Herinner je dat moslims zonder onderscheid ALLE Joodse heilige plaatsen opeisen

Hebron, 8 juni 1967. Rabbijn Shlomo Goren, (1917-1994) opper-rabbijn van het IDF (Israëlische leger), heist een zelfgemaakte Israëlische vlag aan een van de ingangen van de Tombe van Machpela, de begraafplaats van de Joodse aartsvaders en -moeders. Rabbi Shlomo Goren was de eerste Jood in 700 jaren die de Tombe betrad. Het verbod werd aan de Joden opgelegd tijdens de Turkse bezetting (1250-1917) van het Heilig Land, eerst door de Mammelukken en nadien verdergezet door de Ottomanen. Zelfs voor en na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 mochten Joden van de Arabieren de Tombe niet bezoeken. [beeldbron: Hebron]

Met al dat gebakelei over de Tempelberg in Jeruzalem vergeten we soms nogal makkelijk dat vandaag zowat elke Joodse heilige site door de moslims wordt opgeëist als uitsluitend islamitisch. Denk daar maar eens over na. Moslims willen de Joden niet toelaten, die ze nochtans beweren te respecteren, om ook maar één enkele heilige plaats te hebben. Ze trachten nog steeds alles van de Joden te stelen, van de grote Joodse heiligdommen tot de relatief kleinere schrijnen.

Op maandag 18 september 2017 publiceert Palestina Vandaag een verhaal onder de titel “Kolonisten bestormen de binnenplaatsen van de Ibrahimi Moskee“, over hoe de Joden zouden “binnen gebroken” zijn in de Tombe van Machpela, die door de Arabieren (en met de hulp van UNESCO) naar Ibrahimi Moskee werd hernoemd.

Het verhaal in Palestina Vandaag leest: “Volgens Ma’ariv hebben de kolonisten een Talmudisch ritueel gehouden in de Ibrahimi Moskee verricht en deze vanmorgen verlaten.” Het ‘Talmudische ritueel’ is natuurlijk gewoonweg bidden aan het schrijn. Maar dat klinkt wellicht niet voldoende sinister. Zou het?

Moslims weigerden altijd al aan de Joden om het schrijn te bezoeken toen het nog onder islamistisch bestuur stond. Hoewel ze heel goed weten dat Isaak en Jacob en hun vrouwen daar begraven werden, heeft dit volgens hen niets te maken met de islamitische geschiedenis, behalve dat de Koran hen opeist als zijnde hun “profeten”. Deze diefstal van een hele geschiedenis lijkt behoorlijk ernstiger dan dat van Israëlieten die beweren dat de falafel hun nationale gerecht is. Maar er zijn meer artikelen verschenen omtrent Israël’s vermeende “culturele toeëigening”, dan dat er artikelen bestaan omtrent moslimdiefstal en poging tot diefstal.

Moslimdiefstal
De hetze tussen Arabieren en Joden omtrent de historische plaatsen in het Land van Israël kende een nieuw dieptepunt toen de UNESCO op 31 oktober 2011 de komst van het fictieve ‘Palestina” als 195ste lidstaat verwelkomde tot de culturele organisatie van de Verenigde Naties die waakt over het werelderfgoed. Sindsdien is de diefstal van Joodse heiligdommen door UNESCO compleet geëscaleerd.

Eerder was naast de Tombe van Machpela, ook het Graf van aartsmoeder Rachel nabij Bethlehem gekaapt en ingelijfd door de Arabische moslims en werd in 2010 herdoopt tot Bilal ibn Rabah Moskee. Ook omtrent het Graf van Jozef nabij Nabloes, door de moslims herdoopt tot Qabr Yūsuf, wordt al vele jaren hevige strijd gevoerd. Tijdens de Tweede Intifada werd het Graf van Jozef bij herhaling onteerd, geplunderd en platgebrand, niettegenstaande de ‘Palestijnse’ moslims Jozef’s Graf blijven opeisen als zijnde islamitisch. “Liever het Graf vernietigen dan het teruggeven aan de rechtmatige eigenaars, de Joden, ” luidt hun devies.

Op vrijdag 15 april 2016 nam UNESCO een resolutie aan waarin naar het gebied van en rondom de Tempelberg  in Jeruzalem (Al Quds genoemd door de Arabieren) uitsluitend wordt verwezen als dat van de Al-Aqsa moskee en de Al-Haram Al Sharif en naar het plein gebied aan de Westelijke Muur als de Al-Buraq Plaza. Naar de Kotel (Klaagmuur) zelf wordt verwezen als de Ḥā’iṭ al-Burāq. In diezelfde resolutie roept UNESCO Israël op om de situatie op de Tempelberg terug te brengen in de staat voorafgaand aan september 2000, toen de Tweede Intifada uitbrak.


Bron: vrij naar een artikel van EoZ van 18 september 2017.

Advertenties