Hoe het moslimblok en het sovjetblok ruim 40 jaar geleden de VN veroverden ten koste van Israël

In het midden van de jaren 1970, richten de Arabisch/islamitische wereld en het toenmalige Sovjetblok samen een pro-PLO lobby op binnen de Verenigde Naties. In die tijd deed een grap de ronde dat “indien een Arabische staat een resolutie zou indienen bij de Verenigde Naties dat de aarde plat was, deze met een meerderheid van de stemmen in de Algemene Vergadering zouden worden aangenomen.” De bonte verzameling van Arabische dictaturen, Derde Wereld autocratieën en de autoritaire regimes van het Sovjetblok, namen resoluties aan waarin Israël werd aangevallen en de PLO werd ondersteund, een terroristische organisatie met het bloed van onschuldige burgers aan haar handen.

Op 14 oktober 1974 nodigde de Algemene Vergadering van de VN met Resolutie 3210 XXIX de PLO uit in de VN als zijnde de wettige vertegenwoordiger van het ‘Palestijnse’ volk. Nauwelijks een maand later, 13 november 1974, sprak PLO-leider Yasser Arafat de Verenigde Naties toe. Arafat droeg tijdens zijn toespraak in de VN een revolver en een olijftak (om het theater te completeren). Een jaar later beloonde de UNGA de PLO met de status van permanente vertegenwoordiger in de VN.

Datzelfde jaar, 10 november 1975, en op instignatie van het Arabische moslimblok en het Sovjetblok, nam de UNGA Resolutie 3379 aan waarin het Zionisme werd beschouwd als een vorm van racisme. De Amerikaanse afgevaardigde aan de VN Daniel Patrick Moynihan noemde de resolutie een “obscene daad” terwijl de toenmalige Israëlische afgevaardigde, Chaim Herzog, zijn collega-afgevaardigden berispte en hen vertelde dat de resolutie gebaseerd was op haat, leugens en onwetendheid. “Hitler,” zo verklaarde hij “zou zich hier thuis gevoeld hebben als hij geluisterd had naar de debatten in de VN over deze maatregel”.

Pas zestien jaar later, in december 1991, herriep de UNGA deze beschamende resolutie 3379 met een stemming van 111 tegen 25.  De Arabische staten daarentegen onthielden zich of stemden tegen en de PLO veroordeelde de resolutie. Geen enkel Arabisch land stemde voor de resolutie. Onder de tegenstemmers o.a. Algerije, Iran, Irak, Jordanië, Libanon, Libië, Saoedi-Arabië, Syrië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jemen.

In 1977 trokken de Verenigde Staten zich voor twee jaar terug uit de International Labor Organization [ILO], een andere agentschap van de VN, omwille van haar anti-Israël standpunten. De regering van president Ronald Reagan trok zich in 1984 terug uit UNESCO, eveneens een VN-agentschap, voor een deel omtrent haar bevooroordeeldheid jegens de Joodse Staat. Op 11 april 2016 nam de UNESCO opnieuw een omstreden resolutie aan genaamd “Bezet Palestina“. De titel onthulde haar duidelijke vooringenomenheid, maar opnieuw namen alle teksten die werden aangenomen in de UNESCO een anti-Israël bevooroordeeldheid aan. De UNESCO resolutie van april 2016 was, uitgedrukt in de woorden van Guy Millière:de giftige, frauduleuze resolutie is niet alleen bevooroordeeld: ze is negationistisch. Zij elimineert met één enkele pennestreek alle sporen van Joodse aanwezigheid in het antieke Jeruzalem en Judea.

In januari 2006 zond de Amerikaanse ambassadeur John Bolton een brief aan secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan waarin hij in scherpe bewoordingen dreigde om de Amerikaanse financiering aan de Verenigde Naties te beknotten indien deze doorgaat met het promoten van anti-Israël evenementen. Dit kwam in antwoord op de jaarlijkse viering in de Verenigde Naties op 29 november van de “Internationale Dag van Solidariteit met het Palestijnse volk” [aka UN Palestinian Day].  Het evenement werd bijgewoond door Annan en andere diplomaten. Een kaart die “Israël uitvaagde” was door ambassadeur Bolton bij de brief toegevoegd (plaatje rechts).

In maart 2013 zonden de Verenigde Staten een brief aan de president van de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties [UNHRC) waarin de Verenigde Staten klaagden over wat zijals blatante anti-Israël vooringenomendheid beschouwden binnen de VN-Raad. De brief van de Amerikaanse ambassadeur Eileen Chamberlain Donahoe stipuleerde:

“De wettigheid van deze Raad blijft in vraag gesteld zolang als het een land oneerlijk behandelt en er als enige een apart agendapunt aan wordt besteed.  De absurditeit en hypocrisie van dit agendapunt wordt verder uitgewerkt door de resoluties die er worden in ondergebracht met inbegrip van, andermaal, een resolutie omtrent de ‘mensenrechten in de bezette Syrische Golan’ gemotiveerd door het Syrische regime, op een ogenblik dat dit regime haar eigen bevolking met tienduizenden uitmoord (thans honderdduizenden dixit J-Post).”

De bovenstaande geciteerde voorbeelden vormen slechts een fractie van de bevooroordeelde anti-Israël resoluties in de Verenigde Naties.


Bronnen: bewerkt, aangevuld en vertaald door Brabosh.com van een artikel van 19 september 2016 van Joseph Puder op de site van Frontpage Magazine

Advertenties