekomst van Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen vertoont enige gelijkenis met wat er gebeurd is met de EU in 1999: in plaats van de onderhandelingen gemakkelijker te maken, maakte een Europees initiatief het hen alleen maar moeilijker en moedigde het Palestijnse unilateralisme verder aan. Momenteel is het bekend dat de eis van de regering van Barack Obama over een bevriezing van de bouw van nederzettingen ervoor gezorgd heeft dat Abbas de vernieuwing van de onderhandelingen afhankelijk heeft gemaakt heeft aan [het voldoen van Israël aan] die voorwaarden, iets dat voordien nooit het geval is geweest. Israël verwerpt terecht het idee dat haar tien maanden bevriezing van de nederzettingen ook van toepassing zouden zijn op Oost-Jeruzalem. Helaas zal het Zweedse initiatief alleen de eis van Abbas kracht bijzetten die wil dat de regeling ook van toepassing zou zijn op de bouwwerken in Oost-Jeruzalem, waardoor de kans dat de onderhandelingen ooit terug worden gestart aanzienlijk verminderen.

Het probleem met Zweden
Zweden is een bijzonder zorgwekkende land voor Israël in Europa. Op 17 augustus 2009 publiceerde de Zweedse dagelijkse krant Aftonbladet een artikel van freelance schrijver Donald Bostrom, die aanvoerde dat het IDF de organen van de Palestijnen plunderde en ze naar het buitenland stuurde. Terwijl velen in de Zweedse media het krantenverhaal veroordeelden, weigerde de Zweedse regering een standpunt in te nemen. Toen de Zweedse ambassadeur in Tel Aviv, Elisabet Borsiin Bonnier, haar afkeer uitte over het bewuste artikel, besloot de Zweedse regering om zich te distantiëren van de verklaring van haar eigen ambassadeur.

Sinds die gebeurtenis zijn de Zweeds-Israëlische betrekkingen bijzonder gespannen. Het probleem is dat voor de tweede helft van 2009 Zweden het roulerend voorzitterschap hield van de Europese Unie en daarom voorstellen kan doen voor een nieuw Europees beleid die in strijd zijn met de meest fundamentele belangen van Israël. In die tussentijd heeft Zweden haar officiële benadering tot Israël totaal gewijzigd: van een van de vriendelijkste landen van de Joodse staat, vertoont de regering in toenemende mate steeds meer tekenen van vijandigheid jegens de standpunten van Israël.

Lessen voor Israël
Er is een belangrijke les te trekken voor Israël uit het debat dat binnen de EU werd gevoerd over de toekomst van Jeruzalem. Binnen Israëlische regeringen bestaat de uitdrukking dat “dringende zaken schuiven altijd de belangrijkste opzij.” In dit geval, omdat de Israëlische diplomatie altijd omgaat met dringende zaken – van het Goldstone Rapport tot aan de nieuwste nucleaire beslissingen in Iran – met het gevolg dat het zich niet altijd bekommerd om Israëlische belangen op lange termijn zoals het verenigd houden van Jeruzalem. Het klopt dat Zweden in de EU een aantal belangrijke tegenstanders had voor haar voorstellen voor Jeruzalem, zoals onder meer de Tsjechische Republiek, Nederland, Frankrijk, Roemenië, Hongarije, Polen en Italië. Maar het is een vergissing om internationale steun voor de standpunten van Israël door deze landen als vanzelfsprekend te beschouwen.

Wat nodig is zijn permanente Israëlische diplomatieke inspanningen voor Jeruzalem, die de wettelijke rechten van Israël en haar rol als de beschermer van de heilige plaatsen onderstrepen. De argumenten ter ondersteuning van een verenigd Jeruzalem moet worden opgeworpen door de Israëlische ambassadeurs in alle hoofdsteden waar ze werkzaam zijn en ze mogen niet wachten tot een volgende crisis zich ontwikkelt zoals de huidige strijd binnen de EU. Het Joodse volk herstelde haar meerderheid in Jeruzalem in 1864, lang voordat het Britse mandaat bestond. De Volkenbond heeft Jeruzalem opgericht als onderdeel van het Joods Nationaal Thuis.

Stephen Schwebel, die uiteindelijk de voorzitter van het Internationale Hof van Justitie in Den Haag zal worden, schreef in 1970 dat “Israël kan betere aanspraken laten gelden op wat het grondgebied was van Palestina, met inbegrip van het geheel van Jeruzalem, dan dat kan Jordanië of Egypte dat kunnen.” De grote ironie is dat de Europeanen, die graag herinneren aan de verwijdering van de Berlijnse Muur in 1989 en spreken over een historisch keerpunt voor hun continent, thans pleiten voor de herverdeling van Jeruzalem tussen twee afzonderlijke staten.

Voor de Palestijnen, is de eis naar Oost-Jeruzalem als hoofdstad een mantra geworden dat zij bij elke gelegenheid herhalen. Helaas lijken thans de Europese staten, die ooit geijverd hebben voor de bescherming van de heilige plaatsen van het christendom in Jeruzalem, nogal vergeetachtig te zijn over wat er zou gebeuren met hun kerken in de Oude Stad van Jeruzalem wanneer die onder het beheer van een Palestijns regime onder de invloed van Hamas zouden worden geplaatst. Immers, voorafgaand aan het EU-besluit over het Zweedse ontwerp, hebben prominente voormalige Europese ambtenaren zoals Chris Patten, Romano Prodi, Hubert Vedrine en Lionel Jospin gelobbyd voor rekening van het Zweedse voorstel en de goedkeuring door de Europese Unie van een meer pro-Palestijns standpunt over Jeruzalem. Als Israël het nalaat om een gezamenlijke inspanning te doen om haar rechten te beschermen in Jeruzalem, dan zullen zelfs haar naaste vrienden in Europa aan het einde van de dag aannemen dat Israël die rechten zal erkennen akkoord gaat met het beleid dat Europa voorstelt.

door Dore Gold


Bronnen: in een vertaling van Brabosh naar een artikel van Dore Gold “Europe Seeks to Divide Jerusalem” gepubliceerd op 10 december 2009 op de site van het Jerusalem Center for Public Affairs.

Advertenties

Een gedachte over “Europese Unie streeft naar Apartheid in Jeruzalem als toekomstige hoofdstad van 2 staten

  1. Europa kan erkennen wat ze wil. Het EU gekonkel heeft meer te doen met $$$$ dan met legitime status!

    Landen die hun eigen ondertekende officiele documenten niet respecteren worden ook in de toekomst niet gerespecteert.

    Feit blijft dat Jeruzalem is gebouwd door de Joodse Koning David en niet door een Arabische Sheikh, een Moslim Imam of een “Palestijnse” aannemer.

    Jeruzalem is meer legitiem als oude hoofdstad dan de nieuwe zoals Washington, Brussel, Amsterdam, Parijs, Brazilia, Stockholm en alle Afrikaanse recent ‘gelegitimizeerde hoofdsteden.

    Haar legitimatie ligt in haar duizenden jaren oude geschiedenis te vinden in de stenen van de stad.

    Het gekrakeel rond haar status als Joodse hoofdstad van de Joodse Staat Israel heeft dan ook meer te maken met het Joodse aspect dan met haar legitimiteit.

    Like

Reacties zijn gesloten.