VN mensenrechtenraad accepteert ‘zwarte lijst’ van bedrijven die handel drijven met Israël

De Amerikaanse regering van president Trump maant de Verenigde Naties aan om een “zwarte lijst” niét te publiceren van internationale bedrijven die handel drijven met Israëlische gemeenschappen in Judea & Samaria, berichten Arutz Sheva  en Ynet News vandaag 22 augustus 2017.

De Raad voor Mensenrechten van de VN (UNHRC) heeft verleden jaar een database van bedrijven goedgekeurd ondanks tegenstand van de Verenigde Staten en Israël. Op die “zwarte lijst” staan Amerikaanse bedrijven zoals Caterpillar, TripAdvisor, Priceline.com, Airbnb en vele anderen.

De lijst is volgens de UNHRC nog niet compleet maar wordt alvast toegejuicht door de antisemitische boycot-Israël organisatie, aka Boycot, Divestment and Sanctions beweging (BDS) die zelf reeds in verscheidene Amerikaanse staten officieel wordt geboycot.

De Jordaanse prins Zeid Ra’ad Al Hussein, de hoge commisaries voor mensenrechten van de VN, zei tegen Amerikaanse regeringsambtenaren dat de lijst tegen het einde van dit jaar wordt gepubliceerd en heeft de landen gevraagd om opmerkingen te formuleren voor 1 september a.s. waar de geviseerde bedrijven hun hoofdkantoren hebben.

Israëlische reacties
Israël’s afgevaardigde aan de Verenigde Naties Danny Danon reageerde furieus en zei:

“We zullen niet zwijgen in het licht van dit schandelijke initiatief. De bedoeling van de VN om Joodse bedrijven en internationale bedrijven te stigmatiseren die banden hebben met Israël zodat ze kunnen worden geboycot, herinnert ons aan donkere tijden in de geschiedenis. De Mensenrechtenraad staat reeds bekend als een antisemitische en anti-Israëlische entiteit, maar het is onaanvaardbaar dat de VN zelf deze verachtelijke besluitvorming ondersteunen.”

De geschiedenis herhaalt zich. De boycot van Joodse bedrijven in Duitsland vanaf  1 april 1933, markeerde het begin van het nazi-tijdperk onder Adolf Hitler

Emmanuel Nahshon, woordvoerder voor Israël’s buitenland ministerie, zei dat:

“De UNHCR is een cynische, schaamteloze en hypocriete organisatie, die wellicht dringend toe is aan een psychische behandeling. De resultaten van de stemming zijn een aanvullend bewijs van de ziekelijke obsessie van deze organisatie die enkel Israël viseert en verder de gebieden negeert waar mensenrechten worden geschonden over de hele wereld, waaronder Syrië, Libië en Noord-Korea.”

Premier Benyamin Netanyahu veroordeelde eveneens de economische boycot van Israël door de UNHRC van de Verenigde Naties en zei:

“De UNHCR is een anti-Israëlisch circus geworden door hun aanvallen op de enige democratie in het Midden-Oosten en hun minachting voor de grove schendingen in Iran, Syrië en Noord-Korea. Verantwoordelijke overheden mogen geen VN resolutie respecteren die Israël discrimineert.”

Anti-Israël circus van de VN
Vroegere kopstukken van de Verenigde Naties hebben eerder de bevoordoordeeldheid van de wereldorganisatie erkend die ze jarenlang hebben geleid. Berouw komt na de zonde. Helaas. Zo was er vertrekkend secretaris-generaal Ban Ki-moon die in zijn afscheidstoespraak voor de Veiligheidsraad in december 2016 erkende dat de VN een sterk vooroordeel heeft tegen Israël:

“Decennia van politiek gemanoeuvreer hebben een disproportioneel aantal van resoluties, rapporten en conferenties gecreëerd die Israël bekritiseren. In plaats van dat dit de Palestijnen helpt, heeft deze realiteit de VN verhinderd om haar rol effectief te vervullen.”

Drie jaar eerder, op vrijdag 16 augustus 2013, zei hij haast hetzelfde met name dat de Verenigde Naties afwijkende standaarden hanteert ten aanzien van Israël ten opzichte van alle andere landen in de wereld. Ban Ki-moon vindt dat “Israël op gelijke voet zou moeten behandeld worden als al de andere 192 lidstaten van de Verenigde Naties,” en hij vervolgde met:

“Helaas, als gevolg van het Israëlisch-Palestijnse conflict, gaat Israël gebukt onder kritiek en lijdt onder de vooroordelen en soms zelfs discriminatie. Het is een ongelukkige situatie.”

Ook zijn voorganger, secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan, constateerde tijdens zijn ambtsperiode (1 jan. 1997 t/m 31 dec. 2006] de ongewone en obscene internationale obsessie van de VN voor Israël. Bij zijn openingstoespraak in september 2006 voor de 61ste bijeenkomst van de Algemene Vergadering van de VN gaf hij toe dat:

“… dat Israël te vaak oneerlijk wordt beoordeeld door de internationale organisatie en haar verschillende nevenorganisaties. Van de ene kant vinden de supporters van Israël dat het hard wordt beoordeeld volgens standaarden die niet worden toegepast op haar vijanden. En dit is dikwiijls waar, in het bijzonder in sommige VN organisaties.”

 

Advertenties