De verkiezingen in Noorwegen, Israël en de Joden [Manfred Gerstenfeld]

Betoging van 1 mei 2017 in de Noorse hoofdstad Oslo voor de erkenning van ‘Palestina’ en oproep tot een boycot van Israël [beeldbron: Miff.no ]

De ontwikkelingen in Noorwegen worden in het buitenland in het gunstigste geval slechts spaarzaam geanalyseerd, als ze überhaupt al worden waargenomen. Dat geldt ook voor Israël, ondanks het feit dat Noorwegen van 2005 tot 2013 het voor ons meest problematische land in Europa was.

Onder zijn toenmalige, door de chef van de Arbeiderspartij Jens Stoltenberg geleide, regeringen bloeiden anti-Israëlische standpunten op. Bovendien was er sprake van extreme uitdrukkingsvormen van antisemitisme, waaronder in 2006 schoten door een moslim op de enige synagoge in Oslo. In 2012 noemde de bekende Noorse schrijfster Hanne Nabintu Herland Noorwegen het “meest antisemitische land van het Westen”.

De huidige minister-president Erna Solberg, de partijchef van de conservatieven (Hoyre), en drie potentiële coalitiepartijen wonnen onverwacht de verkiezingen van 11 september; ze kregen 89 van de 170 zetels. Het wordt echter niet eenvoudig om een nieuwe regering te vormen. De christendemocratische partij, een bondgenoot van Solberg, die het net lukte om boven de grens van 4% te komen, is erop tegen dat de anti-islamitische Vooruitgangspartij in de regering blijft.

Enkele maanden geleden bleek uit peilingen dat de Arbeiderspartij en haar bondgenoten terig zouden keren aan de macht. In dat geval zou Jonas Gahr Stoere, partijchef van de Arbeiderspartij, minister-president zijn geworden. Dan zou Noorwegen zich vermoedelijk vroeger of later hebben aangesloten bij Zweden en de regering van de Palestijnse Autoriteit erkend hebben. Die slechts een deel van de Palestijnse gebieden controleert.

In 2011 vermoordde Anders Breivik 77 mensen, hoofdzakelijk jongeren van de Arbeiderspartij. Stoltenberg verkondigde daarna openlijk dat Noorwegen desondanks een nog opener democratie zou worden. In werkelijkheid werden andersdenkenden, die zich krachtig verzetten tegen de sociaaldemocratische heerschappij-positie, nog meer buitengesloten dan daarvoor.

Na zijn nederlaag in 2013 werd Stoltenberg secretaris-generaal van de NAVO. Als minister-president was hij zelf geen opvallend anti-Israëlische ophitser, maar hij tolereerde zulke ophitsing door zijn partij en bondgenoten wel. Op verschillende manifestaties waar hij sprak, vonden brutale verbale aanvallen op Israël plaats, waarbij hij zweeg. Door zich niet te verzetten tegen deze aanvallen, keurde hij ze goed.

Het anti-Israëlisme van Stoere bereikte een hoogtepunt, toen hij een commentaar voor de achterkant van een boek van de twee Noorse Hamas-aanhangers Mads Gilbert en Erik Fosse schreef. In “Øyne i Gaza” (Ogen in Gaza) over de operatie “Gegoten Lood” van 2009 beweerden ze dat Israël destijds de Gazastrook binnengedrongen zou zijn om vrouwen en kinderen te doden.

Stoere speelde altijd een dubbel spelletje. In januari 2009 vonden in Oslo de meest antisemitische onlusten aller tijden plaats. Moslims vielen pro-Israëlische demonstranten aan met potentieel dodelijke projectielen. Achteraf bezocht Stoere de synagoge van Oslo om zijn solidariteit met de joodse gemeenschap tot uitdrukking te brengen.

In 2012 werd een onderzoek van het Noorse Centrum voor Onderzoeken van de Holocaust en Religieuze Minderheden gepubliceerd. Het werd door de regering betaald. Het onderzoek stelde vast dat 38% van de Noren denkt dat Israël zich tegenover de Palestijnen net zo zou gedragen als de nazi´s zich tegenover de Joden hadden gedragen. Toen de toenmalige Israëlische president Shimon Peres in 2014 Noorwegen bezocht, verklaarde hij stom genoeg: “Noorwegen is de parel van de mensheid, gebouwd op humanitaire waarden; het streeft ernaar mensen gelijk en vrij te maken.”

Gedurende de jaren van de regering-Stolberg eindigde het extreme anti-Israëlisme bij hoofdzakelijk linkse Noorse organisaties niet. Integendeel. De grootste vakbond LO, die een belangrijke kracht achter de Arbeiderspartij is, sprak zich ervoor uit Israël volledig te boycotten. In 2014 stemde de christelijke jeugdorganisatie CVJM/CVJF voor een boycot van goederen en diensten uit de gebieden. De plaatselijke afdeling Oslo wees de boycot echter af.

De betekenis van Noorwegen wordt vaak onderschat, omdat het land geen lid is van de Europese Unie en slechts 5 miljoen inwoners telt. Maar zijn grote gas- en olie-inkomsten hebben het in staat gesteld om belangrijke subsidies aan het buitenland te verlenen, waaronder voor Palestijnse zaken. De regeringen van de Arbeiderspartij hebben hiervan rijkelijk gebruik gemaakt en de regering-Solberg heeft de schenkingen voortgezet.

In mei van dit jaar eiste Noorwegen echter geld terug dat het had geschonken aan een vrouwencentrum in het dorp Buraq op de Westelijke Jordaanoever. Het was bekend geworden dat het centrum genoemd was naar Dalal Mughrabi, die in 1978 het bloedbad op een snelweg bij Tel Aviv leidde, waarbij 37 Israëlische burgers, waaronder veel kinderen, gedood werden en tientallen gewond raakten.

Een onlangs door Jonas Duc Enstad van het Centrum voor Extremistenstudies van de Universiteit Oslo uitgevoerd onderzoek verklaarde dat het er zo zou uitzien alsof “de meeste antisemitische incidenten in Noorwegen door Arabieren en links-radicalen veroorzaakt worden.”

Omdat de Zweedse regering op dit moment de belangrijkste anti-Israëlische ophitser in Europa is, is de vaststelling interessant dat voor de verkiezingen de Noorse minister van Immigratie en Integratie, Sylvi Listhaug van de Vooruitgangspartij, meerdere keren waarschuwde dat Noorwegen het niet zou moeten toestaan dat zich daar “Zweedse toestanden” ontwikkelen. De “Financial Times” schreef: “Dat is een code voor de bendeoorlogen, schietpartijen, het in brand steken van auto´s en andere integratieproblemen, die Zweden in de voorsteden van de drie grote steden Stockholm, Göteborg en Malmö hebben geteisterd.” Je zou er eveneens aan kunnen denken dat Malmö door veel deskundigen beschouwd wordt als Europa´s hoofdstad van het antisemitisme.

Listhaug reisde kort voor de verkiezingen bovendien naar Stockholm, waar zij de extreem gewelddadige voorstad Rinkeby bezocht. Bovendien verklaarde ze dat er in Zweden meer dan 60 No-Go-Areas bestaan. Zweden met zijn 10 miljoen inwoners is het dominerende Scandinavische land en veel Zweden kijken neer op Noorwegen. Deze ongebruikelijke Noorse kritiek trof Zweden onder de gordel, veelmeer dan het land toegaf.

Als het Solberg lukt vier jaar lang te regeren, zou dit Israël in staat kunnen stellen zijn betrekkingen met Noorwegen verder te verbeteren en zijn linkse vijanden daar beter te kunnen tegenwerken.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikelDie Wahlen in Norwegen, Israel und die Juden” van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev van 2 oktober 2017

Advertenties

2 gedachtes over “De verkiezingen in Noorwegen, Israël en de Joden [Manfred Gerstenfeld]

  1. De Regering van Jens Stoltenberg zal in de Noorse geschiedenisboeken staan als een verraderlijke regering. Net zo verraderlijk, zo niet een tree hoger, als die van Vidkun Quisling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Quisling had nazi sympathieën, maar hij haatte niet zijn eigen volk. Van tijd tot tijd zat hij in de clinch met de nazi gouverneur van Noorwegen, Reichskommissar Josef Terboven. De gouverneur vertrouwde hem niet en deed alles om hem buiten spel te zetten. Jens Stoltenberg en zijn socialistische monsters regeerden over een soeverein land. Ze nodigden VRIJWILLIG een heel leger van ISLAMISTISCH ONGEDIERTE naar Noorwegen, die gepaard ging met een golf van massaverkrachtingen van Noorse vrouwen en kinderen, plus onophoudelijke massieve fysiek geweld tegenover autochtone Noren; vaak met dodelijk afloop. Deze verschrikkingen laten de Noorse socialisten, groenen en andere linksige vullis koud. Bruce Baver schreef in zijn boek “When Europe Slept” (2006) over de islamisering van Noorwegen. Hij brengt als voorbeeld de reactie van Prof. Unni Vikan van de universiteit van Oslo over de verkrachtingepidemie door moslims : “Noorse vrouwen moeten zich aanpassen. Moslims vinden hun manier van kleden provocatief. Daarom zijn zij (de Noorse vrouwen) verantwoordelijk voor de verkrachtingen. De vrouwen moeten wennen aan de multiculturele samenleving in hen omgeving”.
    Als men goed nadenkt, was de Culturele-Marxistische regering van Jens Stoltenberg een links dictatoriale regering die geen andere geluiden in de samenleving duldde en waar de media is onderworpen aan verborgen censuur. De virulente haat tegen Israël en Joden hoort in de culturele bagage van iedere linkse Europese beweging; net als de haat die ze koesteren tegen hen eigen volk. Linksen zijn grote supporters van de Kalergi-plan; waarin de autochtone Europese bevolking moet plaats maken voor gekleurde mensen uit de Derde Wereld . In het licht van deze regeerstijl, hoeft men niet te verwonderen over de daden van Andres Behring Breivik. Hij zag de Socialisten als vijanden van het Noorse volk, die men moet straffen. Echter de mate van zijn haat, is buitensporig. Het vermoorden van kinderen is een daad van een psychopaat.
    De nederlaag van de socialisten in de laatste verkiezingen was te verwachten. Erna Solberg en Siv Jensen (FRP) zijn een zegen voor Noorwegen en het enige alternatief om de bevolking te beschermen tegen Islamitische en Afrikaanse sluipmoordenaars, Jihadisten, criminelen, verkrachters en kannibalen. Voor Israël betekent de terugkeer van de socialisten naar de macht in Noorwegen een vijandige regering waar haat tegenover Joden en Israël is de normaalste zaak van de wereld. Voor de Noren betekent de terugkeer naar de Socialisten de terugkeer naar de jungle en de woestijn waar de mentaliteit van halve apen heerst.

    Like

Reacties zijn gesloten.