Open brief aan de nieuwe EU-ambassadeur in Israël [Manfred Gerstenfeld]

Zeer geëerde mijnheer de ambassadeur Emanuele Giaufret,

welkom in Israël. Omdat de Europese Unie Israël vaak van twijfelachtig advies heeft voorzien, neem ik de vrijheid enkele aanwijzingen te geven om uw taak hier succesvoller te maken. Denkt u er alstublieft aan dat u een groot deel van een continent vertegenwoordigt, in wiens cultuur duizenden jaren lang antisemitisme werd verankerd. De vooraanstaande academische antisemitismeonderzoeker van onze generatie, de overleden Robert Wistrich, heeft aangetoond dat bijna alle ideologische stromingen van Europa in deze eeuw antisemitisch waren.

Bent u zich alstublieft ook bewust van het feit dat EU-leden in de afgelopen decennia – zonder selectie – miljoenen mensen uit landen hebben binnengelaten wier meeste burgers antisemitische zijn. Om alles nog erger te maken, werd in de afgelopen twee jaar een groot deel van zulke mensen in de gelegenheid gesteld om in de EU te immigreren. Het is een feit, dat alle joden die in deze eeuw in West-Europa uit ideologische redenen werden gedood, door islamitische immigranten of hun nakomelingen werden vermoord.

Uw Deense voorganger, ambassadeur Lars Faaborg-Andersen, vertelde Israël regelmatig dat “de bouw van nederzettingen een hindernis voor de vrede” zou zijn. Vaak ging hij zo ver om ons te dreigen. Hij verklaarde bijvoorbeeld in 2014: “Wanneer Israël´s nederzettingenpolitiek de actuele, door de VS geleide vredesinspanningen ruïneert, dan zou Israël voor het mislukken van de onderhandelingen verantwoordelijk gemaakt worden.” Hij wees er niet op dat de Palestijnse Autoriteit constant hoge “salarissen” aan de families van de moordenaars van Israëlische burgers betaalt. Om niet te vermelden welke grote hindernis dit voor de vrede vormt, is een van de vele redenen dat hij regelmatig de geloofwaardigheid van de EU in Israël ondermijnde. Hij zou ook openlijk hebben moeten toegeven dat Europese landen, die de Palestijnse Autoriteit financieren, indirect de moord op Israëli´s belonen.

Bovendien stel ik u voor geen roze beelden van een toekomstige vrede te schetsen. Uw voorganger vertelde ons hoe mooi het Midden-Oosten er na het ondertekenen van een vredesovereenkomst uit zou zien. Hij zei: “Israël zou zich aan kop bevinden wat betreft de bevordering van regionale integratie in het oostelijke Middellandse Zeegebied.” Een feit is, dat ondanks Israël´s vredesverdrag met Egypte in 1978 en dat met Jordanië in 1994 beide landen op de lijst van grootste ophitsers en bevorderaars van antisemitisme van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken staan.

Eerder dit jaar vermoordden van de Tempelberg komende Palestijnse moordenaars Israëlische politieagenten. Daarop nam Israël veiligheidsmaatregelen, waarvan de Palestijnen gebruikmaakten om internationaal de moslims op te stoken. Het is niet moeilijk om te zien dat, nadat Israël territoriale concessies voor een twee-staten-oplossing met de Palestijnen zou doen, niets de Palestijnen ervan zal weerhouden om nog meer onterechte religieuze chaos rondom de Tempelberg te creëren.

Ik zou ook willen voorstellen dat u het vermijdt slechte raad te geven. Uw voorganger adviseerde Israël om samen te werken met de UNHRC-onderzoekscommissie m.b.t. de Gaza-oorlog van 2014, ongeacht het feit dat de UNHRC vanaf het begin vooringenomen is tegenover Israël. Vermijdt u het alstublieft ook om verklaringen af te geven, waarin het gebrek aan waarheid zichtbaar is. Dat was het geval bij uw voorganger met zijn poging om het discriminerende karakter van de EU-etikettering van producten van de “Westbank” te betwisten. In reactie daarop beschuldigde het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken de EU ervan meer dan 200 andere territoriale conflicten wereldwijd te negeren, doordat zij Israël in een uitzonderingspositie plaatst, omdat dit de enige gebieden zijn waarvoor speciale etiketten geëist worden.

Eerlijkheid en geloofwaardigheid zijn in werkelijkheid van beslissende betekenis voor een EU-ambassadeur. In zijn afscheidsrede zei de heer Faaborg-Andersen dat Israël bij de bestrijding van terreur van Europa zou kunnen leren. Er hebben in Israël veel meer pogingen tot terreuraanslagen plaatsgevonden dan in Europa. Maar bij geen van de dodelijke aanslagen in Israël vielen zoveel doden als bij die in Madrid in 2004, Londen in 2005, Parijs in 2015 en Nice in 2016. Er bestaat veel informatie over de ontbrekende deskundigheid van EU-lidstaten om de vroege radicalisering van islamitische individuen evenals hun bedoeling om zich bij jihadistische organisaties aan te sluiten en terreuraanslagen te plegen, te herkennen.

Uw voorganger zei ook: “Antisemitisme in Europa is een fenomeen dat wij bestrijden – zelfs nog krachtiger dan Israël.” De eerste stap tot de effectieve bestrijding van antisemitisme bestaat erin om een geaccepteerde definitie ervan vast te leggen. De enige arbeidsdefinitie, die door menigeen in Europa werd erkend, werd in 2013 plotseling van de website van het EU-agentschap voor fundamentele rechten afgehaald. Wat zou voor de Eu eenvoudiger zijn geweest dan de definitie van de Internationale Holocaust Herdenkingsalliantie van 2016 over te nemen en hiervan geassocieerd lid te worden? Dat deed ze niet. Al het hierboven genoemde heeft geholpen de verdenking tegen de EU te creëren, ook al bestaan er vele interessante aspecten van een samenwerking tussen de EU en Israël.

Gezien het hierboven aangehaalde worden EU-inmenging en commentaren op interne Israëlische aangelegenheden niet gewaardeerd. De mensen staan over het algemeen meer open voor adviezen van diegenen door wie ze ondersteund worden en die als voorbeelden fungeren.

Meneer de ambassadeur, zoals u heel goed weet, bestaat de rol van een EU-diplomaat er niet alleen in zijn regio te vertegenwoordigen. Hij zou ook verslag moeten uitbrengen aan diegenen die hem stuurden of EU-politiek van betere betrekkingen nuttig is voor het land waarin hij gestationeerd is.

Ik wens u succes met uw inspanningen.

door Dr. Manfred Gerstenfeld


bron-logoBron: in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron van een artikel “Offener Brief an den neuen Botschafter in Israel” van Dr. Gerstenfeld op de site van Heplev van 18 september 2017

Advertenties

Amerikanen openen voor het eerst een permanente luchtmachtbasis in Israël

De Israëlische brigade-generaal Tzvika Haimovitz (rechts) en de Amerikaanse majoor-generaal John L. Gronski ondertekenen een akkoord tijdens een ceremonie die plaatsvond op de Israëlische Luchtmachtbasis Bislach nabij Mitzpe Ramon op maandag 18 september 2017 [beeldbron: AP/Tsafrir Abayov]

Voor het eerst ooit zal de Amerikaanse luchtmacht een officiële permanente luchtbasis opzetten in zuidelijk Israël, kondigde brigade-generaal van de Israëlische Luchtmacht (IAF) Tzvika Haimovitch op maandag aan. De luchtmachtbasis, die de afgelopen twee jaar werd gepland, ligt in het hart van de Negev, in de Luchtmachtbasis Mashabim van Israel, gelegen ten westen van Dimona en Yerucham.

“Het is niets minder dan historisch,” zei Haimovitch bij het aankondigen. Tientallen Amerikaanse soldaten van de luchtmacht zullen gebaseerd zijn op de nieuwe faciliteit, die volgens Haimovitch zowel Israël als de VS zou toelaten “​​om onze defensie, opsporing en onderschepping te verbeteren en voorbereid te zijn.”

De aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Israëlische bodem is niets nieuws, ondanks de aankondiging: Amerikaanse soldaten worden nog steeds ingezet op een geheime locatie, waar zij zeer gevoelige intelligentieapparatuur gebruiken om vanop meer dan duizend kilometer afstand de Iraanse activiteiten te controleren. Hoewel de inzet en geberuik van de apparatuur met Israël wordt gedeeld, zijn sommige functies dat niet en hierbij werd overeengekomen dat het Amerikaanse personeel de exploitatie en de gegevens ervan zou kunnen controleren.

Nu wordt het misschien de tijd dat de barrières verdwijnen en het vertrouwen tussen de twee bondgenoten opnieuw toeneemt.

Bron: een artikel van Hana Levi Julian in The Jewish Press van 19 september 2017.

 

Video: de Amerikaanse generaal John L. Gronski maakt de aankondiging bekend

Herinner je dat moslims zonder onderscheid ALLE Joodse heilige plaatsen opeisen

Hebron, 8 juni 1967. Rabbijn Shlomo Goren, (1917-1994) opper-rabbijn van het IDF (Israëlische leger), heist een zelfgemaakte Israëlische vlag aan een van de ingangen van de Tombe van Machpela, de begraafplaats van de Joodse aartsvaders en -moeders. Rabbi Shlomo Goren was de eerste Jood in 700 jaren die de Tombe betrad. Het verbod werd aan de Joden opgelegd tijdens de Turkse bezetting (1250-1917) van het Heilig Land, eerst door de Mammelukken en nadien verdergezet door de Ottomanen. Zelfs voor en na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 mochten Joden van de Arabieren de Tombe niet bezoeken. [beeldbron: Hebron]

Met al dat gebakelei over de Tempelberg in Jeruzalem vergeten we soms nogal makkelijk dat vandaag zowat elke Joodse heilige site door de moslims wordt opgeëist als uitsluitend islamitisch. Denk daar maar eens over na. Moslims willen de Joden niet toelaten, die ze nochtans beweren te respecteren, om ook maar één enkele heilige plaats te hebben. Ze trachten nog steeds alles van de Joden te stelen, van de grote Joodse heiligdommen tot de relatief kleinere schrijnen.

Op maandag 18 september 2017 publiceert Palestina Vandaag een verhaal onder de titel “Kolonisten bestormen de binnenplaatsen van de Ibrahimi Moskee“, over hoe de Joden zouden “binnen gebroken” zijn in de Tombe van Machpela, die door de Arabieren (en met de hulp van UNESCO) naar Ibrahimi Moskee werd hernoemd.

Het verhaal in Palestina Vandaag leest: “Volgens Ma’ariv hebben de kolonisten een Talmudisch ritueel gehouden in de Ibrahimi Moskee verricht en deze vanmorgen verlaten.” Het ‘Talmudische ritueel’ is natuurlijk gewoonweg bidden aan het schrijn. Maar dat klinkt wellicht niet voldoende sinister. Zou het?

Moslims weigerden altijd al aan de Joden om het schrijn te bezoeken toen het nog onder islamistisch bestuur stond. Hoewel ze heel goed weten dat Isaak en Jacob en hun vrouwen daar begraven werden, heeft dit volgens hen niets te maken met de islamitische geschiedenis, behalve dat de Koran hen opeist als zijnde hun “profeten”. Deze diefstal van een hele geschiedenis lijkt behoorlijk ernstiger dan dat van Israëlieten die beweren dat de falafel hun nationale gerecht is. Maar er zijn meer artikelen verschenen omtrent Israël’s vermeende “culturele toeëigening”, dan dat er artikelen bestaan omtrent moslimdiefstal en poging tot diefstal.

Moslimdiefstal
De hetze tussen Arabieren en Joden omtrent de historische plaatsen in het Land van Israël kende een nieuw dieptepunt toen de UNESCO op 31 oktober 2011 de komst van het fictieve ‘Palestina” als 195ste lidstaat verwelkomde tot de culturele organisatie van de Verenigde Naties die waakt over het werelderfgoed. Sindsdien is de diefstal van Joodse heiligdommen door UNESCO compleet geëscaleerd.

Eerder was naast de Tombe van Machpela, ook het Graf van aartsmoeder Rachel nabij Bethlehem gekaapt en ingelijfd door de Arabische moslims en werd in 2010 herdoopt tot Bilal ibn Rabah Moskee. Ook omtrent het Graf van Jozef nabij Nabloes, door de moslims herdoopt tot Qabr Yūsuf, wordt al vele jaren hevige strijd gevoerd. Tijdens de Tweede Intifada werd het Graf van Jozef bij herhaling onteerd, geplunderd en platgebrand, niettegenstaande de ‘Palestijnse’ moslims Jozef’s Graf blijven opeisen als zijnde islamitisch. “Liever het Graf vernietigen dan het teruggeven aan de rechtmatige eigenaars, de Joden, ” luidt hun devies.

Op vrijdag 15 april 2016 nam UNESCO een resolutie aan waarin naar het gebied van en rondom de Tempelberg  in Jeruzalem (Al Quds genoemd door de Arabieren) uitsluitend wordt verwezen als dat van de Al-Aqsa moskee en de Al-Haram Al Sharif en naar het plein gebied aan de Westelijke Muur als de Al-Buraq Plaza. Naar de Kotel (Klaagmuur) zelf wordt verwezen als de Ḥā’iṭ al-Burāq. In diezelfde resolutie roept UNESCO Israël op om de situatie op de Tempelberg terug te brengen in de staat voorafgaand aan september 2000, toen de Tweede Intifada uitbrak.


Bron: vrij naar een artikel van EoZ van 18 september 2017.

Israël’s zuidelijke grens met Egypte is voor 100% effectief in het voorkomen van infiltratie

eilatwallEilat, in het zuiden van Israël. De muur tussen Israël en Egypte. De muur, in feite een hekken, is zo’n 245 km lang. Linksboven een controletoren aan de Egyptische kant van de grens [beeldbron: Wikipedia]

In de afgelopen 12 maanden werd er geen enkele infiltratie waargenomen van het Egyptische Sinaïschiereiland naar Israël, berichtte de Bevolking en Immigratieautoriteit op zondag. Ambtenaren wijten deze verrassende statistiek aan het stevige hekwerk dat Israël enkele jaren geleden langs zijn grens met Egypte heeft gebouwd.

In 2016 waren er slechts 18 mensen ingeslaagd om vanuit Egypte illegaal naar Israël ter trekken, terwijl in 2015 de teller van het aantal zulke infiltranten op 220 stond. Inmiddels zeggen de autoriteiten dat de afgelopen 12 maanden 2.431 mensen via andere wegen illegaal op haar grondgebied zijn binnengeraakt, waaronder 2.245 Eritreanen en 186 Soedanese individuen.

Volgens de gegevens van de Bevolking en de Immigratieautoriteit wonen er tegenwoordig ca. 38.000 Afrikaanse migranten illegaal in Israël.

De smokkel van immigranten was een belangrijke factor in de beslissing om de hek te bouwen. Volgens luitenant-kolonel Yoav Tilan van het IDF (Israëlisch leger), waren in 2011 nog 16.000 mensen – hoofdzakelijk van Eritrea en Soedan – de grens illegaal overgestoken in wat wordt omschreven een “industrie van misdaad”. Maar de “constante, dagelijkse dreiging” van terreur en het smokkelen van drugs zijn eveneens belangrijke factoren.

Het veiligheidshekken in de Sinaïwoestijn tussen Egypte en Israël werd voltooid in december 2013 en is bedoeld om de illegale immigratie vanuit Afrika tegen te gaan. In 2012 waren er nog 9.570 burgers uit verscheidene Afrikaanse landen illegaal Israël binnen getrokken. In de eerste zes maanden van 2013 waren dat er slechts 34 nadat het belangrijkste deel van de muur was voltooid.

Israël’s verstevigde grenzen (2011)