De wortels van de Amerikaanse steun voor een Joods Nationaal Tehuis in ‘Palestina’

Israël wordt nog steeds beschuldigd dat het gebieden zou ‘bezetten’, vooral dan op de Westelijke Jordaanoever en op de Golanhoogte. Volgens radicale Palestijnen alsmede de meeste Arabische landen in het Midden-Oosten, moet zelfs het grondgebied van heel Israël gezien worden als [door de Joden] ‘bezet’ gebied en moeten [de Joden] verdreven worden uit het Midden-Oosten [slechts 2 Arabische landen hebben tot op heden het bestaansrecht van Israël erkend en voeren min of meer normale diplomatieke betrekkingen namelijk Egypte en Jordanië]. Echter, wat dikwijls door Israëlbashers ‘vergeten’ wordt, is dat het recht van de Joden op het land van Israël gebeiteld staat in verschillende overeenkomsten en verdragen, die volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht.

Lang voordat de zionistische beweging concrete vorm begon te krijgen, was een van de eersten die zijn goedkeuring uitdrukte aan de terugkeer van de Joden naar Palestina, John Adams, de tweede president van de Verenigde Staten, die in een brief aan legermajoor Mordechai Manuel Noach (1785-1851), de eerste Amerikaanse zionist, in 1819 [!] als volgt uitdrukte:

“Ik wil de Joden weer in Judea als een onafhankelijke natie; zoals ik denk dat de meeste verlichte mannen met wie ik heb deelgenomen aan de verbetering van de filosofie der tijden; dat eens zij een onafhankelijke overheid hebben hersteld en niet langer worden vervolgd, zij op korte tijd een weg zullen vinden om hun aspiraties en bijzonderheden van hun aard uit te drukken. Ik wens dat uw volk kan worden toegelaten tot alle privileges van de burgers in elk deel van de wereld. Dit land (Amerika) heeft veel gedaan, ik wens dat het meer kan doen en alle bekrompen ideeën over in religie, overheid en handel teniet zal doen.”

De Amerikaanse President Woodrow Wilson (de 21ste president, 1913-1921) was de oprichter van de Volkenbond en werd hiervoor in 1919 met de Nobelprijs voor de Vrede onderscheiden. Zijn pogingen om de VS te laten toetreden tot de Volkenbond stuitten op weerstand in de Amerikaanse Senaat. President Wilson was de eerste Amerikaanse president die het moderne zionisme steunde alsook en in het bijzonder de pogingen van Groot-Brittannië om een Nationaal Joods Tehuis in Palestina op te richten (de tekst van de Balfour Verklaring werd eerst ter goedkeuring voorgelegd aan Wilson nog vooraleer deze officieel werd bekendgemaakt).

President Wilson drukte zijn rotsvast geloof in een gebeurlijke cratie van de Joodse staat op 31 augustus 1918 als volgt uit:

I welcome an opportunity to express the satisfaction I have felt in the progress of the Zionist movement in the United States, and in the allied countries, since the declaration of Mr. Balfour”.

En op 3 maart 1919 herhaalde hij zijn standpunt:

I am persuaded that the Allied nations, with the fullest concurrence of our own government and people, are agreed that in Palestine shall be laid the foundation of a Jewish Commonwealth”.

De mandaten voor Mesopotamië, Syrië en Palestina werden toegekend door het Hooggerechtshof van de Volkenbond op haar vergadering in San Remo van 25 april 1920. De onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten met betrekking tot het mandaat Palestina werden met succes afgerond in mei 1922 en goedgekeurd door de Raad van de Volkenbond in juli 1922. De mandaten voor Palestina en Syrië kwamen gelijktijdig in werking op 29 september 1922. In dit document, erkende de Liga van Naties (de Volkerenbond) de “historische band van het Joodse volk met Palestina” en de “basisgronden voor reconstructie van hun nationale thuis in dat land.”

Ook president Herbert Hoover zal zijn aspiraties voor een Nationaal Joods Tehuis op 29 oktober 1932 herhalen:

“On the occasion of your celebration of the 15th Anniversary of the Balfour Declaration, which received the unanimous approval of both Houses of Congress by the adoption of the Lodge-Fish Resolution in 1922, I wish to express the hope that the ideal of the establishment of the National Jewish Home in Palestine, as embodied in that Declaration, will continue to prosper for the good of all the people inhabiting the Holy Land”.

Voor wie zich ooit heeft afgevraagd waarom tijdens de periode tussen 1917 en 1947 honderdduizenden Joden vanuit de hele wereld op een zekere ochtend ontwaakten en besloten om hun huizen te verlaten en naar Palestina te trekken. De meerderheid van hen deden dit omdat ze hadden gehoord van een toekomstig Nationaal Tehuis voor het Joodse volk dat werd opgericht in Palestina, op basis van het door de Volkerenbond [de directe voorloper van de Verenigde Naties] goedgekeurde ‘Mandaat voor Palestina’. Dit historisch document legde het Joodse wettelijke recht vast om zich te vestigen ergens in het westen van Palestina, meer bepaald het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, een recht dat ongewijzigd blijft volgens het internationale recht.

Het “Mandaat voor Palestina” was geen naïeve visie die zomaar omarmd werd door de internationale gemeenschap. Eenenvijftig landen – de volledige Volkenbond – hebben op 24 juli 1922 unaniem verklaard:

“Erkenning werd verleend aan de historische band tussen het Joodse volk met Palestina en aan de gronden voor het reconstitueren van hun nationale thuis in dat land.”

[Orig.: “Whereas recognition has been given to the historical connection of the Jewish people with Palestine and to the grounds for reconstituting their national home in that country.”]

Amerikaanse steun voor een Joods Nationaal Tehuis
Op 30 juni 1922, stemden de beide kamers van het Congres van de Verenigde Staten unaniem voor de gezamenlijke resolutie, aka de Lodge Fish Resolutie (Joint Congressional Resolution – 360) met de “vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk,” de bevestiging van het onherroepelijke recht van de Joden zich te vestigen in het gebied van Palestina ergens tussen de Jordaanrivier en de Middellandse Zee:

“Bij voorkeur de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk. Dat de Verenigde Staten van Amerika de voorkeur hechten aan de oprichting van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina, waarbij duidelijk moet begrepen worden dat niets zal gedaan worden dat afbreuk doet aan de burgerlijke en religieuze rechten van christelijke en alle andere niet-Joodse gemeenschappen in Palestina, en dat de heilige plaatsen en religieuze gebouwen en locaties in Palestina afdoende moeten worden beschermd”

[orig.: “That the United States of America favors the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, it being clearly understood that nothing shall be done which should prejudice the civil and religious rights of Christian and all other non-Jewish communities in Palestine, and that the holy places and religious buildings and sites in Palestine shall be adequately protected.”]

Op 21 september 1922 ondertekende President Warren G. Harding de Lodge-Fish Resolution, die de Balfour Verklaring bekrachtigde en de oprichting van een Joods thuisland in Palestina. De regering van de Verenigde Staten (toen geen lid van de Volkenbond) stelde dat haar deelname aan de Eerste Wereldoorlog en haar bijdrage aan de nederlaag van Duitsland en de nederlaag van haar bondgenoten, de Verenigde Staten het recht had gegeven om te worden geraadpleegd over de voorwaarden van het “Mandaat voor Palestina.” President Warren G. Harding drukte zijn steun voor een Joods thuisland in palestina op 1 juni 1921 als volgt uit: “It is impossible for one who has studied at all the service of the Hebrew people to avoid the faith that they will one day be restored to their historic national home and there enter on a new and yet greater phase of their contribution to the advance of humanity.”

De uitkomst van dit verzoek was een “Overeenkomst [The Anglo American Treaty of 1924] tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de rechten van de twee regeringen en hun onderdanen in Palestina”, een verstandhouding die beheerd werd door het internationaal recht. Het verdrag bevatte de volledige tekst van het “Mandaat voor Palestina.“” met inbegrip van de introductie en werd afgesloten en ondertekend door hun respectieve gevolmachtigden in Londen op 3 december 1924; geratificeerd op advies van de Senaat op 20 februari 1925; geratificeerd door president Calvin Coolidge op 2 maart 1925; geratificeerd door Groot-Brittannië op 18 maart 1925; bekrachtigingen uitgewisseld te Londen op 3 december 1925; en afgekondigd op 5 december 1925.

Met de ratificatie van het verdrag, erkende de Verenigde Staten van Amerika formeel de voorwaarden van het “Mandaat voor Palestina” en de historische band van het Joodse volk met Palestina en de basisgrond voor de reconstructie van hun nationaal thuis in dat land. Elke poging om het recht van het Joodse volk naar Palestina te ontkennen – Eretz-Israël – en om hen de toegang en de controle te weigeren in het gebied dat het Joodse volk werd toegewezen door de Volkenbond is een onaanvaardbare schending van het internationaal recht en de Supremacy Clause (artikel VI , paragraaf 2 van de Grondwet van de Verenigde Staten), die dicteert dat Verdragen “zullen primeren boven de wetten van dat land,” [“.. shall be the supreme Law of the Land”].

Wij moeten collectief en individueel alles doen wat we kunnen om het Joodse volk en de staat Israël te ondersteunen. Er is geen belangrijker moment meer dan vandaag en ik denk dat dit lichaam de capaciteit heeft om te helpen de mantra van “bezetting” te verslaan door aan te dringen dat het land van Israël aan het Joodse volk werd gegeven als vanuit het recht en in overeenstemming met het bestaande internationale recht.

door Eli Hertz


Bronnen:

♦ in een vertaling door Brabosh van een artikel op de site van Israpundit: The “Mandate for Palestine” is the Best Reply to “Occupation”;

♦ en tevens een artikel op de site van UNM Israel Alliance: U.S. Presidents Support a Jewish National Home in Palestine – Eretz-Israel door Lynn op 13 juli 2009.

Advertenties

Een gedachte over “De wortels van de Amerikaanse steun voor een Joods Nationaal Tehuis in ‘Palestina’

  1. Het zou interessant zijn te zien, waarop deze (voor die tijd) positieve gezindheid jegens de Joden vandaan komt. De Angelsaksische variant van deze waardering steunt op de puriteins-protestantse theologie van de zeventiende en achttiende eeuw, die een geheel nieuwe kijk had op Israël, Joden en het Beloofde Land. Des te opvallender, omdat ook de Reformatoren niet positief over de Joden dachten en in feite het antisemitisme van de Middeleeuwse kerk voortzetten. De Balfour Declaration was een verre echo van die gewijzigde opvatting, die ook onder de Amerikaanse Puriteinen aanhang had. De basis van de Amerikaanse steun ligt hier, eerder dan in de Verlichting. De moeite waard om hiervan een nadere studie te maken.

    Like

Reacties zijn gesloten.