Slechts een kwart van de toeristen aan Israël zijn van Joodse origine

Masada, een populaire vakantiebestemming in Israël

Jewish News Service (JNS) publiceerde gisteren nieuwe gegevens die werden verzameld door Israel Hayom waarin het toenemend aantal touristen dat de Joodse Staat bezoekt, wordt geanalyseerd naar leeftijd van de bezoekers, hun religie en de aard van hun reis.

Een record aantal van 2,9 miljoen toeristen bezochten Israël in 2016. Opmerkelijke conclusie die kan worden getrokken is dat de boosaardige kwakkel dat het alleen maar Joden zouden zijn die Israël bezoeken, door dit onderzoek gebaseerd op feitelijk cijfermateriaal de facto wordt tegengesproken.

Vierenvijftig procent van de toeristen die Israël bezochten waren christenen. Van de christen bezoekers waren 38 procent Katholiek, 28 procent waren Protestants en 28 procent waren Oosters-Orthodoxe christenen. Joden omvatten slechts 24 procent van de toeristen die Israël bezochten in 2016. Daarnaast zeiden 15 procent van de toeristen dat ze geen religieuze banden hebben. Drie procent van de toeristen waren moslims, gevolgd door Hindoes, Boeddhisten, Baha’is en leden van andere religies.

Bijna de helft van de toeristen die in Israël toekwamen waren jonger dan 45 jaar. Slechts 18 procent waren jonger dan 25 jaar. Meer dan de helft (57 procent) bezochten Israël alleen en 12 procent bezochten de Joodse staat met hun familie bestaande uit drie of meer gezinsleden. Gemiddeld verbleven de toeristen 11,4 dagen in Israël. Eens in Israël verbleven 63 procent van de toeristen in hotels of vakantieverblijven, 23 procent waren er met gezinsleden of vrienden, 7 procent huurden appartementen en 2 procent verbleven in jeugdherbergen.

Minstens 64 procent zei dat ze hun uitstappen zelf hadden georganiseerd, vergeleken met 27 procent die Israël bezochten als deel van een groep. Volgens het onderzoek dat werd uitgevoerd door Mertens Hoffman Management Consultants, hadden 47 procent van hen Israël minstens een keer eerder bezocht en 80 procent zeiden dat ze Israël graag nog eens wilden bezoeken.

Advertenties

The Donald stuurt onderhandelingsdelegatie om vrede tussen Israël en de Palestijnen te scheppen

De Amerikaanse president Donald Trump zegt dat hij nog steeds “optimistisch” blijft omtrent de vooruitzichten op vrede tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit, optimistisch genoeg om opnieuw een andere delegatie te sturen naar het gebied voor een zoveelste ronde van gesprekken met Jeruzalem en Ramallah.

De delegatie die wordt geleid door Jared Kushner, de schoonzoon van president Donald Trump en belangrijkste adviseur van het Witte Huis, omvat onder meer Bijzonder Vertegenwoordiger voor Internationale Onderhandelingen Jason D. Greenblatt en Vice-adviseur voor Nationale Veiligheid Dina Powell. De delegatie zal naast Israël en de Palestijnse Autoriteit, tevens leiders ontmoeten uit Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Qatar, Jordanië en Egypte.

Geen oplossing mogelijk
In het algemeen lijkt er maar weinig enthousiasme te bestaan onder de betrokken partijen en ook bij de Amerikanen leeft er veel scepsis. Eerder, op maandag 31 juli 2017, vertelde Jared Kushner tegenover een groep leden van het Amerikaanse Congres dat er wellicht geen oplossing voor het conflict is en dat zijn eerste doel is om vertrouwen op te bouwen tussen de betrokken partijen en dat dit het best zoveel mogelijk achter de schermen kan gebeuren:

“Er werd de voorbije 40 of 50 jaren niet veel bereikt. Wat bieden wij aan dat uniek zou zijn? Ik weet het niet. Ik ben er zeker van dat iedereen die het geprobeerd heeft, getracht heeft om op een of andere wijze uniek te zijn, maar opnieuw trachten wij dit logisch is aan te pakken. Wij denken na over wat de juiste benadering kan zijn.

En we trachten met de partijen in alle stilte te bekijken of er een oplossing is. Misschien is er wel geen oplossing, maar het is een van de problemen waarvan de president ons gevraagd heeft om op te focussen. Dus gaan we ons daarop richten om te trachten de juiste beslissing te vinden in de nabije toekomst.”

Palestijns rejectionisme
Ook de Palestijnen blazen weer warm en koud. De Verenigde Staten is de belangrijkste financiële sponsor van de Palestijnse Autoriteit dus komt het er voor Mahmoud Abbas vooral op aan om de schijn op te houden dat hij vrede met Israël wil en dat hij bereid is om daarover te onderhandelen onder de bemiddeling van de VS.

Maar in Ramallah, de officieuze hoofdstad van ‘Oost-Palestina’ (aka de Westbank), klinkt een heel ander geluid. Toonaangevende Palestijnse ambtenaren hebben de voorbije dagen duidelijk benadrukt dat de Palestijnse Autoriteit enkel en alleen een oplossing zal aanvaarden waarin Israël zich zou terugtrekken achter de “pre-1967 grenzen” (in feite de staakt-het-vuren lijnen van april 1949) en dat (oostelijk?) Jeruzalem de hoofdstad zal worden van de toekomstige Palestijnse staat.

Mohammed Ashtia, economisch raadslid van de Palestijnse Autoriteit en andere vooraanstaande leden van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), hebben gezegd “dat de Palestijnen geïnteresseerd zijn in het vinden van een oplossing omdat het leven onder de bezetting moeilijk is”, volgens een interview met de Israëlische krant Maariv op zaterdag en voegde eraan toe:

“De test voor deze [Amerikaanse] regering is om een einde de maken aan de aanvallen van de kolonisten die getolereerd worden door deze Israëlische regering, haar steun uit te spreken voor een tweestatenoplossing en een einde te maken aan de bezetting. Het eerste wat moet gebeuren in het vredesproces is om vertrouwen op te bouwen en het tweede is het vredesproces op zich.”

Saeb Erekat, toponderhandelaar voor vrede met Israël en kaderlid van het Uitvoerend Comité van de PLO, had op zondag een ontmoeting met de Amerikaanse consul in Jeruzalem en met de Russische ambassadfeur aan de Palestijnse Autoriteit.  Erekat verzocht om verdere ontmoetingen te houden met de diplomaat:

“Het [diplomatieke] kwartet [voor het Midden-Oosten] moet alles doen wat mogelijk is om te nebadrukken dat een uiteindelijke oplossing een tweestatenoplossing omvat gebaseerd op de pre-1967 grenzen, al de nederzettingen delegitimiseren met inbegrip van oost Jeruzalem en de internationale wet afdwingen.”

Conclusie
De Palestijnen “leggen bij voorbaat de lat dusdanig hoog zodat er geen kat meer over raakt”, heet zoiets in diplomatieke onderhandelingstaal. Benieuwd of Jared Kushner de Palestijnen zal kunnen overtuigen om hun onrealistische eisen te matigen, dat ze hun terroristische milities op de Westbank en in Gazastrook moeten ontwapenen en dat ze in hun vermeende zucht naar vrede met Israël hun eisen voortaan zullen baseren op de hedendaagse feiten aan de grond.

De geschiedenis van het Arabische (en later het Palestijnse) rejectionisme begon reeds bij het verwerpen door de Arabieren van het eerste voorstel tot een tweestatenoplossing in november 1947 (VN Resolutie 181)  hoewel dat voorstel met een meerderheid werd goedgekeurd in de Verenigde Naties en geaccepteerd werd door de Joden (aka Israël). Sindsdien hebben de Arabieren geen van hun eisen gematigd en hebben slechts twee Arabische landen (Egypte en Jordanië) de Joodse staat de facto erkend en vrede ondertekend.

Echter, verwachten dat Israël zichzelf vrijwillig zal opheffen om de Palestijnen in Hamastan en in Ramallah te plezieren brengt de vrede geen stap dichterbij. Dan lijkt het tegenwoordige status-quo nog altijd de “oplossing” die de grootste voorkeur heeft.