Jodenhaat in Frankrijk: de daders doen het net zoals de nazi´s [Jürg Altwegg]

Misdaden tegen Joden worden doodgezwegen – en in de banlieues woedt het islamitisch antisemitisme: de feministische filosofe Elisabeth Badinter klaagt de Franse media en politiek aan.

“Een vrouw van 65 werd gefolterd, uit het raam gegooid, de dader wist dat ze Joodse was en schreeuwde zijn volk te willen wreken.” Een uur lang had de moordenaar Sarah Halimi gepijnigd, het gebeurde in april van dit jaar in Parijs: “Twee maanden lang werd er alleen maar over bericht in de joodse media. In de kranten stonden geen onderzoeken en geen reportages, niemand heeft de buren ondervraagd, die de kreten ´Allahu Akbar´ hadden gehoord.”

Zo omschrijft Elisabeth Badinter de barbaarse misdaad, het zwijgen van zowel de media als de politici hierover hebben haar geschokt. De filosofe en feministe, wier boeken “De moederliefde” en “Ik ben jij” wereldwijd bestsellers waren, heeft in het nieuwsblad “L´Express” een oproep tot de strijd tegen het antisemitisme in Frankrijk gepubliceerd. “De aanslag op de joodse supermarkt ´Hyper Cacher´”, voegt ze er aan toe in het gesprek met deze krant, die in verband met de aanslag op “Charlie Hebdo” werd gepleegd, “staat op het punt om uit de collectieve herinnering te verdwijnen.”

In haar appel citeert Elisabeth Badinter een passage uit de tv-documentaire “Uitverkoren en buitengesloten”, die door Arte en de WDR heel stiekem uit het programma werd gehaald en pas na scherpe kritiek (aangepast) werd getoond. De burgemeester van Sarcelles beschrijft indringend de angst van de joodse gemeenschap en zijn medeburgers, wier veiligheid hij niet zou kunnen garanderen. “Beangstigend” noemt Badinter de poging van de zender om het bericht over het antisemitisme in de Franse banlieues en in Palestina te onderdrukken.

De radicaalislamitische terreur in Frankrijk is niet begonnen met de aanslag op “Charlie Hebdo”. Vijf jaar geleden vermoordde Mohammed Merah in Toulouse doelgericht joodse kinderen – ook zij zijn uit de openbare herinnering verdwenen. “De beelden uit het Bataclan en Nice achtervolgen ons”, zegt Elisabeth Badinter: “We hebben de priester, wiens keel werd doorgesneden, in het hoofd. De doodgeschoten journalisten. Maar wie herinnert zich de kinderen van de joodse school? Merah deed het net zoals de nazi´s, hij trok een 7-jarig meisje aan de haren en schoot het een kogel in het hoofd. Waarom dringt dit beeld niet net zo binnen in ons bewustzijn?”

Naar aanleiding van de herdenkingsbijeenkomsten een jaar later ter gelegenheid van de in juli 2016 gepleegde aanslag in Nice zei een minister dat deze heel erg vreselijk geweest zou zijn, omdat er voor het eerst kinderen gedood werden. Voor het eerst kinderen, vraagt Elisabeth Badinter: “Pardon – u heeft de drie joodse schoolkinderen vergeten.” Ze citeert een petitie van islamitische intellectuelen: “De tekst was heel goed. Maar als inleiding was er een heel lange lijst van de slachtoffers: karikaturisten, jongeren, een politie-echtpaar, een priester die de mis las – geen woord over de Joden die door Merah verraderlijk werden vermoord en diegenen, die in de ´Hyper Cacher´ om het leven kwamen.”

“Je suis Charlie” – zonder de Joden? Elisabeth Badinter wijs top de kleine Provençaalse stad Carpentras, waar in 1990 de joodse begraafplaats werd geschonden. Skinheads groeven lijken op en spietsten ze. Nogal gemakzuchtig werden Jean-Marie Le Pen en het Front National hiervoor verantwoordelijk gemaakt. 200.000 Fransen gingen de straat op, met aan het hoofd president Mitterand. “Het was een door en door antisemitische misdaad”, zegt Elisabeth Badinter. “Omdat men het Front National als schuldig beschouwde, protesteerde links massaal – misschien meer tegen Le Pen dan tegen het antisemitisme.”

Sinds de Dreyfus-affaire in 1894, toen Emile Zola zijn pamflet “J´accuse” publiceerde, streed links tegen het antisemitisme. “Een nieuw radicaal links heeft deze traditie verraden”, zegt Elisabeth Badinter. “Dat solidariseert zich met de Arabieren in de banlieues en de Palestijnen. De strijd voor deze anti-zionisten heeft de strijd tegen het antisemitisme geveld. Marine Le Pen zegt dat ze geen antisemiet zou zijn, dat kan wel zijn – in haar partij en onder haar kiezers is het traditionele antisemitisme geenszins overwonnen. Maar sinds dertig jaar is het niet dit antisemitisme dat de Joden achtervolgt, maar het nieuwe antisemitisme van de radicale islamieten.”

Wie zich hier tegen zou keren, zou al snel van “Islamofobie” beschuldigd worden: “Met dit begrip worden de critici van de islam tot zwijgen gebracht. De houding van het ´islamisme´ tegenover de vrouw en het antisemitisme worden niet bij de naam genoemd.” Niemand zou zich willen blootstellen aan de beschuldiging van racisme, zegt Elisabeth Badinter, die al dertig jaar lang pleit voor een versluieringsverbod, en zich niet laat intimideren: “Mij mag men met alle plezier een islamofoob noemen. Ik spreek van hun religie en hun overtuigingen. De Franse wet staat dat ook toe, net zoals hij godslastering toestaat.” Ze zou zich altijd inspannen niemand persoonlijk aan te vallen. “Maar bij meningen en handelingen mag je radicaal vraagtekens plaatsen.”

Ook de “Loi Gayssot”, een wet die als reactie op de grafschendingen van Carpentras werd uitgevaardigd en ervoor zorgt dat ontkenners van Auschwitz in de gevangenis komen, wijst ze af. “Een racist of een antisemiet wordt daardoor niet tot rede gebracht. Ik heb me altijd tegen de ´herinneringswetten´ uitgesproken, ze belemmeren het onderzoek en de geschiedschrijving. Ik ben tegen iedere censuur.”

Natuurlijk heeft ze met journalisten gesproken over het falen van de media. Zij rechtvaardigen het met een precedent van vijftien jaar geleden. Destijds had de private zender tf1 de dag voor de verkiezingen heel uitvoerig bericht over een brute misdaad op een bejaarde – en, dacht men, zodoende ervoor gezorgd dat Jean-Marie kon meedoen aan de laatste ronde van de presidentsverkiezingen. Sarah Halimi werd twee weken voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen dit jaar vermoord.

Intussen heeft het Openbaar Ministerie het antisemitische motief in de aanklacht in de zaak Halimi overgenomen. Meerdere intellectuelen – Alain Finkielkraut, Pascal Bruckner, Michel Onfray – zijn een petitie gestart, waarin ze “de waarheid over de moord op Sarah Salimi”eisen. “Ik dacht eerst dat het alleen maar om Fake News kon gaan. Zo´n ongehoorde, ongelooflijke misdaad – en niemand praat er over”, zegt Elisabeth Badinter en verklaart haar eigen zwijgen van zes maanden er ook mee dat zij haar land geen schade zou hebben willen toebrengen in het buitenland. Vooral de Amerikaanse pers zou altijd heel alert zijn op zulke verhalen, maar: “Frankrijk is niet antisemitisch!”

Ze zou er ook graag op willen wijzen dat ze getrouwd zou zijn met Robert Badinter, wiens vader in de oorlog vermoord werd en die zich regelmatig zou uitlaten over het thema antisemitisme. “toen tijdens een pro-Palestijnse demonstratie in Parijs ´ Dood aan de Joden´ werd geschreeuwd en geen enkele niet-Jood het woord nam, schreef hij een artikel voor ´Le Monde´”, zegt ze. Na hetgeen er met Sarah Halimi was gebeurd, kon zij ook niet langer zwijgen. En nogmaals zegt ze de zin, waarin haar appel in “L´Express” uitmondde: “Laat de Joden in de strijd met het antisemitisme niet in de steek. Anders is hij van tevoren al verloren.”

door Jürg Altwegg


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikelDie Täter machen es wie die Nazis” van Jürg Altwegg op de site van Frankfurter Allgemeine van 19 oktober 2017

Advertenties