Lang vóór de 100-jarige Balfour Verklaring bestond er al een Joods Nationaal Tehuis in Palestina

Op donderdag 2 november 2017 wordt de 100ste verjaardag herdacht van de Balfour Verklaring, toch wordt hierover 100 jaar later nog steeds gediscuteerd en eist PA-preisdent Mahmoud Abbas nog steeds van Groot-Brittannië dat het zich verontschuldigt voor Balfour. Wat heeft de Balfour-verklaring eigenlijk gedaan? En wat erkende de Balfour-verklaring? De tweede vraag is niet meer geregeld dan de eerste.

Wij zijn allen vertrouwd met het taalgebruik in de verklaring:

“Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal haar beste krachten aanwenden de verwezenlijking van dit doel te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die Joden genieten in enig ander land.”

Maar terwijl de verklaring lijkt te spreken over de toekomst, schrijft Alan Dershowitz in zijn boek The Case For Israel, dat tegen de tijd dat de Balfour Verklaring werd gepubliceerd in 1917, dit nationaal tehuis voor het Joodse volk reeds bestond:

“Zelfs vóór de Balfour-verklaring van 1917 was er een feitelijke Joods nationaal tehuis in Palestina bestaande uit tientallen Joodse moshaven en kibboetsen in West- en Noordoost Palestina, evenals in Joodse steden zoals Tel Aviv, Jeruzalem en Safad. De Joodse vluchtelingen in Palestina had dit vaderland gevestigd op de grond zonder de hulp van om het even welke koloniale of imperialistische machten. Ze hadden vertrouwd op hun eigen hard labeur bij de opbouw van een infrastructuur en het cultiveren van land die zij juridisch hadden aangekocht.”

Dit was een gebied dat onder Ottomaanse controle stond tot het einde van de eerste Wereldoorlog. Zelfs vóór WWI was er geen soevereine staat, slechts een verzameling van districten onder controle van buitenlandse Ottomaanse controle. De interpretatie van Dershowitz is niet van hemzelf.

In het Britse White Paper van 1922, schreef Winston Churchill (plaatje rechts) over het Joodse Nationaal Tehuis, dat toen reeds was gesticht in Palestina, het volgende:

“Tijdens de laatste twee of drie generaties hebben de Joden in Palestina een gemeenschap herschapen die thans 80.000 mensen telt, waarvan ongeveer een kwart landbouwers of arbeiders zijn die het land bewerken. Deze gemeenschap heeft haar eigen politieke organen; een gekozen vergadering die zich ontfermt over binnenlandse  kwesties; gekozen raden in de steden; en een organisatie voor de controle van haar scholen.

Het heeft zijn gekozen Opperrabbinaat en Rabbinale Raad die de religieuze zaken regelt. Het bedrijfsleven wordt in het Hebreeuws bestuurd als een inheemse taal en een Hebreeuwse Pers serveert haar behoeften. Het heeft zijn kenmerkende intellectuele leven en vertoont aanzienlijke economische activiteit. Deze gemeenschap heeft vervolgens met de bevolking van eigen stad en land, haar eigen politieke, religieuze en sociale organisaties, een eigen taal, eigen douane, een eigen leven, en heeft in feite haar eigen “nationale” kenmerken,

Wanneer wordt gevraagd wat er bedoeld wordt met de ontwikkeling van het Joodse Nationale Tehuis in Palestina, kan dit worden beantwoord dat het niet het opleggen is van een Joodse nationaliteit op de inwoners van Palestina als geheel, maar de verdere ontwikkeling van de bestaande Joodse gemeenschap, met de hulp van Joden in andere delen van de wereld, met als doel dat het een centrum mag worden waarin het Joodse volk als een geheel kan worden opgenomen, op grond van godsdienst en ras, een belang en een fierheid.

Maar opdat deze gemeenschap het beste vooruitzicht moet hebben op vrije ontwikkeling en een volledige kansen moet geven aan het Joodse volk om haar capaciteiten te tonen, is het essentieel dat het moet weten moet dat het volkomen het recht heeft om in Palestina te zijn en niet als een (stilzwijgende) toestemming. Dat is de reden waarom het noodzakelijk is dat het bestaan van een Joodse Nationale Tehuis in Palestina internationaal moet worden gewaarborgd, en dat het formeel moet worden erkend gebaseerd op oude historische banden.”

De Balfour Verklaring was niet gericht aan een buitenlandse groep, door hen toestemming te verlenen om naar het land te gaan. Integendeel, het was een erkenning van wat de Joden — die een inheemse band hebben met het land — al hadden volbracht en nog verder zouden ontwikkelen.

Zoals Dershowitz het stelt:

“De politieke en juridische zaden waren werden alddus ingezaaid voor een twee – (of drie-) statenoplossing voor het ‘Palestijnse probleem.’ Dit was een perfect voorbeeld van  een werkzame zelfbeschikking.”

Dit is meer dan een abstracte theorie. In het Franse woordenboek Larousse uit 1925 staat het volgende te lezen onder het item “Palestine”:

Hieronder een close-up van het begin van dit item:

Dit wordt vertaald als:

Palestina, het land van Syrië, tussen Fenicië in het noorden, de Dode Zee in het zuiden, de Middellandse Zee in het westen en de Syrische woestijn in het oosten, bevloeid door de Jordaan [rivier]. Het is een smalle landstrook, smaller tussen de zee en Libanon, doorsneden door de Jordaan die uitmondt in de Dode Zee. Het wordt ook in de Bijbel genoemd als het Land van Kanaän, het Beloofde Land en Judea. Vandaag [in 1925] is het een Joodse staat onder het mandaat van Engeland; 770.000 inwoners; hoofdstad Jeruzalem.”

Reeds in 1925, vóór de Tweede Wereldoorlog en vóór de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog, was er een erkenning van een Joodse staat, Palestina genoemd, een staat van 770,000 inwoners waarin zowel Joden als moslims waren in opgenomen. De hoofdstad was Jeruzalem, die niet die aanduiding kreeg ten tijde van de Ottomaanse bezetting.

Niet iedereen zal Palestina als dusdanig hebben erkend, zeker de Arabieren niet, maar de ideeën van Churchill waren meer dan abstract en een hadden een bepaalde acceptatie verworven.

Woodrow WilsonZelfs de Amerikaanse president Woodrow Wilson (plaatje rechts), die een kampioen was in zelfbeschikking en zich kantte tegen de Brits-Franse plannen om na het einde van de Eerste Wereldoorlog het Ottomaanse Rijk onder elkaar te verdelen, beschouwde een Joodse staat in Palestina als zelfbeschikking:

“Ik ben ervan overtuigd dat de geallieerde naties, met de volle instemming van onze eigen regering en van het volk, het erover eens zijn dat in Palestina de basis zal worden gelegd voor een Joods gemenebest.”

De culminatie van die zelfbeschikking – met inbegrip van een staat voor de Arabieren – werd voorkomen door oorlog en een weigering om zelfs de aanwezigheid van Joden op het land te accepteren.

Dus, wat deed de Joden in Palestina vooraleer Lord Balfour naar buiten kwam met zijn beroemde verklaring? Ze wachtten niet om binnen te komen als genodigden. In plaats daarvan hebben ze het land bewerkt waarmee zij een 3000 jaar geschiedenis hebben. Joden met inheemse wortels met het land hebben gewerkt om het als een soevereine staat te herstellen, iets dat nog nooit het geval was geweest sinds de tijd van de Romeinen.

De Joden hebben een keuze gemaakt.
De Arabieren maakten eveneens hun eigen keuze.

door Bennett Ruda


Bron: in een vertaling van Brabosh van een artikel van Bennett Ruda van 1 november 2017 in The Jewish Press

Advertenties

Een gedachte over “Lang vóór de 100-jarige Balfour Verklaring bestond er al een Joods Nationaal Tehuis in Palestina

  1. Stel dat er in 1917 géén Balfour Verklaring was gekomen, dan nog was er geen Palestijnse staat ontstaan.

    Het hele gebied zou dan zijn opgeslokt door Jordanie, Egypte & Syrie omdat er in 1917 géén Palestijns Nationalisme, géén Palestijns Volk, géén Palestijnse geschiedenis, geen Palestijnse Staat & géén Palestijnse Moslims waren.

    De enige “Palestijnen” in die tijd waren de Joden.
    De Arabieren die daar toen woonden werden gewoon genoemd wat ze waren……. Arabieren

    Like

Reacties zijn gesloten.